Weggevertje

Door een acute hoofdpijnaanval van een tweetal weken geleden, miste ik een postbode met een pakketje. En dus stond er op de post een doosje op mij te wachten. Eenzaam in een hoekje. Iedere dag schoof het verder naar een punt van ‘terugzending’. De hoofdpijn duurde veel langer dan verwacht en het briefje van de postbode was ik kwijt. Toen ik eenmaal de scherven van mijn hoofd weer bijeen gezocht had en mij in de donkere hoeken van mijn getormenteerde geest vaag herinnerde dat er iets met een pakketje was, hobbelde ik naar de post. De postbeambte die mijn pakketje zonder afzender of nummer moest gaan zoeken keek behoorlijk wanhopig. Maar ik ook. Gelukkig leverde dat een geslaagde zoektocht op. Ik werd verenigd met het doosje… Dank u wel meneer postman…

Het bleek een setje van The Help.
Cd, dvd én boek!
Om weg te geven!
Tadaa! Hoeraa!

De dvd is wel door mezelf bekeken. Die zit dus niet meer in een plastiekje. Misschien is het wat van het goede teveel (boekfilmmuziek), maar ge kunt ze alledrie samen winnen of helemaal niks. En ge kunt kiezen: of ik stuur het op, of ge krijgt het bij een koffie.

Meestal is het boek veel beter en ik vermoed dat dat hier ook het geval is, want Hollywood kon met z’n stroperige vingers weer niet vanaf blijven. Alles moet wijken voor de platte emotie.
Zet zo’n films in een wiskundig schema en ze zien er allemaal hetzelfde uit. De opbouw, de muziek, de emotionele triggers, de climax en het procent aan grapjes zijn allemaal hetzelfde. Maar het is niet omdat Hollywood eraan heeft zitten prutsen, dan het een slecht verhaal is. Verhalen van mensen zijn goed. Verhalen van mensen zijn sterk. Vaak zijn ze veel sterker zonder de manipulatieve violen eronder.
Noot aan de toekomstige winnaar: lees misschien eerst het boek. Daar ga je trouwens veel langer plezier aan beleven! En dat zal de terechte aanrader zijn, daar ben ik redelijk zeker van…

Los van het verhaal denk ik dat het leven van een kleurling behoorlijk heftig is. Niet alleen toen. Volgens mij is het ook vandaag echt nog keihard. Ergens binnenkomen en iedereen neemt notie van je huidskleur. En je voelt dat. En je hoort de mensen denken, maar je kan je niet verdedigen. Dat moet vreemd zijn. En mensen die beweren dat het niet meer zo is, dat is onzin. Ik neem ook notie van mensen hun huidskleur. Ook in mij zitten vooroordelen en veroordelingen. En ik ben dan nogal links van kop en spreken.

Enfin. U mag dus in de reacties zeggen of u dit setje wilt. De winnaar zal geselecteerd worden op eerlijke wijze. Hoe weet ik nog niet precies, maar het zal gebeuren. Zaterdagavond sluit ik af.

De Trekking

Een tijdje geleden was hier op deze blog een berichtje te lezen waarbij je een duracell usb oplader kon winnen. Deze wedstrijd liep vandaag af. Vanochtend werd er bijgevolg een trekking op poten gezet waarvan u hieronder het videoverslag kan terugvinden.

Wat ik geleerd heb van zo’n giveaway:
- het is leuk om dingen te mogen weggeven
- ik zou iedereen wel een Ricky gunnen

Getest: Duracell USB-oplader + Giveaway!

Bloggen kan soms heel wat voordelen hebben. Behalve langdurige roem, erkenning, wilde fans aan mijn voordeur en een slappe hand van het handtekeningen uitdelen, word ik soms als testkonijn gebruikt voor wat producten.
Ik testte zo bijvoorbeeld al de Rosabag, heb het genoegen om met de de Quinny Yezz rond te rijden en won ik ooit de Sony Cyber-Shot DSC-HX1.

Ik kreeg een tijdje geleden een mailtje van Duracell. Of ik hun nieuwe toestelletje niet wilde testen. En als er getest moet worden, ben ik meestal graag van de partij. Niet dat ik mijn mening zo hoog inschat, maar gewoon omdat ik wel een hebbeding-gadget-mens ben. Stiekem.

Ik kreeg een reusachtige doos. Tussen vele verhullende snippers papier zat: 1) een wat onhandig Duracell-konijn in lelijke voetbalbroek dat in de buurt van kleine Boris redelijk snel bezweek, 2) een klein digitaal Samsungfotoestelletje (dat ik mag houden!) en last but not least 3) het usb-oplaadsysteem. En daar gaat het natuurlijk over. Het heeft even geduurd voor ik voldoende ervaringen had, maar ondertussen heb ik al een setje intieme momenten met het zwarte doosje gehad en nu kan het wel, denk ik…

De Duracell USB-oplader (er mist nog een catchy naam, vind ik) is een handig zwart apparaatje. Je laadt het op in de pries, steekt het in je handtas of legt het in het handschoenkastje van de wagen en je wacht tot het moment waarop je fototoestel, je smartphone of mp3-speler het laat afweten door een platte batterij. Dat overkomt me gelukkig steeds minder. Stenen die nogal opeen lijken placht ik te vermijden, maar af en toe loop ik er toch weer tegen. Boempatat, batterij plat.
En als ik dan dat Duracelldingetje (dat ik vanaf nu gewoon Ricky ga noemen omdat Duracell usb-oplader zo’n lelijke benaming is) heb, ben ik gered. Want alles wat oplaadt met usb kan door deze mini powerplant heropleven. Mijn iPhone geraakte ruim terug tot op 100% nadat hij volledig uitgevallen was. Het bijgeleverde fototoestelletje – dat door Tadeusz ijverig benut wordt – friste weer helemaal op. En dat alles zonder stopcontact. Het heeft dus zeker heel wat voordelen. Het is als een soort reservebatterij. Of eerder een mobiel stopcontact voor usb-apparaten. En het kan tot 5 uur oplaadcapaciteit opleveren! Onze straffe Ricky toch.

Er zijn ook wel een paar nadelen aan, vind ik: je moet hem bijhebben. Vorige week was mijn telefoon aan het einde van zijn energiepeil. In de rapte nam ik zwarte Ricky mee, maar niet het kabeltje. Opladen was dus niet mogelijk.
Ik legde hem in mijn handschoenkastje van de wagen. Maar de dag dat ik hem nodig had was ik met de fiets. Dat is dus direct het grootste nadeel. Je kan in feite ook gewoon een reservebatterij meenemen. Als je het vergeet, ben je er niks mee.
Ander nadeeltje: het is geen mooi zwart bakje. Nee. Er steken stopcontactdingetjes uit. En als je die eraf haalt (dat kan) steken er nog andere zotte dingetjes uit. Het is ook niet klein. In een rommelsacoche als die van mij wordt alles wat ik niet direct nodig heb al snel als overbodig ervaren.
Dat hij mijn Canon 450D niet usb-gewijs kan opladen, is een grote tekortkoming. Maar daar kan Ricky in feite niet aan doen. Dat is eerder een handicap van de Canon. Die zonsondergang of die slapstickval van zoonlief, het zal met de smartphonecamera zijn…

Toch denk ik, dat Ricky een serieuze aanwinst kan zijn. Ik ga binnenkort een viertal dagen naar Oostenrijk. Wees maar zeker dat de Ricky meegaat. Ik moet er niet aan denken om daar zonder batterij te vallen! Op momenten dat je veel buitenbent, niet overal stopcontacten in de buurt hebt en je apparatuur intensief gebruikt, lijkt Ricky een goede vriend te kunnen zijn. Ondanks zijn nadelen.

Er is nog iets heel erg leuks aan dit hele verhaal: Ik mag er eentje weggeven! Zeg allemaal in koor: Joepie!
Ik heb zelf een exemplaar voor vijf uur oplaadcapaciteit en degene die ik mag weggeven is er eentje met drie uur oplaadcapaciteit, maar elk beetje energie is volgens mij superwelkom als je daar staat met je platte batterij.
Zij die dus ook graag een Ricky hebben mogen gewoon een reactie nalaten waarin je aangeeft dat je ook een Ricky wil… Ik zal de giveaway afsluiten op zondag 11 december. Een onschudlig kinderhandje zal een naam trekken en dan zal ik de winnaar contacteren voor zijn adres, zodat er een Ricky verstuurd kan worden. Zo hebt u misschien nog een leuk extraatje voor onder de Kerstboom…

De hit

Vastbesloten is ze, die moeder van mij. Dat Tadeusz een klein genie is. Ik weet dat niet. Zij wel. En ze zal het me tonen ook. Tadeusz krijgt altijd cadeaus die in feite voor oudere kinderen of zelfs voor volwassenen zijn. Puzzels met heel veel stukjes. Professioneel kleimateriaal. En zo. Ik ben het daar over het algemeen wel mee eens; grotekinderenspeelgoed is meestal veel leuker dan een doos waar je eigen leeftijd op staat.
Voor Kerst kreeg mister T. een heuse elektrische piano. Op de doos staat een jongen van een jaar of twaalf met een beugel die zich enthousiast op het instrument werpt alsof hij een echte ster is.
Tadeusz heeft al veel geoefend op zijn piano. Hij zet het ding nog vooral aan en af, maar er wordt ook al heel wat afgetokkeld. Het klinkt nog chaotisch en vals en erg rommelig, maar op foto zie je dat allemaal niet. Het lijkt alsof hij zijn superhit zingt. Die ene waarvan alle meisjes gaan zwijmelen…

Alternatieve kerstgedachte

Met Kerst brengen we massaal het bos naar binnen. Allemaal een huisboom. Voor eventjes. Al die sparretjes in shock door de plotse warmte. Al hun haren vallen er van uit… Naalden, bedoel ik. We maken er een soort appelboom van. Met glimdingen in. En slingers. We omringen ze met felgekleurd papier en strikjes. Maar dat is niet voor de boom. Nee, de cadeautjes, die zijn voor onszelf.
We halen een stervend wezen in huis en we kijken ernaar, vol zelfgenoegzaamheid. Want wat kunnen we dit leed toch mooi in engelenhaar verhullen…
En dan, na een week of twee, smijten we die huisboom gewoon op straat. Een afdankboom. En dat in deze tijden van ecologische verontrusting.

Je kan kerstbomen adopteren tegenwoordig. Je kan ze met een kluitje kopen. Je kan ikeabomen achteraf bij ikea laten recycleren. Dan wordt je boom misschien wel een krant waar ze ecologisch verontrustend nieuws op drukken.

Ik ging er ooit eentje terugplanten, zo’n wortelboompje. Ik wist alleen niet goed waar. Maar waar vond ik geschikte zurige kerstboomgrond? Waar was het aangenaam vertoeven voor een gemarteld boompje? Ik plantte hem uiteindelijk ergens aan de rand van een bosje, ten Noorden van Antwerpen. Er was geen enkel sparretje in de omtrek te bespeuren. Ik vermoedde toen al dat het mis zou lopen. Zo zonder vriendjes, een eenzaam allochtoontje in een ongeschikt klimaat. Gedurende anderhalf jaar ging ik iedere drie maanden kijken. Het ging er niet goed mee. Hij werd maar rosser en rosser. Ik gaf hem op warme dagen soms wat water. Het baatte niet echt. Maar ook in de winter, toen ik hoopte dat de frisse lucht hem deugd zou doen, kwijnde hij steeds meer weg. Mijn geweten werd zwaarder en zwaarder. En een nieuwe verhuis durfde ik hem niet aan te doen. Ik ben op een gegeven moment gestopt met te gaan kijken. Ik kon er niet meer tegen.

Dit jaar heb ik voor het eerst een kerstboom gezet bij me thuis. Ik had er niet zo bij nagedacht en het leek me prettig dat zoonlief kennis kon maken met dit lichtfeestje en de vreemde bijhorende kersttradities. Het is een spar met worteltjes geworden. Maar echt gelukkig is ie niet. En hoewel ik vond dat ie er mooi uitzag in ‘t begin, begint mijn geweten weer te knagen. Ik vind ‘m nu vooral een beetje zielig. Ik begin nu al uit te kijken naar een lapje grond in de buurt waar potentiële vriendjes staan. En misschien volgend jaar toch maar een plastieken alternatief zoeken…
Of een versimpeling van het concept. Zoals ik gisteren zag op een vergadering. Maar dat kwam me wat droevig over…
Dan nog liever gewoon een vrolijk gezicht voor het raam:

Ik kreeg overigens wel het beste cadeau van allemaal.

En Tadeusz, die kreeg een paraplu…