dromen

#wijvenweek: ongecensureerd weg-dromen

Gisteren had het over vervlogen dromen moeten gaan. Ik kwam er niet toe. Vandaag zou er een ongecensureerde post moeten verschijnen… De twee onderwerpen zijn volgens mij perfect verenigbaar in één post. Pragmatische oplossing, maar dat vergeven jullie mij wel, denk ik.

Ik heb in het verleden al vaak mijn gebrekkige huishoudelijke en opvoedkundige eigenschappen in de verf gezet op deze blog. Ik deins daar niet voor terug. Ik zie het een beetje als mijn missie om de gangbare ideaalbeelden te ondermijnen en eens niet-perfect te zijn in deze veeleisende samenleving.
Maar zelden laat ik die werkelijkheid in z’n volle lelijkheid tot u komen. Ik verhul het soms achter een mooie foto, of laat het maar druppelsgewijs los, en zo lijkt het of ik mijn verloedering toch nog enigszins onder controle heb. Alsof het toch een bewuste keuze is. Vandaag maak ik dus een uitzondering.
Als mensen mij vragen ‘Hoe doe je dat toch? Bloggen en foto’s maken en kinderen opvoeden en werken en dan nog zoveel projecten hebben?!‘, dan wuif ik dat onachtzaam weg en haal mijn schouders op. Maar het is niet zo dat ik sneller of beter of creatiever of straffer ben. Al die activiteit gaat namelijk àltijd ten koste van iets anders…

Ik maakte een paar rappe ijskoude onesthetische foto’s van de achterkant van de blogwerkelijkheid. De eerste die me daarop pakt, me uitlacht of mijn vriend daarom niet meer wil zijn die krijgt een oplawaai.

U ziet hier ons tuintje. Of toch een stukje. Het is een scheet groot en er is geen gras. Grasmaaien hoeft dus al niet. En toch loopt het altijd mis. Ik steek dat op het feit dat we een bel-etage bewonen. De tuin ligt een halve verdieping lager en daardoor ‘hebben we geen echte band met de tuin’. Als we ooit een tuin hebben op gelijke hoogte met de living dan zal je eens zien!
Wat er op de foto te zien is, is het sluitende bewijs van mijn laksheid en de donkere kant van mijn perfectie. Die bak met groenige vloeistof, dat is het ‘zwembadje’ van de kinderen van vorige zomer. Er zwemt nog een bootje in. Maar dat zie je gelukkig niet. Er is nu in ieder geval wel leven op de boot.
De bladeren achter het levende zwembad zijn van vorige herfst. Of misschien zelfs van die van het jaar ervoor. De lege bloempotten zijn ondertussen flatgebouwen voor pissebedden en spinnen en de tuinslang ligt er ook nog van vorige zomer. En de tegeltjes vooraan zijn in feite geel…

In huis zet ik met de volgende foto de aftakeling van mijn imago voort. De gouden lamp is een restant van de meubelen van mijn grootmoeder, maar die hing indertijd nog niet scheef. Ik steek het op mijn jongste zoon en zal wachten tot ie groot genoeg is om ze te repareren. Ik denk er al lang aan om de gouden voet een ander kleurtje te geven. Gelukkig behoort uitstelgedrag ook nog tot mijn kwaliteiten.
Verder zijn er rond de lamp een paar stukken textiel waar te nemen: de eeuwige kinderkleren. Altijd zwerven er kinderkleren door mijn huis. Ik kan die dingen gewoon niet de baas. Overal losse sokken, broekjes, rompertjes, tutten. Dat lijkt een eigen leven te leiden, rond te wandelen en weg te kruipen zonder dat ik er erg in heb. En erop schelden en roepen helpt ook niet. Nochtans wel al vaak geprobeerd. Maar ze willen niet opgevouwen in de kast gaan liggen.
In en rond de wasmachine is de concentratie meestal nog hoger. Daar lijkt het wat op een invasie. Als ik een tijdje bij de wasmachine vertoef ligt mijn haar nadien altijd in de war… Ik beschouw onze droogkast trouwens een beetje als een kast. Als ik de douche uitkom, dan trek ik vaak de droogkast open voor een onderbroek. En dan ben ik van slag als die leeg blijkt te zijn.

Ik had ook nog beeldmateriaal van de vloer en van een paar schier overleden planten, maar het moet niet al te bont worden, hé.

Dit alles sluit mooi aan bij het thema van gisteren, namelijk de vervlogen dromen. Ik ben geen zestien meer. Ik besef dat mijn jeugd me verlaten heeft om in mijn kinderen te leven. De kleur van mijn haar vlucht weg van mijn hoofd. Mijn huid is niet meer elastisch, maar eerder van plasticine. Ik ben ‘mevrouw’ en niet meer fietfieuw op straat.
Met al dat tanen en verouderen begin ik te beseffen dat er dingen zijn die nooit zullen veranderen. Ik moet dat aanvaarden. Gedrag is bij te sturen en aan te passen, maar veel dingen zullen blijven. Vooral karakterieel. Ik zal altijd chaotisch blijven. Ik zal nooit goed kunnen argumenteren. Ik zal altijd problemen hebben met kleren in kleerkasten te krijgen. Vraag me nooit om een schema te maken. Of verjaardagen te onthouden. Me te oriënteren.
Vroeger dacht ik dat dat allemaal nog wel kon. Veranderingsmogelijkheden waren onbeperkt. Niets stond vast.
En dat is precies mijn vervlogen droom: sommige dingen zijn wat ze zijn. De tijd wint het toch.
Maar die vervlogen droom is tegelijkertijd een hoopvolle opluchting: sommige dingen hoeven niet te veranderen. Sommige dingen zijn wat ze zijn…

Maar een tuintje op ooghoogte, dat hoop ik toch ooit te kunnen onderhouden…

Blancquaert en de geboorte van een handschoen…

Het bloggen leverde me al heel wat leukigheden op. Zo heb ik ondermeer een aantal vrienden/kennissen cadeau gekregen door de tijden heen. Je hebt namelijk allerlei bijeenkomsten van gelijkgezinde bloggers. Ik weet dat er bijvoorbeeld naaikransjes ontstaan, of wandelgroepjes, kookclubjes enz. Ik was zelf al een paar keer op stap met andere fotografen-bloggers. Meestal is dat logischerwijs gelinkt aan fotografie. Zo was dat vorig weekend ook weer het geval. Ik ging met ondermeer Stephanie en Carola naar de overzichtstentoonstelling van Lieve Blancquaert. Een tentoonstelling waar verschillende meningen over bestaan. Veel mensen vinden haar foto’s geweldig, anderen vinden ze maar zus en zo. Sommigen doen zelfs smalend over de hele opzet in Gent.

Ik wist niet goed wat te verwachten; ik vind sommige van haar beelden heel ‘vlak’ en een beetje saai (vooral haar studiofoto’s), maar ze heeft ook heel knappe aangrijpende foto’s (bijvoorbeeld de Kraambed Congoreeks). Soms is het me allemaal wat te gemakkelijk, maar op veel foto’s ben ik toch echt jaloers. Bovendien vind ik het een sympathieke vrouw. Alleja, dat denk ik toch. Ik ken haar natuurlijk niet persoonlijk.

Het leuke aan de tentoonstelling was dat ik er met fotografen was. De gesprekken gaan dan echt over de foto’s. Hoe zijn ze gemaakt, welk licht, waarom koos ze voor die houding, stijl, kleur… Razend interessant vind ik dat. En de ‘portrettenkamer’ vond ik toch wel erg leuk. Al bij al vond ik het weer een erg leerrijke ervaring.

Als ik met zo’n bende vrouwen op stap ben hoor ik trouwens ook altijd wel leuke verhalen. Zo was er eentje die de nacht voordoen gedroomd had dat ze bevallen was van een handschoen. Als dat niet intrigerend is!

Boris was wat stuurs omdat ie zijn tut niet bijhad. Hij kreeg dan maar een giraf te leen van Wolf, de andere baby in het gezelschap.

De mooie (door de moeder) zelfgemaakte muts van Wolf: