gras

Saai, maar mooi

Toen ik in de loop van de week over de singel van Antwerpen reed, scheen de zon. Ik heb mij aan de kant gezet en ben uitgestapt om snel toch een paar stralen van die zon op te vangen. In mijn zwarte doosje. Niets speciaal, eerder saai, maar het kan gewoon louterend zijn om het te doen. Ongeacht de resultaten.

En deze avond ontmoette ik de zon alweer. Weer uitgestapt. Ik zag dat de zon tussen de lijntjes kan kleuren…

Verlof in 1979 of 2011?

Naast de gewone fotoreeksen is er nu ook telkens een groep instagrammetjes. Ik weet dat niet iedereen er fan van is, maar ik blijf het toch leuk vinden. Mijn verlof staat nu ook op vierkante plaatjes die moeilijk in de tijd te plaatsen zijn. Het lijken foto’s uit mijn jeugd. Alleen ben ik nu groot…

Het heerlijke gasthuis:

De schaduwwerpende zon:

Ballonnenplezier. Hij kon bijna niet meer ademen van de pret.

What’s for diner?

Zij die vrezen dat ik helemaal ga ver-instagrammen, niet bang zijn. Ik wil zelf ook vooral ‘echte’ foto’s blijven posten.

Paradijsvisite

Hoewel ik een echte stadsmens ben en graag in de stad woon, zie ik mezelf toch graag als een vriend van het groen. In mijn jeugd beklom ik menig boom, maakte ik matjes van bladeren en kende ik toch heel wat vlinders en bloempjes bij naam. Maar door mijn versteende blik in een betonnen stad ebde de voeling met die natuur wel wat weg. In onze zoektocht naar een huis wordt regelmatig de discussie heropend of we toch maar niet naar ‘den buiten’ moeten trekken. Iedere keer kets ik het idee weer af: uren in de file, iedere dag, om dan met de ogen dicht (want al die uitlaatgassen moeten toch ontkend worden) toch achter de computer te gaan zitten. En waarschijnlijk zou ik de stad missen. Niet dus.

Maar als ik er kom, in dat groen, dan gebeurt er toch wel iets met me. Ik geniet zo van dat beetje gras. Ik word vrolijk van elk plantje. Mijn liefde voor de natuur sluimert ergens in mijn binnenste en heeft maar een klein zetje nodig om terug in passie te ontvlammen. Ik wil toch zeker een huis met een tuin…

Ik was vandaag bij vrienden, in Zoersel, en waande me weer in het paradijs. Soms drijf ik zo ver af van de natuur dat ik er van vervreemd.

Ik weet nog dat ik eens op bezoek ging bij iemand en die hadden twee schapen in de tuin. Ik was daar dus echt compleet niet goed van! Ik heb een half uur naar die dieren staan wijzen; kon alleen nog maar ‘Schaapschaap! Schaap! Schapen!’ brabbelen. Ik ben toen op mijn knieën gaan zitten bij die dieren. Toen ik er een gesprek mee wilde aanknopen zag ik plots hoe raar die beesten eigenlijk zijn. Ik kreeg de slappe lach. Ik werd er nadien zelfs wat bang van (die horizontale pupillen zijn echt wel creepy hoor als je ze diep in de ogen wil kijken). Ik ben daar weken door van slag geweest. Het was alsof ik nooit eerder een schaap gezien had. Sindsdien ben ik nogal op mijn hoede in de buurt van schapen. Dat is voor mij in feite té exotisch binnenland. Hier waren nu geen schapen. Wel kippen, maar die heb ik wijselijk genegeerd. Anders was ik misschien toch nog de kluts kwijtgeraakt als ik had beseft dat die dingen eieren leggen. Stel u voor. Dat komt gewoon uit die hun poep!

Maar goed. Zoersel was vandaag gelukkig niet te choquant voor deze stadsmus. Het was gewoon een tuin met licht en zon en gras en courgetten en sla erin. Ik vond het heerlijk. Ik was weer verwonderd over de mogelijkheden. Ik at een maaltijd die uit de tuin geplukt was (alleen de pasta niet) en ik at het in de tuin. Boris at van het gras. Woelde met zijn handjes door de aarde. En de zon gaat er later onder dan thuis. Da’s omdat ze die zonnebloemen nog moet voeden…

De zonnebloemen op hun weg naar de hemel:

Baby Boris in het gras:

Een nog groen tomatenwonder:

En the owner of the place, kleine Jules, voor wie gras en groenten zo gewoon zijn dat ie nu al weet welke bloemen giftig zijn en welke niet. En hij kan een stadsmens van kilometers ruiken:

Geschelpte ziel

De vreugde over een steen of een schelp, een grasspriet tussen de stenen, een wolk in de vorm van een olifant. Dat kinderen zich vrolijk kunnen maken over de eenvoudige dingen die je zoal kan tegenkomen, dat is geen nieuws. Ik denk dat ik niet de enige ouder zal zijn die nodeloos met takken en stenen heeft rondgezeuld. Als ik mijn jaszakken leegmaak zitten er altijd wel een paar steentjes tussen, die indertijd aan mij werden toevertrouwd, als kleinnood, kwetsbare schatten…

Maar het zijn niet alleen kinderen… Mijn moeder – een vrouw met veel tijd en veel oog voor detail; allround artieste zonder vast medium, maar nooit een tekort aan nieuwe thema’s – was naar zee geweest. En zij keerde terug met een nieuwe schat… De schelpjes werden zorgvuldig gesorteerd, van groot naar klein, naar kleur en tekening, en bijna al het andere verdween even naar de achtergrond. Haar aanstekelijk enthousiasme maakte ook eventjes mijn schelpenoog wakker…

En achteraf zag ik bij ons in de straat dit groene eilandje in het asfalt. Het hoort er in feite bij, vond ik.

Dor gras en stenen

Als ik ‘s morgens naar het werk fiets, rij ik langs het nieuwe justitiepaleis, langs een stukje van de Singel en ga dan langs de Silvertopblokken naar het Kiel. Aan mijn linkerzijde ligt dan de ‘Konijnenwei’; een braakliggend stukje grond met stekelige planten en veel stenen in de aarde. Erachter liggen dé opritten, dé ring, dé autostrades. Dof geruis en files. Het lapje groen tussen stad en ring is een stukje niemandsland, verlaten, vergeten, miskend. Maar vaak is het echt prachtig. Mist en regen. Zachte ochtendzon. Trieste voetbalgoalen uit een andere tijd. Vaak wil ik afstappen en foto’s maken, maar meestal ben ik maar zo nipt op tijd op weg naar het werk – en soms ook al té laat – dat ik denk: ‘Ik doe het morgen wel.’
Als ik ‘s avonds terugfiets neem ik een andere weg, omdat ik dan Tadeusz van de kribbe moet ophalen. En op de terugweg denk ik in principe ook niet aan dat dor stuk gras naast de baan.

Vorige week vrijdag hoefde ik eens niet naar de kribbe. Ik kon rechtstreeks naar huis fietsen. Mijn hoofd zat nog boordevol werk en zorgen en aanhoudende haast. En toen passeerde ik weer het desolate gras. Ik stopte. Gooide mijn fiets in een struik. Luisterde naar de vrijdagavondfile. Ik ging zitten op de konijnenwei en sprak met de spinnen. Ik was content.

IMG_2361-1-border

Paard met baard

De omstandigheden van de laatste dagen brachten mij al op heel wat plekjes in Vlaanderen waar ik mij met GPS doorflaneer. Vaak is het agrarisch gebied. Gisteren was er een omlegging en kon ik niet rechtstreeks naar de autostrade. De GPS herberekende de route en liet me door een streek van veld en wei netjes omrijden. Maar de straatjes werden steeds kleiner en smaller. Van een geasfalteerde weg ging het over in een zandweg. Het stemmetje bleef vrolijk en zelfverzekerd: over 300 meter naar links, daarom links aanhouden…

Op een gegeven moment begon ik zeer sterk te twijfelen. Ik dacht: “Dit is geen weg. Dit leidt naar nergens…” Maar ik waagde het erop. Als ik op een boer zijn veld zou komen, zouden we nog eens kunnen lachen: stadsmeisje laat zich door GPS op de akkers leiden!

Ik stopte halfweg bij het paard aan mijn linkerzijde. Want het paard had een baard. In de verte zag ik auto’s rijden. Misschien was het toch een weg?

Het bleek uiteindelijk een weg te zijn. Ik kreeg plots veel meer respect voor mijn GPS, dat hij ook naamloze servitudewegen (‘servitude’ is toch een heerlijk woord!) en graspaadjes kent, vind ik redelijk bewonderenwaardig… Ik had er zo mijn tent kunnen opslaan…

Het paard met de baard:
img_4875-1-border

img_4884-2-border

De weg:
img_4922-5-border

Saaie rietkrater

Mensen met kinderen. Hét gespreksonderwerp in mijn leeftijdscategorie van mensen zijn KINDEREN. We praten en praten maar. Wie er al heeft en wie nog niet. En hoe je ze moet opvoeden. En om hoe laat ze gaan slapen. En wat je ermee moet doen in het weekend.

Heel wat ouders zijn tegenwoordig zo bezig met hun kinderen dat ze hun eigen leven er wat bij vergeten. Waar een kind vroeger in een museum achter de volwassenen aanslenterde, worden nu alle weekend- en vakantiebestemmingen in functie van het kind gekozen: binnenspeeltuinen en pretparken, iets met een zwembad aan, waar ze ijsjes hebben. Het doet er niet toe of het lelijk is; als de kinderen zich maar amuseren… Afschuwelijk vind ik het. Ik móest vroeger met mijn moeder mee, of ik het nu leuk vond of niet. En mijn moeder wist goed wat zij wilde…

Op zondag rijden we met ons gezinnetje wel eens op dewildenboef ergens naartoe. Nu wilden we: een streepje groen, en niet te ver.
Het werd ‘de Schorre’ in Boom. Ik had er al van gehoord maar was er nog nooit geweest. De mensen die erover spreken hebben vrijwel altijd kinderen. Dat had me moeten alarmeren, maar zondag dacht ik niet verder na.

Ik vond het er kaal en foeilelijk. Het lijkt een enorme krater waar ze een lelijk nieuwbouwblokjebrasserie in gezet hebben en daar een megaspeeltuin bij. En voor de rest was er hier en daar een ploefje riet te zien. En een saai bruggetje over een beschaafd watertje. Met uitzicht op lelijke blokjes nieuwbouw. En in de verte blokjes nieuwbouw. Achter een bosje een triestig speeltuigje voor de kleinsten.

En er was ook een aangelegde vijver met een twintigtal vissers errond. Omringd door – natuurlijk – blokjes nieuwbouw. In de vijver fake plastieken zwanen.
Voor mij was het (hopelijk) de laatste keer dat ik er moest zijn. Misschien is het voor kinderen een leuke speeltuin, en voor de jeugd een prettig sportterrein, maar ik vond er niks aan. Tadeusz maalt er gelukkig nog niet om. Die is al blij als hij zijn handjes tegen het gras kan leggen. En we doen het toch allemaal voor de kinderen, niet?

img_3730-1-border1

Wat voor zin heeft het als je er toch niet opmag?!
img_3719-1-border1

img_3788-3-border