Wonderlijke feiten over Bosch droogkasten

We worden allemaal geweldig in de luren gelegd. Bedrijven hebben een schaamteloze autostrade gelegd rechtstreeks naar onze portefeuille. We weten het, maar we kunnen er zo verdorie weinig tegen beginnen. Heel af en toe vinden we een achterpoortje…

Iets meer dan zes jaar geleden was ik zwanger van Tadeusz. Ik wilde – aan de vooravond van mijn nieuwe leven met kinderen – per se een droogkast. Ik zag niet anders hoe ik het zou overleven zonder…
We kochten een Bosch maxx 6 sensitive…

Na drie jaar hadden we een storing. De machine stopte met draaien na vijf minuten, lichtjes flikkerden, was bleef nat. Ik zat met mijn handen in het haar.
We maakten de filters schoon, stekker uit, laten rusten. We vreesden een voor een dure reparatie of zelfs de aanschaf van een nieuw toestel. Maar na wat zoeken op het internet bleek er een eigenaardige oplossing te zijn die we moesten proberen. Het relaas van toen kan je hier lezen.
Op onze Bosch staat een resetknop. Verstopt achter het achterpaneel, dat met twee verschillende soorten torx-schroeven is vast gevezen. Daar staat een minuscuul rood knopje. Storing, foutmelding? Los het gewoon op met de rode knop.

Soms verdenk ik bedrijven wel van geklooi met producten. Als een toestel het begeeft vlak na de garantieperiode bijvoorbeeld. Maar meestal geloof ik dat het toch voornamelijk pech is, dat die producenten zo slecht toch niet kunnen zijn. Maar wat er met onze Bosch gebeurt is toch een angstwekkend bewijs van het tegendeel.

Toen droogkast voor de eerste keer bezweek was ie net drie jaar oud. Nu, bijna exact drie jaar later, gebeurt precies hetzelfde. Flikkerende lichtjes, stoppen met draaien na vijf minuten. En filters schoonmaken hielp niet. We konden bijna niet geloven dat het trucje drie jaar later gewoon terug zou werken.
We hadden de speciale schroevendraaiers nog altijd in ons bezit. Op vijf minuten tijd hadden we het rode knopje weer ingedrukt. De droogkast draait weer. Zonder sputteren.

Een mens zou zijn toestellen voor minder gaan wantrouwen. ‘Waar zit uwe resetknop?’ vraag ik aan de ijskast als ik ‘m opentrek. Men zou het einde van de garantietermijnen al bijna in de agenda kunnen gaan zetten. Ik was eerst kwaad op mijn droogkast, maar ondertussen zou ik er bijna voor opteren om alleen nog maar Bosch maxx 6 sensitives te kopen. Dat knopje weet ik tenminste staan.

Zo louche, zo’n bedrog! En die techniekers die dat komen oplossen, en daar 70 euro mee verdienen, krijgen die een nieuwsbrief of zo? Waar al die rode knopjes staan?
De behoefte aan al die producten is er, en het maakt ons afhankelijk en machteloos. We kopen morgen weer wat electronica die een geprogrammeerde sterfdatum heeft.
En in tussentijd markeer ik april 2017 al in mijn agenda…

foto 22

#100happydays

100happydays

We zijn een volk van zelfsturende trucjes geworden.
Voor een gestructureerder leven → Tien tips!
Voor een plezanter werknemersschap → Vijftien do’s en don’ts!
Voor een mooiere lijn → In zes stappen!

Meestal niet, maar in enkele sporadische gevallen ben ik helemaal mee.
Bij #100happydays post je 100 dagen lang iets waar je blij van wordt.
Beetje stilstaan bij je leven, beetje rondkijken, genieten van je uitzicht, en dankbaar zijn voor wat je hebt.
In willekeurige volgorde een greep uit mijn happydays-instagrammetjes:

Ik mag er iedere dag dan wel op vloeken, me er druk in maken, en er kwaad op zijn, meestal zijn het toch de kinderen die me blij maken. Na een veertiental dagen op instagram mee te doen aan de #100happydays-uitdaging zie ik die twee schavuiten toch vaak opduiken. Ik begin ondertussen zelfs al te zoeken naar andere dingen waar ik blij van word, want het kan niet zijn dat zij de enige vreugde in mijn leven uitmaken.
Gelukkig blijken er nog tal van andere zaken te zijn ook! (Oef!)

Dag 11: Tadeusz kan nog niet schrijven. Hij tekent af en toe wat letters na. En kwaad dat ie wordt als je daar minzaam mee lacht…
75f23768bc3d11e3873b0002c9dd2a8c_8

Dag 13: Ze voelen zich momenteel nog zo on top of the world. Die nietsvermoedende heerlijke onbevangenheid.
04be88bebdc611e3836112a0e83f4a0b_8

Dag 10: Het belang van giraffen. Onderschat nooit de impact van zijn ‘lieve girafje’ op de dag. 95b96526bcec11e38ae10002c99ae896_8-1

Dag 16: Dat wat afbladdert, en waar de tijd aan knaagt, dat krijgt mijn hart:
77d03cccbff511e3b5b30002c954ce0e_8

Dag 6: Beetje dobberen op de vuilste balletjes van het noordelijk halfrond. Als ze dit overleven dan zijn ze goed voor de volgende zes griepepidemieën ook:30ac88d4b83c11e3b1dc12c968509586_8

Dag 15: Nog zo klein (zes jaar) en dat stijgt zonder verpinken naar ongekende hoogtes. Ontroerend vind ik dat:
9b52e2f4bf4a11e3a2b0123c8a33df7d_8

Dag 14: Antwerpen heeft zo zijn specialiteiten. Hordefietsen is een nieuwe discipline in de wielrennen. 02ba1b7abe8c11e3be250002c99cf50c_8

Dag 17: Soms is het gewoon iets roze dat mijn dag kleurt:
25a6d556c0ee11e3a48f0002c955997c_8

Dag 18: Vaak wil ik ze gewoon de nek omwringen, maar als ze daar dan staan…
1a92249ac1a711e3bacc0002c9c756b2_8

Internet – ontwenning en aanwenning

Het was een beetje onvoorzien, dat ontwennen van het internet, dat wel. Maar eenmaal in de flow bleek die ontwenning vlotter te gaan dan gedacht.

Gezeten in een soort van toren – hoog in de nok van een oude pastorij, – is de wispelturigheid van de wifistraling alhier een terugkerende kwaal, waar willens nillens mee geleefd moet worden. De bron in de kelder laat zich immers niet zo vlot verplaatsen.
Dat internet. Meer eraf dan erop, en eens erop, dan is dat meestal met een traagheid die mij doet denken aan een vorig millenium. Het is hier echt een feest… Enteren en dan eerst een cake kunnen gaan bakken. Terugkeren om een halve pagina te kunnen lezen. Animated gifs die beginnen als een foto, dan in slowmotion gaan, en pas na een uurtje op de gewenste snelheid draaien.
Ik laat mij vaak vollopen met subtiele en gelaagde frustraties, waarbij binnensmonds gemompel, tierend gevloek en woeste armbewegingen niet ontbreken. En bij dat laatste gooide ik vorige week een kop koffie over mijn toetsenbord. Prompt werd mijn u een IUi, mijn a een ZER, en mijn spatie een IIIIIIIIIIIOPPOPOOPOPPPPPP****$$$$$$$$$$$$$$$$$$.
Een soort van afasie: wel weten wat ik wilde zeggen, maar er kwam alleen nog maar wartaal uit…
Opeens was het over; mijn verknochtheid aan het wereldwijde web.

Verbazingwekkend hoe makkelijk het ging. Er waren geen afkickverschijnselen. Er was geen dwangmatige behoefte om bij vrienden of kennissen te gaan zitten internetten. Ik kon de mail nog lezen op mijn telefoon, en de krant sporadisch eens op de computer van mijn lief lief.
De basisbehoefte was gedekt.
Ik ontwikkelde zelfs een lichte weerzin, een vaag gevoel van toekomstige verveling, alleen al bij de gedachte aan uitgebreider ‘computeren.’

De passiviteit die het internet aan mij ontlokt is in feite onrustwekkend.
Ik heb de laatste jaren duizenden krantenpagina’s, facebookstatussen, grappige poezenfilmpjes en interessante huishoudtips gelezen. Ze droegen zelden bij aan mijn dagelijks leven. Ik ken ondertussen zes manieren om eieren te splitsen, maar doe het nog altijd op de manier waarop ik het vroeger geleerd heb. Ik word geprikkeld door andermans creativiteit – de resultaten zijn soms mindblowing, – maar ik ben zelf nog het creatiefst als het internet effe wegvalt.
Al die honden die op een bal stuiteren, naast de stoel springen, babyuiltjes die boos kijken, een sprinkhaan op een fiets… De stroom is eindeloos. Ze stelen mijn tijd en vullen me met ijlheid. Ik heb het gezien, ik heb niks gemist… Zucht…
Facebook vult mijn geest met ontelbare prullen uit andermans leven, en tegelijkertijd ontneemt het mij van mijn eigen tijd en leven. Als een vierde dimensie, een soort van extern onderbewustzijn, voert het een soort lobotomie uit op mijn hersenen en laat het mij in een robotachtige passiviteit achter.

Maar.
Natuurlijk ging dat niet blijven duren.
Ik kocht een nieuw toetsenbord. (Nadat ik het andere eerst had laten drogen, had gewassen en terug had laten drogen. Tevergeefs…)
Er zijn namelijk gedachten neer te schrijven, boeken te finaliseren en te herbeginnen, foto’s te bewerken, mails te beantwoorden.
Ik ben dus terug aan het wennen. Aanwennen of zoiets.
Er was een grote facebookfeed in te halen. Het nieuws over vlucht MH370 moest gelezen. De Wever had ook weer van alles gedaan en gezegd dat mijn afkeuring behoefde. Ik ontdekte Charlie en het internet krijgt al weer wat meer zin.
Nog even en ik ben weer helemaal de oude. In de vierde dimensie. Met kreupel internet, dat blijft, maar wel ‘aanwezig’.

IMG_3784

Raadsels op Chinese vazen

In het kader van onze glansrijke toekomst probeert mijn lief lief Sventikov zich om te scholen tot kenner van antiquiteiten, designdingskes, schilderijtechnieken enzovoort. Dit maakt dat onze kinders soms meegesleurd worden naar kijkdagen van veilingen, musea…
Zij zuchten vaak.
Zij spelen angry birds op de iPhone.
Zij mogen nergens aankomen.
Zij willen koekjes en liggen op de grond.
De kleine opdrachtjes die ik hen geef nemen ze meestal gelukkig ter harte:
Zoek eens een vaas die je mooi vindt. Bepaal wat je er precies mooi aan vindt. Teken ze nadien na.
Zoek twee schilderijen met bootjes op.
Kijk eens rond en weet eens te zeggen wat papa mooi zal vinden.
Maar meestal liggen ze op de grond. Of spelen ze tikkertje rond de meest breekbare vaas.
En nadien staan ze in de hoek bij één of ander bronzen beeld.
Of smeert Boris zijn snot en tranen aan mijn broek af…

In Gent was het – overigens prachtige – designmuseum gelukkig wat voorzien op dat springboongeweld.
Ze hebben daar een kinderopdracht die in goede aarde viel. Iets met playmobilmannetjes. Dat werkt meestal wel.
En nu zou het fijn zijn als ik ze nog zelf een vaas kon laten beschilderen. Maar ik denk dat er vooral angry birds op getekend zullen worden…

Hier is er nog heel wat aandacht voor de zotte kunstvoorwerpen:
IMG_3261

Maar de lokroep van de angry birds is sterker dan de bombastische voorwerpen:
IMG_3267

Toch blijkt de nabijgelegen vaas interessante, maar moeilijk te begrijpen taferelen te bevatten:
IMG_3271

Echter niet van dien aard dat het de vogels overstemt. Het raadsel dient niet noodzakelijk opgelost te worden:
IMG_3273

Water is ook schoon:
IMG_3276

In het designmuseum was het eerst even duidelijk maken: nergens in gaan zitten!
IMG_3281

De playmobilopdracht was een ernstige zaak:
IMG_3297

IMG_3303

En na het harde werk moest er uitgerust worden. Ook bompa moest rusten, want die had al die playmobilmannetjes moeten vinden.
IMG_3320

Designmuseum met kinderen: een aanrader. Vooral voor kinderen vanaf vijf, denk ik…

Politie Antwerpen. Mijn vriend?

‘Belachelijk wijf! Gij gaat mijn probleem oplossen!’

Toen ik een dikke week geleden op een vrijdag om 23u mijn werk wilde verlaten, stond daar een meneer met veel vuile praat in zijn mond, en teveel alcohol in zijn bloed. Ik stond nog redelijk veilig op de oprit achter het hek en was aanvankelijk niet geweldig geïntimideerd.
Deze meneer had – naar eigen zeggen – al maandenlang last van het lawaai van één van onze afdelingen. Hij was nog nooit eerder komen klagen, maar vond wel het nu welletjes en ik moest zijn probleem nu oplossen.
Op dat moment heerste er een totale stilte in het hele gebouw, want in een strikt gestructureerde ontwenningskliniek moeten de verslaafden altijd op een deftig uur gaan slapen. Maar de dronken man vond dat ik niet naar huis mocht. Hij wou het voor ééns en voor altijd uit de voeten hebben. Hij uitte zich in liefelijke termen zoals ‘onnozel mens’ en ‘pokkewijf’ en hij trok – toen ik toch wilde buitengaan – het hek met een klap weer dicht. ‘Gij blijft hier!’
Er zat uiteindelijk niks anders op dan de politie te bellen. Voor woorden en uitleg leek de man een alcoholische ongevoeligheid te hebben. En ik ging mij niet kungfu-gewijs de vrijheid toe-eigenen. Ik voelde mij ondertussen al behoorlijk opgesloten. Het hek was een beveiliging, maar even goed een kooi.
De politie kwam na een dik half uur.
Nadat de agenten de meneer opzij hadden gezet, probeerden ze bij mij begrip te zoeken voor zijn frustratie. Want geluidsoverlast, da’s erg. Niet dat ze zijn gedrag goedkeurden, maar toch.
Geluidsoverlast is erg, maar een willekeurige werknemer er meer dan een uur voor vasthouden op een oprit leek mij toch niet helemaal een te verdedigen oplossing.
Enfin. Ik naar huis. Na den twaalven thuis. Met een verhaal van ‘moet ge nu wat weten…’

Maandag werd ik door mijn directrice bij haar geroepen. Dat deze man toch over een serieuze grens was gegaan. Het was een vorm van geweld, door mij als het ware een uurtje te gijzelen met zijn slecht humeur. Dat ik maar een klacht moest gaan neerleggen. Gewoon als signaal. Dat zoiets niet kan. Liefst had ze gewoon een brief gestuurd naar de man met een uitnodiging voor een gesprek, maar omdat het een onbekende was kon dat niet.
Ik heb even gebeld met slachtofferzorg. Ze luisterden naar mijn verhaal. En een klacht, dat kon in eender welk kantoor.

Ik ben diezelfde dag nog naar het kantoor gegaan.
Aan de balie kreeg ik al snel te horen dat ‘meneer geen strafbare feiten gepleegd heeft,’ en dat een klacht waarschijnlijk niet zou gaan. Tenzij – heel misschien – tegen onbekenden. Want ik ken de man niet. En of dat eigenlijk wel een goed idee was. Want een klacht dat kan nog meer agressie uitlokken…
Nu mocht dat allemaal wel waar zijn, maar ik vond het toch al wat vreemd. Moeten slachtoffers van ernstigere feiten dan ook maar geen klacht neerleggen uit vrees voor nog meer agressie? Kunnen mensen dit dan zomaar doen? Iemand een tijdje vasthouden omdat ze slecht gezind zijn?
De vrouw achter de balie zei me dat de man in kwestie op het moment zelf al berispt geweest was en dat ze meer niet konden doen. Een berisping in beschonken toestand, hoe diep zou dat doorgedrongen zijn?
En bovendien: ik kende deze man inderdaad niet, maar de politie wist wel heel goed wie de man was. Ik hoefde de man zijn identiteit niet per se te kennen, maar ik wilde wel weten of ik – of mijn werkgever – toch nog iets kon ondernemen om deze situatie wat recht te trekken.
Ik mocht – als ik echt echt wilde – nog wel een hoofdinspecteur zien. Maar dan moest ik wel wachten.
Allemaal erg ontradend.

Na drie kwartier wachten in de wachtzaal mocht ik bij de hoofdinspecteur komen.
Ik had verwacht dat deze man op z’n minst enig begrip voor mijn situatie zou opbrengen, maar niets was minder waar. Het zat er na vijf minuten al direct bovenhands op. Het werd eigenlijk gewoon een banale ruzie.
Meneer dronkenlap had vrijdag geen strafbare feiten gepleegd. Hij had me immers niet geslagen, en hij had geen als… dan… constructies gebruikt (‘Als ge nu buitenstapt dan sla ik u’, bijvoorbeeld.).
Dat ik de man dreigend had gevonden, en dat hij me toch had laten verstaan dat ik het niet moest riskeren om buiten te stappen, was blijkbaar niet genoeg voor de hoofdinspecteur. En ik moest er niks bij verzinnen, he…
Ik wilde gewoon weten wat we dan wel konden doen, want ik vond dat de dronkenlap wel iets had gedaan dat echt niet oké was. Maar het bleef eigenlijk een banale discussie over het feit of ik me al dan niet terecht bedreigd had gevoeld of niet, en of het nu erg was wat hij gedaan had of niet.
Na vijf minuten stond hij met zijn wetboek te zwaaien: ‘de wet is de wet!’
En of ik vond dat hij zijn werk misschien niet goed deed!?
Als ik wilde zou hij nu naar de procureur bellen om te horen of ze zou meegaan in mijn verhaaltje van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Ik vond dat hij dit zeer neerbuigend en venijnig naar mij bracht. Hij gaf mij niet het vertrouwen dat hij dit op een neutrale manier zou brengen naar een procureur, of eender wie.
De tranen stonden mij toen al in de ogen. Het was bijna alsof ik beschuldigd werd van iets. Alsof ik mij moest verantwoorden voor mijn slachtofferschap.
Ik heb gezegd dat ik weg wilde gaan. “Nee, laat maar. Ik wil weg. Ge moet niet bellen.” Vooral omdat ik voelde dat ik in huilen zou uitbarsten.
Ik trok mijn identiteitskaart uiteindelijk wenend uit de handen van de hoofdinspecteur (hij ging namelijk mijn naam nog eens noteren). Ik ben door de eerste de beste deur naar buiten gelopen.

Ik zal ongetwijfeld een heel ‘belachelijk hysterisch wijf’ geweest zijn. Ik moet mij waarschijnlijk heel erg grensoverschrijdend en agressief hebben opgesteld…
Het hele verhaal heeft in ieder geval een grotere impact gehad dan ik had verwacht.
Er zijn heel wat mensen die ergere dingen meemaken. Mijn ervaringen zijn niet wereldschokkend en ik behoef geen genoegdoening of wraak. Maar het is een principeskwestie.
Ik hoop gewoon vurig dat dit niet de norm is in Antwerpen. Ik hoop dat mensen die iets ernstigs hebben meegemaakt niet zo behandeld worden.
Momenteel ligt er een klacht bij de klantendienst van de politie.
Ik heb al een dossiernummer.
Ik ben eens benieuwd.

toevoeging: het moet wel gezegd worden dat de mensen van slachtofferzorg een serieuze pluim verdienen. Zij toonden zeker wel het begrip en de nodige zorg.

IMG_5396-35

Zes

Hij wordt al zes. Mindblowing.
Zo’n lange armen en benen al.
Zoveel hoofd en woorden.
Hij kon al een substantiële bijdrage leveren bij het maken van de uitnodigingen voor zijn feest.
Met de tong uit de mond. En de diamantjes zijn een hit. Het hele huis plakt vol.
Zes.
We kijken soms samen naar ‘Masja en de beer.’ Dat vind ik hoogstaande fun. Grappig voor jong en oud. Masja is immers zo’n herkenbaar lastig kindje.

Maar Tadeusz kijkt de laatste dagen het liefst naar Spirit.
Ik denk dat hij de film nu twaalf keer zag. Op een week tijd. Het heeft een indiaan, een wilde hengst als held, een drama, spanning, wat melige clichés, een happy end. Hij krijgt er maar niet genoeg van.
Zes…
Jongens jongens…

De uitnodigingen:
foto 1

foto 2

foto 3

Masha:

Spirit: