Voor altijd de laatste

‘Allebei enig kind?! Ah, egoïstjes dus…’
Het was een grapje dat zowel bij Sventikov als bij mij even bezinktijd nodig had. We lachten. Maar vooral omdat het de waarheid was.

We hadden nog geen kinderen. We stonden in Simferopol in Oekraïne, en ik had twee uur voordien met mijn wagen een soort van openbaar vervoerbus geramd. De chauffeur van de bus bleek toch de kwaadste niet toen hij die blonde griet zag staan bleiten aan haar autowrak. We werden uiteindelijk vrienden. Vova en wij.

Sven en ik gingen misschien wel kinderen kopen, maar toen was het allemaal nog ver van ons bed.
Los van alle verhalen die aan die Oekraïense historie nog vasthangen was Vova’s grapje over egoïsten een bepalende factor. Boris werd geboren in 2010, maar de beslissing viel dus al in 2005. In Simferopol.

We wilden van onze eerstgeborene, Tadeusz, een kind maken dat buiten zichzelf kon denken. Weten wat het is om te delen, om samen te zijn, om een unieke relatie te hebben met een broer of een zus. Er is niks mis met enige kinderen, vind ik, maar we wilden graag ons persoonlijke egoïsme doorbreken. Het zinnetje van Vova was blijven hangen. Bovendien leek het ons ook wel handig. Dat ze samen konden spelen, elkaar bezighouden.

Tegenwoordig ben ik vaak bezig met de impact voor Boris. Ik dacht vroeger altijd na over het effect op mijn eerstgeborene. Het is pas bij de komst van Boris dat ik me in zijn positie kon verplaatsen. Het kleinebroerzijn heeft een fundamentele impact op zijn karakter.
– Hij zegt dingen die zijn broer zegt, ook al begrijpt ie er de ballen van. Hoeveel verhalen ik hoor die zijn broer dertien seconden ervoor ook heeft verteld, dat wil je niet weten. En kwaad zijn als je dan niet goed luistert…
– Hij doet zich stoerder, sterker, en franker voor als zijn broer in de buurt is. Zijn eigenlijke zachtaardige karakter wordt helemaal verdrukt door de competitie met zijn grote broer. Zoveel flauwekul dat daar uitkomt. En kwaad zijn als je dan niet serieus luistert.
– Hij leert veel dingen sneller (tellen, letters, spelletjes), maar ook veel dingen veel trager (de afstandsbediening van de tv bijvoobeeld. Dat doet zijn broer altijd, de noodzaak om het zelf te kunnen valt weg.).
– Naar het schijnt hebben tweede kinderen niet de stress om van de eerste positie verstoten te worden en gaan ze daarom wat zorgelozer en creatiever om met de regels. Zo voelt het voor mij althans ook!
En ik moet nog vaak denken aan dat wedstrijdje op de trap, een half jaar geleden, waarbij Boris voorbij gestoken wordt door zijn grote broer. Hij begon te wenen, liet zijn schoudertjes hangen, en zei tegen zichzelf: ‘ik zal altijd de laatste zijn…’

Gelijk opvoeden is onmogelijk.
En toen ik Boris vroeg wat hij van zijn grote broer vond antwoordde hij: ‘Leuk. Hij speelt een spelletje met mij.’
Misschien denk ik er gewoon teveel over na. Hij heeft iemand die een spelletje speelt met hem. en is dat eigenlijk niet hetgeen we allemaal willen?

IMG_3142

Fris uit de coma – de ijsbeer

Ik zou hier dus een heel verhaal kunnen ophangen over mijn terugkeer. Excuses over de lange stilte, uitleggen waarom deze blog zolang in een kunstmatige coma heeft gelegen, wat bedenkingen over mijn virtuele relevantie enzovoort.
Maar daar heb ik vandaag geen zin in.
Ik mis het bloggen. Voila. Dat moet genoeg uitleg zijn.
En ik ben toegetreden tot een speciaal genootschap, waar ik mijn hart verloren ben. En waar mijn hart van vol is, daar loopt mijn blog van over. Zo was het, en zo wordt het hopelijk terug…

De ijsbeer:
Ken je dat, die mensen die tot aan hun knieën in de zee gaan? De schouders wat opgetrokken, de billen bijeengeknepen, die met hoge stemmetjes een in een langdradig proces te water gaan. Zo was ik ook.
Tot afgelopen zomer.
Ergens is iets geklikt. Aan de ecologische zwemvijver in het Boekenbergpark. Mijn stiefzus zei: ‘Je moet er gewoon ingaan.’
En opeens snapte ik het. Ik moest er gewoon ingaan. Niet bij nadenken. Ik ging erin en ben er blijven ingaan.
Boekenberg is een prachtige ecologische vijver, de grootste van Europa, omzoomd door bomen, met frisgroen helder water, waar libellen over helikopteren, waar de tijd even pauzeert. In de zomer gratis, in de winter alleen toegankelijk voor ijsberen…

IJsbeer worden was zeker niet evident voor mij, m eenmaal toegetreden blijkt het een wonderbaarlijke sensatie met duizend verrassingen. Ik ben nog maar een baby-ijsbeertje, alle ijsbeergeheimen worden druppelsgewijs aan mij geleerd, maar een paar dingen heb ik wel al geleerd en ondervonden:

1. IJsberen is een echte sport. Ik zwem misschien maar 150m, maar door het koude water werkt mijn lichaam drie keer zo hard. De kilo’s druipen van me af, gewoon door mezelf tien minuten onder te dompelen in koud water.

2. Het koude water zou de koudesensoren in ons lichaam activeren wat een losbarsting van adrenaline geeft. Het zou een natuurlijke pijnstiller zijn, de witte bloedcellen verhogen enz.

3. Er zijn veel oudere mensen die ijsberen. Nochtans is het echt geen oudemensenclub. In het water wordt iedereen weer jong. Het lijkt eerder een troep jonge meisjes. Zelfs negentigjarige vrouwen, die met rolator tot aan het water schuifelen, veranderen in sprankelende zeemeerminnen van zodra ze in het water zitten. En daarnaast zijn er ook steeds meer jonge mensen die het koele water induiken. En vaak doen de oudjes dat nog eleganter ook.

4. IJsberen kunnen niet per se beter tegen de kou. Als de douches niet warm worden, dan moet je die horen mopperen over het koud water :-)

5. De buitenwereld verklaart een ijsbeer meestal voor gek. Het lijkt erop dat je het pas kan begrijpen als je het doet. Eenmaal in de club worden er lustig weetjes uitgewisseld en wordt er over de buitenwereld gesproken met enig medelijden.

6. Het water van Boekenberg voelt voor mij aan als puur goud. Nooit eerder ben ik mij zo bewust geweest van de streling van het water.

7. Onderkoeling is er snel. Het is belangrijk om er tijdig uit te gaan. Ik heb al eens een hele dag met een koude linkervoet rondgelopen. En ook al eens met tintelende ellebogen. De al iets verder gevorderde ijsberen dragen duikerskousjes en -handschoenen. Het zijn de uiteindes die snel afkoelen.

8. IJsberen zijn niet dik. Integendeel. Je hoeft geen zeehondenvetlaag te hebben.

9. Jezelf afdrogen en aankleden vereist denkwerk op voorhand. Dat gaat best snel als je er eenmaal uitbent.

10. IJsbeer worden dat bouw je best op. Gewoon blijven doorzwemmen na de zomer. Eenmaal dat er teveel tijd tussenzit haken heel wat mensen af. Ik probeer drie keer per week te gaan. De afkoeling van het water is dan geleidelijk. Nu is het water 14,7°c. Ik herinner mij nog de schok van toen we onder de 20°c gingen. Wat een gil zal ik slaken als het onder de 10°c gaat.

Maar algemeen is het een echte aanrader. Mijn temperatuurhuishouding is gewoon veel beter. Ik verbrand beter, voel mij sterker, minder vatbaarder voor ziektes. En het geeft een echte rush. En zonder dat zwemmen zou ik die verbouwing/verhuis niet overleefd hebben, denk ik… Ik ga eigenlijk iedere week drie keer een half uurtje op vakantie.

Mijn blog komt uit de coma. Ik maak ‘m wakker met koud water…
10727401_573825939389680_1183869910_n

10735105_1562562297298999_132060236_n

Stofwolk

Stillekes hier he.
Dat komt door verbouwingen.
Ik zie heel wat bloggers regelmatig foto’s posten van verbouwingen. Uitgebroken keukens, omgespitte tuintjes, enz.
Dapper vind ik dat.
Want bij mij is de zekerheid en onzekerheid maar dun. Tussen staan en crashen. Tussen optimisme en een bijnazenuwinzinking. Dingen die mij actief kunnen raken, waar mijn beïnvloedbaarheid groot is, mijn meningen nog niet volgroeid, die houd ik meestal nog wat privé. Het is pas als mijn twijfels doorleefd zijn, en zich gezet hebben, dat ik het op mijn blog gooi.
Daarom zie je hier geen foto’s van stof, van tegels, en vloeren in de afgelopen weken.
Daarom is het hier gewoon een beetje stil.

Ik heb het ook te druk met het nieuwe jargon dat ik mij eigen moet maken. Lintelen. Lateien. Galvaniseren. Ondervloeren. Egaliseren. Vier carré. Allerlei waarden, getallen, afmetingen, diktes, dieptes. Dakgoten en afvoeren. Gaten in de vloer. Vreemde kabels. Onmogelijke douches. Stofwolken.

Een kennis van me zei: “Van verbouwen krijg je een ‘frons.'”
De laatste keer dat ik haar zag, lachte ik haar toe: “ik heb nog altijd geen frons, hé!”
Dat was juni.
Nu is ie er wel… De ‘verbouwfrons’.

foto 1

foto 2

foto 3

Mààr ik heb wel een nieuwe fascinatie. Iets wat mijn dagen verfrist.
Daar wil ik gauw iets over vertellen… Heel gauw…

#100dagenblij – the terugblick

Die honderd #happydays was op zich niet zo moeilijk, ware het niet dat ik bijna iedere dag de tel kwijt was en daardoor ruim over de honderd foto’s zit, maar met mijn telling nog altijd niet aan honderd ben geraakt.

100 dagen lang wilde ik iedere dag iets instagrammen waar ik blij van werd.
Bleek dat meestal net datgene te zijn waar ik minstens ook wel iedere dag eens boos op was; de kinderen… Kleine nageltjes aan mijn doodskist, kersen op mijn taart, mijn lach en mijn vloek. Hoe vaak ik ook mijn t-shirt zou kunnen opeten van frustratie, ze maken mijn leven toch veel specialer dan het ooit ervoor geweest is…

Tadeusz maakte zijn eigen voetbalboek voor het WK. Een schriftje vol. En hij was zo trots. Niet in het minst jaloers op andere jongens met officiële boeken. Hij lijkt al te beseffen dat ‘eigenheid’ en ‘originaliteit’ na te streven waarden zijn. *♥*
928303_275069189347819_1859544054_n

Van het weer werd ik de laatste weken ook wel behoorlijk blij.
10467771_927359093957518_1809535282_n

Bijna drie kwartier. In de gietende regen. We kregen er niet genoeg van. Zwaaien naar het verkeer vanop de brug maakt van mij even weer een klein kind. Het besef dat je invloed hebt op die schijnbaar doodse stroom van verkeer. De toeters en bellen die er op vrachtwagens staan! Je daardoor laten verrassen, telkens weer. Speciaal voor ons. Omdat wij wat staan te zwaaien. Heerlijk. Beter dan de Sinksenfoor.
10507859_351045598383499_1128095425_n-1

Wij voeden soms heel wat monden aan tafel. Al goed dat we kleine bordjes hebben voor al die pluchen vrienden…
10518035_699371160111493_1098435088_n

Hier Boris in de bib; luttele momenten voor hij met àl zijn energie ‘in het bos daar staat een huisje’ begon te brullen. Gênant soms. Een beetje maar…
10520258_299998263514064_1805440232_n

Van vandaag: een kogeldistel. Makes me happy! Geeft bijna echt licht…
10536882_698053020244183_388150596_n

‘s Ochtends wakker worden en dit bij op je bed vinden. En je vervolgens direct zorgen maken over de stiften in je bed. En of je die strepen er nog gaat uitkrijgen in de was…
10538002_265654580291249_874498488_n

En dat zijn dan alleen nog maar de kleine dingen waar ik blij van word. Ik heb dan ook nog een heleboel grote dingen om blij van te worden…

Als je de andere 93 (of wat meer) foto’s wil zien verwijs ik je door naar mijn instagramaccountje. Zoeken naar ysabje.

100happydays

Succes

Ik geloof dat ik in de supermarkt stond. Met een pak boter in mijn handen. Opeens was het daar. Het besef.
En het maakte me geeneens moedeloos of triest. Integendeel.

Ik zou een succesvol leven leiden, had de kuisvrouw van mijn bomma ooit beweerd. Ze had het in de dras gelezen van mijn Turkse koffie, die ik trouwens heel vies vond. In Turkije. Mijn zestienjarige ik geloofde dat. Ik wist dat het waar was. Succes en geluk. Want koffiedik is voor echt.
Er waren er meer. Niet alleen waarzeggende kuisvrouwen, maar ook gewone mensen. Passanten. Liefjes. Hier en daar een handlezer. Ik werd wel wat cynischer, minder naïef en relativerender. Maar ik hoorde het wel vaker: ‘succes, lang leven, die komt er wel.’
Ik kon een beetje schrijven. Ik had veel fantasie. Ik was niet dom. Ik had doorzettingsvermogen. Enzovoort.

Eigenlijk loop ik al heel mijn leven die voorspelling achterna. Dat succes dat komt, de vraag is alleen wanneer…
Af en toe raakt dat ‘succes’ me vluchtig aan. Een spettertje licht op mijn arm. Een jeugdboek gepubliceerd. Een compliment van een bloglezer, een steengoed idee voor een roman die een bestseller moet worden.
Maar helemaal in de zon kom ik nooit. Ik heb best al hard gewerkt voor dat succes, maar de resultaten bleven altijd uit.

De twee jeugdboeken die ik schreef staan daar nu in de kast. Twee van de vele andere duizenden.
Mijn blog verliest iedere dag evenveel lezers als er bij komen.
Mijn steengoed idee ligt daar te verstikken onder bergen van twijfel.
Tijdschriften waar ik één keer iets voor deed en later weer helemaal niks.
‘t Is niet dat ik mijn kansen mis. Ik gebruik ze alleen niet.

Ik dacht van mezelf altijd dat ik dat kon loslaten. Maar om eerlijk te zijn begon het me de laatste jaren wel wat te frustreren. Zeker in deze wereld waar succes van anderen zo duidelijk lijkt. En de tijd die maar doortikt. Het was alsof mijn succes steeds uitgesteld werd. En ik begon stilaan te vrezen voor een afstel. Al goed dat ik niet jaloers ben van aard. Ik kan echt blij zijn voor andermans succes. Ik ben niet bitter of giftig. Maar er was wel wat stress. Waar blijft dat warme felle schijnsel van het succes toch?

En toen stond ik dus in de supermarkt.
Opeens besefte ik: Het zou er gewoon niet komen.
Ik voelde me zo bevrijd! Ik kon stoppen met die vage schim van succes na te jagen. Als ik nu eens beslis om mijn voeten te vegen aan al die voorspellingen, die verwachtingen, die zelfopgelegde verplichting om het ‘te maken’, dan hoef ik me tenminste niet meer te frustreren als ik iets maak/schrijf/fotografeer/teken dat maar rommel is. Ik ben niet hip, ik creëer geen trends, ik vind niks uit, ik kan niks buitengewoons. En dat is helemaal oké!

Misschien is mijn beeld van succes gewoon helemaal mis.
Ik geef anderen vaak een voorzet. Ik kan inspireren, doorgeven, meewerken.
Ik maakte al twee kinderen. Gezonde kinderen. Gelukkige kinderen.
De meeste dingen die ik doe, doe ik graag. Ik amuseer mij met fotograferen, schrijven, werken, spelen. Dat zoiets kan is in feite al een succes op zich.

Sinds dat pak boter in de supermarkt is er niet zoveel veranderd. Ik maak nog altijd foto’s die soms leuk zijn maar zeker niet meer dan dat. Ik schrijf nog altijd wat prulletjes, die nooit wereldliteratuur zullen worden. Maar het frustreert me niet meer. Ik zie nu weer beter wat ik probeer te zeggen en wat er eigenlijk echt op de foto staat…

IMG_1065-2

IMG_1627

IMG_1790

IMG_2268

IMG_2390

IMG_2668

IMG_2535

IMG_2571

Foto’s zijn een greep uit de afgelopen weken. Zo weinig tijd gehad om ze te bewerken/bekijken. Maar het blijkt wel dat ik ze graag zie, die jongens. Zelfs al vervloek ik ze meermaals per dag ;-)

Krokodillentranen

‘Het zal zweten zijn, ja. Weinig slapen, vuile luiers, veel frustratie.’
Ik maakte mij – toen nog kinderloos – wel voorstellingen van hoe het zou zijn. Ik probeerde de toekomstige liefde voor een nog onbestaand wezen al een beetje te voelen. Wat natuurlijk niet ging. Ik probeerde mij de discussies aan tafel in te beelden. De slapeloze nachten. Het ging een heel klein beetje, maar eigenlijk ook niet.
Ook toen het eerste kind zich nog aan de binnenkant van mijn buik bevond was het allemaal zo abstract, zo onduidelijk en spannend.
En toen was het daar. Samen met mijn eerstgeboren zoon opende zich een nieuw palet aan gevoelens, gedachten en angsten. Het kind maakte de wand van mijn hart zacht, en maakte me extern kwetsbaar. Dat was een vreemde ervaring. Ik kon opeens pijn en vreugde voelen via een ander lichaam. Dat van mijn kind.
Wat een sensatie, zo’n boreling. Ik wilde er gelijk nog eentje, zo speciaal vond ik dat.
We maakten er nog eentje. Zonder al teveel na te denken. En toen had ik er twee. Dubbel kwetsbaar zeg maar.

Mijn jongens gaan van school veranderen. Tadeusz gaat nu naar het eerste leerjaar en dat vraagt een nieuwe school. Boris verhuist mee. Op de laatste schooldag kwam dat besef even knalhard binnen. Deze fase in hun leven sluit zich hier af. Dit komt nooit meer terug. Tadeusz had een speciale meester, eentje uit de duizend. Hij beseft dat niet, maar ik besef dat des te meer.
Op de laatste dag van dit schooljaar wist meester Gerd van de Krokodil nog half Vlaanderen te ontroeren met zijn rappende kleuters. Hopelijk straalde er toch iets van zijn coolness op Tadeusz af…

Het opgroeien van mijn kinderen is mooi, en afscheid nemen hoort er bij.
Maar de groeipijnen zitten niet alleen in hun benen. Ze zitten ook in mijn hart.

(Trouwens: Tadeusz is die met zijn groen angrybear t-shirt. In het begin en op het einde wat aan het suffen links in beeld…)