#100dagenblij – the terugblick

Die honderd #happydays was op zich niet zo moeilijk, ware het niet dat ik bijna iedere dag de tel kwijt was en daardoor ruim over de honderd foto’s zit, maar met mijn telling nog altijd niet aan honderd ben geraakt.

100 dagen lang wilde ik iedere dag iets instagrammen waar ik blij van werd.
Bleek dat meestal net datgene te zijn waar ik minstens ook wel iedere dag eens boos op was; de kinderen… Kleine nageltjes aan mijn doodskist, kersen op mijn taart, mijn lach en mijn vloek. Hoe vaak ik ook mijn t-shirt zou kunnen opeten van frustratie, ze maken mijn leven toch veel specialer dan het ooit ervoor geweest is…

Tadeusz maakte zijn eigen voetbalboek voor het WK. Een schriftje vol. En hij was zo trots. Niet in het minst jaloers op andere jongens met officiële boeken. Hij lijkt al te beseffen dat ‘eigenheid’ en ‘originaliteit’ na te streven waarden zijn. *♥*
928303_275069189347819_1859544054_n

Van het weer werd ik de laatste weken ook wel behoorlijk blij.
10467771_927359093957518_1809535282_n

Bijna drie kwartier. In de gietende regen. We kregen er niet genoeg van. Zwaaien naar het verkeer vanop de brug maakt van mij even weer een klein kind. Het besef dat je invloed hebt op die schijnbaar doodse stroom van verkeer. De toeters en bellen die er op vrachtwagens staan! Je daardoor laten verrassen, telkens weer. Speciaal voor ons. Omdat wij wat staan te zwaaien. Heerlijk. Beter dan de Sinksenfoor.
10507859_351045598383499_1128095425_n-1

Wij voeden soms heel wat monden aan tafel. Al goed dat we kleine bordjes hebben voor al die pluchen vrienden…
10518035_699371160111493_1098435088_n

Hier Boris in de bib; luttele momenten voor hij met àl zijn energie ‘in het bos daar staat een huisje’ begon te brullen. Gênant soms. Een beetje maar…
10520258_299998263514064_1805440232_n

Van vandaag: een kogeldistel. Makes me happy! Geeft bijna echt licht…
10536882_698053020244183_388150596_n

‘s Ochtends wakker worden en dit bij op je bed vinden. En je vervolgens direct zorgen maken over de stiften in je bed. En of je die strepen er nog gaat uitkrijgen in de was…
10538002_265654580291249_874498488_n

En dat zijn dan alleen nog maar de kleine dingen waar ik blij van word. Ik heb dan ook nog een heleboel grote dingen om blij van te worden…

Als je de andere 93 (of wat meer) foto’s wil zien verwijs ik je door naar mijn instagramaccountje. Zoeken naar ysabje.

100happydays

Succes

Ik geloof dat ik in de supermarkt stond. Met een pak boter in mijn handen. Opeens was het daar. Het besef.
En het maakte me geeneens moedeloos of triest. Integendeel.

Ik zou een succesvol leven leiden, had de kuisvrouw van mijn bomma ooit beweerd. Ze had het in de dras gelezen van mijn Turkse koffie, die ik trouwens heel vies vond. In Turkije. Mijn zestienjarige ik geloofde dat. Ik wist dat het waar was. Succes en geluk. Want koffiedik is voor echt.
Er waren er meer. Niet alleen waarzeggende kuisvrouwen, maar ook gewone mensen. Passanten. Liefjes. Hier en daar een handlezer. Ik werd wel wat cynischer, minder naïef en relativerender. Maar ik hoorde het wel vaker: ‘succes, lang leven, die komt er wel.’
Ik kon een beetje schrijven. Ik had veel fantasie. Ik was niet dom. Ik had doorzettingsvermogen. Enzovoort.

Eigenlijk loop ik al heel mijn leven die voorspelling achterna. Dat succes dat komt, de vraag is alleen wanneer…
Af en toe raakt dat ‘succes’ me vluchtig aan. Een spettertje licht op mijn arm. Een jeugdboek gepubliceerd. Een compliment van een bloglezer, een steengoed idee voor een roman die een bestseller moet worden.
Maar helemaal in de zon kom ik nooit. Ik heb best al hard gewerkt voor dat succes, maar de resultaten bleven altijd uit.

De twee jeugdboeken die ik schreef staan daar nu in de kast. Twee van de vele andere duizenden.
Mijn blog verliest iedere dag evenveel lezers als er bij komen.
Mijn steengoed idee ligt daar te verstikken onder bergen van twijfel.
Tijdschriften waar ik één keer iets voor deed en later weer helemaal niks.
‘t Is niet dat ik mijn kansen mis. Ik gebruik ze alleen niet.

Ik dacht van mezelf altijd dat ik dat kon loslaten. Maar om eerlijk te zijn begon het me de laatste jaren wel wat te frustreren. Zeker in deze wereld waar succes van anderen zo duidelijk lijkt. En de tijd die maar doortikt. Het was alsof mijn succes steeds uitgesteld werd. En ik begon stilaan te vrezen voor een afstel. Al goed dat ik niet jaloers ben van aard. Ik kan echt blij zijn voor andermans succes. Ik ben niet bitter of giftig. Maar er was wel wat stress. Waar blijft dat warme felle schijnsel van het succes toch?

En toen stond ik dus in de supermarkt.
Opeens besefte ik: Het zou er gewoon niet komen.
Ik voelde me zo bevrijd! Ik kon stoppen met die vage schim van succes na te jagen. Als ik nu eens beslis om mijn voeten te vegen aan al die voorspellingen, die verwachtingen, die zelfopgelegde verplichting om het ‘te maken’, dan hoef ik me tenminste niet meer te frustreren als ik iets maak/schrijf/fotografeer/teken dat maar rommel is. Ik ben niet hip, ik creëer geen trends, ik vind niks uit, ik kan niks buitengewoons. En dat is helemaal oké!

Misschien is mijn beeld van succes gewoon helemaal mis.
Ik geef anderen vaak een voorzet. Ik kan inspireren, doorgeven, meewerken.
Ik maakte al twee kinderen. Gezonde kinderen. Gelukkige kinderen.
De meeste dingen die ik doe, doe ik graag. Ik amuseer mij met fotograferen, schrijven, werken, spelen. Dat zoiets kan is in feite al een succes op zich.

Sinds dat pak boter in de supermarkt is er niet zoveel veranderd. Ik maak nog altijd foto’s die soms leuk zijn maar zeker niet meer dan dat. Ik schrijf nog altijd wat prulletjes, die nooit wereldliteratuur zullen worden. Maar het frustreert me niet meer. Ik zie nu weer beter wat ik probeer te zeggen en wat er eigenlijk echt op de foto staat…

IMG_1065-2

IMG_1627

IMG_1790

IMG_2268

IMG_2390

IMG_2668

IMG_2535

IMG_2571

Foto’s zijn een greep uit de afgelopen weken. Zo weinig tijd gehad om ze te bewerken/bekijken. Maar het blijkt wel dat ik ze graag zie, die jongens. Zelfs al vervloek ik ze meermaals per dag ;-)

Krokodillentranen

‘Het zal zweten zijn, ja. Weinig slapen, vuile luiers, veel frustratie.’
Ik maakte mij – toen nog kinderloos – wel voorstellingen van hoe het zou zijn. Ik probeerde de toekomstige liefde voor een nog onbestaand wezen al een beetje te voelen. Wat natuurlijk niet ging. Ik probeerde mij de discussies aan tafel in te beelden. De slapeloze nachten. Het ging een heel klein beetje, maar eigenlijk ook niet.
Ook toen het eerste kind zich nog aan de binnenkant van mijn buik bevond was het allemaal zo abstract, zo onduidelijk en spannend.
En toen was het daar. Samen met mijn eerstgeboren zoon opende zich een nieuw palet aan gevoelens, gedachten en angsten. Het kind maakte de wand van mijn hart zacht, en maakte me extern kwetsbaar. Dat was een vreemde ervaring. Ik kon opeens pijn en vreugde voelen via een ander lichaam. Dat van mijn kind.
Wat een sensatie, zo’n boreling. Ik wilde er gelijk nog eentje, zo speciaal vond ik dat.
We maakten er nog eentje. Zonder al teveel na te denken. En toen had ik er twee. Dubbel kwetsbaar zeg maar.

Mijn jongens gaan van school veranderen. Tadeusz gaat nu naar het eerste leerjaar en dat vraagt een nieuwe school. Boris verhuist mee. Op de laatste schooldag kwam dat besef even knalhard binnen. Deze fase in hun leven sluit zich hier af. Dit komt nooit meer terug. Tadeusz had een speciale meester, eentje uit de duizend. Hij beseft dat niet, maar ik besef dat des te meer.
Op de laatste dag van dit schooljaar wist meester Gerd van de Krokodil nog half Vlaanderen te ontroeren met zijn rappende kleuters. Hopelijk straalde er toch iets van zijn coolness op Tadeusz af…

Het opgroeien van mijn kinderen is mooi, en afscheid nemen hoort er bij.
Maar de groeipijnen zitten niet alleen in hun benen. Ze zitten ook in mijn hart.

(Trouwens: Tadeusz is die met zijn groen angrybear t-shirt. In het begin en op het einde wat aan het suffen links in beeld…)

De terugkeer…

Minstens een maand niet bloggen. Dat had ik me voorgenomen.
Onaangekondigd. Gewoon boenk stop.
Omdat ons gezin op een nieuwe era binnen galoppeert.
Een verbouwing, een grote vakantie zonder vakantie, een ‘ontkleutering’ van onze oudste, een verhuis, een opstart van een zaak. Dat alles op de termijn van enkele luttele maanden.
Het leek me genoeg, zo op mijn boterhammetje.
Dat alles is nu in beweging. Het gaspedaal is ingeduwd, het tempo opgevoerd, de oren flapperen.
Een maand blogstilte is nu om.
Nu mag er precies weer wat beweging komen hier…

Bos

‘Mama, ik verveeeeel mij…’
‘Wat gaan we vandaag doen, papa?’
‘Ah, we gaan vandaag een hele dag op een stoel zitten!’
Vader kijkt vrolijk.
‘Hoooo, echt heel de dag of wat?! Op een stoel?!’
We maken er soms grapjes over. Dat ze zich nog zo slecht kunnen vervelen. Kinderen worden soms echt overspoeld door prikkels, Wii’s, workshops en speeltuinen. Ouders die ieder ogenblik van het weekend vullen met ‘quality time.’
Ik ben zelf ook een voorstander van ‘iets doen met de kinderen.’ Niet omdat ik er niet tegenkan dat ze zich vervelen, maar ik laat hun energie graag eenmaal daags buitenshuis los, omdat mijn zenuwen niet zo bestand zijn tegen binnenshuis jongensgeweld.

Maar – een kleine bekentenis – ik HAAT binnenspeeltuinen. Ze noemen het vaak ‘kinderparadijzen,’ maar het is voor mij een ‘ouderhel’. Lawaai! Drukte, duur, lelijk, en kinderen worden er vaak helemaal kierewiet. Ze worden wat agressiever, opgejaagder, competetiever en hebberiger. Ze willen snoep. Ze maken ruzie. Ze dringen voor.

Als ouder zit je dan aan een plastieken tafel, in een oorverdovend gekrijs, met zes bekertjes fristie, een berg truien en schoenen te bewaken. Omringd door alleen maar basiskleuren: fel groen, fel rood, fel geel en fel blauw. Af en toe moet je zwaaien, ooh roepen of er eentje gaan redden uit een net waarin ie verstrikt geraakte. In het slechtste geval belandt je zelf ergens in een smalle doorgang waar je alleen maar uit kan ontsnappen door de dwaze glijbaan te nemen waardoor je rok naar boven schuift en je je vinger ook nog pijn doet. Om de drie minuten worden er aankondigingen gedaan: ‘de kindjes van het feestje van Thomas mogen nu naar de tafel gaan, want de pannenkoeken zijn er!’
Bij het woord pannenkoek beginnen er al een paar te krijsen. Want zij willen er ook eentje en ze kennen Thomas niet.
Vertrekken is ook altijd heerlijk. De worsteling om de schoenen terug aan te krijgen. Toch eentje die zijn t-shirt heeft uitgedaan in het ballenbad en die daar vervolgens vergeten is. Er zijn er altijd een paar die niet mee naar huis willen. Snot en tranen.
Ik kom er soms voor het werk, maar ik kom er in feite nooit met mijn kinderen. Ik probeer hen dat te besparen.

De laatste maanden zijn onze uitstapjes heel sec. En ik hoor de kinderen nooit klagen.
We gaan op zoek naar bos.
Alles wat op een redelijke afstand ligt rond Antwerpen of vaak zelfs nog in Antwerpen.
Kinderen in een bos, dat is een waar genot.
Ze wandelen, ontdekken, klimmen in bomen, plukken bloempjes, prikken in paddenstoelen, verzamelen stokken. Zelden zijn ze lastig. Huilbuien komen voort uit een prik van een brandnetel of een voet in het slijk. Maar dat zijn andere tranen. Dat zijn natuurtranen. Louterend en lief.
We zagen de laatste weken al prachtige stukjes groen:
- Klein Willebroek, domein den Bocht. Vogelspothuisjes. Wild. En nauwelijks volk.
- Het Mechels Broek.
- Sint Anna Bos. Zo dicht bij de stad.
- Noordkasteel. Jeugdsentiment. Een drop groen en water in de oksel van de Schelde. Avontuurtjes als je wil.
- De fortengordel rond Antwerpen. Kleine lieftallige wandelingen rond het water.
- Zoerselbos, aan het boshuisje.
- Het Rivierenhof, meer bos dan je zou denken.
- Het Middelheim, maar dan wegblijven van de speeltuin. De boskant.
- Hobokense Polder
Enzovoort.
Het land van Saaftinge staat nog op het lijstje.

‘Waar gaan wij naartoe, mama?’
‘Wij dachten vandaag eens naar het bos te gaan…’
‘Jeeeeuj!
‘Mamaaaa, kijk kijk! Daar zijn bomen, daar is het bos!’

Noordkasteel:
IMG_0477

Zoersel:
IMG_0600

Klein Willebroek:
IMG_9909

Middelheim:
IMG_0120

Sint Anneke: (Met vriendinnetje K. in een put.)
IMG_0183

Mechels Broek:
IMG_1120

Tijdsbeeldje

Soms moet men eens dwalen in de moerassige velden van de herinnering. Er tot aan de enkels in wegzakken.
Een oude klasfoto op facebook zetten opent vergeten deuren van het verleden. Wat oude klasgenootjes zich nog herinneren dat ik vergeten was. Namen komen terug, gezichten en anektodes komen weer tot leven. Een beetje vertoeven in vervlogen dagen is soms erg aangenaam. Er is namelijk geen pijn, de frustraties zijn van hun gewicht ontdaan, en het is mogelijk om terug te kijken met meer kennis van zaken. Dingen waarvan ik toen nog niet besefte hoe cool ze waren. Of stom. Zoals witte sportsokken. Of kuiven.
Alleszins:
- De jaren zeventig en tachtig waren geweldig. Ik hoop dat mijn kinderen hetzelfde gevoel gaan hebben over hun jeugd als ze foto’s terug zien van de jaren tien.

- Roze was zeker geen overheersende kleur in meisjeskleding. Ik herinner me dat ik ooit een fuchsiabroek zag in de winkel en dat ik die graag wilde hebben. Maar niet kreeg.
Ysabel Roos

- Mijn ouders waren de coolste mensen ever. In de foto hieronder bevinden ze zich zelfs in de perfecte compositie/kleurencombinatie/situatie. De vrouw met de salopette, da’s mijn moeder. Ik zit daar nog ergens achter die salopette, ongeboren te zijn. De man met het geweer, da’s mijn vader. In augustus is hij een jaar dood. Op deze foto leeft hij eeuwig. Hij heeft de tijd met zijn geweerschot laten stilstaan op dit perfecte moment.

IMG

Het Noordkasteel, dat was een avonturenparadijs. Antwerpen was in die tijd nog vergeven van groen. Ze zouden Bart eens moeten terug katapulteren naar die tijd. Hij zou evengoed wenen voor al die heerlijkheid die nu verloren is.
Noordkasteel

- Er waren wel de eerste My Little Pony’s toen ik pakweg acht was. Maar die kreeg ik ook niet. Playmobil had ik blijkbaar wel al. En polaroid was top of the bill toen. Ik herinner mij nog glashelder het polaroidgeluidje…
IMG_0001

- Coole auto’s had het latere lief van mijn moeder ook. Ik wil niet weten hoeveel naft die dronk. Ik lig daar by the way op de achterbank te slapen. Op een andere foto sta ik namelijk rechtop met mijn kop door het open dak. :-)
IMG_0005

Ik ben benieuwd hoe het voor mijn kinderen zal zijn om die duizenden foto’s van hun jeugd terug te zien. Ik moet dat nu beseffen: de foto’s die ik vandaag maak, zijn niet louter kiekjes. Het is evenzeer een tijdsbeeld als de foto’s van mijn jeugd dat zijn. Kleding, gebruiksvoorwerpen, relaties, het zit er allemaal in. En wat nog? De liefde van mijn ouders voor hun kind. Hopelijk lezen mijn kinderen dat ook uit de foto’s van hun jeugd…

Fuck the poor

Af en toe moeten we een geweten geschopt worden. Confrontatie met wie we zijn.
In onderstaande filmpje wordt het maar weer eens duidelijk dat we niet altijd de mensen zijn die we zouden willen zijn.

We denken van onszelf dat we humaan zijn. Menselijker dan anderen. Wij staan daar boven. Dat zou ik niet doen.
We denken graag van onszelf dat we boven dat soort psychologietjes staan. Wat zijn dat allemaal voor trieste mensen dat ze die man voorbij lopen?
Maar wees eens eerlijk, zou u de eerste man helpen?

‘Ohnee, een dakloze die op straat ligt. Ohnee, hij kreunt zelfs nog! Erg! How low can you go?’
We denken al snel, dat als wij hem gaan helpen, dat hij ons dan met een ge-alcoholiseerde blik zal aankijken, dat hij ons in verlegenheid zal brengen.
‘Hij zal me niet meer willen loslaten en dan zit ik daar mee. Misschien begint ie wel te huilen. En hij zal wel stinken ook.’
Dakloze groezelige mannen liggen soms op de straat. Die doen dat regelmatig. Dit vinden dat prettig.
Maar een zakenman? Nee, die liggen nooit op de grond. Als die erbij gaan liggen, dan zal er wel iets serieus aan de hand zijn. Die gaat ons niet in verlegenheid brengen. Integendeel! Ik ga vanavond trots zijn op mezelf als ik deze man help!

Het is niet zo vreemd dat we zo denken. Onze ervaringen, het dagelijks leven, onze verwachtingspatronen en gewoontes duwen ons immers in die richting. Vooroordelen die we ondertussen als common sense zien. We hoeven ons daarvoor niet te schamen eigenlijk.
Want vaak is het zo als we denken. Dan brabbelt zo’n dakloze wat dronken woorden en krijg je hem niet rechtgeholpen. En na vijf minuten geef je het op.
Ik herinner mij nog dat een dakloze ooit keikwaad op me werd. Omdat ik ‘m koffiekoek te eten wilde geven. Hij werd woest. Dacht ik misschien dat hij niet wist wat gezond eten was? Hij wilde die rommel niet, en hij wilde al zeker niet door zo’n omhooggevallen trees betutteld worden.
Ik was zestien of zo. Ik was er helemaal niet goed van. Daar kreeg mijn paternalistisch idealisme al een stevige deuk. ‘Goed doen’ was helemaal zo eenvoudig niet. En ik had mezelf er niet beter bij gevoeld, of iemand anders er mee geholpen.
Ik werd voorzichtiger. Argwanender. Een beetje banger zelfs. Omdat ik het niet in de hand had hoe de ander zou reageren.
Dankbaarheid is nooit verzekerd. Resultaat ook niet.

Maar wil dat zeggen dat ik daarom mijn nek niet meer kan uitsteken voor een ander? Is het daarom onmogelijk geworden om goed te doen? Moet ik het niet altijd blijven proberen? Is mijn eigen ongemak niet ondergeschikt?
Ik vind dit soort filmpjes confronterend. Omdat ik, door ernaar te kijken, voel dat ik vind dat ik het goede moet doen, maar ondertussen ook besef dat er een kans bestaat dat ik dat niet zal doen.
Het lijkt misschien dat ze een trieste waarheid tonen. Maar mij geven ze eerder hoop. Want nu ik ze gezien heb, kan ik het morgen misschien een beetje overstijgen…
Het onderstaande filmpje vond ik minstens even sterk. Maar dan vooral voor het principe, het sociaal psychologisch aspect ervan…