Ten strijde

‘t Was daar eigenlijk tof, vond ik, in Brussel in het Legermuseum, begot.
Onverwacht. En nog gratis bovendien!

Bah, het leger… Dat was mijn eerste gedacht. Maar het museum was mooi. Lief. Warm. En ze hebben daar de driewieler van Leopold I staan. En een hondenhok in de driekleur.

IMG_9954

IMG_9903

IMG_9991

IMG_0008

IMG_0012

Tuin zonder huis

Een tuin dat hebben wij dus niet.
Terwijl de meeste van onze vrienden een huis kopen met een tuin, hebben wij een appartement gehuurd. We vonden ons huis namelijk niet. En dus, na een zoektocht van een paar jaar, belandden we in een boeiend appartement zonder tuin. Met twee jongens. Die op een leeftijd zijn dat ze rondspringen als kangoeroes op springveren en ‘MAAMAAA’ brullen als ik vlak naast hen sta. Qua geluidsoverlast mogen we blij zijn dat er geen leefruimte onder ons ligt…
Onze keuze maakt dat we aangewezen zijn op de groene gebieden in en rond Antwerpen om onze springbonen uit te laten.

Park Spoor Noord (PSN) is niet zo mijn ding. Het lìjkt relax, maar met kleine kinderen is het voor mij vooral stress. Die kinders beginnen daar te rennen en in de drukte ben ik hen onmiddellijk kwijt. Tadeusz vind zijn weg wel al terug, maar Boris moet maar twintig meter rechtdoor lopen en die weet al niet meer waar hij is. Ik voer in PSN altijd maar halve gesprekken, met mijn oog altijd gericht op een rondrennend stukje T-shirt in de verte. In PSN heb ik al twee keer koortsachtig rondgelopen op zoek naar kinderen, overtuigd dat ze gestolen waren, paniek onderdrukkend en mensen aanklampend. En ik heb er ook al eens aan den toog gestaan om er eentje af te laten roepen.
Nee, voor mij dus niet, dat overigens verder prachtige park.

Wij moeten het hebben van grote open ruimtes en kleine wandelingen. Iets waar je in groep vooruit stapt en af en toe stopt in dun bevolkte gebieden. Of duidelijk omheinde plekken. Met maar één ingang. Hopelijk gaat dat binnenkort beter, als Boris zich wat kan oriënteren. En als hij snapt dat als er stoom uit moeders oren komt, dat hij dan misschien eens even moet luisteren.

De Kalmthoutse heide blijft toch echt een hit.
Een beetje tak, een beetje water, zand en bomen om in te klimmen. Niet voor iedere week, maar soms toch heerlijk. Daar hoor ik het gestamp van hun voeten niet. Daar kunnen ze hun klep eens openzetten zonder dat mijn oren eraf vallen. Het kan wel zijn dat er een paar broedvogels vierkante eiers gelegd hebben van het verschieten, maar goed.

We bouwden alleszins een huis, want zo’n tuin zonder huis, dat is het ook niet hé. Een huis dus. Voor de ‘helibeestjes’ (lieveheersbeestjes) en de ‘nonijntjes’ (konijnen). Een huis bouwen is goed. Constructief… De vorige keer hadden we dat ook gedaan. Toen had het een omheinde tuin. Deze keer dus niet…

IMG_9395

Mama moet het spoor volgen:
IMG_9405

Mama mag niet door! Moet cent betalen!
IMG_9406

Mama is stout. Ik ga niet meer stappen.
IMG_9412

Oerkreet voor het huis.
IMG_9430

IMG_9437

En, voor er mensen zijn die het vragen: de medailles die de kinderen dragen… Tadeusz kreeg er eentje omdat ie al een paar dagen geen ‘stoute mama’ meer had gezegd. Ik probeer ‘m dat af te leren aan de hand van beloningen. Het werkt alleszins beter dan straffen. Maar het is toch met wisselend succes. Boris moest er natuurlijk ook eentje hebben. Ook al blijft die van tijd toch gewoon ‘Toute mama’ roepen. *zucht*

Een Heide voor Hulkjes…

‘Boris, we gaan naar de kamtste heide, en daar mag jij spelen, maar je moet nuuu je sokken aandoen.’
Soms neemt Tadeusz de opvoedkundige taken van ons over.
‘We gaan eest naar de bombom plimplammetjes (boterhammetjes) eten. Dan spelen. En als je braaf bent krijg je daarna misschien een pannenkoekje!’
hij geeft Boris een ellenboogstoot en een scheve grijns.
Pompom!’ lacht Boris blij…

Ik was al opgelucht dat we een plan hadden voor de zondag, want de laatste dagen loopt het hier in huis weer niet op rolletjes. Veel huilbuien, veel in de hoekstaanderij, veel niet weten wat ze willen. Misschien heeft hun winter wel lang genoeg geduurd. Misschien moet Boris nog wat kiezen krijgen, of moet hij wennen aan de nieuwe inzichten van zijn huidige groeifase. Misschien voelen ze dat mama veel te weinig tijd heeft gehad voor hen de laatste tijd. Maar misschien hebben ze gewoon zin om het uit te hangen. Kan ook. Alle redenen zijn goed voor een potje strijd.

‘Ik wil een blauwe lepel!’
‘Ikke ook!’
‘Er is maar één blauwe, jongens. Misschien moet Boris vandaag de blauwe lepel nemen en Tadeusz morgen. Dan krijgt Tadeusz nu de gele.’
Even word ik dwaas aangestaard en dan…
‘Ikke wil ook gele pepel!’
‘Nee, ikke de gele!’

Een uitstapje naar mijn de Bobonne (mijn grootmoeder, die ze dus ook wel eens PomPom noemen) en een wandeling naar de Kalmthoutse Heide was het ideale scenario. De heide slokt de decibels van deze minidinosaurussen immers moeiteloos op. De heide kan dit drieste tweetal wel aan. Daar zijn genoeg stokken. Genoeg zand om in te rollen. Genoeg hompjes dor gras om over te struikelen.

Het gewicht van het ouderschap is gebonden aan plaats en ruimte.
Op de Kalmthoutse Heide vind ik mama zijn niet zo heel moeilijk.
Maar een zondagmiddag, 11u, thuis, met twee minihulkjes zonder oren die van aankomende verveling iets doen dat tussen vechten en met-stiften-kleuren hangt, dan vind ik het soms een tikje zenuwslopender…

IMG_0675

Vader en zoon genieten stijlvol van het uitzicht:
IMG_0680

De broers tonen hun tijgersprongen:
IMG_0713

Schone Heide… Vaak erg steppeachtig. Ik kan me er toch wel wat giraffen of olifanten bij voorstellen. Maar op deze foto is er een beetje te veel water voor giraffen, denk ik.
IMG_0716

Hier kan het dan wel weer, lijkt me…
IMG_0744

Zot doen hoort erbij zeker?
IMG_0733

Op de heide waant papa zich vaak onzichtbaar. (Denk maar aan de vorige keer dat we er waren…) Deze keer werd Sventikov wel opgemerkt. Zien jullie ‘m ook?
IMG_0758

Ja, de Z was niet helemaal juist, maar schrijven in het zand is nog iets anders dan op de tafel of de muur hé… ;-)
IMG_0819

Muizen met tanden

Kinderen zijn echte tijdverslinders. Ze weten een dag zoek te maken met rondkijken en grapjes. Als ik tijd heb kan ik daar in meegaan. Ik laat me meevoeren op hun golfjes. Maar als volwassene loop je hoe dan ook toch tegen de tijd op. Of tegen de grenzen van je geduld. En grapjes die meermaals leuk zijn, hebben voor kinderen een grotere draagwijdte dan voor grote mensen.
Ik zie Boris de wereld iedere dag veroveren, maar heb daar bitter weinig film van. Hij doet het met taal, met humor en met ge-finetuned irritant gedrag. Zo zit hij nu bijvoorbeeld naast mij en het is 22u40. Zo loopt hij weg als je hem roept en hij brult je vaak de oren van de kop.

Ik heb even nagedacht of ik dit filmpje online wilde zetten. Het is namelijk een echte inkijk. De rommel in mijn huis, de dozen die je ziet staan, gelieve dat alles te relativeren. Het zal er weldra beter uitzien.
Ik had ook veel tijd die ochtend. Sommige ochtenden slagen we erin om met vier op een uurtje uur allemaal geperst en gemangeld de deur uit te stappen. Dan ligt het tempo hoger en krijgen de kabouters in het huis zoveel ruimte niet om weg te hossen, nee te zeggen of figuranten aan het ochtendritueel toe te voegen.
Dit is eerder een klein portret van de zoon zoals die nu is. Want morgen is alles weer anders…

Kan je je voorstellen hoeveel keer in ‘tanden poetsen’ heb uitgesproken als je het hele filmpje gezien zou hebben? :-)

Er veranderde bijvoorbeeld vandaag al wat in ons interieur.

b94a31e27d1811e2ab6b22000aa8004d_7

Dieren

Zieke slappe zaagmannen in een krokusvakantie, dat is als extra shiften draaien na de werkuren. Er was altijd wel iemand van de heren wat warm en zeurderig.
Ik voel mij ondertussen een pannenkoek.
Maar de pannenkoekengesteldheid geeft geen mogelijkheid om mezelf flauwtjes in de zetel te draperen. Toen ik vanmiddag thuiskwam leken de zonen in topvorm en stond manlief te knorren.
We moesten naar buiten of het zou nog een hele zware dag worden.

In de jaren dat ik kinderen heb is het woord ‘kinderboerderij’ er eentje geworden dat een zekere radeloosheid uitstraalt. Als er dringend naar buiten gegaan moet worden (om de stoom uit de snelkookjongens te laten) en er zijn niet direct een paar topideeën, dan is ‘kinderboerderij’ altijd een soort van laatste redding. Zolang het niet iedere week is tenminste.

Mijn kinders zijn stadsmensen. Ze groeien op in een jungle van auto’s en huizen. In de betonnen bossen zijn dieren vaak niet meer dan prentjes in een boek. En in de curverboxen leven giraffen en leeuwen samen en zijn schildpadden soms groter dan olifanten. Af en toe een vleugje echte koeienstront doet hen dus zeker geen kwaad. De vorige keer – een maand of twee geleden – zag ik de schok in onze tweejarige Boris. Hij bleef nog uren nadien zeggen dat ‘deze koe niet leuk’ was. Hij wilde liever zijn kleine exemplaren. Die waren hanteerbaarder…

Vanmiddag was ik, na mijn vroege shift, behoorlijk radeloos en besloot ik om met de bende naar de kinderboerderij in Wilrijk te gaan. Mopperlief Sventikov bromde wat achter me aan, maar de kinderen hadden er zin in.
Er zijn altijd kinderen die schapen staan te knuffelen. Dat er niet vaker kinderen met afknabbelde jasjes zijn, dat begrijp ik niet. Dat knuffelen, dat zullen die van mij niet gauw doen… Maar het werd toch een succes vandaag. Boris reed zelfs een stukje paard. En Tadeusz dan ook maar. Boris deed of hij dapper was, en riep bij de ezels dat hij naar de sapen (schapen) wilde, en bij de schapen wilde hij naar het vakker (varken). Bij de nonijntjes! (konijnen) had hij veel praat. De nonijntjes zaten in kooitjes. Tadeusz streelde marmotten en dat was een primeur. We lieten een kalkoen gullegullegulle doen. Hilarisch. En Boris riep steeds: ‘tjug koe! Boe!’ (terug naar de koe!).

Toen we buitenliepen vroeg ik of ze het leuk gevonden hadden. ‘Jaaaah’ riepen ze allebei. Toen ik aan Boris vroeg wat hij het leukst gevonden had in de kinderboerderij, moest hij lang nadenken. En dan zij hij vastbesloten: ‘Zzijaf’ (Giraf)…

IMG_0007

IMG_0030

IMG_0034

IMG_0011

IMG_0055

IMG_0073

IMG_0100

Huis met hart

Dat er in ons huis nog veel dozen staan. Boeken in stapeltjes op de grond. Handdoeken in curverboxen. Volgestouwde hoekjes waar toekomstige kasten zullen komen te staan. Doelloze draden uit het plafond. Er is hier nog zoveel te doen dat het soms onoverzichtelijk is.
Maar het is wel wonen. Wonen met een grote W.
Ook al is het een appartement en is het gehuurd, het is onze thuis. En zo voelt het ook echt. Mijn hart klopt hier. Ik zie de herinneringen die hier gaan groeien in de hoofden van mijn kinders. Dan doen plinten en stopcontacten er minder toe.

IMG_9586
(Suzette, jij wilde meer foto’s zien van het huis. Ik beloof je dat ik – als het een tikje toonbaarder is – mij eens zal toeleggen op wat interieurfotografie. Ik kan dat eigenlijk niet, maar ik ga mijn best doen… )

En ondertussen zijn de kinderen hier ook echt terug op hun plooi.
Ze wonen hier ook graag.
Ze hebben veel grappige noten op hun zang.
Ze zingen liedjes.
Boris slaapt in een groot bed. Ze houden soms fanfare tot elf uur ‘s avonds. Op een schooldag.
Het lijkt alsof hij uit zijn bed MOET komen, gewoon omdat het kan.
Tadeusz maakt knutselkunstwerkjes.
Hij wil later graag een amfibie-auto (‘ambie-auto’) omdat hij daarmee naar Afrika kan rijden.
Boris leest graag boekjes. Waar hij soms stiekem bladzijdes uitscheurt.
En hij jogt naar de crèche. ‘Boojis loope!’ zegt hij dan.
En Tadeusz die blijft nachtelijke uitstapjes doen. Vorige week werd ik wakker in het holst van de nacht. Van hard geklik. Tàk, tàk tàk! Het was Tadeusz die zijn nagels zat te knippen naast mij op het kopkussen.
Soms ben ik blijkbaar stout. Dat zegt Tadeusz toch. Bij Boris wordt dat dan ‘toute mama!’
Maar aan knuffels kan hij niet weerstaan.

c60cce726d1811e28f8522000a1fb838_7
(Kunstwerkje door meneer Tadeusz.)

Het einde van de wereld

Mijn lief zei gisteren in bed, vlak voor het slapengaan, dat ik het had nagelaten om over een aantal zaken te bloggen. Dat ik kansen had laten liggen. Dat hij het wat eenzijdig begon te vinden.

Arrélap. Krijgt dat op uwen boterham vlak voor ge uw ogen sluit. Dat gaat dus niet hé.
‘Hoezo?’ wilde ik weten.
‘Wel ja. Geen foto’s van onze reis naar Spanje bijvoorbeeld.’
Daar lag ik dan. Had ik dat dan moeten doen? En ik had nauwelijks nog tijd gehad om die foto’s te bewerken! En…
Ik wist dat excuses niks zouden veranderen aan de zaak.

Toen ik vanavond de foto’s eens overliep, besefte ik dat ik er eigenlijk nog niks mee had gedaan. Al die herinneringen van die twee weken in oktober lagen daar nog, onaangeroerd. Miskend.
Door alles te bekijken en te bewerken kwam het allemaal weer terug.

Ik herinnerde mij plots weer het kleine huisje in de bergen.
Ik stootte er mijn hoofd tegen een balk.
Het lag vlakbij het einde van de wereld, zo afgelegen.
Ik bleek ook megawagenziek te worden in de bergen. Ook als ik zelf rijd.
IMG_6737

Er was ook Boris die zijn angst voor de honden ontdekte. En een klein beetje overwon.
IMG_5999

Hij leerde schaken.

IMG_6034

Mijn schoonvader die zijn naam achterstevoren in de lucht kan schrijven. Ik was onder de indruk.
IMG_6357

De kinderen die genoten van het broederschap, de hangmatten, de bomen, de natuur.
IMG_6692

IMG_6619

IMG_6524

Mooie gesprekken tussen grootvaders en kleinzonen.
IMG_6552

Er was dat prachtig, maar gesloten avonturenpark waar Boris een schrikwekkende val deed waarbij zijn tanden door zijn lip gingen. Met veel bloed. En stevige koortsdagen die erop volgden. De val was weliswaar niet van een of andere zotte death ride of zo, maar gewoon op de stenen bij het lopen.
IMG_6789

Het vers fruit dat we van de bomen konden plukken. Appels, maar er waren ook perziken. Bijna klotsend van het sap.
IMG_5888

Opeens waren daar terug de wandelingen vol schoonheid.
IMG_6174

IMG_6560

IMG_6887

De reis bracht mij ook de ontnuchterende realisatie dat het moederschap een soort intense geprojecteerde hoogtevrees meebrengt voor mij. Niks taaie tante meer. Ik flipte me dood toen ik mijn kinders over de rand zag kijken. Honderden meters diepte. Daar bleken mijn zenuwen precies niet zo goed tegen bestand. Ik werd wat licht in het hoofd van de cocktail van angst en schoonheid (en misschien nog een tikje wagenziekte…).
IMG_7275

De zon, het Spaanse licht, het gekabbel van vertrouwde stemmen en kinderen.

IMG_6074

IMG_6705

Het silhouet van Boris op zijn stoel aan het ontbijt. Gevangen in een zonnestraal.

IMG_6048

De mooie stadjes en dorpjes.

IMG_6282

IMG_6850

De lange ritten in de wagens. De tankstations.
IMG_5874

IMG_6995

Ik herinnerde me ook het andere huisje (de tweede week). Vochtig en onaangenaam, maar het had een zwembad en mooie kleuren. Tadeusz die welgeteld zes tellen na aankomst zijn kleren al uithad om erin te plonsen. Zowel in het zwembad als in de kleuren.
IMG_7002

IMG_7350

De zee.
Zo anders dan bij ons.
IMG_7395

IMG_7469

Opeens herinnerde ik mij weer de kerk. Na die kerk bestaat er geen andere meer. De binnenkant ontnam me de adem. Gaudi. Oh Gaudi.
IMG_7525

IMG_7629

IMG_7548

IMG_7590

En het heeft geen zin om me te verzetten tegen de warme schoonheid van Barcelona. Het lijkt cliché, maar het is een stad naar mijn hart.
IMG_7660

Het was een reis om niet snel te vergeten. Maar door de verhuis, de ratrace van het leven, de vreemde timing in oktober, was het toch even weggeglipt. Zot.
Ik vind dat mijn lief lief Sventikov in bepaalde zaken wat aan de trage kant is. Maar als hij me niet helpt om soms wat te vertragen, zou ik zoveel armer zijn.
Dankuwel, mijn lief; ik kus u.

Ninja springbonen

Toen ik ooit, ongeveer dertien jaar geleden, mijn leven een belangrijke wending gaf, had ik een ‘betere toekomst’ voor ogen. Ik droomde toen van een ‘gewoon leven’. Ik wenste mezelf een liefhebbende goeie vent toe, een eenvoudig gezellig huisje en een paar kindjes.

Ik zag het helemaal voor me: hoe ik op een koude winteravond in de gezellige warmte van mijn huis aan de tafel zou zitten, met links van mij een rustig puzzelend kindje en rechts van mij eentje dat schattige kopvoeters tekent. We zouden met z’n allen zachtjes kinderliedjes neuriën. En dan zou ik minzaam in mijn handen klappen: ‘Komaan kindjes, het is tijd om naar bed te gaan!’ Zij zouden vervolgens snel hun tandjes gaan poetsen (na het opruimen natuurlijk) en dan zou ik nog een klein verhaaltje lezen over pakweg een verloren gelopen miertje.

De man en de kinderen zijn er gekomen. Maar het beeld klopt precies niet helemaal.
Ik schets het even voor u. Toen ik deze avond vertrok naar een vergadering bijvoorbeeld:

Boris ligt brullend op de grond in mijn been te klauwen. Waarom is totaal niet duidelijk. Onder de tafel ligt een halve avondmaaltijd – erwtjes, zalm, onduidelijke smurrie… Boris rolt zichzelf er nog een beetje doorheen. Tadeusz loopt ondertussen als een vliegende gek rondjes in de keuken, hij is opperhoofd ninja of zo. Wat aan de luidruchtige kant, dat wel, maar hij geeft zich helemaal…
Mijn vergadering zal binnen een kwartier beginnen, dus ik moet vertrekken. Ik vat daarom mijn kruistocht (zoiets is het wel met 16kg Boris aan je been, en voorbijzoevende ninja’s) naar de kapstok aan.
Halverwege deze tocht gooit de ninja zich dramatisch bovenop mijn voeten, loeiend dat hij mee gaat. En dat hij zijn schoenen niet vindt! Dat ik mee moet zoeken! En wel nu!
Mijn poging om met redelijke argumenten de vierjarige ninjadictator uit te leggen dat vergaderingen niet leuk zijn voor kindjes draait op niks uit. Despoot generaal ninja Tadeusz barst nu ook in luid gesnik uit. Een decibelmeter zou ervan uitslaan.
Ik kan mijn jas bemachtigen. Een snelle blik op de klok vertelt me dat ik wel wat te laat zal komen. Boris heeft mijn been gelost, en vind een doosje steentjes. Hij gooit dat tegen de grond. De steentjes vliegen in het rond. Ik trap in een steentje. Boris begint een klaagzang voor rozijnen. Ondertussen is de generaal zijn verdriet aan het verdrinken in een bui van boosheid. ‘Stoute mama! Ik mag nooit mee!’ Hij trapt tegen mijn been.
Ik preek tegen de ene dat hij niet mag trappen of slaan, terwijl de andere plots aan mijn haar trekt. Ik preek tegen die andere dat hij niet aan de haren mag trekken. De eerste komt ertussen staan omdat hij de haartrekker tegen de boosaardige mama moet verdedigen. Hij duwt me. Ik zeg iets over moe en gaan slapen. Boris doet pipi in zijn broek.

Mijn hersens komen stilaan op kooktemperatuur. Mijn oren vallen eraf. Mijn hart klopt in mijn neus. Mijn zenuwen dansen de chachacha.
Ik heb precies een tikje stress.

Het duurt gelukkig meestal maar een uurtje of twee voor ik weer normaal kan ademen.

Ik zie ze doodgraag die jongens, maar het zou leuk zijn moesten ze ook af en toe eens eventjes stoppen met wriemelen/rennen/bewegen/worstelen.
Je zou bijna denken dat ik ze nooit buiten laat spelen, of dat ze geen speelgoed krijgen om zich mee uit te leven, maar nee. Helaas. Alle pogingen om ze uit te putten leiden naar nog meer miserie. Want dan zijn ze nog moe ook. En moe zijn ze soms nog actiever, lastiger en vaak luidruchtiger.
Ik kreeg onlangs nog een geweldig cadeautje, dat hen soms wel even bezighoudt en waar ik een dezer een reviewtje over zal schrijven, maar het ontneemt de jongens hun springboontalenten niet.

Wat was er het eerst? De springbonen of mijn springende zenuwen? Ik denk de springbonen…
En ziet nu. Hoe onschuldig die eruit kan zien. Op een zonnige dag in ons nieuwe huis.
Maar het is wel een illustratieve foto: er onschuldig uitzien, en ondertussen wel op een stoel staan om er straks weer af te donderen. Stoelen? Dat dient hier niet om op te zitten hoor… En kinderen? Die dienen hier om foutieve verwachtingen over kinderen de wereld uit te helpen…
IMG_8291

Boris en de bijna geschrapte verjaardag

Ergens in de stofwolk van onze historische verhuis was Boris jarig. Het arme kind werd twee in de plooien van de chaos. Hij heeft geluk gehad dat zijn bomma eiste dat hij volwaardig twee mocht worden, want anders zou zijn verjaardag geruisloos gepasseerd zijn. De omstandigheden van oktober hadden ons eigenlijk laten besluiten dat het ‘niet de moment was om te verjaren’. We gingen het nadien wel vieren, hij wist toch niet welke datum het was.
Maar gelukkig stak de bomma daar dus een stokje tussen. Verjaren, dat kan alleen maar op uwe verjaardag… En zo dus geschiedde. Niet dat het nu met veel trompetgeschal en voorbereiding was, maar er was wel een taartje en er werd gezongen. We waren allemaal blij en Boris werd een beetje indiaan met strepen op zijn gezichtje.

Er werd die dag ternauwernood voorkomen dat het kind een trauma opliep en zich voor de rest van zijn leven vergeten of miskend moest voelen. En dat ik de rest van mijn leven met een schuldgevoel moest rondlopen. (Ik heb er trouwens al een. Ik miste het eerste schooltoneeloptreden van Tadeusz toen hij net drie was. Hij was daar helemaal alleen. Aargh.)

Een mens – ik dus – kan zich soms de vraag stellen hoeveel schade kinderen oplopen doordat ze in het kielzog van hun ouders hun jeugd moeten beleven. Het kan immers altijd beter. Maar langs de andere kant, als ik hen hoor schateren, de guitige blikken zie, de slimme grapjes hoor die ze bedenken, dan besef ik dat het er allemaal niet zo toe doet. Een mens wordt ook groot met niet-perfecte ouders. En kan ook gelukkig worden, ondanks een moeder met een hoek af.

Misschien moet ik mij eerder afvragen hoeveel schade ik lijd door mijn kinderen! Zonder ze verantwoordelijk te achten voor al die schade, moet ik wel zeggen dat mijn zenuwen het soms begeven, mijn haar er grijs van wordt, mijn oren vaak fluiten en de vijzen in mijn hoofd er serieus los van gaan staan.

Gelukkig is het een makkie om ze dolgraag te zien. Hoewel ook zij hun tekortkomingen hebben…

Landing

Eindelijk verhuisd.

En eindelijk is er een wankele internetverbinding. En gelukkig ook een tikje tijd in mijn door chaos overspoelde leven.
Dit was voorzeker de zwaarste maand in jaren. Bloggen zat er echt niet in. Alleen maar kartonnen dozen en stof en twijfels en veel te weinig geduld in apart verpakte zakjes.
Deze verhuis was er eentje om in de annalen opgenomen te worden met veel voetnoten en kanttekeningen. Door de maand die we moesten overbruggen tussen de twee woonsten heb ik me ontheemd en thuisloos gevoeld, verwonderd en blij, beschaamd en ontworteld, wanhopig, boos, soms sterk en moedig.
Als een modern nomadengezin zagen we mooie steden in Spanje, ontmoetten we mooie mensen rondom ons, en sleurden we onszelf een breuk aan heel wat materiële ballast. De kinderen gingen met ons mee. De ene dag wisten ze zich beter aan te passen dan de andere.

Op het einde werd het soms wat pijnlijk: iedere keer als we ergens stopten met de auto, in Spanje of in België, voor een boodschap of bij een of ander logeeradres, vroeg onze tweejarige Boris met piepend stemmetje ‘Thuis?’

Nu zijn we er eindelijk. Het kind is kweeniehoeblij met zijn kamer. En ik kan nu eindelijk zeggen: “Ja schatteke, we zijn thuis…”


Badkameruitzicht in het nieuwe huis.
Ik zal me binnenkort eens bezighouden met de opgebouwde achterstand van de foto’s. En hopelijk ben ik ook weer terug geland in de blogosfeer. Want ik heb het hier ook gemist, deze propere wereld van letters en beeld…