Blije bries

Wat is dat daar?
Een warme bries?
De lucht die mijn vel aanraakt is zowaar lauw. En zacht.
Niet scherp en kil en snijdend.
Ik hoor geluiden van op straat.
Want het raam staat open.
Het raam staat open!
Ik had het vanochtend moeilijk met aankleden.
Want ik wist niet waar mijn korte mouwen waren.
Korte mouwen begot!

Ik kan mij niet voorstellen dat er dit jaar een dag komt dat ik zal zeggen:
‘Ahja, de winter komt er weer aan.’ En dat ik dat zal aanvaarden…

a81ea5a6ac5211e29f3f22000a1f978e_7

En als het morgen weer rotweer is, dan zal ik dat zeker nog niet aanvaarden!

Geloofskwesties

Tadeusz stelt vragen. Sinds een paar weken komt het thema ‘God’ ongewild al eens op onze gespreksonderwerpenlijst.
Hoe kan het ook anders? We wonen in de pastorij van een kerk. Die kerk is ons voornaamste uitzicht. De klokken luiden hier onmiskenbaar. Het is dan ook nog Pasen geweest. Het onderwerp komt gewoon langs alle kanten aandraven.

Ik hoorde mezelf vorige week nog zeggen dat de kerk naast ons huis eigenlijk een ‘huis van God’ is. Niet dat die daar in woont of zo. En dat ik in het midden wilde laten of die nu bestond of niet. Ik legde het dan maar uit aan de hand van playmobil. Dat er mensen zijn die geloven dat er een God is die alles bepaalt, net zoals hij dat doet met zijn playmobilventjes. Helemaal kloppen deed mijn verhaal natuurlijk niet. Maar goed. Het moment passeerde.

Toen we vandaag wat door de stad slenterden zag ik de deur van de Sint-Joriskerk aan het Mechelsplein openstaan. De laatste keer dat ik er was, was voor een verschrikkelijk droevige begrafenis. Ik had toen, naast alle tristesse toen, wel gezien dat het een speciale kerk is. Anders dan ik gewend ben. Verrassend door vele schilderingen op de muren. Het had me toen ontroerd.
IMG_8764

Y: Ah, deze kerk is open. Wat denk je? Zullen we eens binnengaan, Tadeusz?
Hij zag dat wel zitten. We spraken af dat we zouden fluisteren…

Binnen hoorden we brokkelige orgelmuziek. Iemand oefende enigszins stuntelend op het orgel. Mooi wel, zo in brokjes.

Tadeusz stak van wal: Ik denk dat dat God is die muziek maakt!
Y: Neenee. Kijk daar zit een mevrouw te oefenen op het orgel.
Enige teleurstelling was in zijn ogen leesbaar.
T: Maar woont God dan niet hier? Het is toch zijn huis?
Y: Nee, maar de mensen die in hem geloven hebben de kerk wel voor hem gebouwd. Om hem blij te maken. Mama gelooft niet echt dat hij bestaat, maar veel mensen denken van wel.
T: Is die dan niet echt?
Y: Ja, nee, dat hangt er vanaf hoe je het bekijkt. Maar het is in ieder geval geen mens zoals wij.
Stilte…
T: En hoe eet die dan?
Y: Ja, die moet dus niet eten hé.
Tadeusz fronste: heeft die dan geen honger?
Y: Nee. Hij heeft geen lijf. Maar hij is wel overal.
T: Overal? En kan die dan alles zien?
Y: Ja, dat zeggen ze. Dat God alles kan zien en alles weet…
T: Waarom staan al die stoeltjes hier?
Y: Voor de gelovigen.
T: Zijn er dan zòveel mensen die in God geloven?! (Enige hilariteit)

En natuurlijk was het nog niet gedaan. De zoon van God moest ook nog komen.
T: Wie is die meneer?
Y: Dat is Jezus, de zoon van God. Sommige mensen denken dat die wel echt bestaan heeft. Dat is wel een mens. Die eet wel. Dat moet wel ne straffe geweest zijn. Die maakte nooit ruzie. Als iemand zijn speelgoed afpakte, dan werd hij niet boos.
T: En waarom hangt die ‘zus van God’ daar?
Dat kreeg ik niet helemaal meer rechtgezet, want ‘s avonds sprak hij tegen papa ook nog over de zus van God…

IMG_8777

Enfin, hij was ervan overtuigd dat de man daar aan het kruis wel de échte was, want hij zag er echt uit. En hij had precies een steen op zijn voet gekregen. Ik probeerde uit te leggen dat ze hem aan het kruis genageld hadden en dat hij daar was doodgegaan. En dat ze hem dan in een grot gelegd hadden. En kijk, opeens waren we weer bij Pasen. Feest omdat ie terug levend geworden was en zo. En dan nadien nog naar de hemel opgestegen ook.
T: Kan die dan vliegen, mama?!’
Y: Euhm… Tja… Niet zoals superhelden… Hij is naar zijn vader in de hemel gegaan. Naar God… Alleeja, dat zeggen de mensen die erin geloven toch…

Tadeusz wilde nadien nog weten hoe het dan in de hemel zat. En of er maar één God was, of dat er veel waren.
Wespennesten zijn het. Eén in vele vormen? Met veel verschillende huizen? Veel verschillende goden? Of geen? Ik wilde wel eens weten wat Tadeusz dacht. Die besloot dat er ook maar eentje moest zijn, want anders werd het misschien toch een beetje te moeilijk…
IMG_8779

Zo’n week

Niet mijn meest geweldige week.
Zo’n week dat je jezelf per ongeluk in de spiegel ziet en je denkt ‘eikes…’
Zo’n week dat je jezelf dingen hoort zeggen waarvan je denkt: ‘Ohnee, waarom?’
Een dag met schijnbaar onoplosbare problemen. Een dag met te weinig uren en overboekingen.
Een dag met conflict. Over niks. En toch zo fundamenteel.
Een dag vol WTF’s.
Een megamisverstandendag.
Een nacht zonder slaap. En nog een.
Etmalen vol snot en ademnood. En koppijn.
Veel snoepen omdat je vindt dat je teveel snoept.
Zo’n week dat je onder een steen wil kruipen.
Zo’n week dus.

Zelfmedelijden is een killer. Ik haat zelfmedelijden. Het lost nooit iets op, het maakt blind voor al wat goed is, het vloert waardigheid.
Een vriend van me zegt dat iedereen drie dagen per jaar recht heeft op zelfmedelijden. En dan moet je eroverheen.
Ik heb die van mij opgebruikt nu. :-)

En daarom een paar instagrammetjes. Want het kan altijd nog erger. Er zijn figuren die na een glansrijke carrière serieus aan lager wal geraken:
0c5aeed6874511e2871d22000a1f92db_7

Sommigen moeten in redelijk krappe behuizing samenhokken met een heel grote familie:
kakkerlakken

Ik had het geluk alleen maar voorbijgestoken te worden door een. Voor hetzelfde geld had de draak mij gewoon verorberd:
draak

En zelfs in donkere dagen gebeuren er soms heel schoon dingen. Zo werd ik een soort tante van een wonderbaarlijke nieuwe wereldburger. Welkom Ramses:
ramses

Zo trok ik op een avond een kopietje van Tadeusz:
tadeuszdubbel

En had hij de dag nadien, zonder enige hulp van een volwassene, en zonder dat ik het wist, hetzelfde gedaan met zijn kleine broertje (ja, de foto kon beter). Da’s toch gewoon keischattig…:
foto

sterrenopvloer

Mantra

Blijf daar maar af
Niet op gaan zitten
Stop daar eens mee
Niet smossen
Laat dat mes liggen
Nee
Niet op je broer slaan
Laat dat los
Sta eens recht
Ruim dat maar op
Wees eens flink
Ga naar je kamer
Zwijg eens twee minuten
Hou je vast
Nee
Kom daar af
Met twee handjes
Stop maar met wenen
Niet doen
Ga slapen
Eet maar mooi op
Is’t nu gedaan?!

Het lijkt of ik niks anders tegen die kinderen te zeggen heb.
Zou het eigenlijk iets uitmaken?
Misschien moet ik alles gewoon eens omdraaien.

Sla op je broer
Blijf daar maar opzitten
Val daar maar af
Zeker geen groeten eten
Onvoorzichtig!
Geen handen wassen
Ja natuurlijk
Blijf wakker
Daar ligt een mes…

Volgens mij is het resultaat gewoon hetzelfde.
Afschuwelijk hoe ik een hele dag loop te leuteren.
Ik neem mezelf voor dat wat minder te doen.
Maar het einde van de kerstvakantie, dat helpt ook natuurlijk…

Op de foto: Tadeusz met ‘vuur’ in zijn handen. Wij hebben het hem gegeven. Glitterstokjes waren op nieuwjaarsnacht nog redelijk braaf. Dat hij pas om twee uur gaan slapen is, was misschien wat minder braaf. Alhoewel… Blijf maar wakker Tadeusz!
IMG_9218

Essentiële vragen

Eindelijk kwam het ervan: de vragen die ik Tadeusz wilde stellen. Ik had ze een tijdje geleden gevonden op het internet, maar het werd steeds vergeten of uitgesteld.
Tadeusz wist dat ik een mysterieus vragenlijstje had, en hij popelde om ze te beantwoorden. Op de avond dat het dan uiteindelijk gebeurde was hij eigenlijk veel te moe, in zijn pyjama, en ik bleek zelf ook niet zo geweldig goed voorbereid. Ik miste hier en daar een vraag. Hij flapte er soms maar wat uit. Maar toch.
Het deed me weer beseffen hoe moeilijk het eigenlijk is voor een kind om de wereld te begrijpen. De lege stukken vullen ze gewoon in met hun kleine gedachten van teddyberenvulsel. Bij gebrek aan beter.

Die grote wereld vol met grote mensen die gaan werken (wat dat ook moge betekenen) en haast hebben (waarom eigenlijk) en na vijftien keer al willen stoppen met keileuke dingen (zoals hen in de lucht zwieren, of verstoppertje spelen). Ik voelde bij het terugkijken van het filmpje spijt voor de vergissing die ik dagelijks maak: ervan uitgaan dat ze het allemaal begrijpen en me ergeren aan hun – in mijn ogen – stoutigheid…

Hieronder de uitgeschreven versie. Het filmpje onderaan bundelt gewoon een paar van de antwoorden waar de uitdrukkingen niet in woorden te gieten zijn, vind ik. Maar ja, ik ben natuurlijk wel zijn moeder… Ik denk trouwens dat Tadeusz nog een ietsiepietsie te jong was om de vragen te begrijpen. Volgens mij haal je uit een vijf à zesjarige de leukste antwoorden…

De vragen:
1. Wat zegt mama altijd tegen jou?
Tadeusz (na een half uur aarzelen, nadenken, en een keer van zijn stoel te vallen): dat ik altijd in straf moet staan.
(Allee merci. De kleine leugenaar… Alhoewel…)

2. Wat maakt mama blij? 

Tadeusz: rustig zijn…

3. Wat maakt mama verdrietig?
Tadeusz: boos zijn.

4. Hoe maakt mama jou aan het lachen?
Tadeusz: kietelen



5. Hoe was mama toen ze nog klein was?
Tadeusz: een klein hoofdje. En een beetje smal…



6. Hoe oud is mama?
Tadeusz: ik denk… achttien jaar…



7. Hoe groot is mama?
Tadeusz: Groter dan mij, maar een beetje kleiner dan papa.



8. Wat is mama’s lievelingsding om te doen?
Tadeusz: op de computer werken. En gaan werken!



9. Wat doet mama als ze weg is?
Iets gaan halen. Gaan wandelen. Of een beetje auto gaan rijden.

10. Waar zou mama beroemd voor kunnen zijn?
Tadeusz: museum! (Hij begreep de vraag niet echt… Zie het uitgebreidere antwoord in het filmpje)



11. Wat kan mama heel goed?
Tadeusz: afwassen. En koken. Goed pannenkoeken koken.



12. Wat kan mama helemaal niet goed?
Die vraag was ik dus vergeten te vragen…



13. Wat voor werk doet mama?
Tadeusz: afwassen.
Ik: maar als ik ga werken, wat ga ik dan doen?
Tadeusz: Ja buiten gaan hé. Naar uw werk gaan.

14. Wat eet mama het liefst?
Tadeusz: spruitjes.
Ik: Waarom denk je dat?
Tadeusz: Dat is lekker. Ook voor mij.



15. Wat maakt mama trots?
Tadeusz: als ik flink ben.
Ik: En wanneer ben je flink?
Tadeusz: eigenlijk veel.



16. Als mama een tekenfilmfiguurtje zou zijn, welke was ze dan?
Deze vraag draaide echt nergens op uit.



17. Wat doen jij en ik altijd samen?
Tadeusz: Buitengaan. En als papa slaapt dan ga wij samen boven zitten.

18. Lijken jij en ik op elkaar?
Tadeusz: Neeeee. Want jouw ogen zijn anders!
Ik: Wat is er dan wel hetzelfde?
Tadeusz: oren.

19. Onze ogen zijn dus anders. Zijn er nog dingen anders?
Tadeusz: (zonder aarzeling) ja, onze vingers. Want jij hebt lange vingers en ik heb korte.

20. Hoe weet je dat mama van je houdt?
Tadeusz: Dat weet ik niet.
Ik: Hoe zou je dat dan wel kunnen weten?
Tadeusz: Als iemand dat zegt.
Ik: Zeg ik dat dan nooit?
Tadeusz: Nee.



21. Waar gaat mama het liefst naartoe?
Tadeusz: Naar haar werk.

En ja, ik weet dat hij naar de kapper moet…

Boomlief

Ik trok ooit met mijn lief naar Lourdes. Religieuze redenen zaten daar niet achter. Het was gewoon de dichtstbijzijnde plek waar men toen goed weer voorspelde. We hadden eigenlijk gepland om naar de Ardennen te gaan, maar veertien dagen in het slijk kamperen sprak ons niet echt aan. Het werd dus Lourdes. Ook omdat dat toch enigszins tot de verbeelding spreekt.

Toen we daar in die regio toekwamen herinner ik mij het kantelmoment van die vakantie: ik zag plots een palmboom.
Een palmboom!

Natuurlijk ben ik mijn hele leven gevoed met fotootjes van witte stranden met palmbomen. Een palmboom is een beetje een symbool van ‘verre reizen’, ‘zon’ en ‘genieten’. Het is een door de commercie opgedrongen symbool. Een eenvoudig plantje dat als een kapstok volgehangen is met associaties. Ik weet het.
Maar als ik een echte palmboom zie dan weet ik opeens dat het allemaal onzin is. Een palmboom is gewoon an sich voldoende. Daar hoeft geen megakorting op gedrukt, geen wit strand bij. Een echte palmboom, dat is zoveel meer dan een fotootje. Een palmboom is blijdschap.
Ik weet nog goed dat ik daar nabij Lourdes op de rem ging staan, uitstapte en de onverwachte palmboom ben gaan groeten.

Nu, afgelopen maand in oktober, was ik in Spanje. En daar zag ik het weer.
Palmbomen! Blije palmbomen, ruisend in de wind. Parkieten erin.
Ik ben nog nooit in tropische landen geweest, en heb nog nooit een oerwoud gezien, maar als ik zie hoe blij ik kan worden van een eenvoudige palmboom, dan moet dat wel heftig zijn.

Ik hoef ze niet te knuffelen, ik ga er niet over blijven ‘doorbomen’, maar ik wil ze vandaag, op deze kille wolkendag, bij deze toch nog even een dankbaar kushandje toewerpen…

Nota aan mezelf

Het lijkt hier stil, maar ik kan jullie verzekeren dat het hier in huis allesbehalve stil is. Verhuizen… Het stof afblazen van alles wat je hebt, dat geeft veel kriebels in de neus. Zoveel stof! En alles ligt in hoopjes: weggeefdingen, bijhoudingen, ikweethetbegotnognietdingen, containerparkdingen, ergernisdingen.

Ik maak mij trouwens veel zorgen. Over zowat alles. Ik moet regelmatig de stress draineren door kleine gedachtepaadjes te volgen die naar prettigere ideeën leiden. Stom dat een mens het van een afstandje allemaal altijd zo duidelijk ziet, maar met je neus erop…
Daarom even een korte nota aan mezelf:

Ysab,
- Hou de alcoholstift dicht bij, want alleen zo vindt ge alles terug dat al in kartonnen dozen zit.
- Blijf kalm. Het komt allemaal goed. Zowel op reis binnenkort als de verhuis, als de overbrugging, als in het nieuwe huis. En als het allemaal toch niet ideaal is, dan is dat niet erg. You will survive.
- Ge hebt mooie gezonde kinderen die gelukkig zijn. Dat ze de tafel in stukken zagen, de boeken kapotscheuren en de zetel vol speeksel smeren zijn bijkomstigheden die u trouwens sneller verlossen van alle materiële ballast.
- Dat superlichaam, slank er sexy, dat komt later wel. Of niet. Maar dat zou ook niet erg zijn. Ge hoeft geen mannen te verleiden, ge hebt uw kinders gemaakt. De man die hier rondwaart is – naar eigen zeggen – nog net content genoeg om te blijven.
- Loslaten. Probeer nu eens niet alles continu te controleren!
- Binnen twee dagen ligt uw eerste boek in de winkel. Geniet daar eens van…
- Uw jongste zoon gaat op nog geen week tijd van pamper naar pot. Vrijwel moeiteloos! Reken eens uit hoeveel wasmachines ge daardoor niet moet draaien. Wees daar maar heel dankbaar voor!
- En uw oudste zoon is kweenieoe blij op zijn nieuwe school. En hij heeft een dj als meester. Hoe cool is dat!

Plim plam

Wegens gestoomde hersenen, gespannen zenuwen, zomervakantiekinderen en gebrekkige kwalificaties om chaos te ordenen is de weg des levens de laatste tijd nogal hobbelig ten huize ysabje.
Grootste veranderingen voltrekken zich in deze kolkende poel van gebeurtenissen.
- Een lief dat leert autorijden. In onze spiksplinternieuwe wagen (nauwelijks twee weken oud). Het is een luxe(probleem).
- Een kind dat leert praten. Momenteel overlaadt het kleine Borisje ons met de allerschattigste woordjes en klanken. Woorden als plim plam (boterham) en paploe (paraplu) worden zowel door hem als door ons als ware genoegens ervaren. Weldra staat zijn kwebbel niet meer stil en wil ik dat hij even zwijgt. Maar nu nog niet. Dat ie het nu maar zegt.
- Een nakende verhuis (binnen zes weken), momenteel nog steeds zonder bestemming.
- Een halfslachtig dieet. Boris kwebbelt, maar ik kwabbel. En de slanke deerne in mij voelt zich wat benauwd. Er moet dringend wat minder van mij in het huis zijn.
- Er zou naar het schijnt ook een boek van mij verschijnen, eind september. goLisa ligt nu nog bij de corrector te liggen, voor het in de handel ligt. Wie weet ben ik plotseling wel een tienerhit.
- Schriftelijke uitdagingen die lonken. In kleine boekjes zitten grote plannen verstopt. Nu nog kleine gaatjes in de agenda om al die grootse acties te ondernemen.

De creativiteit word soms wat bedolven onder al deze beslommeringen. Maar op één been hou ik mij staande:
- Het Bollekesfeest dat mij gelokt heeft om er te gaan instagrammen. Zie maar op DNA
- Wat er uit de nieuwe camera rolt heeft vooral te maken met kinderhandjes en zeversmoeltjes. Niet altijd geschikt voor publicatie, maar het is wel boeiend oefenmateriaal, want hier in huis blijft niks stilstaan. Alles rent en springt hier maar in de rondte. Ook de plimplams.
- Oja, ik was toch weer keihard ontroerd door het verhaal van de mus van mijn vader… En allemaal zo echt en techtig gebeurd.

Maar omdat dit een blog is waar maar zeer zelden tekst zonder beeld geleverd wordt, krijgt u van mij nog de instagrammetjes van de week:
Aan de Olmense zoo staat een leeuw die van iets verschiet. Of ‘klegh, ik heb iets in mijn keel!’ (*fenna)

In de geburen van Zoerle Parwijs en Westerlo worden de waren gewoon op de oprit gezet en is het vertrouwen in de mens nog groot:

In Lillo is het gevaarlijk:

Sprookjesbossen zijn schoon:

Maar af en toe moet er gewerkt worden. En dat is dan bij tijd en wijle werken tot het donker is. :-)

De nieuwe auto vierde zijn eerste 100km. Ik vind dat schattig. Alle redenen zijn goed voor een feestje.

Weggevertje

Door een acute hoofdpijnaanval van een tweetal weken geleden, miste ik een postbode met een pakketje. En dus stond er op de post een doosje op mij te wachten. Eenzaam in een hoekje. Iedere dag schoof het verder naar een punt van ‘terugzending’. De hoofdpijn duurde veel langer dan verwacht en het briefje van de postbode was ik kwijt. Toen ik eenmaal de scherven van mijn hoofd weer bijeen gezocht had en mij in de donkere hoeken van mijn getormenteerde geest vaag herinnerde dat er iets met een pakketje was, hobbelde ik naar de post. De postbeambte die mijn pakketje zonder afzender of nummer moest gaan zoeken keek behoorlijk wanhopig. Maar ik ook. Gelukkig leverde dat een geslaagde zoektocht op. Ik werd verenigd met het doosje… Dank u wel meneer postman…

Het bleek een setje van The Help.
Cd, dvd én boek!
Om weg te geven!
Tadaa! Hoeraa!

De dvd is wel door mezelf bekeken. Die zit dus niet meer in een plastiekje. Misschien is het wat van het goede teveel (boekfilmmuziek), maar ge kunt ze alledrie samen winnen of helemaal niks. En ge kunt kiezen: of ik stuur het op, of ge krijgt het bij een koffie.

Meestal is het boek veel beter en ik vermoed dat dat hier ook het geval is, want Hollywood kon met z’n stroperige vingers weer niet vanaf blijven. Alles moet wijken voor de platte emotie.
Zet zo’n films in een wiskundig schema en ze zien er allemaal hetzelfde uit. De opbouw, de muziek, de emotionele triggers, de climax en het procent aan grapjes zijn allemaal hetzelfde. Maar het is niet omdat Hollywood eraan heeft zitten prutsen, dan het een slecht verhaal is. Verhalen van mensen zijn goed. Verhalen van mensen zijn sterk. Vaak zijn ze veel sterker zonder de manipulatieve violen eronder.
Noot aan de toekomstige winnaar: lees misschien eerst het boek. Daar ga je trouwens veel langer plezier aan beleven! En dat zal de terechte aanrader zijn, daar ben ik redelijk zeker van…

Los van het verhaal denk ik dat het leven van een kleurling behoorlijk heftig is. Niet alleen toen. Volgens mij is het ook vandaag echt nog keihard. Ergens binnenkomen en iedereen neemt notie van je huidskleur. En je voelt dat. En je hoort de mensen denken, maar je kan je niet verdedigen. Dat moet vreemd zijn. En mensen die beweren dat het niet meer zo is, dat is onzin. Ik neem ook notie van mensen hun huidskleur. Ook in mij zitten vooroordelen en veroordelingen. En ik ben dan nogal links van kop en spreken.

Enfin. U mag dus in de reacties zeggen of u dit setje wilt. De winnaar zal geselecteerd worden op eerlijke wijze. Hoe weet ik nog niet precies, maar het zal gebeuren. Zaterdagavond sluit ik af.

Dagen zonder broek

Het is juni. Nike riep de maand uit tot een rokjesmaand. Het weer maakte de uitdaging alleen nog maar groter. Want juni verspilde al vele druppen aan ons land. Ik schreef een stukje voor haar blotebenenblog. Vandaag te lees aldaar. Maar ook hier. Vanuit een andere hoek:

De Bevrijding

Al die jaren waren wij twee melkwitte pilaren. Pilaren in de duisternis. En wij droegen alle vrouwelijkheid boven ons. Borsten, billen, taille, lange haren. Vrouwelijkheid, alsof we er zelf geen deel van uitmaakten. Wij vertoefden in donkere stoffen pijpen. Verhuld in gewaden die men broeken noemt. In feite een beetje mannendingen. Ooit toch.
Het sturende Hoofd van hierboven koos ervoor, om vele foute redenen, om altijd, iedere dag, een broek te dragen. Voor vele jaren.
Wij, trouwe zusters, bleven zeer lang gespeend van alle licht en liefde. En wij vervreemden van elkaar. We werden steeds doorzichiger, bleker, behaarder en triester.

Maar toen kreeg het Lichaam kinderen. Wij droegen dit veranderende lichaam overal rond. Zonder afgunst, zonder ijdelheid, nog steeds in de gangen der broeken verwikkeld en gescheiden van directe communicatie met elkaar.
We droegen en we droegen, het Lichaam dat steeds zwaarder werd. We droegen dikke borsten, volle heupen, dikke buiken. Er werd gepronkt met buik. Er werd gevloekt op opzichtige borsten. Maar de benen. Nee, de benen, die telden nooit mee. Wij waren louter de blanke slaven van de bovenkant.

Op een goede dag – we herinneren het ons nog goed – kwam er een rok. Een rok? Een rok! We kregen niet echt een uitleg, maar we vermoedden dat het te maken had met een inzicht van het Hoofd dat wij misschien toch konden bijdragen bij elegantie…
Ons bleke vel groette het daglicht. Het haar werd verwijderd. We werden gevoed met crèmes en als zussen werden we herenigd. De benen weer bij elkaar.

Vaak is er een kous. Een zwarte nylon. Maar echt erg vinden we dat niet. Want onze vorm is soms sterker dan onze kleur. En hoe kouser de benen, hoe korter de rok. Dat bevalt ons.
Vaak is er ook geen kous. En dan jubelen we. Nog steeds bleek en half doorzichtig. Maar wel sterk. Van al dat dragen. Trotse dragers van het lichaam. Unieke pilaren, eindelijk erkend. Eindelijk verwend. Want het Hoofd weet nu: schoonheid en vrouwelijkheid, dat begint in het been.

De benen op de foto zijn die van mijn nichtje. Ze heeft een mooi paar.