Coole wtf’s en swag…

Sommigen onder jullie weten het misschien nog, anderen niet, maar momenteel wordt er hier weer hard gezwoegd aan boek nummer twee. Na goLisa ben ik nu bezig aan goLotte. Voor een groot stuk op de golisa-facebookpagina, en op een blogje. Ik zou daar weer heel wat verhalen over kunnen brengen. Boeiende verhalen, mooie verhalen, maar het ontbreekt me een beetje aan tijd. En daarom gewoon een paar grepen uit de jongerentaal waar ik de afgelopen dagen mee te maken kreeg.

- Veel Engels dat te pas en te onpas in zinnen gebruikt wordt. Bijvoorbeeld: “But ja mannen zijn moeilijk met aandacht True jep.”
- “Dan worden ze boos like dafuq.”
- “Me daddy is wel cool.”
- Dan zijn er ook de omgedraaide smileys (:
- En zelfs kleine omgekeerde smileys c:
- Het woord ‘swag’. Ondertussen heb ik de betekenis gevonden, maar ben ik nog niet zeker genoeg om het ook ‘correct’ in de jongerentaal te gebruiken (:
(Swag volgens The urban Dictionary = The way in which you carry yourself. Swag is made up of your overall confidence, style, and demeanor. ”I’m digging that tie dude, I like your swag”)
- De omg’s, wtf’s en rofl’s vliegen mij weer rond de oren
- Ik communiceer met meisjes die zich pakweg ‘disaster97′ noemen. Of ‘xx-maFKees-xx’. Of <3-zuremelk12.
- Ik ben blijkbaar voor sommigen een noob (nobody). Dat blijft zo. Dat was vorig jaar ook al zo.
- Twilight, JB, 1D. Ik ben er weer helemaal in thuis…

Enfin. Nadat ze mij hadden uitgekozen om de cyberpesten (grappig als je net een boek schrijft over cyberpesten), had ik in ieder geval wel weer even mijn introductie in de leefwereld van de jongeren. Dat is toch supervet.

En naast al dat geschrijf draait dat huishouden ook maar door, hoppen die twee energiebommetjes hier rond, heb ik ook nog een aantal nieuwe hobby's waar te weinig tijd voor is (later meer), en zijn er nog tal van andere besognes. Slapen bijvoorbeeld. En och ja, 't is waar: ik heb ook nog een job!

Ik zou er zot van draaien. Omdat daar geen beeldmateriaal van is, krijgt u een draaiende Tadeusz. Veel verder geraakte ik vandaag niet qua fotografie. Excuus.

IMG_8738

IMG_8740

IMG_8759

Dieren

Zieke slappe zaagmannen in een krokusvakantie, dat is als extra shiften draaien na de werkuren. Er was altijd wel iemand van de heren wat warm en zeurderig.
Ik voel mij ondertussen een pannenkoek.
Maar de pannenkoekengesteldheid geeft geen mogelijkheid om mezelf flauwtjes in de zetel te draperen. Toen ik vanmiddag thuiskwam leken de zonen in topvorm en stond manlief te knorren.
We moesten naar buiten of het zou nog een hele zware dag worden.

In de jaren dat ik kinderen heb is het woord ‘kinderboerderij’ er eentje geworden dat een zekere radeloosheid uitstraalt. Als er dringend naar buiten gegaan moet worden (om de stoom uit de snelkookjongens te laten) en er zijn niet direct een paar topideeën, dan is ‘kinderboerderij’ altijd een soort van laatste redding. Zolang het niet iedere week is tenminste.

Mijn kinders zijn stadsmensen. Ze groeien op in een jungle van auto’s en huizen. In de betonnen bossen zijn dieren vaak niet meer dan prentjes in een boek. En in de curverboxen leven giraffen en leeuwen samen en zijn schildpadden soms groter dan olifanten. Af en toe een vleugje echte koeienstront doet hen dus zeker geen kwaad. De vorige keer – een maand of twee geleden – zag ik de schok in onze tweejarige Boris. Hij bleef nog uren nadien zeggen dat ‘deze koe niet leuk’ was. Hij wilde liever zijn kleine exemplaren. Die waren hanteerbaarder…

Vanmiddag was ik, na mijn vroege shift, behoorlijk radeloos en besloot ik om met de bende naar de kinderboerderij in Wilrijk te gaan. Mopperlief Sventikov bromde wat achter me aan, maar de kinderen hadden er zin in.
Er zijn altijd kinderen die schapen staan te knuffelen. Dat er niet vaker kinderen met afknabbelde jasjes zijn, dat begrijp ik niet. Dat knuffelen, dat zullen die van mij niet gauw doen… Maar het werd toch een succes vandaag. Boris reed zelfs een stukje paard. En Tadeusz dan ook maar. Boris deed of hij dapper was, en riep bij de ezels dat hij naar de sapen (schapen) wilde, en bij de schapen wilde hij naar het vakker (varken). Bij de nonijntjes! (konijnen) had hij veel praat. De nonijntjes zaten in kooitjes. Tadeusz streelde marmotten en dat was een primeur. We lieten een kalkoen gullegullegulle doen. Hilarisch. En Boris riep steeds: ‘tjug koe! Boe!’ (terug naar de koe!).

Toen we buitenliepen vroeg ik of ze het leuk gevonden hadden. ‘Jaaaah’ riepen ze allebei. Toen ik aan Boris vroeg wat hij het leukst gevonden had in de kinderboerderij, moest hij lang nadenken. En dan zij hij vastbesloten: ‘Zzijaf’ (Giraf)…

IMG_0007

IMG_0030

IMG_0034

IMG_0011

IMG_0055

IMG_0073

IMG_0100

Go!

Ik ben een gelukzak.
De uitgeverij wil dat ik er nog eentje schrijf. Na goLisa leek het voor de uitgeverij wel een leuk idee om er nog eentje te schrijven. Een reeksje dus.
Ik ben een gelukzak.
Nu maar hopen dat ik erin slaag om het er een tweede keer goed vanaf te brengen. De titel staat nog niet vast, dat zullen we waarschijnlijk aan de meisjes van goSupermodel overlaten. Maar dat het een ‘go-reeks’ wordt is wel al zeker.
De tijd die ik krijg om dit nieuwe jeugdboek te schrijven is zo mogelijks nog korter dan de vorige keer en het thema vraagt ook wat meer research. Ik heb al een paar keer vertwijfeld in mijn haar gekrabd.
Maar een gelukzak blijf ik.

Mijn nieuwe schrijfplek in ons nieuwe stulpje begint vorm te krijgen. Maar ik heb mij wel een chique bureaustoel gekocht (waar ik nog op wacht). Ik wil mijn rug niet nog eens zo op de proef stellen. En ik wil nog een prikbordje. Ik hou van prikbordjes. Ik heb dat nodig. Ik wil nog een ipad met een toetsenbord om in koffiebarretjes aan niet-thuis-werken te kunnen doen. En ik wil mijn doos vol personages en verhaallijnen wat uitbreiden.

Ik heb er zin in!
IMG_9354

Roze Tina

Als ik door de foto’s van de afgelopen maanden scroll, dan schrik ik er van hoeveel er gebeurd is op weinig tijd. Het was ‘gaan’, zonder nadenken, in volle galop, van het ene avontuur in het andere. Boekpromotie, verhuis, werken, kinderen, noodreizen regelen, logeeradressen bezoeken, sociale verplichtingen nakomen enz enz…

In dat soort stresssituaties lukt het me meestal nogal goed om in het ‘hier en nu’ te leven. Ik kan maar het trucje van het moment uitvoeren. Als ik al denk aan de toekomstige circustoeren, dan komt de stoom al gauw uit mijn oren en loopt de ‘act’ van het moment geheid fout.
Ik had heel wat agendapunten af te werken en behoorlijk wat katten te geselen.

Eén daarvan was de ‘Tina-dag’. In Nederland is dat een begrip, maar voor mij was het redelijk nieuw. Nu ik plots een auteur van jeugdboeken blijk te zijn kom ik soms echt oog in oog te staan met mijn doelgroep.
Wat een prachtige bevreemdende fase in een mensenleven toch, die puberteit. Pubermeisjes zijn eigenlijk alles. Ze zijn prachtig, soms lelijk, scherpzinnig en soms oneindig dwaas. Ze hebben de slechtste huid en maar tegelijkertijd ook de mooiste. Zo onhandig in hun grote lichaam, maar toch ook zo sierlijk in hun onwetendheid. De puberteit is een soort poort naar ‘alles’. Dwalend in de grotemensenwereld is hun energie machtig en verfrissend. Maar soms ook verontrustend…

De uitgeverij had twee dagen Tina-dag voor me geregeld (22 en 23 september – zo lang geleden alweer!). Met ‘roze’ als dresscode werd het hele evenement een onmiskenbaar meisjesding. Soms deed het een beetje pijn aan de ogen, en na het weekend had ik echt wel een overdosis, maar dat mocht de pret niet drukken.
Ik mocht bovendien twee dagen signeren naast de charmante Meysam Noori. De aanwezigheid van Meysam maakte dat er soms met trillende wimpers naar adem werd gehapt, dat er kreetjes werden gelost of zenuwachtig gegiecheld door de rozige massa.

Nu is Tinadag wel een beetje een grabbelfeest. De meisjes kunnen er heel wat goodiebags en gadgets krijgen en velen staan urenlang aan te schuiven voor wat staaltjes en kleine cadeautjes. Jammer dat dat graaien en consumeren al zo vroeg wordt aangewakkerd, maar gelukkig was er ook een podium met muziek en allerlei workshops en knutselmomenten (pimp je roze tina-hoed en zo…)

En voor de promotie van goLisa had de uitgeverij 1500 zonnebrillen per dag om gratis uit te delen. Die zonnebrillen gingen in ieder geval vlotter weg dan het boek. :-)
In de meeste gesprekken met de meisjes zei ik vooral: “de zonnebrillen zijn op. Om 13u delen ze weer uit…”

Gelukkig mocht ik ook wel wat boeken signeren. En notitieblokjes. En goodiebags. Sommigen wisten helemaal niet wie ik was, maar een handtekening wilden ze wel…
Het was in ieder geval een hele ervaring, die Tina-dag. Volgend jaar misschien weer. Want een opvolger voor goLisa behoort tot de mogelijkheden…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Stress

De zomer moet zich verslikt hebben bij mijn ziekezomerpost (ervanuitgaande dat seizoenen ook blogs lezen) want opeens was ie daar. In vol ornaat. Glorieus. En samen met de zomerzon kwam bij mij ook allerlei stress. Niet gerelateerd aan die zon, maar gewoon door het leven.

1. De
help-ikmoettegenvolgendeweekeenboekafhebbenstress.
Opeens waren de dagen om #goLisa te volbrengen bijna op. Op één hand te tellen. Ondertussen al te benoemen met woorden zoals ‘overmorgen’ en zo. Overmorgen! Dat is een dag waarvan ik al zou kunnen weten wat ik dan ga eten! Dat is zo griezelig dichtbij dat ik mij er ‘iiiiiiih!’ van begin te voelen.
Gelukkig is het af! Zo goed als alle letters staan op hun plaats. De personages hebben hun avonturen beleefd. Ze namen af en toe een loopje met me, zeiden soms dingen waar ik zelf van schrok, maar ik kon ze toch binnen de bladzijdes houden.
Door de aanwezigheid van de kinderen hier in huis was ik wel soms genoodzaakt om op nachtwerk over te stappen. Dat is immers het enige moment dat er geen speelgoed naar mijn kop geslingerd wordt, er geen rijstkoek tussen mijn tenen gestoken wordt, geen kleurrijke pleisters uitgezocht worden om opengereten knieën of minuscule schrammetjes te verhullen. ‘s Nachts weerklinkt er ‘getokkel’. Overdag kan er tussen de vele MAMAAAA!’s al eens een sporadische letter getypt worden. Kinderen en het schrijversschap: een combinatie met vele uitdagingen.

Ik hou er niet zo van om mezelf te tonen op mijn blog. Maar het illustreert mijn nachtwerk wel. Of toch de kleine pauze die ik nam om een foto te maken van mezelf weerspiegeld in het raam aan mijn bureau.

2. De help-wehebbengeenhuisstress.
Een aantal maanden geleden kregen we te horen dat we moeten verhuizen. We kijken daar wel naar uit. Zij die deze blog al een tijdje lezen, herinneren zich misschien dat wij in een huis wonen dat niet zo geschikt is voor onze gezinssituatie. Het heeft namelijk geen deuren. En ook niet echt muren. ‘Ga naar uw kamer!’ is van povere betekenis als die kamer dezelfde is als van waaruit de roep weerklinkt. Kinderen en een loftachtig huis; eveneens een combinatie met vele uitdagingen.
Maar ondertussen tikt de tijd vrolijk weg, en we hebben nog steeds geen alternatief. Op 31 september moeten wij verhuisd zijn. En we weten totaal niet waarheen. Een tuin of een groot terras lijkt ons aangewezen met die twee springbonen in ons kielzog. Ik vind dat we de zonen af en toe moeten kunnen ‘luchten’. Ik weet trouwens niet of toekomstige onderburen echt blij zullen zijn met onze komst. Ze zijn nog klein, die kinders, maar ze hebben de tred van twee olifanten. Elks. Een gelijkvloers zou mooi zijn.
Maar het verhuizen op zich is een goede zaak. Ik wil weer alles weggooien. Mezelf lichter maken. Ontmaterialiseren. Minimizen. Ontstoffen. Nu alleen nog weten naar waar… Als iemand iets weet, stuur maar een mailtje. We willen wel in het Antwerpse blijven. En we willen huren. Niet kopen.

Weet wel wat mijn kinders met een huis kunnen doen:

3. De oei-ikbengeengoeimoederstress.
Om de zoveel tijd krijg ik dat. Ik word dan uiteengerukt door tegenstrijdige gevoelens. Enerzijds wil ik die kleine brulaapjes aan mekaar vastbinden en aan een haakje hangen, en de anderzijds wil ik graag geduldig zijn, liefde uitstralen en met een glimlach de kwelduivels spontaan tot gehoorzaamheid brengen. Ik ga dan van motivatie naar stimulatie naar adaptatie naar dominantie, en uiteindelijk naar apathie of gewoon waanzin. Motivatie en stimulatie is prachtig als het werkt, maar dat doet het niet altijd. Ik herinner me het moment dat ik naar mezelf keek en besefte dat ik in kringetjes liep: ‘als je dit doet, dan krijg je dat…’ of ‘als je nu zus, dan kunnen we straks zo..’ Afschuwelijk. Heelder dagen! Onderhandelen met kinderlogica. Tsss.
Ze moeten tegenwoordig weer gewoon komen eten, gewoon hun kleren aandoen en gewoon opruimen zonder stickers, koekjes of beloningsactiviteiten. Niet dat ze nu beter luisteren, maar ervoor deden ze het ook niet. In feite nog minder. Nu krijgen ze ‘gewoon een kus’ als ik vind dat ze dingen goed gedaan hebben. En ze krijgen toch wel veel kussen.
Maar ik blijf me vaak opboeien. Mateloos. Als ze al eens gewoon zouden stoppen met constant bewegen (echt constant!), dan zou ik gewoon een keigoei moeder zijn…
Kinderen an sich. Ook een combi met vele uitdagingen.

Hier ziet u Boris op een zeer zeldzaam moment dat hij even niet ergens van afspringt, en zich niet als een bliksemflits gedraagt.

4. De aah-wemoetengenietenstress.
Als de zon schijnt dan wil ik daar graag van profiteren. Ik zat al aan de zomerbar (stress alom met die kinderen. Als ik ze niet kwijt was, dan waren ze wel met zand aan het gooien of ergens af aan het vallen..). Ik ben al gaan zwemmen (vijfentwintig keer die euro erin en eruit. Ja, zo’n locker in het zwembad is een heel avontuur voor een vierjarige). En we trokken naar vrienden in Zoersel (eindelijk een dagje vakantie. Op reis in Zoersel.). Daar had ik voor het eerst met de Canon 5D Mark II een gevoel van vriendschap. We hebben elkaar eindelijk gevonden, denk ik. Het is nog een beetje zoeken en aftasten, maar ik was voor het eerst content van de foto’s. Ik vond mijn eigen stem weer wat. Mooie kinderen, dat helpt natuurlijk. Allee, dan zijn ze toch ergens goed voor, die schavuiten. Ik was erg blij met de scherpte van de foto’s. Wimpertjes haarscherp, de zandkorreltjes op de handjes, waterdruppels in de lucht. Het was een mooie dag…

Jeugdigheid

Stil hier. Dat komt omdat ik het heel erg druk heb met allerlei activiteiten op forums en in chatrooms waar ik met een duizendtal meisjes probeer te communiceren over een boek dat we samen gaan schrijven. Dat alles speelt zich af in de wondere goSupermodel-wereld. #goLisa is ondertussen een stevig project aan het worden. Het boek vordert ondertussen gestaag en ik betreed de wondere internetwereld van de hedendaagse adolescenten. Er vielen al heel wat zaken op:
- Zoals die chatten, dat hou ik niet bij. Zo rap dat dat gaat.
- Ze zijn keihard online. Ze schrijven vlakaf wat ze denken, en soms ook zonder nadenken. Ze noemden me al noob en nurtje en zo.
- Ze schrijven blijkbaar bijna allemaal boeken :-) . Veel toch. Eentje zei ook dat ze tien boeken per week leest. Wie zei er iets over de ontlezing van de jeugd?
- Een label ‘beroemdheid’ en een beetje aanzien maakt dat ik vandaag vijfhonderd mails kreeg. In sommige stond wel alleen maar ‘hoi’.
- Er zijn meisjes bij die echt wel iets kunnen! Toch een aantal leuke vlotte pennen gezien.
- Codetaal is codetaal. Ik vraag niet makkelijk waar bepaalde codes voor staan, maar ik zag er al intrigerende passeren. ‘Record’. Hh.
- Om bijna middernacht zijn er nog steeds meer dan 500 minderjarige meisjes online. Op een weekdag.
- Ik vind het eigenlijk keileuk om te doen…

En voor de rest is het een beetje aanmodderen. De propere was geraakt niet opgevouwen in de kleerkast. De warmte ontneemt mijn kroost de honger. Heel af en toe denk ik er eens aan dat mijn belastingsbrief nog ingevuld moet worden en dat er dienstencheques besteld moeten. Misschien gebeurt het wel vanzelf als ik er maar hard genoeg aan denk…

Gelukkig ben ik tijdens het weekend nog eens bij vrienden geweest buiten de stad en heb ik mateloos genoten van de vrijheid van een tuin. En foto’s gemaakt natuurlijk. Een beetje vrijheid en geluk in beeld…

Door het speciale zonlicht lijkt het wel of Stella de hond valt op stripfiguurderige wijze uit de lucht… :-)

Maar meestal is het zo:

Gekortwiekt vliegen

Eva, mijn ex-stiefzus (ja, dat is de meest accurate uitleg voor onze situatie) werkt bij een dienst voor Begeleid Zelfstandig Wonen (BZW). Jongeren die gekortwiekt aan het leven beginnen. Door omstandigheden, groter dan hun kleine persoontjes, moeten (of willen) ze voortijdig alleen gaan wonen. De jeugdrechter of het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg kan hen enige ondersteuning aanbieden. In de vorm van een Eva bijvoorbeeld. De Tangram is een organisatie die deze jongeren een zetje in de rug probeert te geven. Sommigen hebben een serieuze duw nodig. Anderen lopen al stevig op hun jonge pootjes.

Werken met jongeren in problematische opvoedingssituaties, dat vraagt een aparte aanpak.
Als kleine kinderen het moeilijk hebben, dan kijken we daar met medelijden naar. Want kinderen en onrecht dat gaat niet samen. Maar tot welke leeftijd hebben wij medeleven voor die kinderen? Wanneer verandert dit medelijden in een kritische blik? Een kind van vijf met moeilijk gedrag, dat komt door de ouders. Of de armoede. Of de samenleving, of de natuur. Maar een jongere van zestien dat moeilijk gedrag stelt, die wordt niet meer zo makkelijk verontschuldigd voor zijn kuren.

Bij die jonge alleenwoners is het zoeken naar de gaten in hun kennis. Soms weten jongeren perfect hoe een chili con carne klaar te maken, maar weten ze het verschil nog niet tussen witte was en gekleurde was. De begeleiders moeten hen soms tien keer uitleggen dat de fruitvliegen van het groenafval komen, dat je bij een afwezigheid op je werk even iemand moet verwittigen of dat je geen potten op het vuur moet laten staan als je niet thuis bent. Je hebt de neiging om ze als volwassenen te behandelen omdat ze er zo uitzien, maar op veel vlakken zijn het toch gewoon nog jonge mensen. En dat maakt het erg verwarrend. Voor de hulpverlener, maar toch vooral voor de jongere zelf, die vaak helemaal niet goed beseft wat er precies allemaal van hem verwacht wordt.

Ik mocht, voor de wachtzaal van De Tangram, foto’s maken van de jongeren. Ik heb niet veel ervaring met zo’n shoot op vraag en ik vond het helemaal niet gemakkelijk. Ik heb gelukkig wel jarenlang met dit soort jongeren gewerkt in de hulpverlening, dus daar was ik al niet meer zo zenuwachtig over. Maar goeie foto’s maken, dat was de uitdaging. Het werd geen wereldveranderende fotografie, maar uiteindelijk waren ze bij De Tangram wel content. En er waren jongeren die spijt hadden dat ze niet waren ingegaan op de vraag om te poseren. Missie geslaagd dus!

Wat je hieronder ziet, hangt niet in de wachtzaal van De Tangram. Daar is gekozen voor een heel andere serie en ook alleen zwart-witfoto’s…

Go Lisa!

Een tijdje geleden kreeg ik een mailtje van uitgeverij Manteau. Of ik een boek wilde schrijven. Een jeugdboek. Voor meisjes tussen 13 en 16 jaar. Euhm… Ja?! Jaah!

Vanaf ik een jaar of tien was schreef ik regelmatig boeken. Heel erg serieus. Schriftjes vol. Op mijn elfde schreef ik een boek over een jongen die naar de toekomst reist. Per ongeluk. Omdat hij een Masti-cactus heeft. Die veroorzaakt tijdreizen. En dan maakt hij avonturen mee en luistert hij in de toekomst naar cassettes van Johntra Volta (ik dacht écht dat die mens zo heette en dat hij een zanger was!).
Toen ik veertien was schreef ik een fantasyverhaal. Een held die op queeste ging in zijn vreemde wereld en boosaardige vijanden moest trotseren. Natuurlijk. Na een bladzijde of tweehonderd had ik het hoofdpersonage zo in een penibele situatie geschreven dat ik totaal niet meer wist hoe ik ‘m daar moest uitredden. Het verhaal had een loopje met me genomen. Ik leerde toen dat je als schrijver niet altijd baas bent over het verhaal.
Ik schreef nog menig kortverhaal, artikeltjes, volgde schrijversacademie en bleef in feite altijd bezig met mijn pen. Eens iets voor Humo, een artikel voor Flair, vele blogposts enzovoort. Ondertussen heb ik heel wat ideeën voor manuscripten en nog vele plannen, maar het dagelijkse leven met kinderen en werken en duizend excuses staan steeds in de weg.

En nu komt de droom vanzelf op me af.

Hetgeen ik zal doen is weliswaar niet gewoon een boek schrijven. Ik zal me laten beïnvloeden door een driehonderdduizendtal meisjes, namelijk de leden van goSupermodel. De website is gelukkig meer dan de naam laat vermoeden, en biedt naast fora en chatrooms ook creatieve applicaties (tijdschriften maken, competities voor video en foto enz). Deze meisjes zullen het verhaal voor een stuk mee sturen en online heel wat zaken kunnen bepalen. Ik zal mij dus een ganse zomer bezighouden met een ineenboksen van dit boek/project. Want het moet af zijn op 1 augustus. Gelukkig krijg ik een coach van WPG (de uitgeversgroep)! Het zal een heftige zomer worden. Het boek zal ‘Lisa’ heten en alles wat er online mee te maken heeft zal de tag ‘goLisa’ van me krijgen.

Gisteren was er een stevige vergadering in Haarlem, met de mensen van de website en de mensen van Manteau. Dat verhoogt de druk wel! Ze menen het allemaal superhard, geloven er volledig in en gaan er voor. En ik zit daar dan… Stel je voor dat ik volgende week een mega-writersblock krijg. Of als blijkt dat ik alleen maar pure onzin kan schrijven. Of misschien word ik helemaal depressief. Maar ook al lijkt het allemaal een beetje te gek voor woorden, toch geloof ik ook dat het zal lukken en dat het geweldig zal worden…

Hier zie je het bewijs dat ze het echt menen. Bovendien: die Nederlanders hielden er een straf tempo van vergaderen op na. Drie uur efficiënt brainstormen, flowcharten en timeframen‘!

Ik heb thuis al serieus zitten zwoegen op een tijdlijn:

Maar als ik het er goed vanaf breng, dan zal de elfjarige Ysabje in mij toch wat juichen. Misschien steek ik er wel een personage ‘Johntra’ in…

Slaapkopvergissing

Een uur te vroeg op het werk. Per ongeluk. Hoe is het mogelijk? Als dat niet dwaas is. En het was nog pikkedonker. Acht uur ‘s morgens alsjeblieft. De arme Boris al om half acht in de kribbe. De sukkelaar. Al goed dat ik niet met de fiets gegaan ben. Dan had ik pijnlijk vroeg opgestaan, mij vol haast tegen de wind en regen suf getrapt om dan op tijd te vroeg te zijn. Ik had nog koffie kunnen gaan drinken, maar er was nog niks open.
Om dat uur niet geheel te verliezen, ben ik maar aan de computer gaan zitten en in de rapte een postje gemaakt. Met een paar instagrammetjes… Want helemaal zitten niksen dat was erover. Maar de computer bleek traag, de instagrammetjes laadden niet goed op en uiteindelijk werd dit pas in de late namiddag online gegooid… Zucht. Enfin.

Het midden in de nacht effect vanmorgen om 7u45:

Ik kocht een nieuw fietsslot vorige week. Zo’n doodgewoon krulding. Er hing een – op het eerste zicht – heel gewoon kaartje aan. Maar bij nader inzien bleek dat toch niet zo gewoon. Geen idee wat ze met die tekeningetjes bedoelen. Jullie wel? Ik hoorde al leuke interpretaties op instagram (voor tekening 1: touwtrekploegbestendig en voor tekening 3: hier knippen). Maar nog lang niet al mijn vragen zijn beantwoord.

Ik ging gisteren naar het tehuis van mijn grootmoeder. Ze woont in een serviceflat. Ze gaan er daar precies wel van uit dat de bewoners heeeeel slechtziend zijn!

En de eerste foto van het jaar was een instagram. Blootvoetse Boris die op 1 januari het terras bij mijn schoonouders inspecteert. Ge ziet wat voor onverantwoordelijke ouders wij zijn:

En soms heeft koffie plezante verschijningsvormen:

En het mag eigenlijk wel, want ik beet vandaag mijn tong bijna in twee (bloeien!) en verbrandde mijn hand ernstig. Precies niet echt ‘mijnen dag’…

Welkom crisis!

We moeten allemaal bang zijn. Bang voor een overval, bang voor ziektes, bang voor onze kinderen, bang voor de crisis. Soms een beetje bang voor vreemdelingen. En gifstoffen in de grond. Voor pedofielen en scheve tanden. Bang om onze job te verliezen. Bang om te vallen (hier in huis hebben we daar wat minder problemen mee). Bang dat we iets tekort zullen komen. Bang voor de banken. Bang van dictators.
Het wordt in feite tijd dat we die crisis eens beginnen te voelen. Altijd maar dat bang zijn. Als konijntjes in een hoge hoed.

Ik ben van job veranderd. Ik deed vandaag mijn laatste dag op mijn oude job en ik zal naar een halftijdse betrekking gaan, met moeilijkere uren, waar ik waarschijnlijk ook minder zal verdienen. En daar ben ik eigenlijk erg blij om.

Als kind hadden ‘wij’ geen centen. Als we iets wilden moesten we er iets anders voor laten. Ik kreeg mijn kleding voor Kerst als cadeau (soms). Mijn moeder en stiefvader deden daar nooit zielig over. Ze waren realist en niet flauw. Ze klaagden niet dat het altijd te weinig was. Het was eerder zelfs een soort gezegend zijn. We waren gezegend met armoede.
Toen ik alleen ging wonen voelde ik duidelijk dat ‘weinig geld hebben’ zeker nadelen had, maar ik wist de voordelen ook te appreciëren. Ik genoot van simpele maaltijden, van een koffie op een terras. Een cadeau krijgen kon me echt blij maken. Het was een plezier om de maand te ‘overwinnen’. Natuurlijk kon ik niet op reis en als de computer kapot ging kon er niet direct een nieuwe af. Een auto kon ik me niet permitteren en ik voelde veel sneller prijsstijgingen of sociaal onrecht. Cultuur moest ik zelf maken of het kwam nauwelijks tot bij mij. Maar ik was creatief en wakker en het was een van de meest gelukkige periodes in mijn leven. Tomaten smaakten naar tomaat. Ik was vitaler en gemotiveerder. Ja, natuurlijk ook wel een beetje jonger, maar toch…

Nu ben ik rijk. Niet rijk rijk natuurlijk, maar wel rijk genoeg om een auto te hebben, dure biovoeding te kopen, mijn kinderen cadeaus te geven die ze willen. Ik kan mezelf een nieuwe camera aanschaffen zonder dat ik me zorgen moet maken over de prijs.
Ik ben lui en vadsig geworden. Op een slechte dag hobbel ik als een arrogante pinguïn door de winkelstraten om iets te kopen. Een goed humeur uit een product proberen puren. Een quick fix.
En ik voel de schrik dan in mezelf groeien. Oei, minder verdienen. Gaat dat wel lukken? Oei, waar kom ik dan terecht? Hoezo ik moet opleggen bij de belastingen? Zou ik niks kunnen verdienen met dit of dat?

Tot gisteren. Ik zat bij mijn stiefvader koffie te drinken in zijn krakkemikkige keuken en ik voelde plots terug de vrijheid van ‘minder’. Ik vind het jammer dat ik mijn kinderen de waarde van spullen alleen maar kan ‘uitleggen’. Ik vind geld soms een gebrek bij opvoeding. Want het vormt hen.
Ik hoef natuurlijk niet arm arm te zijn en bitter over die armoede, want dan krijg je van die kinderen die de jacht op het grote geld openen. Maar gewoon een beetje mate, een beetje ‘zorg’, daar worden we alleen maar beter van. Denk ik. Ik, mijn kinderen en mijn omgeving.
En iedere keer als mijn fantastisch lief Sventikov met de lotto meespeelt zit ik te hopen dat we maar niet winnen. Stel u voor seg

Alléekom, waar blijft die crisis? Weg met de angst.