hangbrug

Oostenrijk (part II): Tiroolse clichés

Toen ze me zeiden dat ik naar Tirol zou gaan, moest ik wat giechelen en popten de clichés vrolijk in mijn hoofd op: bierpullen en dirndls, clichéhuisjes met overdadige kerstversieringen en mannen met bretellen. Als je naar die contreien trekt hebben we over het algemeen een duidelijk beeld van waar we naartoe gaan. Zo is Oostenrijk in de vooroordelen toch een beetje het Mekka van de slechte smaak. Worst en houtsnijwerk is niet direct mijn ding, maar ik ging met een open en enthousiaste geest, een bekering behoorde dus zeker tot de mogelijkheden.

De afgronden en gladde wegen die ik op de 150 km tussen Innsbruck en Holzgau tegenkwam in de sneeuwstorm deden dat enthousiasme wat temperen, maar ik was wel heel content om te arriveren in het Tiroolse dorpje, waar veel van de clichés werkelijkheid bleken. We werden in het aangename en nagelnieuwe Ferienschlössl Harmonie ondergebracht. We werden met tierlantijntjes en bombast om de oren geslagen, maar als je er met je twee voeten instaat – tussen een gouden kerstboom en een vrouw in dirndl – dan voelt dat daar eerder juist aan dan fout. Daar klopt het gewoon wel. Daar voel je dat het een stuk traditie en echtheid bevat. Eerlijke bombast of zo.

We werden door onze enthousiaste gastheer Elmar in het pikkedonker van sneeuwschoenen voorzien we trokken zonder verpozen naar wat de grootste attractie van Holzgau moet worden: de hangbrug (die nog niet open is)! Elmar duizelde van trots alsof hij ze zelf gebouwd had als hij het had over de 110 meter hoge en 200 meter lange brug. Het zag er mooi uit, maar nu bleven het toch vooral lichtjes in het donker, die ik bijna niet gefotografeerd kreeg. En we mochten er niet op. Jammer, want het zag er prachtig uit. Mijn lieftallig reisgezelschap (twee dames van de ‘echte’ pers en een frisse hinde van de toeristische dienst) kregen al stevig wat schnaps te verwerken daar op den berg…

Maar dat was alleen maar het begin, want we bezochten nadien ook nog de huisbrouwerij Stricker’s Dorf-Alm. Wat een warm en aanstekelijk enthousiasme in dat kleine dorp. De eigenaar Hubert tolde en wipte van blijdschap. In dat typische Oostenrijkse Duits (‘Jaah hallooo, iech bien Hoebert und wielkommen in mijne hausbrauerei!) en met dol geschater (als hij geen grappen en wijsheden aan het vertellen was), heeft hij ons nog uren beziggehouden. En ondertussen goot hij het gezelschap vrolijk vol met drie kleurtjes van zijn huisgemaakte bier. Het andere cliché bleek ook waar: vlees. Ik denk dat we ons gewicht in spare ribs kregen. Wel verdorie lekker.
Ik hoorde daar dat zijn hele huis uit handgehakt hout gemaakt was, dat ze bier ook wel ‘vloeibaar brood’ noemen en over het reinheidsgebod in Oostenrijk (1516) dat zegt dat bier alleen gemaakt mag worden van water, mout, hop en gist. Toen ik uiteindelijk in mijn bed belande was ik een tevreden mens. Opgeslokt door de sneeuw in een dorp van hout en clichés.
Mijn eerste indruk van dit land was af: veel clichés zijn waar, maar de traditie geeft het glans. Wat lelijk is blijft lelijk, maar in zo’n landschap kloppen de dingen wel meer. Dat ik de volgende dag werkelijk zou vallen voor dit land vermoedde ik die eerste avond nog niet.

Hier ziet u de (voor mij) gigantische Hertz huurwagen, en reisgenote 1. Dat zijn op de volgende foto op de motorkap ‘streelmeisje’ speelt is een foto die ik jullie onthoud.

Het Ober Lechtalerhof waar onze gastheer Elmar de eigenaar van was. Het hotel waar we sliepen was dat van zijn zuster. Dat hele dorp blijkt een hotel te hebben. Er wonen zo’n 450 inwoners in Holzgau, maar volgende week (kerstvakantie) wordt het overrompeld. dan verblijven er misschien wel 2000 mensen:

Typische versieringen op de huizen:

Zij zijn volgens mij de uitvinders van dit soort dingen:

Een impressie van de sneeuwschoenwandeling (Het licht is afkomstig van de koplampen van Elmar zijn dikke mercedes. Voor de rest zaten we redelijk in de duisternis. We kregen onze persoonlijke ‘koplampjes’, maar die gaven zoveel licht niet.

De volgende maand wellicht wereldberoemde hangbrug:

De huisbrouwerij:

De wat griezelige houtsnijwerken die ik eerder als lelijke kitsch zal beschouwen. U ziet hier het ‘Gemsnest’ waar herr Hubert zeer trots op is: