In mijn puberteit was ik een heftig Carlos Castaneda-fan. Ik verslond al zijn boeken, dronk doornappelthee en zijn woorden waren een soort religie voor mij. Ik liet mijn haar hippieachtig voor mijn ogen hangen. Ik had veel interessant gevoel voor drama die dagen, dat moet ik wel bekennen.
Castaneda was een vliegenvanger voor de puber die ik was. En hoewel ze niet goed geschreven waren, stonden zijn boeken boordevol mooie dingen. Ik herinner me heel wat wijsheden. Eentje ervan was dat als je ‘s nachts door een bos loopt en je bent onzeker en je twijfelt en je zit niet goed in je vel, dan zal je vallen over elke boomwortel en elke tak. Je zal je voeten kwetsen. Als je daarentegen met een ‘waar’ vertrouwen gaat, en je rent, dan zal je niet vallen. Je zal aan volle snelheid door het zwartste duister kunnen lopen. Zonder vallen.
Ik heb dat altijd geloofd. Ik heb zelf meermaals vastgesteld dat het ook klopt. Dat twijfels en angsten tot struikelen leidt. Een ferme tred behoedt je voor onheil. Zonder angst leven stelt je in staat tot straffe dingen…
Vandaag zag ik daar weer een voorbeeldje van. U ziet de door papa gebouwde toren. Minutieus afgewerkt, in verschillende kleuren en materialen, duizelingwekkend hoog, en door de kleine Boris met de vinger ‘bewijsd’.
Op het volgende beeld ziet u de activiteiten van Boris. We hadden sloopwerken verwacht, maar het werden verfijningswerken, zeg maar.
Op de laatste foto ziet u hoe de fundering van de toren gehalveerd is. Maar de toren viel niet.
Boris was niet voorzichtig. Hij was niet traag of wijfelend. Nee, hij kroop er gewoon wat tussendoor, en tikte twee blokken uit de basis weg. De toren stond. Zonder vallen…



















