Over rijst, den Tonny en blote schminkdozen

Door de uitputtingsslag van de afgelopen week is er hier maar weinig animo te bespeuren om jullie te animeren.
De jongens, die naar het schijnt mijn kinderen zijn, lijken wel twee demonen die mij, in hun bulderende kolk van houten blokken en bliksems, omtoveren tot een mopperende vod. Mijn haar gaat er soms van in de war liggen. Ik kan ze weer niet de baas. Van moederschap naar slecht-dictatorschap in tien tellen. Er zijn zo van die dagen… Al mijn pogingen om op te voeden, bij te sturen en te begrenzen zijn zinloos. Het voelt aan als een lang stuk tekst typen en als de computer crasht niks hebben opgeslagen. Ik loop maar te tieren als een stereotiep tekenfilmfiguurtje en ik ben niet de held van het verhaal…

Ik overweeg ook om te stoppen met al die gezonde dure biovoeding. Het zijn in feite parels voor de zwijnen. Die kinders gooien dat toch maar op de grond of tuffen dat uit. Alleen patatten en vlees willen ze. In grote hoeveelheden. Boris (anderhalf), Tadeusz (vier) en Sven (38) eten met hun drietjes -zonder zwans – 2,5 kilo patatten op. Met een kilo wortelen erdoor gestompt. En worsten. Een berg worsten. In één luttele maaltijd wel te verstaan. Maar een sliertje ajuin? Oei. Daar moet eerst een kleine scène voor opgevoerd worden. Een paar keer met de kop tegen de tafel bonken. Achterwaarts van de stoel vallen. Gelukkig hebben ze het kokhalzen nog niet ontdekt. Maar dat is maar een kwestie van nog een paar dagen, vrees ik.

En ik weet niet hoe dat zit bij jullie met kinderen en rijst, ik heb een grondige hekel aan rijstkorrels op mijn grond. Ik krijg dat niet opgekeerd! Als ik daar met mijn handvleugeltje passeer dan rollen die korreltjes plakkerige sporen uit, ze kruipen overal tussen en in en onder en ze weigeren hardnekkig om mee te komen naar de vuilbak.

Geen bio meer, geen rijst meer. Vanaf nu alleen nog patatten en de maaltijden worden ineens in de douche geserveerd…

Boris houdt in ieder geval van het grove geschut. Hij heeft zijn lepels graag groot. En zijn buik trouwens ook:

Wat deed al dat speelgoed trouwens in zijn boot?!

Tadeusz maakte wel een ontroerend familieportret. De grote, dat ben ik. Ik kreeg wel maar één schoen. En lachen doe ik niet echt. Papa is een van de kleintjes.

Maar ik maak soms ook andere dingen mee louter huishoudelijke zaken met mijn kinderen. Speciale en leuke dingen…
Ik ging naar de Weekend Blog Awards. Ik was genomineerd, maar won niet. Ik was niet bij de eerste drie. Het was wel een avondje uit met mijn toplief. Da’s ook een beetje winnen…

(u ziet de silhouetten van Tiany Kiriloff en Ben Van Alboom. Ze reikten de prijzen uit.)

Ik ervaarde mijn eerste echte panporn!

(panporn = de ietwat vreemde benaming voor het blootkomen van de bodem van je schminkdoosje…)

En in Gent was er ‘den Tonny’. Schoon vind ik dat. Het trieste verhaal van een man en zijn duif. Merk wel op dat je moet bellen als je de poster ziet. Niet als je de duif ziet. Dus, bij deze…

En ik schreef. #goLisa kreeg een achtste hoofdstukje. Nog veel te weinig, maar goed. 8 is toch al 8.
En ik ging koffie drinken met de bevallige Sabine van WPG. Zij zet mijn letters in de juiste volgorde en spreekt mij moed in. Ik heb dat nodig. Ik schrijf namelijk een boek in het bijzijn van mijn kinderen. Daar zit in feite genoeg stof in voor een nieuw boek…

En nu stop ik want mijn ogen pikken. Ik kon meneer Zandman nog even ontwijken, maar nu heeft hij mij ook te pakken.

Ontroerende creativiteit

Het is een winter van ziektekiemen en snot. Nooit écht ziek genoeg om in bed te blijven, maar ik zie er wel uit als een uitgewrongen schotelvod. Niet dat dreumesen en kleuters zich daar veel van aantrekken. Zij mama’en maar door en zien mij graag genoeg, al zie ik eruit als twaalf schotelvodden. En ze maken mooie tekeningen voor mij. Met alcoholstiften.

Wat zijn ze toch ontroerend creatief…

Cameraad

Mijn behoefte om mijn leven vast te leggen in stilstaande beeldjes is groot. En dat het zo esthetisch mogelijk moet zijn. Ik heb een zwak voor klassieke schoonheid. Ik ben geen groot kunstenaar, daarvoor ben ik te conservatief in mijn kunstbeleving. Ik ben eerder een estheet. Ik neig naar schone dingen. Mijn camera helpt me daarbij.
Het is een verlengstuk van mezelf. Ik draag ‘m altijd bij me, ook al gebruik ik ‘m soms dagen niet. Overbodig gewicht in mijn handtas, maar toch onmisbaar. En weldra is mijn Canon Eos 450D aan vervanging toe. Ik wil een trapje naar boven. Het gaat tussen een Canon D7 of een Canon Eos 5D Mark II. Een hoop techniciteiten brengen mij in een verschrikkelijke vertwijfeling (D7 is rapper, filmt slowmotion, is goedkoper, is een geroemd modelletje. De 5D is een full frame, het echte werk, scherp, slim). Beide toestellen laten me het water in de mond lopen. Jaja, ik weet het: ware kunstenaars maken zelfs meesterwerkfoto’s met slecht materiaal, maar goed materiaal is voor een amateur als ik toch een plezierige troost. Wie mijn nieuwe kameraadje wordt is nog niet beslist…

Als plezierfotograafje doe ik soms wel eens mee met een fotowedstrijdje. Dat ik niet tot de winnaars behoor, weet ik vaak al op voorhand, maar dat doet er voor mij niet toe. Ik geniet van ‘opdrachtjes’, zeker als de druk niet al te hoog is.
Zo hield deSingel afgelopen zomer een fotowedstrijd waar ik per se aan mee wilde doen. Ik wilde ook per se een tilt-shift(effect) gebruiken bij de foto’s. Ik ben de foto’s gaan maken op een verkeerde dag (de wolken waren twijfelachtig of afwezig) en ter plaatse wist ik dat bijna iedereen met gelijkaardige foto’s zou komen. Het is immers niet eenvoudig om origineel uit de hoek te komen bij een gebouw dat al zo vaak gefotografeerd is en dat beperkt bereikbaar is. Enfin, de winnaars zijn ondertussen bekend en ik kan me gedeeltelijk vinden in de keuze. Het zijn winnaars met ‘originele’ beelden…
Ze willen nu wel postkaartjes maken van andere inzendingen. Dat vond ik wel een leuk idee en dus zond ik mijn exemplaren ook nog door voor de postkaartenactie. En zo blijven mijn fotootjes soms nog leven buiten mezelf.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Grote Mensen…

Als kind dacht ik dat volwassenen altijd alles wisten. Ik had er een vermoeden van dat ‘grote mensen’ wisten waar ze mee bezig waren en dat beslissingen nemen een eitje was was. Het kon toch niet anders dan dat ze duivelse gedachten direct ontmaskerden en altijd wisten wat goed was. Vergissingen maken dat leek me niks voor ‘oude mensen’. Tenzij moedwillig.

In de films van ‘den dikke en den dunne’ zag ik wel dat mensen soms in netelige situaties konden verzeilen, maar dat was toch om te lachen? En als ik bij mijn moeder radeloosheid detecteerde dan was dat omdat anderen haar iets hadden aangedaan. Stoute mensen die ook wel wisten wat ze deden, maar die in wezen stout waren en daar voor kozen.
Als mijn moeder verkeerde beslissingen nam dan begreep ik niet hoe dan kon. Maar het mòesten externe factoren zijn. Dat kon toch niet anders?

In ieder geval was onzekerheid niet iets voor volwassenen. ‘Als ik later groot ben dan word ik…’ Alsof je op een dag iets beslist en dan nadien ben je een grote mens en dan ben je verpleegster of ballerina of brandweerman. In de lagere school had ik een vriendje en als je die vroeg wat hij later wilde worden dan zei hij ‘rijk’. Ik vond dat waanzinng grappig…
Ik denk dat ik daar voor het eerst begon te beseffen dat de als-ik-later-groot-ben-voorspellingen niet altijd tot de werkelijkheid leiden. Misschien dat ik het daarom zo grappig vond. Ik was niet zo filosofisch om daaruit de conclusie te trekken dat drugsverslaafden, dieven en ongelukkigen er natuurlijk ook niet voor gekozen hebben. Maar goed…

Nu heb ik zelf een kind. Alleen al de blik van dat prutske kan voldoende twijfel en angst met zich meebrengen om een bange mens te worden. Ik weet helemaal niet hoe het moet en wat het juiste is! En dan zijn er nog relaties, werkbeslissingen, interieurkeuzes, persoonlijke tekortkomingen, onderbewuste motieven voor onnozele uitspraken, ongemakkelijkheden, enz.

Als ik kleine Tadeusz soms naar mij zie kijken, dan denk ik dat hij dat al weet. Hij weet dat ik eigenlijk van toeten of blazen weet. Hij doorziet mijn façade van opgewekte zelfzekerheid.
Gelukkig kan ik hem vertellen dat ik in feite best gelukkig ben. Zelfs zonder te weten hoe de vork in de steel zit. Zelfs zonder alles te weten…
En momenteel heeft hij gewoon nog veel vertrouwen in de grote mensen…

IMG_1331-1-border

Bronzen wagen nabij stenen bootjes

img_0354-1-border

Op het zuid staat een wagentje met een kleur die ik persoonlijk nooit zou kiezen. Iedere keer als ik het zie moet ik aan pistache-ijs denken of aan lelijke trainingsbroeken in ‘para-stof’ (gecombineerd met roze streepjes). Ik word altijd een beetje misselijk van de kleur.

Maar een tijdje geleden stond het lelijke autootje zo geparkeerd dat het een nieuwe associatie bij me opriep: ik zag dat het een ‘bronzen’ autootje was. Sindsdien vind ik het minder lelijk. Nu doet het me denken aan de ark van Noah, maar ik weet totaal niet waarom. Misschien omdat de fontein/beelden in de volksmond ook wel ‘de Stenen Bootjes’ genoemd worden. Maar het blijft toch een vrije associatie…