Instameet

Hoe het precies komt weet ik niet, – ik vermoed dat mijn chaotische geest daar voor iets tussenzit – maar ik ben hier vergeten te melden dat er morgen, 7 juli 2012, een instameet georganiseerd is door een paar vrienden van me en ikzelf. Onder het mom van ‘beter laat dan nooit’ gooi ik het bij deze dan toch bloggewijs de wereld in…

Ik ben al, sinds ik een iPhone heb, helemaal weg van het instagramconcept. Verbondenheid met vreemden door middel van vierkante beeldjes. Hoewel het misschien ‘makkelijke fotootjes’ zijn, vind ik dat er ware instagramkunstenaars zijn die het instagrammen tot een kunst verheven hebben, terwijl anderen met dezelfde middelen er niks van bakken. Omdat instagram me al een paar goede vrienden opleverde, was ik geprikkeld en nieuwsgierig naar nog meer mensen achter de vele vierkantjes. Daarom besloten Donald, Tinka en ik een instapicknick te organiseren in het Antwerpse. We doen niks speciaal, we geven geen feestje, we hebben alleen een plek en een datum geprikt en we hopen zoveel mogelijk leuke instagrammers bijeen te krijgen om zo tot een uitwisseling te komen en de wereld dichterbij te brengen.

We maakten een facebookpagina, een facebookevent. Er kwamen flyers (de hoofdcreatie is van Tinka en ik vind ‘m super) en een website en een interview met Tinka op Noordlink, smosblog schreef.
Instagramt u ook? In de buurt van Park Spoor Noord morgen? Breng uw eigen hapje en drankje mee en wees welkom! U kan er de straffe verhalen horen van Donald, de mooie ogen van Tinka komen bewonderen, de zenuwachtigheid van mijn kroost komen vaststellen of gewoon een berg andere toffe instagrammers ontmoeten!

Ik herinner me nog dat ik niet zo lang geleden met Donald koffie zat te drinken en dat we dit bedachten. Ben eens benieuwd wat het morgen zal worden!

Hieronder nog een paar van mijn instagrammetjes van de laatste tijd…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Biodroom

Zij die in het Antwerpse wonen hebben mogelijks al eens iets horen waaien over de Biodroom. Ik ben zo iemand. Van dat horen waaien. Ik heb mezelf door die wind naar het linkeroever laten voeren vandaag. Vooral omdat het project op z’n minst een aantal intrigerende kernwoorden en omschrijvingen meeblaast: kunst en ecologie, tuin-in-zak, gemeenschapstuin, levend laboratorium. Klinkt allemaal goed, vond ik. En omdat zaterdag de dag is met het meeste kans op ergernissen, mislukkingen en frustratie (voor mij toch), leek het een goed plan om eens te gaan snuffelen, daar waar de Biodroom droomt. Als er iets is dat mijn humeur positief beïnvloedt, dan is het de natuur wel.

En het was er geweldig. Groen, levend, gezellig. Kindjes gelukkig (toch eventjes), inspirerende figuren en bouwsels, natuur in zakjes. En dat alles op een steenworp van de stad. Misschien zal ik ooit de innerlijke rust vinden om het leven in de vorm van zaadjes in de grond te steken, het water te geven, het te zien groeien en het uit de grond te trekken als het af is. Maar momenteel ben ik nog lang geen tuinier. Nu ben ik gewoon een bewonderaar. Een fris blaadje selder of een welig tierende savooikool kan mij al ontroeren. Ik heb niet zoveel nodig. Voor ik kinderen had was ik nochtans een harde tante. Daar schiet nu niet meer zoveel van over…

Ieder uitstapje brengt me naar een oefenterrein om mijn nieuwe camera te temmen. Want momenteel veegt ie nog de vloer aan met mij. Uit veel foto’s komen maar een paar aanvaardbare.

Tuin in zakjes:

Wat ik ook nog gedaan heb vandaag is de artistieke blauwe kin van zoonlief gefotografeerd. Hij liep vrijdagochtend tegen de muur…

Weggevertje

Door een acute hoofdpijnaanval van een tweetal weken geleden, miste ik een postbode met een pakketje. En dus stond er op de post een doosje op mij te wachten. Eenzaam in een hoekje. Iedere dag schoof het verder naar een punt van ‘terugzending’. De hoofdpijn duurde veel langer dan verwacht en het briefje van de postbode was ik kwijt. Toen ik eenmaal de scherven van mijn hoofd weer bijeen gezocht had en mij in de donkere hoeken van mijn getormenteerde geest vaag herinnerde dat er iets met een pakketje was, hobbelde ik naar de post. De postbeambte die mijn pakketje zonder afzender of nummer moest gaan zoeken keek behoorlijk wanhopig. Maar ik ook. Gelukkig leverde dat een geslaagde zoektocht op. Ik werd verenigd met het doosje… Dank u wel meneer postman…

Het bleek een setje van The Help.
Cd, dvd én boek!
Om weg te geven!
Tadaa! Hoeraa!

De dvd is wel door mezelf bekeken. Die zit dus niet meer in een plastiekje. Misschien is het wat van het goede teveel (boekfilmmuziek), maar ge kunt ze alledrie samen winnen of helemaal niks. En ge kunt kiezen: of ik stuur het op, of ge krijgt het bij een koffie.

Meestal is het boek veel beter en ik vermoed dat dat hier ook het geval is, want Hollywood kon met z’n stroperige vingers weer niet vanaf blijven. Alles moet wijken voor de platte emotie.
Zet zo’n films in een wiskundig schema en ze zien er allemaal hetzelfde uit. De opbouw, de muziek, de emotionele triggers, de climax en het procent aan grapjes zijn allemaal hetzelfde. Maar het is niet omdat Hollywood eraan heeft zitten prutsen, dan het een slecht verhaal is. Verhalen van mensen zijn goed. Verhalen van mensen zijn sterk. Vaak zijn ze veel sterker zonder de manipulatieve violen eronder.
Noot aan de toekomstige winnaar: lees misschien eerst het boek. Daar ga je trouwens veel langer plezier aan beleven! En dat zal de terechte aanrader zijn, daar ben ik redelijk zeker van…

Los van het verhaal denk ik dat het leven van een kleurling behoorlijk heftig is. Niet alleen toen. Volgens mij is het ook vandaag echt nog keihard. Ergens binnenkomen en iedereen neemt notie van je huidskleur. En je voelt dat. En je hoort de mensen denken, maar je kan je niet verdedigen. Dat moet vreemd zijn. En mensen die beweren dat het niet meer zo is, dat is onzin. Ik neem ook notie van mensen hun huidskleur. Ook in mij zitten vooroordelen en veroordelingen. En ik ben dan nogal links van kop en spreken.

Enfin. U mag dus in de reacties zeggen of u dit setje wilt. De winnaar zal geselecteerd worden op eerlijke wijze. Hoe weet ik nog niet precies, maar het zal gebeuren. Zaterdagavond sluit ik af.

Jeugdigheid

Stil hier. Dat komt omdat ik het heel erg druk heb met allerlei activiteiten op forums en in chatrooms waar ik met een duizendtal meisjes probeer te communiceren over een boek dat we samen gaan schrijven. Dat alles speelt zich af in de wondere goSupermodel-wereld. #goLisa is ondertussen een stevig project aan het worden. Het boek vordert ondertussen gestaag en ik betreed de wondere internetwereld van de hedendaagse adolescenten. Er vielen al heel wat zaken op:
- Zoals die chatten, dat hou ik niet bij. Zo rap dat dat gaat.
- Ze zijn keihard online. Ze schrijven vlakaf wat ze denken, en soms ook zonder nadenken. Ze noemden me al noob en nurtje en zo.
- Ze schrijven blijkbaar bijna allemaal boeken :-) . Veel toch. Eentje zei ook dat ze tien boeken per week leest. Wie zei er iets over de ontlezing van de jeugd?
- Een label ‘beroemdheid’ en een beetje aanzien maakt dat ik vandaag vijfhonderd mails kreeg. In sommige stond wel alleen maar ‘hoi’.
- Er zijn meisjes bij die echt wel iets kunnen! Toch een aantal leuke vlotte pennen gezien.
- Codetaal is codetaal. Ik vraag niet makkelijk waar bepaalde codes voor staan, maar ik zag er al intrigerende passeren. ‘Record’. Hh.
- Om bijna middernacht zijn er nog steeds meer dan 500 minderjarige meisjes online. Op een weekdag.
- Ik vind het eigenlijk keileuk om te doen…

En voor de rest is het een beetje aanmodderen. De propere was geraakt niet opgevouwen in de kleerkast. De warmte ontneemt mijn kroost de honger. Heel af en toe denk ik er eens aan dat mijn belastingsbrief nog ingevuld moet worden en dat er dienstencheques besteld moeten. Misschien gebeurt het wel vanzelf als ik er maar hard genoeg aan denk…

Gelukkig ben ik tijdens het weekend nog eens bij vrienden geweest buiten de stad en heb ik mateloos genoten van de vrijheid van een tuin. En foto’s gemaakt natuurlijk. Een beetje vrijheid en geluk in beeld…

Door het speciale zonlicht lijkt het wel of Stella de hond valt op stripfiguurderige wijze uit de lucht… :-)

Maar meestal is het zo:

Te rappe treinen

Ik behoor zeker en vast tot de categorie mensen die te weinig tijd hebben. Ik hos maar van ‘jut naar jaar’ en ik ga veel te laat slapen. Voornemens van ‘om tien uur naar bed’, verwaaien in de wind. Als ik een beetje extra tijd heb, dan zit ik die soms fanatiek te verprutsen met een spelletje Rumble (de nieuwe zoethouder van het moment) of wordt ik aangetrokken door de meest vet bevattende producten uit de ijskast.
Ik functioneer beter met weinig tijd. Mij zie je regelmatig de deur uitrennen met een kop koffie nog in de hand en wapperend haar. En toch…

Tegenwoordig moet het allemaal maar raprap gaan. Zoveel te doen, zoveel leuke dingen te doen, zoveel verwachtingen in te lossen en dromen te realiseren. Als ik terugkijk naar de afgelopen week, dan tolt mijn hoofd.
En wanneer was ik het meest op mijn gemak? Toen ik in de trein zat. Rustig. te wachten tot ik op mijn bestemming was. En het was een boemeltrein. Hij had mij part nog veel langer onderweg mogen zijn. Hij had vertraging mogen hebben zelfs. Maar dat had ie niet. Af en toe een treinvertraging, dat mag er wel wat meer zijn. Dan moet een mens zich neerleggen bij de omstandigheden en de controle loslaten. Da’s in feite niet slecht. Met de juiste instelling is het pure tijdswinst. Want de tijd die je wacht is er niemand die aan je hoofd zaagt, geen taken te verrichten, geen deadlines te behalen. De tijd staat in feite gewoon even stil.

Ik neem natuurlijk maar weinig treinen…

Maar goed. Mijn treinrit van dit afgelopen weekend ging naar den hof van de koning. Met kinderen. Ik had me verwacht aan een moeilijke dag met twee hangerige kleuters en een brullende dreumes in de buggy. Maar het werd een hele leuke dag. Zo braaf dat die pagadders waren!
En de serres van de koning vond ik behoorlijk de moeite. Je voelt hoe de tijd met z’n vingers zit te prutsen aan het ijzerwerk van de serre. Overal bladdert verf af, zijn glaasjes kapot en vuil. Maar het verandert niet veel aan de schoonheid. Dat verval heeft ook veel schoonheid.

Ik wil niet weten hoeveel verwarming ze moeten betalen (zouden zij ook nog bij electrabel zijn?) met al dat enkel glas en al die kieren. De planten stonden er prachtig bij.


Al die pracht werd gretig met de ogen verorberd door de vele bezoekers, maar nu zijn de serres weer toe. Tot volgend jaar.
Nu lopen er vermoedelijk vooral tuinmannen en misschien een verdwaalde verre neef van de koninklijke familie rond. Zou de koning er wel eens komen? Of zou ook hij te weinig tijd hebben? Hij zou er kunnen gaan zitten aan een tafeltje, met een kop koffie en een laptopje. Ideaal lijkt me…

Aan de buitenkant lijkt het soms een panamarenkolitische constructie of een ufo.

Of een glazen, doch vervallen, vogelkooi:

Maar ook de binnenkant heeft leuke details die opvallen. Dit is volgens mij om een raampje open te zetten:

Maar ik zou niet weten welk…

De jongens hadden na de uitstap (we hadden er nog een mini-europa aan toegevoegd en een tijdje staren naar het atomium) nog altijd energie genoeg om de hele treincoupé te vullen met hun gegiechel…









Straatfeesten en zaterdagstress

Er is iets met zaterdagen. Dat is voor mij de meest stressvolle dag van de week. Wat het is een ‘vrije dag’. De winkels zijn open, de kinderen zijn thuis, en er MOET genoten worden van die kostbare tijd! Maar wat gaan we eten? En wat gaan we doen?
Van zodra het middaguur naar de namiddag kantelt zonder dat er zinvolle activiteiten gebeurd zijn, of op z’n minst in het verschiet liggen, krijg ik een soort van stinkend zaterdagmiddaghumeur. En dat is vaak een pak viezer dan een doordeweeks ochtendhumeurtje. Op zaterdag heeft mijn superlief het meeste kans op de volle lading verwijten. Voor gebrekkig initiatief, voor een te passieve levenshouding, voor zijn tomeloze onverschilligheid! Dat daar allemaal niks van aan is, dat doet er dan voor mij niet toe. Ik heb een tsunami van colère en die rolt gewoon zijn kant op. Vooral omdat ik knettergek word als die kinderen een hele dag binnenzitten. Dan zijn dat twee hulkjes, twee weerwolfjes die mij met huid en haar verslinden. Ik ben daar bang van. Dus we moeten naar buiten. Dat remt de metamorfose…

Als er een eenvoudig weekendplannetje is – een bestemming, een route en een tijdstip, eender wat – dan ben ik volgens mij best te pruimen. Ik word niet vrolijk van de inhoud van de activiteit. Nee ik word vrolijk van het hebben van een plan…

Vorige week gingen we naar een straatfeestje in de buurt. Vrienden hadden ons uitgenodigd om na hun lentepoets even langs te komen. Ik was dus in mijn nopjes. Ik had een doel op zaterdag!
Maar ik had het toch niet helemaal tot op het einde doorgedacht. Met de oudste, Tadeusz, geen probleem. Die is ondertussen groot genoeg om zich aan enige afspraken te houden. Maar de jongste? Nee. Boris is een ongeleid projectiel. Die rent gewoon weg. Met een huppel en een gil. En hoe gevaarlijker, hoe meer topsnelheid hij uit zijn broekspijpjes tovert. Die kan het niet laten van achter het hoekje te lopen. Op een uur tijd waren we hem al vijf keer kwijt geweest, was hij drie keer de afgezette straat uitgerend, en had hij geen twee minuten stil gestaan. Ik had met niemand nauwelijks een zin kunnen wisselen. We stonden daar gewoon heel de tijd familiaal ‘Booooris’ te roepen. We hebben hem dan maar ingegespt in de buggy en zijn naar de winkel gegaan. Uit pure miserie. Hij is nog geen two, maar wel al behoorlijk terrible.

Toen we even later terug thuiskwamen was ik moe. Maar ook wel voldaan. Ik had een paar fotootjes, de kinderen hadden gerend en we waren naar de winkel geweest. Het was niet echt leuk geweest, maar ja, soms is de activiteit écht ondergeschikt aan het plan dat eraan vooraf gaat en het resultaat achteraf…

Hieronder ziet u Boris in de startblokken. Hij denkt na over de meest ouderenerverende route:

Kamerantwerpen

Sinds ik mijn iPhone heb maak ik toch opmerkelijk minder foto’s met mijn camera. Nu mijn lievelingslens (50mm 1.2) wéér stuk is (ja, ik weet het, ik ben een ramp) maak ik nòg minder foto’s. En foto’s zijn vaak de voeding voor mijn verhalen. Ik heb ze nodig om te bloggen…
De smartphonebeelden zijn soms leuk, maar in feite ze snel typisch en te makkelijk. Ik wil, bij deze, de afspraak met mezelf maken om weer wat meer echt te fotograferen. Ik geniet ervan om bepaalde stukje leven te bevriezen en mee te nemen naar huis. Ik sleur dat gewicht van de camera iedere dag mee, overal waar ik ga. Alleen al daarom zou ik mijn spiegelreflex meer moeten bovenhalen. Dan is al dat gewicht tenminste niet voor niets.
Ik woon in een fotogenieke, leuke stad. Beeldmateriaal genoeg. Deze stad verdient het dat ik de moeite neem om een degelijke foto te maken ipv dat gemakzuchtig geklik.

Ik geloof dat een mens een band maakt met een stad door er te wonen. Het wordt een entiteit, een wezen waar je in woont. Een vriend waarmee je verstrengelt geraakt. Eentje met goede kantjes en slechte kantjes. Hoe langer je elkaar kent hoe moeilijker het is om de slechte kantjes te verstoppen, en hoe groter de waardering voor elkaars kwaliteiten. Vriendschap. Antwerpen is mijn stad en mijn vriend. Niet omdat het een mooiere of specialere stad is dan een andere, maar gewoon omdat we elkaar gewoon al zolang kennen. Antwerpen herbergt de verhalen van mijn jeugd, draagt sporen van mijn aanwezigheid. Ik stapte en holde de stenen uit. Ik leunde tot muren scheef stonden. Ik verloor sleutels in rioolputjes, en mijn hart als puber in het Vinkenpark. Zelfs zonder mijn naam te noemen zal deze stad mij kennen. En als het regent is de glans van de kasseien voor mij.

Het Mas:

In Borgerhout:

Het Zeemanshuis:

Antwerptower, Keyserlei:

De Kaaien:

Mijn knapen op de knijnenwei:

En ziehier, hoe vriendelijk die Antwerpenaren zijn. Zonder die boodschap zou je per ongeluk nog kunnen aanbellen!

Uitzicht

Als ik ‘s morgens in bed wakker word, en het is mijn beurt om uit te slapen, dan heb ik het beste uitzicht op mijn leven. In het halfdonker, met de stemmetjes en het getrappel van mijn demolitionboys op de achtergrond, kan ik het best de waarde van de dingen overschouwen. De geluiden, aangevuld met de beelden van gisteren, de plannen voor de dag, de fysieke toestand, de hersenen die nog niet op volle toeren draaien. Meer voelen dan denken. Alsof ik dan de waarde van mijn leven in mijn handen kan wegen. Helaas is de duur van dat uitzicht meestal maar kort, want dan laat één van de twee demolitions wel iets kapot vallen waardoor mijn assistentie vereist is. Of hoor ik op de trap een schrille stem ‘Ik ga mama wakker maken!’ Dé garantie op een onderbroken rustmoment. Dan mag het lief nog zo protesteren; een vierjarige met een plan is niet zomaar tegen te houden.
Maar voor zolang het duurt is dit luttel ogenblik van contemplatief panorama wel eentje om van te genieten…

Om de energie van die stormachtige jeugd wat te kanaliseren werd ook het Mas bezocht en Technopolis. Je kan ze niet een hele dag in de kolenkelder steken hé…

De hoofdschotel in Technopolis:

#wijvenweek: de mening

Toen ik mijn huidig lief Sventikov ontmoette wist ik dat ik puur goud in handen had. Een deksel op mijne pot.

Ik wist dat ik tot dan toe een rusteloos leven had geleid. Door de overvloed aan keuzes – eigen aan deze tijd – heb ik vaak gemakkelijke keuzes gemaakt, vluchtig en niet gefundeerd. Ik paste mijn principes aan aan mijn gedrag ipv omgekeerd en fladderde zenuwachtig rond. Ik ben een paar keer serieus in de stront gefladderd.

De tijdsgeest maakte dat je kan kiezen voor een minimalistisch interieur, want als je wil, verander je bij Ikea van stijl voor weinig geld. Ik kon kiezen voor een kunstopleiding, want er is nog volwassenenonderwijs. Ik kon een relatie hebben met Frank, en als er ‘iets’ beters passeerde kon ik nog altijd overstappen naar Kurt… Rusteloos. Vrijblijvend. Oppervlakkig. Ongebonden en verloren in de illusie van vrijheid.

Toen ik mijn lief ontmoette had ik al genoeg inzicht om mijn rusteloosheid te zien, mijn hopeloze machtsstrijd met mannen, de zelf aangeprate verveling in relaties, de gemakzucht. En ik vreesde al voor de dag dat ik mezelf zou overtuigen van het idee dat er toch iets beters voor me klaar zou liggen, iets spannenders, iets nieuwers dan Sventikov.

Vroeger werd je geboren in een dorp. Je had daar den beenhouwer, de kapper, de visboer. Je groeide op in een kringetje met een handvol leeftijdsgenoten. Je koos voor dactylo of huishoudkunde. Je trouwde uiteindelijk met de zoon van de visboer. Gewoon omdat dat logisch was. Dan pas ging je samenwonen. Dan pas kon je zien of je eigenlijk bij elkaar paste. En daar bleef je dan bij. Je maakte wat kinders, nam de zaak van de visboer over en als er eens ambras was dan loste je dat op. Content of niet, zo ging het. Het is misschien wel heel simplistisch, maar veel keuze hadden mensen vroeger niet. Je ging niet uiteen, want dan sprak men schande. Je nam de meubels over van je overleden grootmoeder en was daar blij mee. Je maakte spaghetti zoals je dat geleerd had van je moeder. Je dacht niet na, je deed gewoon. Bepaalde keuzes hoefden niet gemaakt te worden omdat ze niet tot de mogelijkheden behoorden.

Ik besloot mezelf ‘uit te huwelijken’ aan Sventikov. Ik besloot dat de optie ‘uiteengaan’ niet zou bestaan. Ik zou, zoals zovele andere vrouwen op de wereld, mijn man aanvaarden, en ondanks problemen toch altijd een weg zoeken om het te laten werken. Ik ontnam mezelf ‘de keuze’. Waar ik vroeger bij het minste probleem mijn biezen pakte, daar had ik mezelf nu vastgeketend aan die ene beslissing waar niet op teruggekomen kon worden.

Je kan niet geloven wat een rust dat geeft. Ik kan staan briesen van woede, in alle andere mannen meer voordelen zien, met deuren gooien en hem vervloeken. Maar buitengooien kan ik niet. Want hij is mijn man. We zijn niet getrouwd en dat hoeft voor mij ook niet. Ik vink gewoon een paar opties af.

Mijn mening? Dat de samenleving de vrijblijvendheid promoot. En dat dat verarmt. Arme jeugd van tegenwoordig. In de overvloed aan keuzes nooit tot echte keuzes komen.
En Sventikov? Dat is mijn gouden deksel.

Hier links met zijn vader:

Hier verstopt achter het zoontje:

#wijvenweek: maskers af: dag 1

Maandag 12 maart. Het is #wijvenweek. Vrouwen die bloggen. Zonder maskers. Een hele week lang, iedere dag bloggen. Rauwe werkelijkheid. Verloren gewaande geheimen. Thema van vandaag: Beautyqueen in het diepst van mijn gedachten…
Wat zit achter de facade? Hoeveel kraaiepootjes lopen er rond op ons gezicht? In hoeveel richtingen staat ons haar als we ‘s ochtends het bed uitstrompelen…

Ijdel ben ik wel een beetje. Ongeschminkt zal ik hoogstens snel de vuilbak buitenzetten, echt ver zal ik niet lopen zonder oorbellen of mascara. Ik vind het belangrijk om goed over te komen. Als het even kan. Zowel fysiek als sociaal. Tussen het bed en de eerste koffie zit een heuse gedaanteverwisselingstruc. Zonder die truc zou mijn leven er desastreus anders uitzien. Ik sta er soms zelf van te kijken hoe straf sommige trucjes zijn. Het vraagt soms bloed, zweet en tranen, maar er zijn zelfs mensen die denken dat ik mij niet schmink. Hahahaha. Gefopt! Ze moesten eens weten. En dat is nu precies wat ik placht te doen met al dat ‘oplappen’. Ik wil dat je het niet ziet.
Ik? Ik kom ‘s ochtends zo uit bed hoor! Helemaal naturel! Kan je je voorstellen hoe goed ik er zal uitzien als ik me zou schminken!

Kinderen zijn geen voordeel als je ijdel bent. Ze kwijlen op je kleren, zetten de wallen onder je ogen nog wat aan met slapeloze nachten en verstoppen je lippenstift. Het zijn extra obstakels op de weg naar de perfectie. Verstoorders van het beautyqueenschap. En zij doen nét het tegengestelde van wat ik zou willen doen. Stel je voor dat opgroeien alleen een fysieke gebeurtenis was, en dat onze mentaliteit en ons gedrag niet zouden meegroeien. Het schminkzakje uit de badkamer zal niet echt volstaan om dat te compenseren. Zie je het ons al doen?

Een halve koek eten en de rest, na die eerst goed bekwijld te hebben, uitsmeren in de zetel.
Een plas zien en er een kwartiertje in gaan dabben.
In je broek kakken terwijl je een appelsapje drinkt.
Luid zingend rond de tafel rennen en tot je struikelt.
In een restaurant met het bestek op tafel meppen en brullen dat je NU FRIETJES WIL EN ALLEEN MAAR FRIETJES!
In bed liggen en eerst nog een uurtje dramatisch wenen, met bijhorende sterfscène.
Snottebellen met je tong uit je neus proberen likken.
Je t-shirt achterstevoren aandoen en daar erg trots op zijn.
In de tram met een soldaatje op het hoofd van uw buurman kloppen.
Geen bezwaar zien als er nog confituur in je wenkbrauw hangt.
Geen onderscheid maken tussen stenen en sigarettenpeuken bij het verzamelen.
Je handschoenen in een slijkplas onderdompelen om te zien wat dat geeft.
Dolgelukkig zijn met een banaan.
De deur van het café openzwaaien en luid roepen: ik moet kaka doen!
Met een stift vooral nààst het blad kleuren. En misschien ook nog een beetje op de muur. Of op een toetsenbord.
Eens uitgebreid proeven van het zand aan de voordeur. En de takjes daartussen.
Je mond afvegen met de mouw van je trui.
Bang zijn van de boze wolf.
Moord en brand schreeuwen als er kaas tussen je boterham zit terwijl je paté wilde. Ook al heb je die zelf gesmeerd.
Hetzelfde grapje een zestiental keer achtereen vertellen.
Als twee mensen praten er gewoon tussenkomen en vervolgens aanhoudend de naam uitspreken. Kwaad worden als die persoon niet onmiddellijk luistert.
Op de grond gaan liggen in de supermarkt als je favoriete youghurt er niet is.
Van de dorpel springen en roepen ‘ik ben supercool!’
Iets dat je niet zo lekker vindt gewoon uit je open mond laten vallen.
Lippenstift smeren tot aan de oren.

Als je me een van de dagen tegenkomt en blijkt dat mijn haar niet helemaal goed ligt, of er is een vlek op mijn broek, bedenk dan even hoeveel erger het had kunnen zijn en wees dus dankbaar…