Blote voeten op zoete grond

Leven in het huis van een ander. Een ietwat bevreemdende ervaring was het.
Ik leefde in feite eventjes het leven van een ander. Ik kookte in andere potten, roerde erin met m’n andere hand en aan een andere snelheid. Op het toilet las ik over onbekende jarigen op de kalender. Het was een ander ochtendlicht dat door de slaapkamer gleed als ik wakker werd. Ik keerde schors en zand van een terras weg terwijl ik in de tuin keek. Het is waar: boterhammen smaken anders op andere borden.
Waar anderen hun dagelijks leven leiden, daar hadden wij even vakantie. Ik kon even voelen hoe het was om op ‘den buiten’ te wonen.
En ook al waren het niet onze buren, niet onze messen en vorken, toch was het een beetje als een thuis…

Het was een beetje verrassend, dat wildvreemde mensen hun huis aan ons schonken voor drie dagen. Zo in vol vertrouwen en zonder meer.
Maar het was een zoet cadeau. Niet alleen omdat het een heerlijk weekend was, maar vooral omdat het een tegenwicht was voor de cynische bitterheid in de wereld.
Onder de grijze wolken, in een gewelddadige wereld, nemen mensen blijkbaar nog steeds onbaatzuchtige beslissingen en risico’s. Een gift aan een vreemde. Of eenvoudig plezier dat uitgedeeld wordt. Zoals uitgestelde koffie of postcrossing;
En waarschijnlijk kwam het daardoor dat dat weekend de zon begon te schijnen. Tegen alle weersvoorspellingen in. Zo verrassend dat meneer Deboosere waarschijnlijk daardoor even het spoor bijster was en zijn arm brak.

Hoeselt bleek alleszins een ideale uitvalsbasis voor heel wat avonturen voor ons kleine gezinnetje.
De hit van het weekend was ongetwijfeld het blotevoetenpad. Modder tussen onze tenen, samen de kiezelstenen oversteken, in de warme zon met onze voeten in het koude water. Het was reuzeplezant. Een aanrader met kinderen!

Verder zagen we Maastricht, Tongeren, Alden Biesen en zelfs het eurovisiesongfestival! (Wij kabelaansluitinglozen…)
Hier en daar een Sinksenkermis, het vele speelgoed dat aanwezig was in het huis, de trampoline en de fijne tuin maakten dat de kinderen het zich nog lang zullen herinneren, dat weekendje Limburg.

Maar het gekste van al is: we hebben de bewoners van het huis niet gezien. Geen idee of we elkaar echt zouden liggen. Of we vrienden zouden zijn moesten we naast elkaar wonen.
Maar dat is nu net zo leuk. Je hoeft geen vrienden te zijn om elkaar iets te gunnen. Die behoefte om gewoon goed te doen. Ietwat anoniem. De rijkdom die we hebben delen. Een schattige solidariteit. Je koopt er je hemel niet mee, maar dat is ook niet de bedoeling. Misschien is die hemel immers al hier…

Ik vind deze tijden eigenlijk niet zo heel donker of somber. Ik vind het vaak ontroerend en licht, en de grond onder mijn voeten is soms zoeter dan honing.
Dank u wel Veerle voor dit fijne cadeau…

Beetje beeld bij het verhaal:
Stukje binnenkant:
IMG_0204

Stukje buitenkant:
IMG_0205

Blij kindje:
IMG_0229

Kermis in Maastricht:
IMG_0279

IMG_0295

Picknicken:
IMG_0333

IMG_0351

Blotevoetenpad:
IMG_0384

IMG_0436

Een zeldzame foto van mezelf erbij. Ik zeg altijd tegen Sventikov dat hij moet letten op het kader als hij foto’s maakt. Deze keer vielen er een paar tenen af. Da’s al beter dan hele voeten…
IMG_0402-2

De tuin en de trampoline. Altijd leuk voor foto’s, vind ik.
IMG_0463

IMG_0502

IMG_0569

IMG_0639

IMG_0647

IMG_0686

IMG_0759

IMG_0815

IMG_0870

IMG_0762

En dan nog wat wandelen, tekenen, eten, praten. Mij hoor je niet klagen. Mijn leven is zo goed dat ik jullie gewoon kan lastigvallen met mijn weekendinvulling. Ik heb geluk

IMG_0950

IMG_0629

IMG_0598

IMG_0624

Papaprika

‘Zot! Gaat die maar terugleggen!’ snauwde ik tegen mijn lief aan de kassa.
De kassierster keek ons afwachtend aan, met een opgetrokken wenkbrauw alsof ze nog een echtelijk geschil verwachtte. Haar hand hooverde over de bron van ons kleine meningsverschil. De kleine rode paprika.

Verbouwereerd was ik over de prijs van de paprika toen ik de groenten uitkoos in de plaatselijke biosupermarkt. Meer dan tien euro de kilo, dat leek me een prijs weggelegd voor een of ander zeldzaam groentje dat ze met de hand moeten plukken in een land met een onuitspreekbare naam. Toch niet voor een eenvoudige paprika?! Een paprika mag dan wel een ‘luchtige’ groente zijn, een in feite grote doos voor wat kleine pitjes, toch leek ie me te zwaar voor mijn portemonnee.
Ik bedacht ter plaatse een nieuw – paprikaloos – recept, en koos voor wat minder ‘omhooggevallen’ groenten. Wat rapen en een pastinaak. Ik was tevreden. Ik had mij niet laten vangen aan de middenstandsbiovalkuil, en ik had een nieuw culinair hoogstandje in gedachten met een paar vergeten groentjes. Het kon alleen maar beter worden.

Maar mijn lief was er ook nog. En die had in zijn mannelijke doelgerichtheid enkel de noodzakelijke ingrediënten op het oog voor zijn stoofpotje. Als een echte jager had hij precies dat gevangen wat hij nodig had. Waaronder ook een paprika dus.
Aan de kassa zag ik dat pas…
Mijn felle reactie zorgde dat de hele rij gefocust was op dat kleine schriele paprikaatje. Ik liet mij nochtans niet afschrikken. Tien euro was duur en dat mocht gezegd. ‘Nee, die is veel te duur! Ga maar iets anders pakken. Leg deze terug!’
Mijn woorden creëerden een soort vacuüm, alsof de tijd even stilstond. Iedereen – kassierster, alle achterliggers, Sven, ikzelf – wist wat er dan zou gebeuren. Sven zou op hoge poten door de winkel gaan sjeezen, de voortgang der aankopen uitstellen, tergend lang zouden we daar wachten, zonder woorden en met veel te veel stilte, op Sven wiens verstand zou blokkeren op broccoli of witloof.
Sventikov schudde het hoofd en ik wist dat hij gelijk had. Het was te laat. Deze paprika zou gekocht worden…

De uiteindelijke prijs van deze paprika wilde ik niet kennen. Maar ik was vastbesloten dat hij zou opbrengen. Hij zou optimaal gereedgemaakt worden, hij zou doorsmaken en kleur brengen. Ik wilde eruit halen wat erin zat. Dat moest. Voor die prijs moest dat echt.
Dus schraapte ik al die kleine lastige pitjes eruit en duwde ik ze in de grond. In twee kleine potjes. Gewoon boenk alles bijeen.
Ik ging iedere dag kijken. Ik gaf ze iedere dag water. Als er eentje zou uitkomen dan was ik al blij.

Maar na een week kwamen ze allemaal uit! Ik denk wel vijftig paprikaplantjes. Ik schonk de helft al aan mijn moeder. Nog een paar gingen naar de buren. En de rest is hier nu verspreid over verschillende potjes. Ik las ergens dat zelfgeplante paprika’s vaak nog echt vrucht gaan dragen. Stel u voor zeg. Dan werd deze dure paprika – op zijn eigen manier – plots heel erg goedkoop…

4468f860b8f311e2ae9922000a1f9b71_7

Ik ben wel geen mme ZsaZsa; het is hier nog geen Transitië, maar ik ben toch behoorlijk content…

Stoute mama

‘Dan mag jij nooit meer naar mijn feestje komen!’
Dat is de nieuwe verwensing die hier regelmatig door het huis galmt. Het grofste dat ie momenteel bedenken kan.
Er wordt hier een ware machtsstrijd uitgevochten met onze vijfjarige.

Ik herinner mij de onmacht die ik voelde als kind. In de wereld van volwassenen werd ik voor voldongen feiten gesteld. Hun tirannieke karakters die mij meesleurden in een onbegrijpelijke logica. Ik was een gefrustreerd slachtoffer van hun – door ouderdom veroorzaakte – zwakzinnigheid. Kind zijn in een volwassen wereld was hard!
Ik herken het soms bij Tadeusz. De neiging om mij de schuld te geven van alles. En mij daar ook persoonlijk aansprakelijk voor te stellen. Alsof ik almachtig én kwaadaardig ben.

‘Ik wil écht niet meer stappen nu!’
‘Ja, we zijn er bijna. Als je nu stopt met stappen, dan kom je er helemaal niet.’
‘Ik tel tot tien en dan stop ik écht écht met stappen hoor!’
‘En hoe ga je er dan geraken?’
En dan volgde er soms scène. En soms ook een ‘stoute mama!’

Die ‘stoute mama’. Ik heb een tijd gedacht dat ‘negeren’ het vanzelf zou laten voorbijgaan. Maar het werd alleen erger. Een tijdje vriendelijk gevraagd. Noppes. Een tijdje gestraft. Het werd al gauw een ‘om ter boost-ding’. De laatste poging is een beloningssysteem. Een dag geen ‘stoute mama’ was een kleine beloning. En dan een paar dagen. Aangeduid met kraaltjes op het telraam. Na een week ‘iets gaan drinken in het caféetje op de hoek met mama’. Daar heeft ie een soort fixatie op.
En het werkt! Hij vind het zelfs leuk…

Tot ik gisteren mijn belofte niet hield. Ik had hem ‘s morgens nog gezegd dat het die avond zou gebeuren. Maar door omstandigheden vergat ik het.
Ik heb mijn best nogal moeten doen om dat recht te zetten.
Hij was vastbesloten om toch nog te gaan. ‘Dan ga ik wel alleen! En als ik op straat dan onder een auto loop dan is dat jouw schuld!’
Jas en schoenen al aan. Op de trap. Ik moest echt alles uit de kast halen. ‘Nee, hij zou gaan, er was niks tegen in te brengen…’
Uiteindelijk was de deal: hij zou twee (tijdelijke) tattoo’s krijgen en ik ook. En ik moest erbij schrijven ‘met Tadeusz naar het café’. Om het vandaag zeker niet te vergeten. Ik was stilletjes wel een beetje trots dat hij tijdens de hele discussie geen ‘stoute mama’ heeft gezegd. Terwijl ik het nu wel een beetje verdiende…

foto

Het was trouwens gezellig. Hij dronk een appelsiensap. We speelden een spelletje oxo (Hij werd wel kwaad toen ik acht punten ineens pakte) en we praatten een beetje. Volgende week krijgt ie een megalegobuzzlightyear. Als ie eraan denkt wordt ie al gefrustreerd omdat hij het nuuuu nog niet krijgt. Maar het truukje werkt. Kwaad zijn mag. Maar ‘stoute mama’ zeggen niet meer…

Nu hoor ik onze Boris (2,5 jaar) wel al een paar dagen om de haverklap ‘Tommeriken!’ roepen. (Stommeriken!)
*Zucht*
Dat belooft voor de puberteit…

Hier ziet u Tadeusz nog op een zaterdagochtend. Hij houdt zich hier heeeeel erg hard in om geen ‘stoute mama’ te roepen. Want ik vond dat snoep geen ontbijt was…

2f1ac7aeaf0211e29df022000a1fb07c_7-1

Zo’n week

Niet mijn meest geweldige week.
Zo’n week dat je jezelf per ongeluk in de spiegel ziet en je denkt ‘eikes…’
Zo’n week dat je jezelf dingen hoort zeggen waarvan je denkt: ‘Ohnee, waarom?’
Een dag met schijnbaar onoplosbare problemen. Een dag met te weinig uren en overboekingen.
Een dag met conflict. Over niks. En toch zo fundamenteel.
Een dag vol WTF’s.
Een megamisverstandendag.
Een nacht zonder slaap. En nog een.
Etmalen vol snot en ademnood. En koppijn.
Veel snoepen omdat je vindt dat je teveel snoept.
Zo’n week dat je onder een steen wil kruipen.
Zo’n week dus.

Zelfmedelijden is een killer. Ik haat zelfmedelijden. Het lost nooit iets op, het maakt blind voor al wat goed is, het vloert waardigheid.
Een vriend van me zegt dat iedereen drie dagen per jaar recht heeft op zelfmedelijden. En dan moet je eroverheen.
Ik heb die van mij opgebruikt nu. :-)

En daarom een paar instagrammetjes. Want het kan altijd nog erger. Er zijn figuren die na een glansrijke carrière serieus aan lager wal geraken:
0c5aeed6874511e2871d22000a1f92db_7

Sommigen moeten in redelijk krappe behuizing samenhokken met een heel grote familie:
kakkerlakken

Ik had het geluk alleen maar voorbijgestoken te worden door een. Voor hetzelfde geld had de draak mij gewoon verorberd:
draak

En zelfs in donkere dagen gebeuren er soms heel schoon dingen. Zo werd ik een soort tante van een wonderbaarlijke nieuwe wereldburger. Welkom Ramses:
ramses

Zo trok ik op een avond een kopietje van Tadeusz:
tadeuszdubbel

En had hij de dag nadien, zonder enige hulp van een volwassene, en zonder dat ik het wist, hetzelfde gedaan met zijn kleine broertje (ja, de foto kon beter). Da’s toch gewoon keischattig…:
foto

sterrenopvloer

Muizen met tanden

Kinderen zijn echte tijdverslinders. Ze weten een dag zoek te maken met rondkijken en grapjes. Als ik tijd heb kan ik daar in meegaan. Ik laat me meevoeren op hun golfjes. Maar als volwassene loop je hoe dan ook toch tegen de tijd op. Of tegen de grenzen van je geduld. En grapjes die meermaals leuk zijn, hebben voor kinderen een grotere draagwijdte dan voor grote mensen.
Ik zie Boris de wereld iedere dag veroveren, maar heb daar bitter weinig film van. Hij doet het met taal, met humor en met ge-finetuned irritant gedrag. Zo zit hij nu bijvoorbeeld naast mij en het is 22u40. Zo loopt hij weg als je hem roept en hij brult je vaak de oren van de kop.

Ik heb even nagedacht of ik dit filmpje online wilde zetten. Het is namelijk een echte inkijk. De rommel in mijn huis, de dozen die je ziet staan, gelieve dat alles te relativeren. Het zal er weldra beter uitzien.
Ik had ook veel tijd die ochtend. Sommige ochtenden slagen we erin om met vier op een uurtje uur allemaal geperst en gemangeld de deur uit te stappen. Dan ligt het tempo hoger en krijgen de kabouters in het huis zoveel ruimte niet om weg te hossen, nee te zeggen of figuranten aan het ochtendritueel toe te voegen.
Dit is eerder een klein portret van de zoon zoals die nu is. Want morgen is alles weer anders…

Kan je je voorstellen hoeveel keer in ‘tanden poetsen’ heb uitgesproken als je het hele filmpje gezien zou hebben? :-)

Er veranderde bijvoorbeeld vandaag al wat in ons interieur.

b94a31e27d1811e2ab6b22000aa8004d_7

Dieren

Zieke slappe zaagmannen in een krokusvakantie, dat is als extra shiften draaien na de werkuren. Er was altijd wel iemand van de heren wat warm en zeurderig.
Ik voel mij ondertussen een pannenkoek.
Maar de pannenkoekengesteldheid geeft geen mogelijkheid om mezelf flauwtjes in de zetel te draperen. Toen ik vanmiddag thuiskwam leken de zonen in topvorm en stond manlief te knorren.
We moesten naar buiten of het zou nog een hele zware dag worden.

In de jaren dat ik kinderen heb is het woord ‘kinderboerderij’ er eentje geworden dat een zekere radeloosheid uitstraalt. Als er dringend naar buiten gegaan moet worden (om de stoom uit de snelkookjongens te laten) en er zijn niet direct een paar topideeën, dan is ‘kinderboerderij’ altijd een soort van laatste redding. Zolang het niet iedere week is tenminste.

Mijn kinders zijn stadsmensen. Ze groeien op in een jungle van auto’s en huizen. In de betonnen bossen zijn dieren vaak niet meer dan prentjes in een boek. En in de curverboxen leven giraffen en leeuwen samen en zijn schildpadden soms groter dan olifanten. Af en toe een vleugje echte koeienstront doet hen dus zeker geen kwaad. De vorige keer – een maand of twee geleden – zag ik de schok in onze tweejarige Boris. Hij bleef nog uren nadien zeggen dat ‘deze koe niet leuk’ was. Hij wilde liever zijn kleine exemplaren. Die waren hanteerbaarder…

Vanmiddag was ik, na mijn vroege shift, behoorlijk radeloos en besloot ik om met de bende naar de kinderboerderij in Wilrijk te gaan. Mopperlief Sventikov bromde wat achter me aan, maar de kinderen hadden er zin in.
Er zijn altijd kinderen die schapen staan te knuffelen. Dat er niet vaker kinderen met afknabbelde jasjes zijn, dat begrijp ik niet. Dat knuffelen, dat zullen die van mij niet gauw doen… Maar het werd toch een succes vandaag. Boris reed zelfs een stukje paard. En Tadeusz dan ook maar. Boris deed of hij dapper was, en riep bij de ezels dat hij naar de sapen (schapen) wilde, en bij de schapen wilde hij naar het vakker (varken). Bij de nonijntjes! (konijnen) had hij veel praat. De nonijntjes zaten in kooitjes. Tadeusz streelde marmotten en dat was een primeur. We lieten een kalkoen gullegullegulle doen. Hilarisch. En Boris riep steeds: ‘tjug koe! Boe!’ (terug naar de koe!).

Toen we buitenliepen vroeg ik of ze het leuk gevonden hadden. ‘Jaaaah’ riepen ze allebei. Toen ik aan Boris vroeg wat hij het leukst gevonden had in de kinderboerderij, moest hij lang nadenken. En dan zij hij vastbesloten: ‘Zzijaf’ (Giraf)…

IMG_0007

IMG_0030

IMG_0034

IMG_0011

IMG_0055

IMG_0073

IMG_0100

Huis met hart

Dat er in ons huis nog veel dozen staan. Boeken in stapeltjes op de grond. Handdoeken in curverboxen. Volgestouwde hoekjes waar toekomstige kasten zullen komen te staan. Doelloze draden uit het plafond. Er is hier nog zoveel te doen dat het soms onoverzichtelijk is.
Maar het is wel wonen. Wonen met een grote W.
Ook al is het een appartement en is het gehuurd, het is onze thuis. En zo voelt het ook echt. Mijn hart klopt hier. Ik zie de herinneringen die hier gaan groeien in de hoofden van mijn kinders. Dan doen plinten en stopcontacten er minder toe.

IMG_9586
(Suzette, jij wilde meer foto’s zien van het huis. Ik beloof je dat ik – als het een tikje toonbaarder is – mij eens zal toeleggen op wat interieurfotografie. Ik kan dat eigenlijk niet, maar ik ga mijn best doen… )

En ondertussen zijn de kinderen hier ook echt terug op hun plooi.
Ze wonen hier ook graag.
Ze hebben veel grappige noten op hun zang.
Ze zingen liedjes.
Boris slaapt in een groot bed. Ze houden soms fanfare tot elf uur ‘s avonds. Op een schooldag.
Het lijkt alsof hij uit zijn bed MOET komen, gewoon omdat het kan.
Tadeusz maakt knutselkunstwerkjes.
Hij wil later graag een amfibie-auto (‘ambie-auto’) omdat hij daarmee naar Afrika kan rijden.
Boris leest graag boekjes. Waar hij soms stiekem bladzijdes uitscheurt.
En hij jogt naar de crèche. ‘Boojis loope!’ zegt hij dan.
En Tadeusz die blijft nachtelijke uitstapjes doen. Vorige week werd ik wakker in het holst van de nacht. Van hard geklik. Tàk, tàk tàk! Het was Tadeusz die zijn nagels zat te knippen naast mij op het kopkussen.
Soms ben ik blijkbaar stout. Dat zegt Tadeusz toch. Bij Boris wordt dat dan ‘toute mama!’
Maar aan knuffels kan hij niet weerstaan.

c60cce726d1811e28f8522000a1fb838_7
(Kunstwerkje door meneer Tadeusz.)

Tellen maar

Soms moet een mens zich even tot de dankbaarheid dwingen. Ik toch.
Omdat ik anders afdrijf naar een continu gevloek. En naar zelfmedelijden. Zelfmedelijden is voor pussy’s. Ik geloof er niet in. Het is vergif.
Maar als ik soms niet oplet, dan zwicht ik soms toch een beetje.

Want de verwarming in mijn auto is kapot. Dat maakt mij gelijk tot de meest zielige chauffeur in Antwerpen en omstreken.
Want het snot in mijn hoofd benevelt mij zo en als ik nies dan gaat dat zo diep dat het davert in de hel.
Want mijn kinderen produceren alleen maar decibels om mij op mijn paard te krijgen. En ze hebben alleen snotneuzen op momenten dat ik geen zakdoek kan pakken. En hoe zwaarder de doos in mijn handen, hoe trager zij de trap op gaan.
Want de nachten zijn te kort.
Want mijn linkerschoen laat teveel kou door en ik zal straks ongetwijfeld naar het ziekenhuis moeten om mijn tenen operatief terug warm te krijgen.
Want onze tv heeft geen scartkabeluitgang meer.
Want niemand begrijpt mij
en ga zo maar door.

Zilverblauw heeft een blog met daarin een rubriekje ‘count your blessings.’ Af en toe op een rijtje zetten wat er mooi is, kan louterend werken. Dus, als tegengif voor het zelfmedelijden een klein dankbaarheidslijstje…

Wat mij deze week blij maakte:
- De koude die de wereld mooi maakt op een wandeling in het park.
IMG_9426

- Natuurlijk is mijn grootste blessing mijn kroost. Ondanks snot, decibels, brutaliteiten, etensresten overal. Het blijven fantastische jongens. Gezond, creatief, grappig, sterk.
IMG_9412

IMG_9391

- Ik was ook weer blij met ons appartement deze week. Het is nog een chaos en we zijn bijlange nog niet georganiseerd, maar het is mooi en als al onze noodoplossingen plaats zullen ruimen voor ‘goede oplossingen’ dan zal het geweldig worden. Maar nu nog even het torentje chaos in de badkamer aanvaarden.
badkame

- Samenleven met kinderen. Zij maken van ieder hoekje een avontuurlijke plek.
tijger

- Een instagramboekje. Wat leven we toch in een speciale tijd. Ik maak een foto, doe een paar klikjes en even later valt het instagramboekje in je brievenbus als je wil. Zo’n gemak.
instagramboekje hema

- En wat ook weer indrukwekkend was, was de kerstboomverbranding. Maar die avond was de koude meedogenloos. Als ijsblokjes gleden we na twintig minuten al weg.
Zoveel moois in mijn leven. Het is in feite hartverwarmend…
IMG_9379

Ninja springbonen

Toen ik ooit, ongeveer dertien jaar geleden, mijn leven een belangrijke wending gaf, had ik een ‘betere toekomst’ voor ogen. Ik droomde toen van een ‘gewoon leven’. Ik wenste mezelf een liefhebbende goeie vent toe, een eenvoudig gezellig huisje en een paar kindjes.

Ik zag het helemaal voor me: hoe ik op een koude winteravond in de gezellige warmte van mijn huis aan de tafel zou zitten, met links van mij een rustig puzzelend kindje en rechts van mij eentje dat schattige kopvoeters tekent. We zouden met z’n allen zachtjes kinderliedjes neuriën. En dan zou ik minzaam in mijn handen klappen: ‘Komaan kindjes, het is tijd om naar bed te gaan!’ Zij zouden vervolgens snel hun tandjes gaan poetsen (na het opruimen natuurlijk) en dan zou ik nog een klein verhaaltje lezen over pakweg een verloren gelopen miertje.

De man en de kinderen zijn er gekomen. Maar het beeld klopt precies niet helemaal.
Ik schets het even voor u. Toen ik deze avond vertrok naar een vergadering bijvoorbeeld:

Boris ligt brullend op de grond in mijn been te klauwen. Waarom is totaal niet duidelijk. Onder de tafel ligt een halve avondmaaltijd – erwtjes, zalm, onduidelijke smurrie… Boris rolt zichzelf er nog een beetje doorheen. Tadeusz loopt ondertussen als een vliegende gek rondjes in de keuken, hij is opperhoofd ninja of zo. Wat aan de luidruchtige kant, dat wel, maar hij geeft zich helemaal…
Mijn vergadering zal binnen een kwartier beginnen, dus ik moet vertrekken. Ik vat daarom mijn kruistocht (zoiets is het wel met 16kg Boris aan je been, en voorbijzoevende ninja’s) naar de kapstok aan.
Halverwege deze tocht gooit de ninja zich dramatisch bovenop mijn voeten, loeiend dat hij mee gaat. En dat hij zijn schoenen niet vindt! Dat ik mee moet zoeken! En wel nu!
Mijn poging om met redelijke argumenten de vierjarige ninjadictator uit te leggen dat vergaderingen niet leuk zijn voor kindjes draait op niks uit. Despoot generaal ninja Tadeusz barst nu ook in luid gesnik uit. Een decibelmeter zou ervan uitslaan.
Ik kan mijn jas bemachtigen. Een snelle blik op de klok vertelt me dat ik wel wat te laat zal komen. Boris heeft mijn been gelost, en vind een doosje steentjes. Hij gooit dat tegen de grond. De steentjes vliegen in het rond. Ik trap in een steentje. Boris begint een klaagzang voor rozijnen. Ondertussen is de generaal zijn verdriet aan het verdrinken in een bui van boosheid. ‘Stoute mama! Ik mag nooit mee!’ Hij trapt tegen mijn been.
Ik preek tegen de ene dat hij niet mag trappen of slaan, terwijl de andere plots aan mijn haar trekt. Ik preek tegen die andere dat hij niet aan de haren mag trekken. De eerste komt ertussen staan omdat hij de haartrekker tegen de boosaardige mama moet verdedigen. Hij duwt me. Ik zeg iets over moe en gaan slapen. Boris doet pipi in zijn broek.

Mijn hersens komen stilaan op kooktemperatuur. Mijn oren vallen eraf. Mijn hart klopt in mijn neus. Mijn zenuwen dansen de chachacha.
Ik heb precies een tikje stress.

Het duurt gelukkig meestal maar een uurtje of twee voor ik weer normaal kan ademen.

Ik zie ze doodgraag die jongens, maar het zou leuk zijn moesten ze ook af en toe eens eventjes stoppen met wriemelen/rennen/bewegen/worstelen.
Je zou bijna denken dat ik ze nooit buiten laat spelen, of dat ze geen speelgoed krijgen om zich mee uit te leven, maar nee. Helaas. Alle pogingen om ze uit te putten leiden naar nog meer miserie. Want dan zijn ze nog moe ook. En moe zijn ze soms nog actiever, lastiger en vaak luidruchtiger.
Ik kreeg onlangs nog een geweldig cadeautje, dat hen soms wel even bezighoudt en waar ik een dezer een reviewtje over zal schrijven, maar het ontneemt de jongens hun springboontalenten niet.

Wat was er het eerst? De springbonen of mijn springende zenuwen? Ik denk de springbonen…
En ziet nu. Hoe onschuldig die eruit kan zien. Op een zonnige dag in ons nieuwe huis.
Maar het is wel een illustratieve foto: er onschuldig uitzien, en ondertussen wel op een stoel staan om er straks weer af te donderen. Stoelen? Dat dient hier niet om op te zitten hoor… En kinderen? Die dienen hier om foutieve verwachtingen over kinderen de wereld uit te helpen…
IMG_8291

Kerstgeklieder

Geen naalden dit jaar voor ons. Wel snippers. Ik dacht slim te zijn.

Omdat zo’n stervende boom in mijn huis aan mijn geweten knaagt en ik me dan bovendien nog stoor aan zijn sterven door de naalden die hij verliest, wilde ik er dit jaar geen. Maar de beteuterde gezichtjes kon ik ook niet goed verdragen. Dus maakte ik er snel eentje van washi-tape en stelde aan de zoontjes voor om onze tweedimensionale boom te versieren. Ze namen die taak redelijk serieus: de afgelopen weken lag het huis regelmatig vol met snippers en stond er meer dan me lief was stift op tafel en vloeren. De boom kreeg heel wat aankleding en de kinderen spreken toch echt van ‘onze kerstboom’, dus het trauma zal nog redelijk meevallen, denk ik.

IMG_8888

Ik mag dan wel een tikje creativiteit in me hebben, een knutselwonder ben ik bijlange na niet. Ik ben slordig en wat gemakzuchtig. Ik moet me daarbij neerleggen dat ik geen strakke knutsels ineen kan krijgen. Maar de vrijheid van de kinderen bij het knippen en tekenen maakt me wel vaak blij. En omdat de indeling van ons nieuwe huis mij noopt tot meer betrokkenheid bij het gezin en minder bij de computer, knutsel ik dus regelmatig met hen mee. Met dezelfde klungelachtigheid.

En zo maakten wij ook een paar cadeautjes voor deze kerstperiode…

IMG_8898

IMG_8901

IMG_8906

Ik wens jullie allemaal hele fijne feesten en een 2013 met veel innerlijke rust. Ik wens mezelf dat ook. Want soms word ik toch wel wat zenuwachtig van knutselen met kinderen…