Fan van het internet

Zij die beweren dat het internet een gevaarlijke kille plek is vol valse contacten en ledigheid, die volg ik niet.
Vorige week kreeg ik een mail van iemand. Zij had op mijn blog gelezen dat wij geen tuin hebben. Ik kende deze vrouw niet.
Zij bood ons haar huis aan voor een lang weekend. Zomaar. Omdat zij en haar gezin toch niet thuis zouden zijn.

We vertrekken subiet dus naar Limburg. Naar een huis van een ander. Omdat ze vond dat haar tuin door deze tuinloze familie eens gebezigd kon worden. Omdat ze het gevoel had mij te kennen door mijn blog. Omdat ze blijkbaar vertrouwen heeft in mensen. En dat van mensen op het internet.

Het internet toont mij toch vooral lieve dingen. In mijn telefoonboek staan heel wat mensen die van vlees en bloed bleken en bovendien supertof. Er zullen er natuurlijk ook zijn die een hoop identiteiten stelen, bedriegers het geld van uw visa weghacken, leugenaars die praatjes verkopen. Maar die heb ik eigenlijk nog nooit ontmoet. Toch niet via het internet.
Het goede overkomt mij meer dan het slechte.
Ik ben fan van het internet…

En omdat ik geen bijpassende foto heb, krijgen jullie een fantasietje van Tadeusz…

‘Kijk mama, hier liggen de geweren en de wapens van de cowboy. Hij heeft ook al een paar indianen gevangen. Hij heeft die dan maar even in de boom gehangen. En nu ligt de cowboy te slapen’ (in een handschoen). En de brommer mag gewoon bij het paard…

IMG_9774

IMG_9780

IMG_9791

Papaprika

‘Zot! Gaat die maar terugleggen!’ snauwde ik tegen mijn lief aan de kassa.
De kassierster keek ons afwachtend aan, met een opgetrokken wenkbrauw alsof ze nog een echtelijk geschil verwachtte. Haar hand hooverde over de bron van ons kleine meningsverschil. De kleine rode paprika.

Verbouwereerd was ik over de prijs van de paprika toen ik de groenten uitkoos in de plaatselijke biosupermarkt. Meer dan tien euro de kilo, dat leek me een prijs weggelegd voor een of ander zeldzaam groentje dat ze met de hand moeten plukken in een land met een onuitspreekbare naam. Toch niet voor een eenvoudige paprika?! Een paprika mag dan wel een ‘luchtige’ groente zijn, een in feite grote doos voor wat kleine pitjes, toch leek ie me te zwaar voor mijn portemonnee.
Ik bedacht ter plaatse een nieuw – paprikaloos – recept, en koos voor wat minder ‘omhooggevallen’ groenten. Wat rapen en een pastinaak. Ik was tevreden. Ik had mij niet laten vangen aan de middenstandsbiovalkuil, en ik had een nieuw culinair hoogstandje in gedachten met een paar vergeten groentjes. Het kon alleen maar beter worden.

Maar mijn lief was er ook nog. En die had in zijn mannelijke doelgerichtheid enkel de noodzakelijke ingrediënten op het oog voor zijn stoofpotje. Als een echte jager had hij precies dat gevangen wat hij nodig had. Waaronder ook een paprika dus.
Aan de kassa zag ik dat pas…
Mijn felle reactie zorgde dat de hele rij gefocust was op dat kleine schriele paprikaatje. Ik liet mij nochtans niet afschrikken. Tien euro was duur en dat mocht gezegd. ‘Nee, die is veel te duur! Ga maar iets anders pakken. Leg deze terug!’
Mijn woorden creëerden een soort vacuüm, alsof de tijd even stilstond. Iedereen – kassierster, alle achterliggers, Sven, ikzelf – wist wat er dan zou gebeuren. Sven zou op hoge poten door de winkel gaan sjeezen, de voortgang der aankopen uitstellen, tergend lang zouden we daar wachten, zonder woorden en met veel te veel stilte, op Sven wiens verstand zou blokkeren op broccoli of witloof.
Sventikov schudde het hoofd en ik wist dat hij gelijk had. Het was te laat. Deze paprika zou gekocht worden…

De uiteindelijke prijs van deze paprika wilde ik niet kennen. Maar ik was vastbesloten dat hij zou opbrengen. Hij zou optimaal gereedgemaakt worden, hij zou doorsmaken en kleur brengen. Ik wilde eruit halen wat erin zat. Dat moest. Voor die prijs moest dat echt.
Dus schraapte ik al die kleine lastige pitjes eruit en duwde ik ze in de grond. In twee kleine potjes. Gewoon boenk alles bijeen.
Ik ging iedere dag kijken. Ik gaf ze iedere dag water. Als er eentje zou uitkomen dan was ik al blij.

Maar na een week kwamen ze allemaal uit! Ik denk wel vijftig paprikaplantjes. Ik schonk de helft al aan mijn moeder. Nog een paar gingen naar de buren. En de rest is hier nu verspreid over verschillende potjes. Ik las ergens dat zelfgeplante paprika’s vaak nog echt vrucht gaan dragen. Stel u voor zeg. Dan werd deze dure paprika – op zijn eigen manier – plots heel erg goedkoop…

4468f860b8f311e2ae9922000a1f9b71_7

Ik ben wel geen mme ZsaZsa; het is hier nog geen Transitië, maar ik ben toch behoorlijk content…

Ten strijde

‘t Was daar eigenlijk tof, vond ik, in Brussel in het Legermuseum, begot.
Onverwacht. En nog gratis bovendien!

Bah, het leger… Dat was mijn eerste gedacht. Maar het museum was mooi. Lief. Warm. En ze hebben daar de driewieler van Leopold I staan. En een hondenhok in de driekleur.

IMG_9954

IMG_9903

IMG_9991

IMG_0008

IMG_0012

Stoute mama

‘Dan mag jij nooit meer naar mijn feestje komen!’
Dat is de nieuwe verwensing die hier regelmatig door het huis galmt. Het grofste dat ie momenteel bedenken kan.
Er wordt hier een ware machtsstrijd uitgevochten met onze vijfjarige.

Ik herinner mij de onmacht die ik voelde als kind. In de wereld van volwassenen werd ik voor voldongen feiten gesteld. Hun tirannieke karakters die mij meesleurden in een onbegrijpelijke logica. Ik was een gefrustreerd slachtoffer van hun – door ouderdom veroorzaakte – zwakzinnigheid. Kind zijn in een volwassen wereld was hard!
Ik herken het soms bij Tadeusz. De neiging om mij de schuld te geven van alles. En mij daar ook persoonlijk aansprakelijk voor te stellen. Alsof ik almachtig én kwaadaardig ben.

‘Ik wil écht niet meer stappen nu!’
‘Ja, we zijn er bijna. Als je nu stopt met stappen, dan kom je er helemaal niet.’
‘Ik tel tot tien en dan stop ik écht écht met stappen hoor!’
‘En hoe ga je er dan geraken?’
En dan volgde er soms scène. En soms ook een ‘stoute mama!’

Die ‘stoute mama’. Ik heb een tijd gedacht dat ‘negeren’ het vanzelf zou laten voorbijgaan. Maar het werd alleen erger. Een tijdje vriendelijk gevraagd. Noppes. Een tijdje gestraft. Het werd al gauw een ‘om ter boost-ding’. De laatste poging is een beloningssysteem. Een dag geen ‘stoute mama’ was een kleine beloning. En dan een paar dagen. Aangeduid met kraaltjes op het telraam. Na een week ‘iets gaan drinken in het caféetje op de hoek met mama’. Daar heeft ie een soort fixatie op.
En het werkt! Hij vind het zelfs leuk…

Tot ik gisteren mijn belofte niet hield. Ik had hem ‘s morgens nog gezegd dat het die avond zou gebeuren. Maar door omstandigheden vergat ik het.
Ik heb mijn best nogal moeten doen om dat recht te zetten.
Hij was vastbesloten om toch nog te gaan. ‘Dan ga ik wel alleen! En als ik op straat dan onder een auto loop dan is dat jouw schuld!’
Jas en schoenen al aan. Op de trap. Ik moest echt alles uit de kast halen. ‘Nee, hij zou gaan, er was niks tegen in te brengen…’
Uiteindelijk was de deal: hij zou twee (tijdelijke) tattoo’s krijgen en ik ook. En ik moest erbij schrijven ‘met Tadeusz naar het café’. Om het vandaag zeker niet te vergeten. Ik was stilletjes wel een beetje trots dat hij tijdens de hele discussie geen ‘stoute mama’ heeft gezegd. Terwijl ik het nu wel een beetje verdiende…

foto

Het was trouwens gezellig. Hij dronk een appelsiensap. We speelden een spelletje oxo (Hij werd wel kwaad toen ik acht punten ineens pakte) en we praatten een beetje. Volgende week krijgt ie een megalegobuzzlightyear. Als ie eraan denkt wordt ie al gefrustreerd omdat hij het nuuuu nog niet krijgt. Maar het truukje werkt. Kwaad zijn mag. Maar ‘stoute mama’ zeggen niet meer…

Nu hoor ik onze Boris (2,5 jaar) wel al een paar dagen om de haverklap ‘Tommeriken!’ roepen. (Stommeriken!)
*Zucht*
Dat belooft voor de puberteit…

Hier ziet u Tadeusz nog op een zaterdagochtend. Hij houdt zich hier heeeeel erg hard in om geen ‘stoute mama’ te roepen. Want ik vond dat snoep geen ontbijt was…

2f1ac7aeaf0211e29df022000a1fb07c_7-1

Blije bries

Wat is dat daar?
Een warme bries?
De lucht die mijn vel aanraakt is zowaar lauw. En zacht.
Niet scherp en kil en snijdend.
Ik hoor geluiden van op straat.
Want het raam staat open.
Het raam staat open!
Ik had het vanochtend moeilijk met aankleden.
Want ik wist niet waar mijn korte mouwen waren.
Korte mouwen begot!

Ik kan mij niet voorstellen dat er dit jaar een dag komt dat ik zal zeggen:
‘Ahja, de winter komt er weer aan.’ En dat ik dat zal aanvaarden…

a81ea5a6ac5211e29f3f22000a1f978e_7

En als het morgen weer rotweer is, dan zal ik dat zeker nog niet aanvaarden!

Tuin zonder huis

Een tuin dat hebben wij dus niet.
Terwijl de meeste van onze vrienden een huis kopen met een tuin, hebben wij een appartement gehuurd. We vonden ons huis namelijk niet. En dus, na een zoektocht van een paar jaar, belandden we in een boeiend appartement zonder tuin. Met twee jongens. Die op een leeftijd zijn dat ze rondspringen als kangoeroes op springveren en ‘MAAMAAA’ brullen als ik vlak naast hen sta. Qua geluidsoverlast mogen we blij zijn dat er geen leefruimte onder ons ligt…
Onze keuze maakt dat we aangewezen zijn op de groene gebieden in en rond Antwerpen om onze springbonen uit te laten.

Park Spoor Noord (PSN) is niet zo mijn ding. Het lìjkt relax, maar met kleine kinderen is het voor mij vooral stress. Die kinders beginnen daar te rennen en in de drukte ben ik hen onmiddellijk kwijt. Tadeusz vind zijn weg wel al terug, maar Boris moet maar twintig meter rechtdoor lopen en die weet al niet meer waar hij is. Ik voer in PSN altijd maar halve gesprekken, met mijn oog altijd gericht op een rondrennend stukje T-shirt in de verte. In PSN heb ik al twee keer koortsachtig rondgelopen op zoek naar kinderen, overtuigd dat ze gestolen waren, paniek onderdrukkend en mensen aanklampend. En ik heb er ook al eens aan den toog gestaan om er eentje af te laten roepen.
Nee, voor mij dus niet, dat overigens verder prachtige park.

Wij moeten het hebben van grote open ruimtes en kleine wandelingen. Iets waar je in groep vooruit stapt en af en toe stopt in dun bevolkte gebieden. Of duidelijk omheinde plekken. Met maar één ingang. Hopelijk gaat dat binnenkort beter, als Boris zich wat kan oriënteren. En als hij snapt dat als er stoom uit moeders oren komt, dat hij dan misschien eens even moet luisteren.

De Kalmthoutse heide blijft toch echt een hit.
Een beetje tak, een beetje water, zand en bomen om in te klimmen. Niet voor iedere week, maar soms toch heerlijk. Daar hoor ik het gestamp van hun voeten niet. Daar kunnen ze hun klep eens openzetten zonder dat mijn oren eraf vallen. Het kan wel zijn dat er een paar broedvogels vierkante eiers gelegd hebben van het verschieten, maar goed.

We bouwden alleszins een huis, want zo’n tuin zonder huis, dat is het ook niet hé. Een huis dus. Voor de ‘helibeestjes’ (lieveheersbeestjes) en de ‘nonijntjes’ (konijnen). Een huis bouwen is goed. Constructief… De vorige keer hadden we dat ook gedaan. Toen had het een omheinde tuin. Deze keer dus niet…

IMG_9395

Mama moet het spoor volgen:
IMG_9405

Mama mag niet door! Moet cent betalen!
IMG_9406

Mama is stout. Ik ga niet meer stappen.
IMG_9412

Oerkreet voor het huis.
IMG_9430

IMG_9437

En, voor er mensen zijn die het vragen: de medailles die de kinderen dragen… Tadeusz kreeg er eentje omdat ie al een paar dagen geen ‘stoute mama’ meer had gezegd. Ik probeer ‘m dat af te leren aan de hand van beloningen. Het werkt alleszins beter dan straffen. Maar het is toch met wisselend succes. Boris moest er natuurlijk ook eentje hebben. Ook al blijft die van tijd toch gewoon ‘Toute mama’ roepen. *zucht*

Coole wtf’s en swag…

Sommigen onder jullie weten het misschien nog, anderen niet, maar momenteel wordt er hier weer hard gezwoegd aan boek nummer twee. Na goLisa ben ik nu bezig aan goLotte. Voor een groot stuk op de golisa-facebookpagina, en op een blogje. Ik zou daar weer heel wat verhalen over kunnen brengen. Boeiende verhalen, mooie verhalen, maar het ontbreekt me een beetje aan tijd. En daarom gewoon een paar grepen uit de jongerentaal waar ik de afgelopen dagen mee te maken kreeg.

- Veel Engels dat te pas en te onpas in zinnen gebruikt wordt. Bijvoorbeeld: “But ja mannen zijn moeilijk met aandacht True jep.”
- “Dan worden ze boos like dafuq.”
- “Me daddy is wel cool.”
- Dan zijn er ook de omgedraaide smileys (:
- En zelfs kleine omgekeerde smileys c:
- Het woord ‘swag’. Ondertussen heb ik de betekenis gevonden, maar ben ik nog niet zeker genoeg om het ook ‘correct’ in de jongerentaal te gebruiken (:
(Swag volgens The urban Dictionary = The way in which you carry yourself. Swag is made up of your overall confidence, style, and demeanor. ”I’m digging that tie dude, I like your swag”)
- De omg’s, wtf’s en rofl’s vliegen mij weer rond de oren
- Ik communiceer met meisjes die zich pakweg ‘disaster97′ noemen. Of ‘xx-maFKees-xx’. Of <3-zuremelk12.
- Ik ben blijkbaar voor sommigen een noob (nobody). Dat blijft zo. Dat was vorig jaar ook al zo.
- Twilight, JB, 1D. Ik ben er weer helemaal in thuis…

Enfin. Nadat ze mij hadden uitgekozen om de cyberpesten (grappig als je net een boek schrijft over cyberpesten), had ik in ieder geval wel weer even mijn introductie in de leefwereld van de jongeren. Dat is toch supervet.

En naast al dat geschrijf draait dat huishouden ook maar door, hoppen die twee energiebommetjes hier rond, heb ik ook nog een aantal nieuwe hobby's waar te weinig tijd voor is (later meer), en zijn er nog tal van andere besognes. Slapen bijvoorbeeld. En och ja, 't is waar: ik heb ook nog een job!

Ik zou er zot van draaien. Omdat daar geen beeldmateriaal van is, krijgt u een draaiende Tadeusz. Veel verder geraakte ik vandaag niet qua fotografie. Excuus.

IMG_8738

IMG_8740

IMG_8759