Stoute mama

‘Dan mag jij nooit meer naar mijn feestje komen!’
Dat is de nieuwe verwensing die hier regelmatig door het huis galmt. Het grofste dat ie momenteel bedenken kan.
Er wordt hier een ware machtsstrijd uitgevochten met onze vijfjarige.

Ik herinner mij de onmacht die ik voelde als kind. In de wereld van volwassenen werd ik voor voldongen feiten gesteld. Hun tirannieke karakters die mij meesleurden in een onbegrijpelijke logica. Ik was een gefrustreerd slachtoffer van hun – door ouderdom veroorzaakte – zwakzinnigheid. Kind zijn in een volwassen wereld was hard!
Ik herken het soms bij Tadeusz. De neiging om mij de schuld te geven van alles. En mij daar ook persoonlijk aansprakelijk voor te stellen. Alsof ik almachtig én kwaadaardig ben.

‘Ik wil écht niet meer stappen nu!’
‘Ja, we zijn er bijna. Als je nu stopt met stappen, dan kom je er helemaal niet.’
‘Ik tel tot tien en dan stop ik écht écht met stappen hoor!’
‘En hoe ga je er dan geraken?’
En dan volgde er soms scène. En soms ook een ‘stoute mama!’

Die ‘stoute mama’. Ik heb een tijd gedacht dat ‘negeren’ het vanzelf zou laten voorbijgaan. Maar het werd alleen erger. Een tijdje vriendelijk gevraagd. Noppes. Een tijdje gestraft. Het werd al gauw een ‘om ter boost-ding’. De laatste poging is een beloningssysteem. Een dag geen ‘stoute mama’ was een kleine beloning. En dan een paar dagen. Aangeduid met kraaltjes op het telraam. Na een week ‘iets gaan drinken in het caféetje op de hoek met mama’. Daar heeft ie een soort fixatie op.
En het werkt! Hij vind het zelfs leuk…

Tot ik gisteren mijn belofte niet hield. Ik had hem ‘s morgens nog gezegd dat het die avond zou gebeuren. Maar door omstandigheden vergat ik het.
Ik heb mijn best nogal moeten doen om dat recht te zetten.
Hij was vastbesloten om toch nog te gaan. ‘Dan ga ik wel alleen! En als ik op straat dan onder een auto loop dan is dat jouw schuld!’
Jas en schoenen al aan. Op de trap. Ik moest echt alles uit de kast halen. ‘Nee, hij zou gaan, er was niks tegen in te brengen…’
Uiteindelijk was de deal: hij zou twee (tijdelijke) tattoo’s krijgen en ik ook. En ik moest erbij schrijven ‘met Tadeusz naar het café’. Om het vandaag zeker niet te vergeten. Ik was stilletjes wel een beetje trots dat hij tijdens de hele discussie geen ‘stoute mama’ heeft gezegd. Terwijl ik het nu wel een beetje verdiende…

foto

Het was trouwens gezellig. Hij dronk een appelsiensap. We speelden een spelletje oxo (Hij werd wel kwaad toen ik acht punten ineens pakte) en we praatten een beetje. Volgende week krijgt ie een megalegobuzzlightyear. Als ie eraan denkt wordt ie al gefrustreerd omdat hij het nuuuu nog niet krijgt. Maar het truukje werkt. Kwaad zijn mag. Maar ‘stoute mama’ zeggen niet meer…

Nu hoor ik onze Boris (2,5 jaar) wel al een paar dagen om de haverklap ‘Tommeriken!’ roepen. (Stommeriken!)
*Zucht*
Dat belooft voor de puberteit…

Hier ziet u Tadeusz nog op een zaterdagochtend. Hij houdt zich hier heeeeel erg hard in om geen ‘stoute mama’ te roepen. Want ik vond dat snoep geen ontbijt was…

2f1ac7aeaf0211e29df022000a1fb07c_7-1

The Wave

Kinderen zijn eigenlijk verrassingspakketjes. Je weet nooit wat erin zit. En wat eruit zal komen.
Het werd al vrij snel duidelijk dat onze oudste spruit, Tadeusz, maar weinig muzikale noten kon kraken. Hij danst als een onbeholpen hark, kent geen enkel kinderliedje (enkel wat vage flarden) en zegt in de auto meestal ‘mama, ik wil geen muziek horen’ als de radio opstaat.
Hoewel het uiterlijk lijkt dat we met de tweede spruit fysiek een kopietje hebben getrokken van de eerste spruit, blijken er toch allerlei andere ingrediënten in te zitten. Boris heeft onder andere wél een hoofd voor muziek. Of toch al meer dan Tadeusz.
Hij erfde de liefde voor muziek van zijn vader, maar danst die nu al vlotjes van de dansvloer (of dansstoel…). Bij het minste deuntje staat hij met zijn kont te schudden.

En hij heeft geen slechte smaak. Hij is bijvoorbeeld ook zot van jazz. Misschien heeft ie dat van zijn grootvader, Mike Zinzen. Misschien wordt ie wel een even boeiende verhalenverteller ook…

Nog enkele overeenkomsten tussen de broers:
- Ze eten allebei als paarden. Dat belooft voor hun puberteit. Ik overweeg nu al een Amerikaanse ijskast. Of twee.
- Als je aan de toekomst van deze jongens denkt, komt er bij de meeste mensen ‘stuntman’ als mogelijke beroepskeuze in de gedachten.
- Er zitten springbonen in beide kinders. Da’s een stuk van het geheim recept.
- Ze beginnen vroeg met stappen en een tikje laat met babbelen.

Nog enkele verschillen met zijn broer:
- Boris steekt zijn vingers altijd tussen de schuiven die hij open en dicht doet. Tadeusz had direct door dat er daar een truc voor was. Boris staat vaak te wenen met een handje vast in een schuifje.
- Boris heeft alles gezien en kan goed zoeken. Tadeusz ziet nog geen olifant als die naast hem staat.
- Tadeusz kan de meest halsbrekende toeren uithalen zonder vallen, maar als hij gewoon naast je staat valt hij op zijn gezicht. Dat heeft Boris niet zo. Da’s dan ook een uitzonderlijk talent dat je niet bij veel anderen zal terugvinden.

En zo zijn er nog duizend analyses te maken van die twee jongens. Maar dat ga ik niet meer vandaag doen, want het is weinig interessant voor buitenstaanders en trouwens, ik moet morgen om 5u30 opstaan. En dat hebben ze dan van mij geërfd: vroeg opstaan is niet mijn ding…