Harige gedachtes

Niks zo vervelend als bloggers die bloggen dat ze te weinig tijd hebben om te bloggen.

Ik onderdruk daarom bij deze de neiging om te bloggen over mijn blogtijdfrustraties. U merkt er bijgevolg niks van. Helemaal niks.
U denkt: ‘Goh, blogt die nu weeral?’
En ‘Zeg, die is ook altijd zo goedgemutst, georganiseerd en opgeruimd.’
Kleine variaties in dat soort gedachten zijn toegelaten.

Ik wijs u ondertussen op een kleine pietluttigheid – bijvoorbeeld het haar van mijn kinders – wat de aandacht moet afleiden van lage blogfrequentie, kwalitatieve slabaksels en onsamenhangend gebazel. Het is natuurlijk wel belangrijk dat uw aandacht ook effectief succesvol wordt afgeleid naar de tenen, een grapje of het haar van mijn kinders.

Ik vind dat schoon. Dat haar. Niet dat mijn jongens zo’n uitzonderlijk mooi haar hebben, of zo. Nee, nee. Zo helder van geest ben ik nog wel. Het is heel doordeweeks haar. Gewoon, ietwat saai jongenshaar.
Maar voor mij is het mooi. Omdat het van mijn kinders is. Ik ben de moeder.
Een krulletje hier, een piekje te lang daar, lichte schakeringen. De manier waarop de haartjes over elkaar rollen. Hoe het omhoog wipt bij het lopen. Hoe het plakt tegen hun hoofd als ze zweten. Hoe het zich als zeewier gedraagt onder water in bad. Geen haar ter wereld is interessanter dan dat van hen.

2bf1523ab74211e2a0fd22000aa8039a_7

IMG_1209

IMG_1218

IMG_1283

En? Keek u naar het haar? Zag u het ook? De springerige sprietjes, de strepen van de zon? Dan is de afleiding is gelukt. U dacht even niet aan de weinige postjes hier, uw commentaar op mijn schrijfsels, de onderwijshervorming of de onbetaalde rekening. Door het haar van mijn kinders.
Zo gaat dat ook bij mij…
Ik vloek op traag internet, kinderen die weglopen als ze hun schoenen moeten aandoen. Mijn agenda staat te vol. Ik klaag dat er – very eerstewereldproblematiek – teveel jassen aan mijn kapstok hangen. Vervloekte stoplichten, omleidingen, collega’s, afspraken, deadlines, plannen.

En dan opeens is daar het licht in hun haar. Of het vuil onder hun nagels. Gesnurk als ze slapen. Kuiltjes in wangen. Een kusje op mijn hand. Een traantje van de wind.
Ik zeg dan dat ik van ze hou.
‘Jaja, mama. Dat heb je al eens gezegd.’
Maar ik zeg het eigenlijk niet tegen hen.

Stellapiep

Of ik even iets met een vogel wilde doen.
Dat kwam de buurvrouw vragen. Want zij is bang van vogels en er zat er eentje in de gang. Gekwetst. Door de kat.
Onderaan de trap zat ie, met bonkend hart, heel klein te wezen. Nog babywenkbrauwtjes. Een mereltje.

Een schoendoos als huisje op ons terras. Tijdelijk. Met een ovenrooster als dak. Wat geweekte kattenbrokken in een kommetje. De kwetsuren vielen op het eerste zicht wel mee. Maar nog te baby om te kunnen vliegen.
Tadeusz zat ernaast.
‘Hoe zullen we haar noemen?’
‘Auto!’
‘Nee zotteke. Dat is toch geen naam!’
‘Oké… Telefoon!’
Goed, het concept van namen kiezen is nog niet helemaal doorgedrongen tot Tadeusz, maar hij denkt wel mee. Dat verdient positieve bekrachtiging. Echter… ‘Telefoon’ dat is er toch een beetje over, vind ik. We strandden op een keuze tussen Stella of Piepje.

Even later zaten Boris en Tadeusz op het terras met Piep te praten. Boris zat op zijn gat gebiologeerd naar het diertje te staren. Tadeusz, als een volleerd dierentemmer zei:
‘Dag Vogeltje. Ik ben Tadeusz.’
‘Dag wogel!’ riep Boris terwijl hij zwaaide naar het diertje.
‘Ik ben Tadeusz,’ zei nummer 1 weer.
‘En dat is Boris. Binnen zijn Sven en Ysabel. Wij noemen die papa en mama, maar jij moet wel Sven en Ysabel zeggen.’
Boris knikte heftig om te bevestigen. Het vogeltje zat onbeweeglijk in een hoekje met een schuin kopje naar hen te kijken. Vermoedelijk doodsbang.
‘Ik weet dat jij wel naar Afrika kan vliegen, maar dat gaat nu nog niet, hé. Jij bent nu nog wat te klein. En het is te koud. Wij kunnen onze jas aandoen als we naar buiten gaan, maar jij moet dan in je bloot vel.’
‘Blote vel!’ zei Boris bloedserieus…

Even later hadden we een groter huisje gebouwd. Een platliggende grote curverbox met een afgedankt droogrekje voor. Omdat ik bang was dat ie anders zou gaan flapperen en platgetrapt zou worden door opgeschrikte kindjes. Onder andere. Ideaal is het niet, maar ja, wat moet je met zo’n vogel? Terug in de tuin van de buren? Dan is ie het nagerechtje voor de poes. Dat krijg ik niet over mijn hart. Dan moeten wij hem maar leren vliegen.

Ik legde de kinderen in bed. Ze sliepen net als Sventikov binnenkwam.
‘Ik kan het niet meer aanzien!’ fluisterde hij opgewonden. ‘Zowel de moeder als de vader zitten op ons terras en ze zitten wormen te brengen.’
Mijn gevoel van ‘redder’ veranderde instant naar een gevoel van ‘kidnapper’. Niet leuk.

Het hek ging weg. Ik kon het niet verdragen. Maar hun problemen zijn nog niet opgelost. Stellapiep wil weg. Papa spoort haar aan tot vliegen. Maar ze hebben eigenlijk geen veiligere plek dan ons terras. Stellapiep belandde al eens in een bloempot waar ze met moeite uitgefladderd geraakte. Vadervogel bracht al eens een worm. Moeder circuleerde wat. Kwetterend. Stellapiep hopte van hoek naar tafel.
Nu is het donker. En stil. Sventikov kon het familiedrama niet meer aanzien en ging slapen. En zij, zij zit daar ergens. In haar ‘bloot vel’. Hopelijk zit ze te slapen en zit ze niet te sterven, zo zonder jas.

Ik vind mijn eigen kroost opvoeden al niet simpel, maar zo betrokken partij worden bij een ander gezin. Pfft…

4290dd06c6e911e2a7f322000a1f9a55_7

IMG_1183

IMG_1187

Stoute mama

‘Dan mag jij nooit meer naar mijn feestje komen!’
Dat is de nieuwe verwensing die hier regelmatig door het huis galmt. Het grofste dat ie momenteel bedenken kan.
Er wordt hier een ware machtsstrijd uitgevochten met onze vijfjarige.

Ik herinner mij de onmacht die ik voelde als kind. In de wereld van volwassenen werd ik voor voldongen feiten gesteld. Hun tirannieke karakters die mij meesleurden in een onbegrijpelijke logica. Ik was een gefrustreerd slachtoffer van hun – door ouderdom veroorzaakte – zwakzinnigheid. Kind zijn in een volwassen wereld was hard!
Ik herken het soms bij Tadeusz. De neiging om mij de schuld te geven van alles. En mij daar ook persoonlijk aansprakelijk voor te stellen. Alsof ik almachtig én kwaadaardig ben.

‘Ik wil écht niet meer stappen nu!’
‘Ja, we zijn er bijna. Als je nu stopt met stappen, dan kom je er helemaal niet.’
‘Ik tel tot tien en dan stop ik écht écht met stappen hoor!’
‘En hoe ga je er dan geraken?’
En dan volgde er soms scène. En soms ook een ‘stoute mama!’

Die ‘stoute mama’. Ik heb een tijd gedacht dat ‘negeren’ het vanzelf zou laten voorbijgaan. Maar het werd alleen erger. Een tijdje vriendelijk gevraagd. Noppes. Een tijdje gestraft. Het werd al gauw een ‘om ter boost-ding’. De laatste poging is een beloningssysteem. Een dag geen ‘stoute mama’ was een kleine beloning. En dan een paar dagen. Aangeduid met kraaltjes op het telraam. Na een week ‘iets gaan drinken in het caféetje op de hoek met mama’. Daar heeft ie een soort fixatie op.
En het werkt! Hij vind het zelfs leuk…

Tot ik gisteren mijn belofte niet hield. Ik had hem ‘s morgens nog gezegd dat het die avond zou gebeuren. Maar door omstandigheden vergat ik het.
Ik heb mijn best nogal moeten doen om dat recht te zetten.
Hij was vastbesloten om toch nog te gaan. ‘Dan ga ik wel alleen! En als ik op straat dan onder een auto loop dan is dat jouw schuld!’
Jas en schoenen al aan. Op de trap. Ik moest echt alles uit de kast halen. ‘Nee, hij zou gaan, er was niks tegen in te brengen…’
Uiteindelijk was de deal: hij zou twee (tijdelijke) tattoo’s krijgen en ik ook. En ik moest erbij schrijven ‘met Tadeusz naar het café’. Om het vandaag zeker niet te vergeten. Ik was stilletjes wel een beetje trots dat hij tijdens de hele discussie geen ‘stoute mama’ heeft gezegd. Terwijl ik het nu wel een beetje verdiende…

foto

Het was trouwens gezellig. Hij dronk een appelsiensap. We speelden een spelletje oxo (Hij werd wel kwaad toen ik acht punten ineens pakte) en we praatten een beetje. Volgende week krijgt ie een megalegobuzzlightyear. Als ie eraan denkt wordt ie al gefrustreerd omdat hij het nuuuu nog niet krijgt. Maar het truukje werkt. Kwaad zijn mag. Maar ‘stoute mama’ zeggen niet meer…

Nu hoor ik onze Boris (2,5 jaar) wel al een paar dagen om de haverklap ‘Tommeriken!’ roepen. (Stommeriken!)
*Zucht*
Dat belooft voor de puberteit…

Hier ziet u Tadeusz nog op een zaterdagochtend. Hij houdt zich hier heeeeel erg hard in om geen ‘stoute mama’ te roepen. Want ik vond dat snoep geen ontbijt was…

2f1ac7aeaf0211e29df022000a1fb07c_7-1

Tuin zonder huis

Een tuin dat hebben wij dus niet.
Terwijl de meeste van onze vrienden een huis kopen met een tuin, hebben wij een appartement gehuurd. We vonden ons huis namelijk niet. En dus, na een zoektocht van een paar jaar, belandden we in een boeiend appartement zonder tuin. Met twee jongens. Die op een leeftijd zijn dat ze rondspringen als kangoeroes op springveren en ‘MAAMAAA’ brullen als ik vlak naast hen sta. Qua geluidsoverlast mogen we blij zijn dat er geen leefruimte onder ons ligt…
Onze keuze maakt dat we aangewezen zijn op de groene gebieden in en rond Antwerpen om onze springbonen uit te laten.

Park Spoor Noord (PSN) is niet zo mijn ding. Het lìjkt relax, maar met kleine kinderen is het voor mij vooral stress. Die kinders beginnen daar te rennen en in de drukte ben ik hen onmiddellijk kwijt. Tadeusz vind zijn weg wel al terug, maar Boris moet maar twintig meter rechtdoor lopen en die weet al niet meer waar hij is. Ik voer in PSN altijd maar halve gesprekken, met mijn oog altijd gericht op een rondrennend stukje T-shirt in de verte. In PSN heb ik al twee keer koortsachtig rondgelopen op zoek naar kinderen, overtuigd dat ze gestolen waren, paniek onderdrukkend en mensen aanklampend. En ik heb er ook al eens aan den toog gestaan om er eentje af te laten roepen.
Nee, voor mij dus niet, dat overigens verder prachtige park.

Wij moeten het hebben van grote open ruimtes en kleine wandelingen. Iets waar je in groep vooruit stapt en af en toe stopt in dun bevolkte gebieden. Of duidelijk omheinde plekken. Met maar één ingang. Hopelijk gaat dat binnenkort beter, als Boris zich wat kan oriënteren. En als hij snapt dat als er stoom uit moeders oren komt, dat hij dan misschien eens even moet luisteren.

De Kalmthoutse heide blijft toch echt een hit.
Een beetje tak, een beetje water, zand en bomen om in te klimmen. Niet voor iedere week, maar soms toch heerlijk. Daar hoor ik het gestamp van hun voeten niet. Daar kunnen ze hun klep eens openzetten zonder dat mijn oren eraf vallen. Het kan wel zijn dat er een paar broedvogels vierkante eiers gelegd hebben van het verschieten, maar goed.

We bouwden alleszins een huis, want zo’n tuin zonder huis, dat is het ook niet hé. Een huis dus. Voor de ‘helibeestjes’ (lieveheersbeestjes) en de ‘nonijntjes’ (konijnen). Een huis bouwen is goed. Constructief… De vorige keer hadden we dat ook gedaan. Toen had het een omheinde tuin. Deze keer dus niet…

IMG_9395

Mama moet het spoor volgen:
IMG_9405

Mama mag niet door! Moet cent betalen!
IMG_9406

Mama is stout. Ik ga niet meer stappen.
IMG_9412

Oerkreet voor het huis.
IMG_9430

IMG_9437

En, voor er mensen zijn die het vragen: de medailles die de kinderen dragen… Tadeusz kreeg er eentje omdat ie al een paar dagen geen ‘stoute mama’ meer had gezegd. Ik probeer ‘m dat af te leren aan de hand van beloningen. Het werkt alleszins beter dan straffen. Maar het is toch met wisselend succes. Boris moest er natuurlijk ook eentje hebben. Ook al blijft die van tijd toch gewoon ‘Toute mama’ roepen. *zucht*

Coole wtf’s en swag…

Sommigen onder jullie weten het misschien nog, anderen niet, maar momenteel wordt er hier weer hard gezwoegd aan boek nummer twee. Na goLisa ben ik nu bezig aan goLotte. Voor een groot stuk op de golisa-facebookpagina, en op een blogje. Ik zou daar weer heel wat verhalen over kunnen brengen. Boeiende verhalen, mooie verhalen, maar het ontbreekt me een beetje aan tijd. En daarom gewoon een paar grepen uit de jongerentaal waar ik de afgelopen dagen mee te maken kreeg.

- Veel Engels dat te pas en te onpas in zinnen gebruikt wordt. Bijvoorbeeld: “But ja mannen zijn moeilijk met aandacht True jep.”
- “Dan worden ze boos like dafuq.”
- “Me daddy is wel cool.”
- Dan zijn er ook de omgedraaide smileys (:
- En zelfs kleine omgekeerde smileys c:
- Het woord ‘swag’. Ondertussen heb ik de betekenis gevonden, maar ben ik nog niet zeker genoeg om het ook ‘correct’ in de jongerentaal te gebruiken (:
(Swag volgens The urban Dictionary = The way in which you carry yourself. Swag is made up of your overall confidence, style, and demeanor. ”I’m digging that tie dude, I like your swag”)
- De omg’s, wtf’s en rofl’s vliegen mij weer rond de oren
- Ik communiceer met meisjes die zich pakweg ‘disaster97′ noemen. Of ‘xx-maFKees-xx’. Of <3-zuremelk12.
- Ik ben blijkbaar voor sommigen een noob (nobody). Dat blijft zo. Dat was vorig jaar ook al zo.
- Twilight, JB, 1D. Ik ben er weer helemaal in thuis…

Enfin. Nadat ze mij hadden uitgekozen om de cyberpesten (grappig als je net een boek schrijft over cyberpesten), had ik in ieder geval wel weer even mijn introductie in de leefwereld van de jongeren. Dat is toch supervet.

En naast al dat geschrijf draait dat huishouden ook maar door, hoppen die twee energiebommetjes hier rond, heb ik ook nog een aantal nieuwe hobby's waar te weinig tijd voor is (later meer), en zijn er nog tal van andere besognes. Slapen bijvoorbeeld. En och ja, 't is waar: ik heb ook nog een job!

Ik zou er zot van draaien. Omdat daar geen beeldmateriaal van is, krijgt u een draaiende Tadeusz. Veel verder geraakte ik vandaag niet qua fotografie. Excuus.

IMG_8738

IMG_8740

IMG_8759

Wakker hart

Sinds ik moeder geworden ben is er veel veranderd. Niet alleen praktisch, of organisatorisch. Maar ook binnenkantisch. Ik ben een ander mens geworden. Voorzeker zijn de meeste ouders het met mij eens: zo’n kind, dat laat uw wereld daveren en zet alles wat je voordien wist helemaal op z’n kop.

Eén van de aspecten van het moederschap is de o zo evidente bezorgdheid. De ene heeft er meer last van dan de andere. Ik ben van de strekking dat kinderen leren uit hun fouten. Ik zal ze niet tegenhouden van op laddertjes te klimmen, op stoelen te staan, risico’s te nemen, te gaan skaten enzovoort. Ik zou mijn jongens toch niet kunnen tegenhouden. Het zijn wervelwinden. En bovendien helpt het niet. Tadeusz valt eerder op zijn gezichtje als hij gewoon naast me staat dan als hij op een been op de toren in de speeltuin staat. Maar de bezorgdheid is er altijd wel. Af en toe voel ik, ergens in een ver hoekje van mijn hart, de verpletterende leegte die er zou zijn als er hen iets zou overkomen. Ik zie soms alles wat er fout kan lopen met hen, en dan voel ik die leegte al. Die beangstigende leegte, die meedogenloze pijn. Ik moet dat soort gedachtes en worst-case-scenario’s vrijwel onmiddellijk lossen, want als ze me meetrekken dan zou ik mijn kinders in dwangbuisjes steken en mochten ze alleen nog eten met hele stompe lepels.

Tadeusz werd vorige week geopereerd. Kleine ingreep. Niks speciaals.
Ik was erop voorbereid dat ‘uw kind onder narcose’ geen leuke ervaring is. Goed gemutst begonnen we eraan, hij en ik. Hij om zes uur mee op, en zonder eten, want hij moest ‘nuchter’ zijn. Hij wist wat er ging gebeuren. Hij was er oké mee. Ik ook. Hij was boeddhistisch dapper. Ik was trots.

Tot hij daar in dat onnozel pyjamaatje zat, in dat grote bed. Opeens leek hij nog zo verschrikkelijk klein, zo kwetsbaar. Mijn grote jongen was opeens weg. Dit kleine kind, meegesleurd door grotemensentaal in iets dat hij onmogelijk echt kon begrijpen.

En dan naar die operatiekamer. ik mocht mee tot ie in slaap was, zeiden ze. Hij lag daar, met zijn smalle lijfje, op de operatietafel. Die drukte rondom hem. Een grapje van een verpleger klonk zo vreemd in die setting. Toen hij daar lag en me aankeek, kon ik niet lezen wat hij dacht. Hij had een masker voor zijn mond, waar hij in moest blazen. Hij hield mijn hand vast. Zijn ogen draaiden even. En opeens nam een verpleegster me bij de arm en leidde me weg.
Mijn hart lag daar nog bij hem, en ik liep in gruzelementen de kamer uit.
Mijn verstand was voorbereid op het hele gebeuren. Maar ik was blijkbaar mijn hart vergeten in te lichten.

De verpleegster zei nog: ‘Lastig hé, als het je eigen kind is’. En ze was weer weg. En ik zat daar op de bank. Te wenen. Niet uit angst. Niet uit zelfmedelijden. Maar gewoon uit moederschap. Met een wakker hart. Zonder narcose.

Smoelentrekkerij om 6u20.
IMG_8624

Vertrekken om 6u40
IMG_8628

Getagd worden om 7u20
IMG_8647

Zo’n ziekenhuis heeft zoveel lading. Dood, leven, gezond, ziek. Mooi, rustgevend en ook hard en lelijk. Heel dubbel. Interessant wel…
IMG_8643

Geprepareerd tv kijken om 8u00.
En nog zo klein zijn…
IMG_8650

Ondertussen werd mijn moederhart nog maar eens op de proef gesteld met nummer twee die op zijn voorste tanden gevallen is. Hij zal het vermoedelijk een paar jaartjes zonder voortanden moeten stellen. En wat denk je? Als de tanden eruit moeten, dan doen ze dat natuurlijk onder narcose…

Geloofskwesties

Tadeusz stelt vragen. Sinds een paar weken komt het thema ‘God’ ongewild al eens op onze gespreksonderwerpenlijst.
Hoe kan het ook anders? We wonen in de pastorij van een kerk. Die kerk is ons voornaamste uitzicht. De klokken luiden hier onmiskenbaar. Het is dan ook nog Pasen geweest. Het onderwerp komt gewoon langs alle kanten aandraven.

Ik hoorde mezelf vorige week nog zeggen dat de kerk naast ons huis eigenlijk een ‘huis van God’ is. Niet dat die daar in woont of zo. En dat ik in het midden wilde laten of die nu bestond of niet. Ik legde het dan maar uit aan de hand van playmobil. Dat er mensen zijn die geloven dat er een God is die alles bepaalt, net zoals hij dat doet met zijn playmobilventjes. Helemaal kloppen deed mijn verhaal natuurlijk niet. Maar goed. Het moment passeerde.

Toen we vandaag wat door de stad slenterden zag ik de deur van de Sint-Joriskerk aan het Mechelsplein openstaan. De laatste keer dat ik er was, was voor een verschrikkelijk droevige begrafenis. Ik had toen, naast alle tristesse toen, wel gezien dat het een speciale kerk is. Anders dan ik gewend ben. Verrassend door vele schilderingen op de muren. Het had me toen ontroerd.
IMG_8764

Y: Ah, deze kerk is open. Wat denk je? Zullen we eens binnengaan, Tadeusz?
Hij zag dat wel zitten. We spraken af dat we zouden fluisteren…

Binnen hoorden we brokkelige orgelmuziek. Iemand oefende enigszins stuntelend op het orgel. Mooi wel, zo in brokjes.

Tadeusz stak van wal: Ik denk dat dat God is die muziek maakt!
Y: Neenee. Kijk daar zit een mevrouw te oefenen op het orgel.
Enige teleurstelling was in zijn ogen leesbaar.
T: Maar woont God dan niet hier? Het is toch zijn huis?
Y: Nee, maar de mensen die in hem geloven hebben de kerk wel voor hem gebouwd. Om hem blij te maken. Mama gelooft niet echt dat hij bestaat, maar veel mensen denken van wel.
T: Is die dan niet echt?
Y: Ja, nee, dat hangt er vanaf hoe je het bekijkt. Maar het is in ieder geval geen mens zoals wij.
Stilte…
T: En hoe eet die dan?
Y: Ja, die moet dus niet eten hé.
Tadeusz fronste: heeft die dan geen honger?
Y: Nee. Hij heeft geen lijf. Maar hij is wel overal.
T: Overal? En kan die dan alles zien?
Y: Ja, dat zeggen ze. Dat God alles kan zien en alles weet…
T: Waarom staan al die stoeltjes hier?
Y: Voor de gelovigen.
T: Zijn er dan zòveel mensen die in God geloven?! (Enige hilariteit)

En natuurlijk was het nog niet gedaan. De zoon van God moest ook nog komen.
T: Wie is die meneer?
Y: Dat is Jezus, de zoon van God. Sommige mensen denken dat die wel echt bestaan heeft. Dat is wel een mens. Die eet wel. Dat moet wel ne straffe geweest zijn. Die maakte nooit ruzie. Als iemand zijn speelgoed afpakte, dan werd hij niet boos.
T: En waarom hangt die ‘zus van God’ daar?
Dat kreeg ik niet helemaal meer rechtgezet, want ‘s avonds sprak hij tegen papa ook nog over de zus van God…

IMG_8777

Enfin, hij was ervan overtuigd dat de man daar aan het kruis wel de échte was, want hij zag er echt uit. En hij had precies een steen op zijn voet gekregen. Ik probeerde uit te leggen dat ze hem aan het kruis genageld hadden en dat hij daar was doodgegaan. En dat ze hem dan in een grot gelegd hadden. En kijk, opeens waren we weer bij Pasen. Feest omdat ie terug levend geworden was en zo. En dan nadien nog naar de hemel opgestegen ook.
T: Kan die dan vliegen, mama?!’
Y: Euhm… Tja… Niet zoals superhelden… Hij is naar zijn vader in de hemel gegaan. Naar God… Alleeja, dat zeggen de mensen die erin geloven toch…

Tadeusz wilde nadien nog weten hoe het dan in de hemel zat. En of er maar één God was, of dat er veel waren.
Wespennesten zijn het. Eén in vele vormen? Met veel verschillende huizen? Veel verschillende goden? Of geen? Ik wilde wel eens weten wat Tadeusz dacht. Die besloot dat er ook maar eentje moest zijn, want anders werd het misschien toch een beetje te moeilijk…
IMG_8779

Een Heide voor Hulkjes…

‘Boris, we gaan naar de kamtste heide, en daar mag jij spelen, maar je moet nuuu je sokken aandoen.’
Soms neemt Tadeusz de opvoedkundige taken van ons over.
‘We gaan eest naar de bombom plimplammetjes (boterhammetjes) eten. Dan spelen. En als je braaf bent krijg je daarna misschien een pannenkoekje!’
hij geeft Boris een ellenboogstoot en een scheve grijns.
Pompom!’ lacht Boris blij…

Ik was al opgelucht dat we een plan hadden voor de zondag, want de laatste dagen loopt het hier in huis weer niet op rolletjes. Veel huilbuien, veel in de hoekstaanderij, veel niet weten wat ze willen. Misschien heeft hun winter wel lang genoeg geduurd. Misschien moet Boris nog wat kiezen krijgen, of moet hij wennen aan de nieuwe inzichten van zijn huidige groeifase. Misschien voelen ze dat mama veel te weinig tijd heeft gehad voor hen de laatste tijd. Maar misschien hebben ze gewoon zin om het uit te hangen. Kan ook. Alle redenen zijn goed voor een potje strijd.

‘Ik wil een blauwe lepel!’
‘Ikke ook!’
‘Er is maar één blauwe, jongens. Misschien moet Boris vandaag de blauwe lepel nemen en Tadeusz morgen. Dan krijgt Tadeusz nu de gele.’
Even word ik dwaas aangestaard en dan…
‘Ikke wil ook gele pepel!’
‘Nee, ikke de gele!’

Een uitstapje naar mijn de Bobonne (mijn grootmoeder, die ze dus ook wel eens PomPom noemen) en een wandeling naar de Kalmthoutse Heide was het ideale scenario. De heide slokt de decibels van deze minidinosaurussen immers moeiteloos op. De heide kan dit drieste tweetal wel aan. Daar zijn genoeg stokken. Genoeg zand om in te rollen. Genoeg hompjes dor gras om over te struikelen.

Het gewicht van het ouderschap is gebonden aan plaats en ruimte.
Op de Kalmthoutse Heide vind ik mama zijn niet zo heel moeilijk.
Maar een zondagmiddag, 11u, thuis, met twee minihulkjes zonder oren die van aankomende verveling iets doen dat tussen vechten en met-stiften-kleuren hangt, dan vind ik het soms een tikje zenuwslopender…

IMG_0675

Vader en zoon genieten stijlvol van het uitzicht:
IMG_0680

De broers tonen hun tijgersprongen:
IMG_0713

Schone Heide… Vaak erg steppeachtig. Ik kan me er toch wel wat giraffen of olifanten bij voorstellen. Maar op deze foto is er een beetje te veel water voor giraffen, denk ik.
IMG_0716

Hier kan het dan wel weer, lijkt me…
IMG_0744

Zot doen hoort erbij zeker?
IMG_0733

Op de heide waant papa zich vaak onzichtbaar. (Denk maar aan de vorige keer dat we er waren…) Deze keer werd Sventikov wel opgemerkt. Zien jullie ‘m ook?
IMG_0758

Ja, de Z was niet helemaal juist, maar schrijven in het zand is nog iets anders dan op de tafel of de muur hé… ;-)
IMG_0819

Dieren

Zieke slappe zaagmannen in een krokusvakantie, dat is als extra shiften draaien na de werkuren. Er was altijd wel iemand van de heren wat warm en zeurderig.
Ik voel mij ondertussen een pannenkoek.
Maar de pannenkoekengesteldheid geeft geen mogelijkheid om mezelf flauwtjes in de zetel te draperen. Toen ik vanmiddag thuiskwam leken de zonen in topvorm en stond manlief te knorren.
We moesten naar buiten of het zou nog een hele zware dag worden.

In de jaren dat ik kinderen heb is het woord ‘kinderboerderij’ er eentje geworden dat een zekere radeloosheid uitstraalt. Als er dringend naar buiten gegaan moet worden (om de stoom uit de snelkookjongens te laten) en er zijn niet direct een paar topideeën, dan is ‘kinderboerderij’ altijd een soort van laatste redding. Zolang het niet iedere week is tenminste.

Mijn kinders zijn stadsmensen. Ze groeien op in een jungle van auto’s en huizen. In de betonnen bossen zijn dieren vaak niet meer dan prentjes in een boek. En in de curverboxen leven giraffen en leeuwen samen en zijn schildpadden soms groter dan olifanten. Af en toe een vleugje echte koeienstront doet hen dus zeker geen kwaad. De vorige keer – een maand of twee geleden – zag ik de schok in onze tweejarige Boris. Hij bleef nog uren nadien zeggen dat ‘deze koe niet leuk’ was. Hij wilde liever zijn kleine exemplaren. Die waren hanteerbaarder…

Vanmiddag was ik, na mijn vroege shift, behoorlijk radeloos en besloot ik om met de bende naar de kinderboerderij in Wilrijk te gaan. Mopperlief Sventikov bromde wat achter me aan, maar de kinderen hadden er zin in.
Er zijn altijd kinderen die schapen staan te knuffelen. Dat er niet vaker kinderen met afknabbelde jasjes zijn, dat begrijp ik niet. Dat knuffelen, dat zullen die van mij niet gauw doen… Maar het werd toch een succes vandaag. Boris reed zelfs een stukje paard. En Tadeusz dan ook maar. Boris deed of hij dapper was, en riep bij de ezels dat hij naar de sapen (schapen) wilde, en bij de schapen wilde hij naar het vakker (varken). Bij de nonijntjes! (konijnen) had hij veel praat. De nonijntjes zaten in kooitjes. Tadeusz streelde marmotten en dat was een primeur. We lieten een kalkoen gullegullegulle doen. Hilarisch. En Boris riep steeds: ‘tjug koe! Boe!’ (terug naar de koe!).

Toen we buitenliepen vroeg ik of ze het leuk gevonden hadden. ‘Jaaaah’ riepen ze allebei. Toen ik aan Boris vroeg wat hij het leukst gevonden had in de kinderboerderij, moest hij lang nadenken. En dan zij hij vastbesloten: ‘Zzijaf’ (Giraf)…

IMG_0007

IMG_0030

IMG_0034

IMG_0011

IMG_0055

IMG_0073

IMG_0100

Potpourri van blessings

Morgenvroeg om 5u30 loopt mijn wekker af. De vroege shift. Mijn oogjes zullen wat pikken.
Omdat ik uiteengerukt word door verschillende loyaliteiten (werk, bloggen, vriendendiensten…) werp ik jullie gewoon wat potpourri toe uit mijn hoofd. Onsamenhangend gebrabbel. Gewoon geen tijd om te ordenen of structureren…

- Vaak heb ik in de loop van de dag goeie gedachten. Maar het blijken maar nevels. Tegen de avond zijn ze opgelost. Ik hoop ooit een boek met die nevels te kunnen vullen. De geur hangt er al. En als ik mijn ogen sluit is het er al. Nu alleen nog de tijd vinden om het boek te bakken. Wat heerlijk om te weten dat dat kan…

- Boris heeft blijkbaar leren vloeken van mij. Hij zegt nu soms ‘hooo. Tomme pelletje! Domme!’ (Hoo, stom spelletje! Verdomme!)

- Boris heeft één echte vriend. Dat is V.
IMG_8802

De vriendschap wordt weliswaar gefaciliteerd doordat wij zo bevriend zijn met zijn ouders. Het gebeurt niet veel dat je op ‘latere’ leeftijd nog vrienden maakt. Maar als het lukt is het wel erg prettig. Zeker als ze bij het spelen met de kinderen ook nog eens interessante houdingen aannemen…
IMG_8755

- De zon in onze badkamer krijgt eerst een bad in de kerk, voor het licht in onze badkamer stroomt. God loert binnen in onze badkamer. Hopelijk hoort ie Boris niet vloeken!
IMG_9627

En waar ik ook van kan genieten zijn de bomen die Tadeusz tekent. Hij tekent de mooiste bomen in de hele wereld. Ik ga binnenkort zijn bomen eens verzamelen en er een serietje bos van maken denk ik…
IMG_9702

Oja, ook nog een paar leuke/bizarre zoektermen waarmee sommigen op mijn blog terecht komen:
- kindje dat op bedrand knabbelt
- schapen in blik
- peeën (?)
- foto, bescheten broek
- hoe schmink je een lelijke vrouw (allé merci)
- zwangerschap en plamuren
- neusamputatie bij kat (pardon?)
- ik moet mijn mails gaan lezen (misschien beter doen ipv op het internet te surfen?)
Ik vrees dat ze geen antwoorden gevonden zullen hebben…