Tuin zonder huis

Een tuin dat hebben wij dus niet.
Terwijl de meeste van onze vrienden een huis kopen met een tuin, hebben wij een appartement gehuurd. We vonden ons huis namelijk niet. En dus, na een zoektocht van een paar jaar, belandden we in een boeiend appartement zonder tuin. Met twee jongens. Die op een leeftijd zijn dat ze rondspringen als kangoeroes op springveren en ‘MAAMAAA’ brullen als ik vlak naast hen sta. Qua geluidsoverlast mogen we blij zijn dat er geen leefruimte onder ons ligt…
Onze keuze maakt dat we aangewezen zijn op de groene gebieden in en rond Antwerpen om onze springbonen uit te laten.

Park Spoor Noord (PSN) is niet zo mijn ding. Het lìjkt relax, maar met kleine kinderen is het voor mij vooral stress. Die kinders beginnen daar te rennen en in de drukte ben ik hen onmiddellijk kwijt. Tadeusz vind zijn weg wel al terug, maar Boris moet maar twintig meter rechtdoor lopen en die weet al niet meer waar hij is. Ik voer in PSN altijd maar halve gesprekken, met mijn oog altijd gericht op een rondrennend stukje T-shirt in de verte. In PSN heb ik al twee keer koortsachtig rondgelopen op zoek naar kinderen, overtuigd dat ze gestolen waren, paniek onderdrukkend en mensen aanklampend. En ik heb er ook al eens aan den toog gestaan om er eentje af te laten roepen.
Nee, voor mij dus niet, dat overigens verder prachtige park.

Wij moeten het hebben van grote open ruimtes en kleine wandelingen. Iets waar je in groep vooruit stapt en af en toe stopt in dun bevolkte gebieden. Of duidelijk omheinde plekken. Met maar één ingang. Hopelijk gaat dat binnenkort beter, als Boris zich wat kan oriënteren. En als hij snapt dat als er stoom uit moeders oren komt, dat hij dan misschien eens even moet luisteren.

De Kalmthoutse heide blijft toch echt een hit.
Een beetje tak, een beetje water, zand en bomen om in te klimmen. Niet voor iedere week, maar soms toch heerlijk. Daar hoor ik het gestamp van hun voeten niet. Daar kunnen ze hun klep eens openzetten zonder dat mijn oren eraf vallen. Het kan wel zijn dat er een paar broedvogels vierkante eiers gelegd hebben van het verschieten, maar goed.

We bouwden alleszins een huis, want zo’n tuin zonder huis, dat is het ook niet hé. Een huis dus. Voor de ‘helibeestjes’ (lieveheersbeestjes) en de ‘nonijntjes’ (konijnen). Een huis bouwen is goed. Constructief… De vorige keer hadden we dat ook gedaan. Toen had het een omheinde tuin. Deze keer dus niet…

IMG_9395

Mama moet het spoor volgen:
IMG_9405

Mama mag niet door! Moet cent betalen!
IMG_9406

Mama is stout. Ik ga niet meer stappen.
IMG_9412

Oerkreet voor het huis.
IMG_9430

IMG_9437

En, voor er mensen zijn die het vragen: de medailles die de kinderen dragen… Tadeusz kreeg er eentje omdat ie al een paar dagen geen ‘stoute mama’ meer had gezegd. Ik probeer ‘m dat af te leren aan de hand van beloningen. Het werkt alleszins beter dan straffen. Maar het is toch met wisselend succes. Boris moest er natuurlijk ook eentje hebben. Ook al blijft die van tijd toch gewoon ‘Toute mama’ roepen. *zucht*

Landing

Eindelijk verhuisd.

En eindelijk is er een wankele internetverbinding. En gelukkig ook een tikje tijd in mijn door chaos overspoelde leven.
Dit was voorzeker de zwaarste maand in jaren. Bloggen zat er echt niet in. Alleen maar kartonnen dozen en stof en twijfels en veel te weinig geduld in apart verpakte zakjes.
Deze verhuis was er eentje om in de annalen opgenomen te worden met veel voetnoten en kanttekeningen. Door de maand die we moesten overbruggen tussen de twee woonsten heb ik me ontheemd en thuisloos gevoeld, verwonderd en blij, beschaamd en ontworteld, wanhopig, boos, soms sterk en moedig.
Als een modern nomadengezin zagen we mooie steden in Spanje, ontmoetten we mooie mensen rondom ons, en sleurden we onszelf een breuk aan heel wat materiële ballast. De kinderen gingen met ons mee. De ene dag wisten ze zich beter aan te passen dan de andere.

Op het einde werd het soms wat pijnlijk: iedere keer als we ergens stopten met de auto, in Spanje of in België, voor een boodschap of bij een of ander logeeradres, vroeg onze tweejarige Boris met piepend stemmetje ‘Thuis?’

Nu zijn we er eindelijk. Het kind is kweeniehoeblij met zijn kamer. En ik kan nu eindelijk zeggen: “Ja schatteke, we zijn thuis…”


Badkameruitzicht in het nieuwe huis.
Ik zal me binnenkort eens bezighouden met de opgebouwde achterstand van de foto’s. En hopelijk ben ik ook weer terug geland in de blogosfeer. Want ik heb het hier ook gemist, deze propere wereld van letters en beeld…

Instameet

Hoe het precies komt weet ik niet, – ik vermoed dat mijn chaotische geest daar voor iets tussenzit – maar ik ben hier vergeten te melden dat er morgen, 7 juli 2012, een instameet georganiseerd is door een paar vrienden van me en ikzelf. Onder het mom van ‘beter laat dan nooit’ gooi ik het bij deze dan toch bloggewijs de wereld in…

Ik ben al, sinds ik een iPhone heb, helemaal weg van het instagramconcept. Verbondenheid met vreemden door middel van vierkante beeldjes. Hoewel het misschien ‘makkelijke fotootjes’ zijn, vind ik dat er ware instagramkunstenaars zijn die het instagrammen tot een kunst verheven hebben, terwijl anderen met dezelfde middelen er niks van bakken. Omdat instagram me al een paar goede vrienden opleverde, was ik geprikkeld en nieuwsgierig naar nog meer mensen achter de vele vierkantjes. Daarom besloten Donald, Tinka en ik een instapicknick te organiseren in het Antwerpse. We doen niks speciaal, we geven geen feestje, we hebben alleen een plek en een datum geprikt en we hopen zoveel mogelijk leuke instagrammers bijeen te krijgen om zo tot een uitwisseling te komen en de wereld dichterbij te brengen.

We maakten een facebookpagina, een facebookevent. Er kwamen flyers (de hoofdcreatie is van Tinka en ik vind ‘m super) en een website en een interview met Tinka op Noordlink, smosblog schreef.
Instagramt u ook? In de buurt van Park Spoor Noord morgen? Breng uw eigen hapje en drankje mee en wees welkom! U kan er de straffe verhalen horen van Donald, de mooie ogen van Tinka komen bewonderen, de zenuwachtigheid van mijn kroost komen vaststellen of gewoon een berg andere toffe instagrammers ontmoeten!

Ik herinner me nog dat ik niet zo lang geleden met Donald koffie zat te drinken en dat we dit bedachten. Ben eens benieuwd wat het morgen zal worden!

Hieronder nog een paar van mijn instagrammetjes van de laatste tijd…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Biodroom

Zij die in het Antwerpse wonen hebben mogelijks al eens iets horen waaien over de Biodroom. Ik ben zo iemand. Van dat horen waaien. Ik heb mezelf door die wind naar het linkeroever laten voeren vandaag. Vooral omdat het project op z’n minst een aantal intrigerende kernwoorden en omschrijvingen meeblaast: kunst en ecologie, tuin-in-zak, gemeenschapstuin, levend laboratorium. Klinkt allemaal goed, vond ik. En omdat zaterdag de dag is met het meeste kans op ergernissen, mislukkingen en frustratie (voor mij toch), leek het een goed plan om eens te gaan snuffelen, daar waar de Biodroom droomt. Als er iets is dat mijn humeur positief beïnvloedt, dan is het de natuur wel.

En het was er geweldig. Groen, levend, gezellig. Kindjes gelukkig (toch eventjes), inspirerende figuren en bouwsels, natuur in zakjes. En dat alles op een steenworp van de stad. Misschien zal ik ooit de innerlijke rust vinden om het leven in de vorm van zaadjes in de grond te steken, het water te geven, het te zien groeien en het uit de grond te trekken als het af is. Maar momenteel ben ik nog lang geen tuinier. Nu ben ik gewoon een bewonderaar. Een fris blaadje selder of een welig tierende savooikool kan mij al ontroeren. Ik heb niet zoveel nodig. Voor ik kinderen had was ik nochtans een harde tante. Daar schiet nu niet meer zoveel van over…

Ieder uitstapje brengt me naar een oefenterrein om mijn nieuwe camera te temmen. Want momenteel veegt ie nog de vloer aan met mij. Uit veel foto’s komen maar een paar aanvaardbare.

Tuin in zakjes:

Wat ik ook nog gedaan heb vandaag is de artistieke blauwe kin van zoonlief gefotografeerd. Hij liep vrijdagochtend tegen de muur…

Straatfeesten en zaterdagstress

Er is iets met zaterdagen. Dat is voor mij de meest stressvolle dag van de week. Wat het is een ‘vrije dag’. De winkels zijn open, de kinderen zijn thuis, en er MOET genoten worden van die kostbare tijd! Maar wat gaan we eten? En wat gaan we doen?
Van zodra het middaguur naar de namiddag kantelt zonder dat er zinvolle activiteiten gebeurd zijn, of op z’n minst in het verschiet liggen, krijg ik een soort van stinkend zaterdagmiddaghumeur. En dat is vaak een pak viezer dan een doordeweeks ochtendhumeurtje. Op zaterdag heeft mijn superlief het meeste kans op de volle lading verwijten. Voor gebrekkig initiatief, voor een te passieve levenshouding, voor zijn tomeloze onverschilligheid! Dat daar allemaal niks van aan is, dat doet er dan voor mij niet toe. Ik heb een tsunami van colère en die rolt gewoon zijn kant op. Vooral omdat ik knettergek word als die kinderen een hele dag binnenzitten. Dan zijn dat twee hulkjes, twee weerwolfjes die mij met huid en haar verslinden. Ik ben daar bang van. Dus we moeten naar buiten. Dat remt de metamorfose…

Als er een eenvoudig weekendplannetje is – een bestemming, een route en een tijdstip, eender wat – dan ben ik volgens mij best te pruimen. Ik word niet vrolijk van de inhoud van de activiteit. Nee ik word vrolijk van het hebben van een plan…

Vorige week gingen we naar een straatfeestje in de buurt. Vrienden hadden ons uitgenodigd om na hun lentepoets even langs te komen. Ik was dus in mijn nopjes. Ik had een doel op zaterdag!
Maar ik had het toch niet helemaal tot op het einde doorgedacht. Met de oudste, Tadeusz, geen probleem. Die is ondertussen groot genoeg om zich aan enige afspraken te houden. Maar de jongste? Nee. Boris is een ongeleid projectiel. Die rent gewoon weg. Met een huppel en een gil. En hoe gevaarlijker, hoe meer topsnelheid hij uit zijn broekspijpjes tovert. Die kan het niet laten van achter het hoekje te lopen. Op een uur tijd waren we hem al vijf keer kwijt geweest, was hij drie keer de afgezette straat uitgerend, en had hij geen twee minuten stil gestaan. Ik had met niemand nauwelijks een zin kunnen wisselen. We stonden daar gewoon heel de tijd familiaal ‘Booooris’ te roepen. We hebben hem dan maar ingegespt in de buggy en zijn naar de winkel gegaan. Uit pure miserie. Hij is nog geen two, maar wel al behoorlijk terrible.

Toen we even later terug thuiskwamen was ik moe. Maar ook wel voldaan. Ik had een paar fotootjes, de kinderen hadden gerend en we waren naar de winkel geweest. Het was niet echt leuk geweest, maar ja, soms is de activiteit écht ondergeschikt aan het plan dat eraan vooraf gaat en het resultaat achteraf…

Hieronder ziet u Boris in de startblokken. Hij denkt na over de meest ouderenerverende route:

Muts

Een winterprik. Een zakje zout staat al klaar in de kast. De worsteling met de kindertjes begint. Iedere dag: ‘Ik wil geen sjaal!’ Een ouder verzekert vastbesloten: ‘Maar buiten is het koud!’
De straten zijn vochtig, kasseien zijn glad en glanzend. Arme stad. De winter kruipt in de stenen; ijs bijt zich vast aan stoepranden en rioolputjes. Voor een stad zijn er geen jassen en sjaals…

Alhoewel…

De onbekenden die deze mooie straatkunst voor hun rekening nemen, wil ik bedanken. Het is poëzie. Het is werkelijk een gebreide gehaakte glimlach. Dank u wel.
(Er zijn trouwens zeker een vijftal van deze mutjes te bewonderen op het plein voor het museum!)

De magie van de Tenace

Zondag belandde ik nog eens op de boot van Gerd. Alleen ligt die nu al lang niet meer in het Waalse Tubize, maar wel in Antwerpen! De Tenace, de buurtboot van de Cadixwijk, ligt aan het MadrasTerras in het Houtdok en dat bleek een waar paradijsje te zijn. We konden er eten voor 5 euro, de laatste zonnestralen opslorpen en genieten van aangenaam gezelschap. De kinderen bouwden weer heerlijke jeugdherinneringen en het was heel eventjes vakantie op een zondag. Sommige mensen hebben talent voor pure ‘krakkemikkige’ schoonheid.

Tripje

We zijn de weg op gegaan. Naar Duitsland. We hebben vakantie. We hebben vijfhonderd kilometertjes gereden met krijsende kindjes. Een hele beproeving. De foto’s hieronder heb ik gemaakt voor we vertrokken. Toen ik nog helemaal zen was. Op de brug boven de ring waar allerlei zotte op- en afritjes elkaar ontmoeten…
De foto’s van dit reisje hebben jullie nog te goed…

Van grasladder naar vangrail:

Den deze heeft het gedaan volgens mij:

Als je maar genoeg afstand neemt wordt alles overzichtelijk. Ook 500 km…

Plastieken plezier

Jarenlang heb ik mij willen verzetten tegen de luidruchtige geldklopperij in lelijke kleuren, maar uiteindelijk ben ik toch weer bezweken voor de Foor, de zotte Antwerpse traditie op de gedempte zuiderdokken. Ik fiets er bijna elke dag voorbij en dan kijken de kinderen hun ogen uit. Zoveel te zien, zoveel te doen! Ik heb dit jaar erg weinig foto’s gemaakt omdat twee kinderen veel handen en aandacht vereisen, en omdat er zoveel kabaal is dat ik bijna niks kan zien. Maar ik heb toch een paar beelden geschoten.

Een punt waar al dat zwaaien en zwieren mooi te zien is:

Een vermoedelijk potdove en kleurenblinde viervoeter:

Adrenaline in een geometrische vorm:

De vlucht van zoonlief (kiest ie toch wel een roze beer uit zeker!):

Het adembenemende uitzicht vanop het prachtige reuzenrad (het blijft toch een hit):

Geparkeerd

Het verkeer is een jungle. Tussen alle verkeersborden en wegmarkeringen slalommen samen met duizenden anderen. Iedere chauffeur heeft zijn eigen zwakke plekken, blinde hoeken, en een andere frustratiegrens. De een neemt zijn bochten ruim, de ander kort. Bent u een ‘snelle optrekker’? Pinkt u bij het wisselen van rijstrook? Vindt u van uzelf dat u hoffelijk bent? Predator of bangeschijter? Met al die wisselende autowaarden en normen is de baan soms een echte flipperkast. Het verbaast me dat er zo weinig gebotst wordt.
Ik zit veel in de auto. Ik zie mezelf als een redelijk brave en rustige chauffeuse. Ik zou voor veel uitstapjes de fiets kunnen nemen, maar ik kies toch te vaak voor de vervuilende vierwieler in plaats van de conditiebevorderende tweewieler. Dat belast mijn geweten wel. Dat ik niet met een diesel rij helpt een beetje. Dat ik een zuinige chauffeur ben ook. En door dit stralende weer zijn mijn fiets en ik weer wat dichter bij elkaar gekomen.

Er is veel te vertellen over het verkeer. Veel meningen, veel wilde verhalen, veel middelvingers.
Ik maak me bijvoorbeeld kwaad in stoutparkeerders. Mensen die teveel plaats laten bij het parkeren en zo het aantal parkeerplaatsen in een straat verminderen. Parkeerders die drie plaatsen innemen. Grote ego’s. Of angsthazen. Of scheelkijkers.

In een stad als Antwerpen is er altijd te weinig plaats en we moeten wat economischer met die plek omspringen. Creatief met de schaarste omgaan. Zo is bijvoorbeeld de regel dat je minstens een halve meter moet tussenlaten ten opzichte van de wagen voor en achter je. Ik vind dat een slechte en stoute regel. Ik vind dat je net een boete moet krijgen als je méér dan een halve meter tussenlaat.

Ik weet wel dat parkeren voor velen niet eenvoudig is, en die mogen van mij wel wat marge krijgen, maar opzettelijk te ruim parkeren, uit gemakzucht of egoïsme dat gaat er bij mij niet in. Ik ben een ‘niptparkeerder’. Ik zet me in de kleinste gaatjes.
Mijn moeder zei vroeger altijd dat ‘eigen lof stinkt’. Da’s waar. Ik wil toch graag even stinken. Ik was er namelijk zelf van onder de indruk.
Van den eerste keer. In drie bewegingen. Met alleen een minimaal kusje aan de mini. En u kan vaststellen dat de wagen voor mij zelfs een haak heeft. Ik moet er wel bijzeggen dat de wagen voor en de wagen achter mij ruim anderhalve meter overhadden aan de andere kant. Ik heb ze dus niet vastgezet. Wie hoor ik nog zeggen dat vrouwen niet kunnen parkeren?