Fan van het internet

Zij die beweren dat het internet een gevaarlijke kille plek is vol valse contacten en ledigheid, die volg ik niet.
Vorige week kreeg ik een mail van iemand. Zij had op mijn blog gelezen dat wij geen tuin hebben. Ik kende deze vrouw niet.
Zij bood ons haar huis aan voor een lang weekend. Zomaar. Omdat zij en haar gezin toch niet thuis zouden zijn.

We vertrekken subiet dus naar Limburg. Naar een huis van een ander. Omdat ze vond dat haar tuin door deze tuinloze familie eens gebezigd kon worden. Omdat ze het gevoel had mij te kennen door mijn blog. Omdat ze blijkbaar vertrouwen heeft in mensen. En dat van mensen op het internet.

Het internet toont mij toch vooral lieve dingen. In mijn telefoonboek staan heel wat mensen die van vlees en bloed bleken en bovendien supertof. Er zullen er natuurlijk ook zijn die een hoop identiteiten stelen, bedriegers het geld van uw visa weghacken, leugenaars die praatjes verkopen. Maar die heb ik eigenlijk nog nooit ontmoet. Toch niet via het internet.
Het goede overkomt mij meer dan het slechte.
Ik ben fan van het internet…

En omdat ik geen bijpassende foto heb, krijgen jullie een fantasietje van Tadeusz…

‘Kijk mama, hier liggen de geweren en de wapens van de cowboy. Hij heeft ook al een paar indianen gevangen. Hij heeft die dan maar even in de boom gehangen. En nu ligt de cowboy te slapen’ (in een handschoen). En de brommer mag gewoon bij het paard…

IMG_9774

IMG_9780

IMG_9791

Papaprika

‘Zot! Gaat die maar terugleggen!’ snauwde ik tegen mijn lief aan de kassa.
De kassierster keek ons afwachtend aan, met een opgetrokken wenkbrauw alsof ze nog een echtelijk geschil verwachtte. Haar hand hooverde over de bron van ons kleine meningsverschil. De kleine rode paprika.

Verbouwereerd was ik over de prijs van de paprika toen ik de groenten uitkoos in de plaatselijke biosupermarkt. Meer dan tien euro de kilo, dat leek me een prijs weggelegd voor een of ander zeldzaam groentje dat ze met de hand moeten plukken in een land met een onuitspreekbare naam. Toch niet voor een eenvoudige paprika?! Een paprika mag dan wel een ‘luchtige’ groente zijn, een in feite grote doos voor wat kleine pitjes, toch leek ie me te zwaar voor mijn portemonnee.
Ik bedacht ter plaatse een nieuw – paprikaloos – recept, en koos voor wat minder ‘omhooggevallen’ groenten. Wat rapen en een pastinaak. Ik was tevreden. Ik had mij niet laten vangen aan de middenstandsbiovalkuil, en ik had een nieuw culinair hoogstandje in gedachten met een paar vergeten groentjes. Het kon alleen maar beter worden.

Maar mijn lief was er ook nog. En die had in zijn mannelijke doelgerichtheid enkel de noodzakelijke ingrediënten op het oog voor zijn stoofpotje. Als een echte jager had hij precies dat gevangen wat hij nodig had. Waaronder ook een paprika dus.
Aan de kassa zag ik dat pas…
Mijn felle reactie zorgde dat de hele rij gefocust was op dat kleine schriele paprikaatje. Ik liet mij nochtans niet afschrikken. Tien euro was duur en dat mocht gezegd. ‘Nee, die is veel te duur! Ga maar iets anders pakken. Leg deze terug!’
Mijn woorden creëerden een soort vacuüm, alsof de tijd even stilstond. Iedereen – kassierster, alle achterliggers, Sven, ikzelf – wist wat er dan zou gebeuren. Sven zou op hoge poten door de winkel gaan sjeezen, de voortgang der aankopen uitstellen, tergend lang zouden we daar wachten, zonder woorden en met veel te veel stilte, op Sven wiens verstand zou blokkeren op broccoli of witloof.
Sventikov schudde het hoofd en ik wist dat hij gelijk had. Het was te laat. Deze paprika zou gekocht worden…

De uiteindelijke prijs van deze paprika wilde ik niet kennen. Maar ik was vastbesloten dat hij zou opbrengen. Hij zou optimaal gereedgemaakt worden, hij zou doorsmaken en kleur brengen. Ik wilde eruit halen wat erin zat. Dat moest. Voor die prijs moest dat echt.
Dus schraapte ik al die kleine lastige pitjes eruit en duwde ik ze in de grond. In twee kleine potjes. Gewoon boenk alles bijeen.
Ik ging iedere dag kijken. Ik gaf ze iedere dag water. Als er eentje zou uitkomen dan was ik al blij.

Maar na een week kwamen ze allemaal uit! Ik denk wel vijftig paprikaplantjes. Ik schonk de helft al aan mijn moeder. Nog een paar gingen naar de buren. En de rest is hier nu verspreid over verschillende potjes. Ik las ergens dat zelfgeplante paprika’s vaak nog echt vrucht gaan dragen. Stel u voor zeg. Dan werd deze dure paprika – op zijn eigen manier – plots heel erg goedkoop…

4468f860b8f311e2ae9922000a1f9b71_7

Ik ben wel geen mme ZsaZsa; het is hier nog geen Transitië, maar ik ben toch behoorlijk content…

Stoute mama

‘Dan mag jij nooit meer naar mijn feestje komen!’
Dat is de nieuwe verwensing die hier regelmatig door het huis galmt. Het grofste dat ie momenteel bedenken kan.
Er wordt hier een ware machtsstrijd uitgevochten met onze vijfjarige.

Ik herinner mij de onmacht die ik voelde als kind. In de wereld van volwassenen werd ik voor voldongen feiten gesteld. Hun tirannieke karakters die mij meesleurden in een onbegrijpelijke logica. Ik was een gefrustreerd slachtoffer van hun – door ouderdom veroorzaakte – zwakzinnigheid. Kind zijn in een volwassen wereld was hard!
Ik herken het soms bij Tadeusz. De neiging om mij de schuld te geven van alles. En mij daar ook persoonlijk aansprakelijk voor te stellen. Alsof ik almachtig én kwaadaardig ben.

‘Ik wil écht niet meer stappen nu!’
‘Ja, we zijn er bijna. Als je nu stopt met stappen, dan kom je er helemaal niet.’
‘Ik tel tot tien en dan stop ik écht écht met stappen hoor!’
‘En hoe ga je er dan geraken?’
En dan volgde er soms scène. En soms ook een ‘stoute mama!’

Die ‘stoute mama’. Ik heb een tijd gedacht dat ‘negeren’ het vanzelf zou laten voorbijgaan. Maar het werd alleen erger. Een tijdje vriendelijk gevraagd. Noppes. Een tijdje gestraft. Het werd al gauw een ‘om ter boost-ding’. De laatste poging is een beloningssysteem. Een dag geen ‘stoute mama’ was een kleine beloning. En dan een paar dagen. Aangeduid met kraaltjes op het telraam. Na een week ‘iets gaan drinken in het caféetje op de hoek met mama’. Daar heeft ie een soort fixatie op.
En het werkt! Hij vind het zelfs leuk…

Tot ik gisteren mijn belofte niet hield. Ik had hem ‘s morgens nog gezegd dat het die avond zou gebeuren. Maar door omstandigheden vergat ik het.
Ik heb mijn best nogal moeten doen om dat recht te zetten.
Hij was vastbesloten om toch nog te gaan. ‘Dan ga ik wel alleen! En als ik op straat dan onder een auto loop dan is dat jouw schuld!’
Jas en schoenen al aan. Op de trap. Ik moest echt alles uit de kast halen. ‘Nee, hij zou gaan, er was niks tegen in te brengen…’
Uiteindelijk was de deal: hij zou twee (tijdelijke) tattoo’s krijgen en ik ook. En ik moest erbij schrijven ‘met Tadeusz naar het café’. Om het vandaag zeker niet te vergeten. Ik was stilletjes wel een beetje trots dat hij tijdens de hele discussie geen ‘stoute mama’ heeft gezegd. Terwijl ik het nu wel een beetje verdiende…

foto

Het was trouwens gezellig. Hij dronk een appelsiensap. We speelden een spelletje oxo (Hij werd wel kwaad toen ik acht punten ineens pakte) en we praatten een beetje. Volgende week krijgt ie een megalegobuzzlightyear. Als ie eraan denkt wordt ie al gefrustreerd omdat hij het nuuuu nog niet krijgt. Maar het truukje werkt. Kwaad zijn mag. Maar ‘stoute mama’ zeggen niet meer…

Nu hoor ik onze Boris (2,5 jaar) wel al een paar dagen om de haverklap ‘Tommeriken!’ roepen. (Stommeriken!)
*Zucht*
Dat belooft voor de puberteit…

Hier ziet u Tadeusz nog op een zaterdagochtend. Hij houdt zich hier heeeeel erg hard in om geen ‘stoute mama’ te roepen. Want ik vond dat snoep geen ontbijt was…

2f1ac7aeaf0211e29df022000a1fb07c_7-1

Tuin zonder huis

Een tuin dat hebben wij dus niet.
Terwijl de meeste van onze vrienden een huis kopen met een tuin, hebben wij een appartement gehuurd. We vonden ons huis namelijk niet. En dus, na een zoektocht van een paar jaar, belandden we in een boeiend appartement zonder tuin. Met twee jongens. Die op een leeftijd zijn dat ze rondspringen als kangoeroes op springveren en ‘MAAMAAA’ brullen als ik vlak naast hen sta. Qua geluidsoverlast mogen we blij zijn dat er geen leefruimte onder ons ligt…
Onze keuze maakt dat we aangewezen zijn op de groene gebieden in en rond Antwerpen om onze springbonen uit te laten.

Park Spoor Noord (PSN) is niet zo mijn ding. Het lìjkt relax, maar met kleine kinderen is het voor mij vooral stress. Die kinders beginnen daar te rennen en in de drukte ben ik hen onmiddellijk kwijt. Tadeusz vind zijn weg wel al terug, maar Boris moet maar twintig meter rechtdoor lopen en die weet al niet meer waar hij is. Ik voer in PSN altijd maar halve gesprekken, met mijn oog altijd gericht op een rondrennend stukje T-shirt in de verte. In PSN heb ik al twee keer koortsachtig rondgelopen op zoek naar kinderen, overtuigd dat ze gestolen waren, paniek onderdrukkend en mensen aanklampend. En ik heb er ook al eens aan den toog gestaan om er eentje af te laten roepen.
Nee, voor mij dus niet, dat overigens verder prachtige park.

Wij moeten het hebben van grote open ruimtes en kleine wandelingen. Iets waar je in groep vooruit stapt en af en toe stopt in dun bevolkte gebieden. Of duidelijk omheinde plekken. Met maar één ingang. Hopelijk gaat dat binnenkort beter, als Boris zich wat kan oriënteren. En als hij snapt dat als er stoom uit moeders oren komt, dat hij dan misschien eens even moet luisteren.

De Kalmthoutse heide blijft toch echt een hit.
Een beetje tak, een beetje water, zand en bomen om in te klimmen. Niet voor iedere week, maar soms toch heerlijk. Daar hoor ik het gestamp van hun voeten niet. Daar kunnen ze hun klep eens openzetten zonder dat mijn oren eraf vallen. Het kan wel zijn dat er een paar broedvogels vierkante eiers gelegd hebben van het verschieten, maar goed.

We bouwden alleszins een huis, want zo’n tuin zonder huis, dat is het ook niet hé. Een huis dus. Voor de ‘helibeestjes’ (lieveheersbeestjes) en de ‘nonijntjes’ (konijnen). Een huis bouwen is goed. Constructief… De vorige keer hadden we dat ook gedaan. Toen had het een omheinde tuin. Deze keer dus niet…

IMG_9395

Mama moet het spoor volgen:
IMG_9405

Mama mag niet door! Moet cent betalen!
IMG_9406

Mama is stout. Ik ga niet meer stappen.
IMG_9412

Oerkreet voor het huis.
IMG_9430

IMG_9437

En, voor er mensen zijn die het vragen: de medailles die de kinderen dragen… Tadeusz kreeg er eentje omdat ie al een paar dagen geen ‘stoute mama’ meer had gezegd. Ik probeer ‘m dat af te leren aan de hand van beloningen. Het werkt alleszins beter dan straffen. Maar het is toch met wisselend succes. Boris moest er natuurlijk ook eentje hebben. Ook al blijft die van tijd toch gewoon ‘Toute mama’ roepen. *zucht*

Wakker hart

Sinds ik moeder geworden ben is er veel veranderd. Niet alleen praktisch, of organisatorisch. Maar ook binnenkantisch. Ik ben een ander mens geworden. Voorzeker zijn de meeste ouders het met mij eens: zo’n kind, dat laat uw wereld daveren en zet alles wat je voordien wist helemaal op z’n kop.

Eén van de aspecten van het moederschap is de o zo evidente bezorgdheid. De ene heeft er meer last van dan de andere. Ik ben van de strekking dat kinderen leren uit hun fouten. Ik zal ze niet tegenhouden van op laddertjes te klimmen, op stoelen te staan, risico’s te nemen, te gaan skaten enzovoort. Ik zou mijn jongens toch niet kunnen tegenhouden. Het zijn wervelwinden. En bovendien helpt het niet. Tadeusz valt eerder op zijn gezichtje als hij gewoon naast me staat dan als hij op een been op de toren in de speeltuin staat. Maar de bezorgdheid is er altijd wel. Af en toe voel ik, ergens in een ver hoekje van mijn hart, de verpletterende leegte die er zou zijn als er hen iets zou overkomen. Ik zie soms alles wat er fout kan lopen met hen, en dan voel ik die leegte al. Die beangstigende leegte, die meedogenloze pijn. Ik moet dat soort gedachtes en worst-case-scenario’s vrijwel onmiddellijk lossen, want als ze me meetrekken dan zou ik mijn kinders in dwangbuisjes steken en mochten ze alleen nog eten met hele stompe lepels.

Tadeusz werd vorige week geopereerd. Kleine ingreep. Niks speciaals.
Ik was erop voorbereid dat ‘uw kind onder narcose’ geen leuke ervaring is. Goed gemutst begonnen we eraan, hij en ik. Hij om zes uur mee op, en zonder eten, want hij moest ‘nuchter’ zijn. Hij wist wat er ging gebeuren. Hij was er oké mee. Ik ook. Hij was boeddhistisch dapper. Ik was trots.

Tot hij daar in dat onnozel pyjamaatje zat, in dat grote bed. Opeens leek hij nog zo verschrikkelijk klein, zo kwetsbaar. Mijn grote jongen was opeens weg. Dit kleine kind, meegesleurd door grotemensentaal in iets dat hij onmogelijk echt kon begrijpen.

En dan naar die operatiekamer. ik mocht mee tot ie in slaap was, zeiden ze. Hij lag daar, met zijn smalle lijfje, op de operatietafel. Die drukte rondom hem. Een grapje van een verpleger klonk zo vreemd in die setting. Toen hij daar lag en me aankeek, kon ik niet lezen wat hij dacht. Hij had een masker voor zijn mond, waar hij in moest blazen. Hij hield mijn hand vast. Zijn ogen draaiden even. En opeens nam een verpleegster me bij de arm en leidde me weg.
Mijn hart lag daar nog bij hem, en ik liep in gruzelementen de kamer uit.
Mijn verstand was voorbereid op het hele gebeuren. Maar ik was blijkbaar mijn hart vergeten in te lichten.

De verpleegster zei nog: ‘Lastig hé, als het je eigen kind is’. En ze was weer weg. En ik zat daar op de bank. Te wenen. Niet uit angst. Niet uit zelfmedelijden. Maar gewoon uit moederschap. Met een wakker hart. Zonder narcose.

Smoelentrekkerij om 6u20.
IMG_8624

Vertrekken om 6u40
IMG_8628

Getagd worden om 7u20
IMG_8647

Zo’n ziekenhuis heeft zoveel lading. Dood, leven, gezond, ziek. Mooi, rustgevend en ook hard en lelijk. Heel dubbel. Interessant wel…
IMG_8643

Geprepareerd tv kijken om 8u00.
En nog zo klein zijn…
IMG_8650

Ondertussen werd mijn moederhart nog maar eens op de proef gesteld met nummer twee die op zijn voorste tanden gevallen is. Hij zal het vermoedelijk een paar jaartjes zonder voortanden moeten stellen. En wat denk je? Als de tanden eruit moeten, dan doen ze dat natuurlijk onder narcose…

Geloofskwesties

Tadeusz stelt vragen. Sinds een paar weken komt het thema ‘God’ ongewild al eens op onze gespreksonderwerpenlijst.
Hoe kan het ook anders? We wonen in de pastorij van een kerk. Die kerk is ons voornaamste uitzicht. De klokken luiden hier onmiskenbaar. Het is dan ook nog Pasen geweest. Het onderwerp komt gewoon langs alle kanten aandraven.

Ik hoorde mezelf vorige week nog zeggen dat de kerk naast ons huis eigenlijk een ‘huis van God’ is. Niet dat die daar in woont of zo. En dat ik in het midden wilde laten of die nu bestond of niet. Ik legde het dan maar uit aan de hand van playmobil. Dat er mensen zijn die geloven dat er een God is die alles bepaalt, net zoals hij dat doet met zijn playmobilventjes. Helemaal kloppen deed mijn verhaal natuurlijk niet. Maar goed. Het moment passeerde.

Toen we vandaag wat door de stad slenterden zag ik de deur van de Sint-Joriskerk aan het Mechelsplein openstaan. De laatste keer dat ik er was, was voor een verschrikkelijk droevige begrafenis. Ik had toen, naast alle tristesse toen, wel gezien dat het een speciale kerk is. Anders dan ik gewend ben. Verrassend door vele schilderingen op de muren. Het had me toen ontroerd.
IMG_8764

Y: Ah, deze kerk is open. Wat denk je? Zullen we eens binnengaan, Tadeusz?
Hij zag dat wel zitten. We spraken af dat we zouden fluisteren…

Binnen hoorden we brokkelige orgelmuziek. Iemand oefende enigszins stuntelend op het orgel. Mooi wel, zo in brokjes.

Tadeusz stak van wal: Ik denk dat dat God is die muziek maakt!
Y: Neenee. Kijk daar zit een mevrouw te oefenen op het orgel.
Enige teleurstelling was in zijn ogen leesbaar.
T: Maar woont God dan niet hier? Het is toch zijn huis?
Y: Nee, maar de mensen die in hem geloven hebben de kerk wel voor hem gebouwd. Om hem blij te maken. Mama gelooft niet echt dat hij bestaat, maar veel mensen denken van wel.
T: Is die dan niet echt?
Y: Ja, nee, dat hangt er vanaf hoe je het bekijkt. Maar het is in ieder geval geen mens zoals wij.
Stilte…
T: En hoe eet die dan?
Y: Ja, die moet dus niet eten hé.
Tadeusz fronste: heeft die dan geen honger?
Y: Nee. Hij heeft geen lijf. Maar hij is wel overal.
T: Overal? En kan die dan alles zien?
Y: Ja, dat zeggen ze. Dat God alles kan zien en alles weet…
T: Waarom staan al die stoeltjes hier?
Y: Voor de gelovigen.
T: Zijn er dan zòveel mensen die in God geloven?! (Enige hilariteit)

En natuurlijk was het nog niet gedaan. De zoon van God moest ook nog komen.
T: Wie is die meneer?
Y: Dat is Jezus, de zoon van God. Sommige mensen denken dat die wel echt bestaan heeft. Dat is wel een mens. Die eet wel. Dat moet wel ne straffe geweest zijn. Die maakte nooit ruzie. Als iemand zijn speelgoed afpakte, dan werd hij niet boos.
T: En waarom hangt die ‘zus van God’ daar?
Dat kreeg ik niet helemaal meer rechtgezet, want ‘s avonds sprak hij tegen papa ook nog over de zus van God…

IMG_8777

Enfin, hij was ervan overtuigd dat de man daar aan het kruis wel de échte was, want hij zag er echt uit. En hij had precies een steen op zijn voet gekregen. Ik probeerde uit te leggen dat ze hem aan het kruis genageld hadden en dat hij daar was doodgegaan. En dat ze hem dan in een grot gelegd hadden. En kijk, opeens waren we weer bij Pasen. Feest omdat ie terug levend geworden was en zo. En dan nadien nog naar de hemel opgestegen ook.
T: Kan die dan vliegen, mama?!’
Y: Euhm… Tja… Niet zoals superhelden… Hij is naar zijn vader in de hemel gegaan. Naar God… Alleeja, dat zeggen de mensen die erin geloven toch…

Tadeusz wilde nadien nog weten hoe het dan in de hemel zat. En of er maar één God was, of dat er veel waren.
Wespennesten zijn het. Eén in vele vormen? Met veel verschillende huizen? Veel verschillende goden? Of geen? Ik wilde wel eens weten wat Tadeusz dacht. Die besloot dat er ook maar eentje moest zijn, want anders werd het misschien toch een beetje te moeilijk…
IMG_8779

Zo’n week

Niet mijn meest geweldige week.
Zo’n week dat je jezelf per ongeluk in de spiegel ziet en je denkt ‘eikes…’
Zo’n week dat je jezelf dingen hoort zeggen waarvan je denkt: ‘Ohnee, waarom?’
Een dag met schijnbaar onoplosbare problemen. Een dag met te weinig uren en overboekingen.
Een dag met conflict. Over niks. En toch zo fundamenteel.
Een dag vol WTF’s.
Een megamisverstandendag.
Een nacht zonder slaap. En nog een.
Etmalen vol snot en ademnood. En koppijn.
Veel snoepen omdat je vindt dat je teveel snoept.
Zo’n week dat je onder een steen wil kruipen.
Zo’n week dus.

Zelfmedelijden is een killer. Ik haat zelfmedelijden. Het lost nooit iets op, het maakt blind voor al wat goed is, het vloert waardigheid.
Een vriend van me zegt dat iedereen drie dagen per jaar recht heeft op zelfmedelijden. En dan moet je eroverheen.
Ik heb die van mij opgebruikt nu. :-)

En daarom een paar instagrammetjes. Want het kan altijd nog erger. Er zijn figuren die na een glansrijke carrière serieus aan lager wal geraken:
0c5aeed6874511e2871d22000a1f92db_7

Sommigen moeten in redelijk krappe behuizing samenhokken met een heel grote familie:
kakkerlakken

Ik had het geluk alleen maar voorbijgestoken te worden door een. Voor hetzelfde geld had de draak mij gewoon verorberd:
draak

En zelfs in donkere dagen gebeuren er soms heel schoon dingen. Zo werd ik een soort tante van een wonderbaarlijke nieuwe wereldburger. Welkom Ramses:
ramses

Zo trok ik op een avond een kopietje van Tadeusz:
tadeuszdubbel

En had hij de dag nadien, zonder enige hulp van een volwassene, en zonder dat ik het wist, hetzelfde gedaan met zijn kleine broertje (ja, de foto kon beter). Da’s toch gewoon keischattig…:
foto

sterrenopvloer

Een dwaalrups in een Zilverlinde

Vierentwintig kleuters.
Een wandeling van een kilometer of zo.

Of ik de klas mee wilde begeleiden naar het atelier van Zilverlinde.
De mama van M. heeft , achter onze hoek, een hoogstcharmant winkeltje waar ze haar zilvermaaksels ontwerpt, produceert en verkoopt. Iets met zilver en iets met hout. Voor de kunstweek op school was het een kans om eens naar het atelier te hobbelen. Ikke dus mee.

Man man man. Zo’n bende kleuters dat is toch iets aparts. Handjes geven en in de rij. Kan niet misgaan, denk je. Maar tweedekleuterklassers zijn geen derdekleuterklassers, dat is duidelijk. Het was een soort dronken dwaalrups…
Van zodra die een hand geven volgen ze de hand. Als het de hand van een andere kleuter is, dan gaan die dus alle kanten op. Ik zag er eentje tegen een paal lopen, en eentje tegen een vuilbak. Twee dwaalden steeds af naar de straat. Er was er altijd wel eentje die ‘kijk kaka!’ riep, wat dan resulteerde in een opstopping en uit de hand gelopen hilariteit. Met zo’n klasje wordt een doodgewone stoep even avontuurlijk als een bergpad in Tibet.

Bij het atelier van Caroline stonden ze in het gangetje, met hun fluohesjes, te drummen. Ze wilden het allemaal gezien hebben. Ik hoorde hun hoofdjes kraken toen er verteld werd dat zilver – een metaal – gesmolten zou worden. Want ijzer in vuur wordt toch zwart? En of die zilverkleurige bolletjes om op te eten waren?
Terwijl Caroline haar best deed om het juweelmaakproces zo duidelijk mogelijk uit te leggen aan die bende vier- à vijfjarigen kreeg ze vragen als: ‘Waar staat jullie tv?’ en ‘Waarom staat dat stoeltje daar?’ ‘Is dat moeilijk?’
‘s Avonds vertelde een kindje tegen zijn ouders dat de mama van M. ‘blauw vuur in een doosje’ had gedaan. Het was pas toen ze de foto’s zagen dat ze doorhadden wat het kind had meegemaakt op school…

En Caroline, die maakt behalve prachtige juweeltjes en kleertjes ook nog eens een toffe blog!

IMG_0864

IMG_0868

IMG_0878

IMG_0888

IMG_0901

Nog eens op een rijtje:
http://www.zilver-linde.be

https://www.facebook.com/zilver.linde.9

http://cinnamon-cinnamonjewels.blogspot.be/

En het schoolgedoe is nog niet voorbij… Donderdag ga ik ook nog foto’s van de kindjes maken op school!

Poppenspel

‘Waar? Ik zie geen krokodil?!’ roept de poppenkastpop.
Terwijl kruipt er aan de buitenkant van de poppenkast een groen beest rond.
De zaal wordt uitzinnig. Er wordt gegild en geroepen, ‘DAAAAAAAAR!’
‘Waar?! Ik zie niks hoor!’
‘DAAAAAAAAAAAR!’

Het was laatavondpoppenkast op school. Alleeja, zeven uur is nu niet per se laat op de avond, maar voor die kinderen is het al nacht als het een beetje donker wordt.
Ik begeef mij met wankele voetjes in het ouderraad-gedoe en organiseer hier en daar al eens een kleinigheid mee. Ik stond daar vrijdag dus voor chipjes in kommetjes te doen en maakte een paar foto’s tijdens de poppenkast terwijl de andere ouders stonden te ‘socializen’…
Mijn introspectieve vaststelling?
Ik ben een watje. Maar echt een watje.
Ik ben al ontroerd als die kinderen beginnen roepen dat ze de krokodil zien. Ik ben ontroerd als ze applaudiseren op het einde. En ik ben ontroerd als ik de meester zie die hen massaal in beweging krijgt met een simpele ‘hooooooooofd….’
Die hoofden, schouders, knieën en tenen werken altijd. Maar toch vind ik dat schoon.
En de meester, die in zijn niet-school-tijd dj is, die doet eigenlijk overal hetzelfde: mensen entertainen, de massa opzwepen, en enthousiasme aanwakkeren. En dat ontroert mij ook.

IMG_0535

IMG_0569

Je ziet dat hij het gewend is he…
IMG_0555

Een Heide voor Hulkjes…

‘Boris, we gaan naar de kamtste heide, en daar mag jij spelen, maar je moet nuuu je sokken aandoen.’
Soms neemt Tadeusz de opvoedkundige taken van ons over.
‘We gaan eest naar de bombom plimplammetjes (boterhammetjes) eten. Dan spelen. En als je braaf bent krijg je daarna misschien een pannenkoekje!’
hij geeft Boris een ellenboogstoot en een scheve grijns.
Pompom!’ lacht Boris blij…

Ik was al opgelucht dat we een plan hadden voor de zondag, want de laatste dagen loopt het hier in huis weer niet op rolletjes. Veel huilbuien, veel in de hoekstaanderij, veel niet weten wat ze willen. Misschien heeft hun winter wel lang genoeg geduurd. Misschien moet Boris nog wat kiezen krijgen, of moet hij wennen aan de nieuwe inzichten van zijn huidige groeifase. Misschien voelen ze dat mama veel te weinig tijd heeft gehad voor hen de laatste tijd. Maar misschien hebben ze gewoon zin om het uit te hangen. Kan ook. Alle redenen zijn goed voor een potje strijd.

‘Ik wil een blauwe lepel!’
‘Ikke ook!’
‘Er is maar één blauwe, jongens. Misschien moet Boris vandaag de blauwe lepel nemen en Tadeusz morgen. Dan krijgt Tadeusz nu de gele.’
Even word ik dwaas aangestaard en dan…
‘Ikke wil ook gele pepel!’
‘Nee, ikke de gele!’

Een uitstapje naar mijn de Bobonne (mijn grootmoeder, die ze dus ook wel eens PomPom noemen) en een wandeling naar de Kalmthoutse Heide was het ideale scenario. De heide slokt de decibels van deze minidinosaurussen immers moeiteloos op. De heide kan dit drieste tweetal wel aan. Daar zijn genoeg stokken. Genoeg zand om in te rollen. Genoeg hompjes dor gras om over te struikelen.

Het gewicht van het ouderschap is gebonden aan plaats en ruimte.
Op de Kalmthoutse Heide vind ik mama zijn niet zo heel moeilijk.
Maar een zondagmiddag, 11u, thuis, met twee minihulkjes zonder oren die van aankomende verveling iets doen dat tussen vechten en met-stiften-kleuren hangt, dan vind ik het soms een tikje zenuwslopender…

IMG_0675

Vader en zoon genieten stijlvol van het uitzicht:
IMG_0680

De broers tonen hun tijgersprongen:
IMG_0713

Schone Heide… Vaak erg steppeachtig. Ik kan me er toch wel wat giraffen of olifanten bij voorstellen. Maar op deze foto is er een beetje te veel water voor giraffen, denk ik.
IMG_0716

Hier kan het dan wel weer, lijkt me…
IMG_0744

Zot doen hoort erbij zeker?
IMG_0733

Op de heide waant papa zich vaak onzichtbaar. (Denk maar aan de vorige keer dat we er waren…) Deze keer werd Sventikov wel opgemerkt. Zien jullie ‘m ook?
IMG_0758

Ja, de Z was niet helemaal juist, maar schrijven in het zand is nog iets anders dan op de tafel of de muur hé… ;-)
IMG_0819