Spring naar inhoud

Jeugdigheid

mei 30, 2012

Stil hier. Dat komt omdat ik het heel erg druk heb met allerlei activiteiten op forums en in chatrooms waar ik met een duizendtal meisjes probeer te communiceren over een boek dat we samen gaan schrijven. Dat alles speelt zich af in de wondere goSupermodel-wereld. #goLisa is ondertussen een stevig project aan het worden. Het boek vordert ondertussen gestaag en ik betreed de wondere internetwereld van de hedendaagse adolescenten. Er vielen al heel wat zaken op:
- Zoals die chatten, dat hou ik niet bij. Zo rap dat dat gaat.
- Ze zijn keihard online. Ze schrijven vlakaf wat ze denken, en soms ook zonder nadenken. Ze noemden me al noob en nurtje en zo.
- Ze schrijven blijkbaar bijna allemaal boeken :-) . Veel toch. Eentje zei ook dat ze tien boeken per week leest. Wie zei er iets over de ontlezing van de jeugd?
- Een label ‘beroemdheid’ en een beetje aanzien maakt dat ik vandaag vijfhonderd mails kreeg. In sommige stond wel alleen maar ‘hoi’.
- Er zijn meisjes bij die echt wel iets kunnen! Toch een aantal leuke vlotte pennen gezien.
- Codetaal is codetaal. Ik vraag niet makkelijk waar bepaalde codes voor staan, maar ik zag er al intrigerende passeren. ‘Record’. Hh.
- Om bijna middernacht zijn er nog steeds meer dan 500 minderjarige meisjes online. Op een weekdag.
- Ik vind het eigenlijk keileuk om te doen…

En voor de rest is het een beetje aanmodderen. De propere was geraakt niet opgevouwen in de kleerkast. De warmte ontneemt mijn kroost de honger. Heel af en toe denk ik er eens aan dat mijn belastingsbrief nog ingevuld moet worden en dat er dienstencheques besteld moeten. Misschien gebeurt het wel vanzelf als ik er maar hard genoeg aan denk…

Gelukkig ben ik tijdens het weekend nog eens bij vrienden geweest buiten de stad en heb ik mateloos genoten van de vrijheid van een tuin. En foto’s gemaakt natuurlijk. Een beetje vrijheid en geluk in beeld…

Door het speciale zonlicht lijkt het wel of Stella de hond valt op stripfiguurderige wijze uit de lucht… :-)

Maar meestal is het zo:

Frisse geesten

mei 23, 2012

Ik had vanmiddag beter een uurtje minder ‘geniksdaand’. Maar het leek zo cruciaal belangrijk, zo essentieel levensnoodzakelijk om in de zetel te liggen. En nu is het voorbij middernacht. Tot aan mijn lippen gevuld met haast en goesting om die duizend dingen nog te doen.
U krijgt nu een kleine ‘best of’ van de kindertaalpagina. Want ik zie in mijn statistieken dat die pagina door u nauwelijks bezocht wordt. ik vind dat spijtig. Mijn kinderen brabbelen al die uitspraken niet voor niks, hé. Bij wijze van reclame, een de laatste quotes van mijn oudste zoon. De jongste brabbelt nog onverstaanbaar. Dat schrijf ik niet zo op. Maar wie weet wat een wijsheden die eigenlijk te vertellen heeft?!

Ik kom uit de douche. Tadeusz zit naar mij te kijken.
T: mama, weet je waarom uw billen zo dik staan?
Ik denk ‘awel merci’ maar hou me in.
Y: euhm nee. Waarom?
T: omdat die vol met kaka zitten!
Nadat ik bekomen was van zijn afschuwelijke concept, werd het een moeilijk gesprek over vertering en zo.

Wat lossen uitspraken van meneer Tadeusz:

T: Mijn tenen zijn moe. (april 2012)

En:
T: wat gaan ze nu weer van plan doen? (mei 2012)

En:
T: Ei! Die stink zit nu in mijn neus! (april 2012)

Of:
T: Ik botste met mijn skateboard tegen mijn gatneus (januari 2012)

Het zijn leuke jongens hoor. Maar soms ben ik niet zo’n leuke moeder.
Ik ben het leukst als ik met hen naar buiten ga. Een boompje, een toefje gras, dat is genoeg om onze geesten wat ruimte te geven. Dan ben ik meestal nogal content.
Na een dag vechten en worstelen en ruziemaken binnenshuis, zijn we dan van ‘t weekend maar naar het park gevlucht om te spelen en te ontdekken.

Het Nachtegalenpark:

Tadeusz elegant gedrapeerd over een stronkje:

Maar wat minder elegant bij het afstijgen:

En we zagen ook een ‘hellibeesje’:

Over rijst, den Tonny en blote schminkdozen

mei 18, 2012

Door de uitputtingsslag van de afgelopen week is er hier maar weinig animo te bespeuren om jullie te animeren.
De jongens, die naar het schijnt mijn kinderen zijn, lijken wel twee demonen die mij, in hun bulderende kolk van houten blokken en bliksems, omtoveren tot een mopperende vod. Mijn haar gaat er soms van in de war liggen. Ik kan ze weer niet de baas. Van moederschap naar slecht-dictatorschap in tien tellen. Er zijn zo van die dagen… Al mijn pogingen om op te voeden, bij te sturen en te begrenzen zijn zinloos. Het voelt aan als een lang stuk tekst typen en als de computer crasht niks hebben opgeslagen. Ik loop maar te tieren als een stereotiep tekenfilmfiguurtje en ik ben niet de held van het verhaal…

Ik overweeg ook om te stoppen met al die gezonde dure biovoeding. Het zijn in feite parels voor de zwijnen. Die kinders gooien dat toch maar op de grond of tuffen dat uit. Alleen patatten en vlees willen ze. In grote hoeveelheden. Boris (anderhalf), Tadeusz (vier) en Sven (38) eten met hun drietjes -zonder zwans – 2,5 kilo patatten op. Met een kilo wortelen erdoor gestompt. En worsten. Een berg worsten. In één luttele maaltijd wel te verstaan. Maar een sliertje ajuin? Oei. Daar moet eerst een kleine scène voor opgevoerd worden. Een paar keer met de kop tegen de tafel bonken. Achterwaarts van de stoel vallen. Gelukkig hebben ze het kokhalzen nog niet ontdekt. Maar dat is maar een kwestie van nog een paar dagen, vrees ik.

En ik weet niet hoe dat zit bij jullie met kinderen en rijst, ik heb een grondige hekel aan rijstkorrels op mijn grond. Ik krijg dat niet opgekeerd! Als ik daar met mijn handvleugeltje passeer dan rollen die korreltjes plakkerige sporen uit, ze kruipen overal tussen en in en onder en ze weigeren hardnekkig om mee te komen naar de vuilbak.

Geen bio meer, geen rijst meer. Vanaf nu alleen nog patatten en de maaltijden worden ineens in de douche geserveerd…

Boris houdt in ieder geval van het grove geschut. Hij heeft zijn lepels graag groot. En zijn buik trouwens ook:

Wat deed al dat speelgoed trouwens in zijn boot?!

Tadeusz maakte wel een ontroerend familieportret. De grote, dat ben ik. Ik kreeg wel maar één schoen. En lachen doe ik niet echt. Papa is een van de kleintjes.

Maar ik maak soms ook andere dingen mee louter huishoudelijke zaken met mijn kinderen. Speciale en leuke dingen…
Ik ging naar de Weekend Blog Awards. Ik was genomineerd, maar won niet. Ik was niet bij de eerste drie. Het was wel een avondje uit met mijn toplief. Da’s ook een beetje winnen…

(u ziet de silhouetten van Tiany Kiriloff en Ben Van Alboom. Ze reikten de prijzen uit.)

Ik ervaarde mijn eerste echte panporn!

(panporn = de ietwat vreemde benaming voor het blootkomen van de bodem van je schminkdoosje…)

En in Gent was er ‘den Tonny’. Schoon vind ik dat. Het trieste verhaal van een man en zijn duif. Merk wel op dat je moet bellen als je de poster ziet. Niet als je de duif ziet. Dus, bij deze…

En ik schreef. #goLisa kreeg een achtste hoofdstukje. Nog veel te weinig, maar goed. 8 is toch al 8.
En ik ging koffie drinken met de bevallige Sabine van WPG. Zij zet mijn letters in de juiste volgorde en spreekt mij moed in. Ik heb dat nodig. Ik schrijf namelijk een boek in het bijzijn van mijn kinderen. Daar zit in feite genoeg stof in voor een nieuw boek…

En nu stop ik want mijn ogen pikken. Ik kon meneer Zandman nog even ontwijken, maar nu heeft hij mij ook te pakken.

Gekortwiekt vliegen

mei 14, 2012

Eva, mijn ex-stiefzus (ja, dat is de meest accurate uitleg voor onze situatie) werkt bij een dienst voor Begeleid Zelfstandig Wonen (BZW). Jongeren die gekortwiekt aan het leven beginnen. Door omstandigheden, groter dan hun kleine persoontjes, moeten (of willen) ze voortijdig alleen gaan wonen. De jeugdrechter of het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg kan hen enige ondersteuning aanbieden. In de vorm van een Eva bijvoorbeeld. De Tangram is een organisatie die deze jongeren een zetje in de rug probeert te geven. Sommigen hebben een serieuze duw nodig. Anderen lopen al stevig op hun jonge pootjes.

Werken met jongeren in problematische opvoedingssituaties, dat vraagt een aparte aanpak.
Als kleine kinderen het moeilijk hebben, dan kijken we daar met medelijden naar. Want kinderen en onrecht dat gaat niet samen. Maar tot welke leeftijd hebben wij medeleven voor die kinderen? Wanneer verandert dit medelijden in een kritische blik? Een kind van vijf met moeilijk gedrag, dat komt door de ouders. Of de armoede. Of de samenleving, of de natuur. Maar een jongere van zestien dat moeilijk gedrag stelt, die wordt niet meer zo makkelijk verontschuldigd voor zijn kuren.

Bij die jonge alleenwoners is het zoeken naar de gaten in hun kennis. Soms weten jongeren perfect hoe een chili con carne klaar te maken, maar weten ze het verschil nog niet tussen witte was en gekleurde was. De begeleiders moeten hen soms tien keer uitleggen dat de fruitvliegen van het groenafval komen, dat je bij een afwezigheid op je werk even iemand moet verwittigen of dat je geen potten op het vuur moet laten staan als je niet thuis bent. Je hebt de neiging om ze als volwassenen te behandelen omdat ze er zo uitzien, maar op veel vlakken zijn het toch gewoon nog jonge mensen. En dat maakt het erg verwarrend. Voor de hulpverlener, maar toch vooral voor de jongere zelf, die vaak helemaal niet goed beseft wat er precies allemaal van hem verwacht wordt.

Ik mocht, voor de wachtzaal van De Tangram, foto’s maken van de jongeren. Ik heb niet veel ervaring met zo’n shoot op vraag en ik vond het helemaal niet gemakkelijk. Ik heb gelukkig wel jarenlang met dit soort jongeren gewerkt in de hulpverlening, dus daar was ik al niet meer zo zenuwachtig over. Maar goeie foto’s maken, dat was de uitdaging. Het werd geen wereldveranderende fotografie, maar uiteindelijk waren ze bij De Tangram wel content. En er waren jongeren die spijt hadden dat ze niet waren ingegaan op de vraag om te poseren. Missie geslaagd dus!

Wat je hieronder ziet, hangt niet in de wachtzaal van De Tangram. Daar is gekozen voor een heel andere serie en ook alleen zwart-witfoto’s…

Te rappe treinen

mei 8, 2012

Ik behoor zeker en vast tot de categorie mensen die te weinig tijd hebben. Ik hos maar van ‘jut naar jaar’ en ik ga veel te laat slapen. Voornemens van ‘om tien uur naar bed’, verwaaien in de wind. Als ik een beetje extra tijd heb, dan zit ik die soms fanatiek te verprutsen met een spelletje Rumble (de nieuwe zoethouder van het moment) of wordt ik aangetrokken door de meest vet bevattende producten uit de ijskast.
Ik functioneer beter met weinig tijd. Mij zie je regelmatig de deur uitrennen met een kop koffie nog in de hand en wapperend haar. En toch…

Tegenwoordig moet het allemaal maar raprap gaan. Zoveel te doen, zoveel leuke dingen te doen, zoveel verwachtingen in te lossen en dromen te realiseren. Als ik terugkijk naar de afgelopen week, dan tolt mijn hoofd.
En wanneer was ik het meest op mijn gemak? Toen ik in de trein zat. Rustig. te wachten tot ik op mijn bestemming was. En het was een boemeltrein. Hij had mij part nog veel langer onderweg mogen zijn. Hij had vertraging mogen hebben zelfs. Maar dat had ie niet. Af en toe een treinvertraging, dat mag er wel wat meer zijn. Dan moet een mens zich neerleggen bij de omstandigheden en de controle loslaten. Da’s in feite niet slecht. Met de juiste instelling is het pure tijdswinst. Want de tijd die je wacht is er niemand die aan je hoofd zaagt, geen taken te verrichten, geen deadlines te behalen. De tijd staat in feite gewoon even stil.

Ik neem natuurlijk maar weinig treinen…

Maar goed. Mijn treinrit van dit afgelopen weekend ging naar den hof van de koning. Met kinderen. Ik had me verwacht aan een moeilijke dag met twee hangerige kleuters en een brullende dreumes in de buggy. Maar het werd een hele leuke dag. Zo braaf dat die pagadders waren!
En de serres van de koning vond ik behoorlijk de moeite. Je voelt hoe de tijd met z’n vingers zit te prutsen aan het ijzerwerk van de serre. Overal bladdert verf af, zijn glaasjes kapot en vuil. Maar het verandert niet veel aan de schoonheid. Dat verval heeft ook veel schoonheid.

Ik wil niet weten hoeveel verwarming ze moeten betalen (zouden zij ook nog bij electrabel zijn?) met al dat enkel glas en al die kieren. De planten stonden er prachtig bij.


Al die pracht werd gretig met de ogen verorberd door de vele bezoekers, maar nu zijn de serres weer toe. Tot volgend jaar.
Nu lopen er vermoedelijk vooral tuinmannen en misschien een verdwaalde verre neef van de koninklijke familie rond. Zou de koning er wel eens komen? Of zou ook hij te weinig tijd hebben? Hij zou er kunnen gaan zitten aan een tafeltje, met een kop koffie en een laptopje. Ideaal lijkt me…

Aan de buitenkant lijkt het soms een panamarenkolitische constructie of een ufo.

Of een glazen, doch vervallen, vogelkooi:

Maar ook de binnenkant heeft leuke details die opvallen. Dit is volgens mij om een raampje open te zetten:

Maar ik zou niet weten welk…

De jongens hadden na de uitstap (we hadden er nog een mini-europa aan toegevoegd en een tijdje staren naar het atomium) nog altijd energie genoeg om de hele treincoupé te vullen met hun gegiechel…









Straatfeesten en zaterdagstress

mei 3, 2012

Er is iets met zaterdagen. Dat is voor mij de meest stressvolle dag van de week. Wat het is een ‘vrije dag’. De winkels zijn open, de kinderen zijn thuis, en er MOET genoten worden van die kostbare tijd! Maar wat gaan we eten? En wat gaan we doen?
Van zodra het middaguur naar de namiddag kantelt zonder dat er zinvolle activiteiten gebeurd zijn, of op z’n minst in het verschiet liggen, krijg ik een soort van stinkend zaterdagmiddaghumeur. En dat is vaak een pak viezer dan een doordeweeks ochtendhumeurtje. Op zaterdag heeft mijn superlief het meeste kans op de volle lading verwijten. Voor gebrekkig initiatief, voor een te passieve levenshouding, voor zijn tomeloze onverschilligheid! Dat daar allemaal niks van aan is, dat doet er dan voor mij niet toe. Ik heb een tsunami van colère en die rolt gewoon zijn kant op. Vooral omdat ik knettergek word als die kinderen een hele dag binnenzitten. Dan zijn dat twee hulkjes, twee weerwolfjes die mij met huid en haar verslinden. Ik ben daar bang van. Dus we moeten naar buiten. Dat remt de metamorfose…

Als er een eenvoudig weekendplannetje is – een bestemming, een route en een tijdstip, eender wat – dan ben ik volgens mij best te pruimen. Ik word niet vrolijk van de inhoud van de activiteit. Nee ik word vrolijk van het hebben van een plan…

Vorige week gingen we naar een straatfeestje in de buurt. Vrienden hadden ons uitgenodigd om na hun lentepoets even langs te komen. Ik was dus in mijn nopjes. Ik had een doel op zaterdag!
Maar ik had het toch niet helemaal tot op het einde doorgedacht. Met de oudste, Tadeusz, geen probleem. Die is ondertussen groot genoeg om zich aan enige afspraken te houden. Maar de jongste? Nee. Boris is een ongeleid projectiel. Die rent gewoon weg. Met een huppel en een gil. En hoe gevaarlijker, hoe meer topsnelheid hij uit zijn broekspijpjes tovert. Die kan het niet laten van achter het hoekje te lopen. Op een uur tijd waren we hem al vijf keer kwijt geweest, was hij drie keer de afgezette straat uitgerend, en had hij geen twee minuten stil gestaan. Ik had met niemand nauwelijks een zin kunnen wisselen. We stonden daar gewoon heel de tijd familiaal ‘Booooris’ te roepen. We hebben hem dan maar ingegespt in de buggy en zijn naar de winkel gegaan. Uit pure miserie. Hij is nog geen two, maar wel al behoorlijk terrible.

Toen we even later terug thuiskwamen was ik moe. Maar ook wel voldaan. Ik had een paar fotootjes, de kinderen hadden gerend en we waren naar de winkel geweest. Het was niet echt leuk geweest, maar ja, soms is de activiteit écht ondergeschikt aan het plan dat eraan vooraf gaat en het resultaat achteraf…

Hieronder ziet u Boris in de startblokken. Hij denkt na over de meest ouderenerverende route:

Prijs

april 28, 2012

“Ik vind jou niet leuk! Jij bent mijn vriend niet meer!”
Woorden die hier regelmatig door het huis geslingerd worden.
“Jij ben stom! Ik vind het geen leuke dag!”
Soms al drie minuten nadat de wekker afliep.
De redenen van al die verwijten zijn legio en ze zijn natuurlijk allemaal heel gerechtvaardigd. Omdat iemand het licht aanstak. Omdat de verkeerde jeansbroek uit de kast gehaald werd. Omdat er met een washandje in de richting van het ‘verkeerde’ gezicht gewezen werd.
Dat dit geen conversaties zijn die ik met mijn lief voer, dat had u hopelijk wel al door…

Ik kom er meestal nog goed vanaf. De meeste vervloekingen zijn aan het adres van de vader gericht.
“Want die is altijd boos op mij…”
“Maar nee, floeki. Ge hebt een hele leuke papa.”
“Nee, nee. Papa niet. Die is heel stom. Die krijgt geen kus… En ik wil nuuuuu water. Ik had dat toch al gezegd!”

Mateloze opoffering voor arrogant klein grut. We hebben ze gemaakt, dus we moeten ze grootbrengen, verantwoordelijk maken, respect bijbrengen en zichzelf laten zijn. Enzovoort.
Die van mij hebben volgens mij een promotiepakket decibels meegekregen, want ze brullen alsof het niet opkan. Het moet zoiets zijn als ‘bij iedere herlaadbeurt krijg je duizend decibels bij!’ Ik kan prijzen en rozetten winnen met de luidruchtigheid van mijn jongens.

Sventikov en ik zeggen dan ‘We mogen al blij zijn dat ze zo goed eten, want dat is ook niet overal zo. En ze eten nog vrij proper ook…”
Magere troost. Geen magere kindjes. Stevige luidruchtige jongens. Momenteel hoorde ik het nog niet, maar het zal niet lang meer duren voor Tadeusz voor een ‘andere mama’ vraagt. En wij maar boterhammetjes smeren, hun lievelingskostje gereedmaken, verhaaltjes voorlezen met liefdevolle stem. Met de glimlach gaan we de worsteling aan om ze in hun jas of hun slaapzak te krijgen.

Ik weet nog niet precies hoeveel we ze zullen factureren, maar ik denk dat ze tegen hun achttiende toch wel al een stevige rekening zullen hebben…

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 58 other followers