Huis met hart

Dat er in ons huis nog veel dozen staan. Boeken in stapeltjes op de grond. Handdoeken in curverboxen. Volgestouwde hoekjes waar toekomstige kasten zullen komen te staan. Doelloze draden uit het plafond. Er is hier nog zoveel te doen dat het soms onoverzichtelijk is.
Maar het is wel wonen. Wonen met een grote W.
Ook al is het een appartement en is het gehuurd, het is onze thuis. En zo voelt het ook echt. Mijn hart klopt hier. Ik zie de herinneringen die hier gaan groeien in de hoofden van mijn kinders. Dan doen plinten en stopcontacten er minder toe.

IMG_9586
(Suzette, jij wilde meer foto’s zien van het huis. Ik beloof je dat ik – als het een tikje toonbaarder is – mij eens zal toeleggen op wat interieurfotografie. Ik kan dat eigenlijk niet, maar ik ga mijn best doen… )

En ondertussen zijn de kinderen hier ook echt terug op hun plooi.
Ze wonen hier ook graag.
Ze hebben veel grappige noten op hun zang.
Ze zingen liedjes.
Boris slaapt in een groot bed. Ze houden soms fanfare tot elf uur ‘s avonds. Op een schooldag.
Het lijkt alsof hij uit zijn bed MOET komen, gewoon omdat het kan.
Tadeusz maakt knutselkunstwerkjes.
Hij wil later graag een amfibie-auto (‘ambie-auto’) omdat hij daarmee naar Afrika kan rijden.
Boris leest graag boekjes. Waar hij soms stiekem bladzijdes uitscheurt.
En hij jogt naar de crèche. ‘Boojis loope!’ zegt hij dan.
En Tadeusz die blijft nachtelijke uitstapjes doen. Vorige week werd ik wakker in het holst van de nacht. Van hard geklik. Tàk, tàk tàk! Het was Tadeusz die zijn nagels zat te knippen naast mij op het kopkussen.
Soms ben ik blijkbaar stout. Dat zegt Tadeusz toch. Bij Boris wordt dat dan ‘toute mama!’
Maar aan knuffels kan hij niet weerstaan.

c60cce726d1811e28f8522000a1fb838_7
(Kunstwerkje door meneer Tadeusz.)

Boris en de bijna geschrapte verjaardag

Ergens in de stofwolk van onze historische verhuis was Boris jarig. Het arme kind werd twee in de plooien van de chaos. Hij heeft geluk gehad dat zijn bomma eiste dat hij volwaardig twee mocht worden, want anders zou zijn verjaardag geruisloos gepasseerd zijn. De omstandigheden van oktober hadden ons eigenlijk laten besluiten dat het ‘niet de moment was om te verjaren’. We gingen het nadien wel vieren, hij wist toch niet welke datum het was.
Maar gelukkig stak de bomma daar dus een stokje tussen. Verjaren, dat kan alleen maar op uwe verjaardag… En zo dus geschiedde. Niet dat het nu met veel trompetgeschal en voorbereiding was, maar er was wel een taartje en er werd gezongen. We waren allemaal blij en Boris werd een beetje indiaan met strepen op zijn gezichtje.

Er werd die dag ternauwernood voorkomen dat het kind een trauma opliep en zich voor de rest van zijn leven vergeten of miskend moest voelen. En dat ik de rest van mijn leven met een schuldgevoel moest rondlopen. (Ik heb er trouwens al een. Ik miste het eerste schooltoneeloptreden van Tadeusz toen hij net drie was. Hij was daar helemaal alleen. Aargh.)

Een mens – ik dus – kan zich soms de vraag stellen hoeveel schade kinderen oplopen doordat ze in het kielzog van hun ouders hun jeugd moeten beleven. Het kan immers altijd beter. Maar langs de andere kant, als ik hen hoor schateren, de guitige blikken zie, de slimme grapjes hoor die ze bedenken, dan besef ik dat het er allemaal niet zo toe doet. Een mens wordt ook groot met niet-perfecte ouders. En kan ook gelukkig worden, ondanks een moeder met een hoek af.

Misschien moet ik mij eerder afvragen hoeveel schade ik lijd door mijn kinderen! Zonder ze verantwoordelijk te achten voor al die schade, moet ik wel zeggen dat mijn zenuwen het soms begeven, mijn haar er grijs van wordt, mijn oren vaak fluiten en de vijzen in mijn hoofd er serieus los van gaan staan.

Gelukkig is het een makkie om ze dolgraag te zien. Hoewel ook zij hun tekortkomingen hebben…

Pakketje zomer

Het einde van de vakantie nadert. Voor vele ouders is september een dag om naar uit te kijken. Als kind heb ik dat nooit beseft, de impact van zo’n zomervakantie op volwassenen.

Ik weet nog dat de zomervakantie eeuwig duurde, dat er altijd zon was. Zomervakantie, dat was tante Rosa in Tongerlo. Vlinders in potjes steken en het beetje misselijkmakende schuldgevoel als bleek dat de vlinders geen nacht konden leven in glazen potjes. Zomervakantie, dat was fietsen op teenslippers, vanilleijs met grenadine, tot tien uur tv en met blote benen door het hoge gras. Brandnetels. De avond zien vallen.

Nooit beseft dat het een logistieke puzzel was van opvang en afspraken.

Mijn kinderen bevatten de tijd nog niet. Voor Boris is iedere dag nog gewoon een gebeurtenis die de vorige opvolgt. Tadeusz, krijgt met zijn vier levensjaren al een beetje zicht op concrete blokjes tijd. Nog zoveel nachtjes slapen. Weer naar school. Toen was ik daar. Volgende week doe ik dat. Als de wijzer bovenstaat dan… Voor hem begint het concept van tijd, en dus ook de zomervakantie, zich te vormen. Ik zie het aan zijn blik. Hij zal vanaf nu zijn leven echt beginnen te herinneren.
Ik zie nu wat zomervakantie eigenlijk is. De zandkorrels in de zoom van zijn broek; dat is zomervakantie. De splinters in zijn voeten. De wind in zijn haren als hij met zijn fietsje een blokje rond mag fietsen. Zout water dat opdroogt in zijn nek. De sprong van een boomstam over een riviertje.

Volgende week school. Een nieuwe school. Een nieuw huis. Een nieuw jaar. Deze zomer zal aan hem blijven plakken als de pigmenten van een vlindervleugel. Het is vluchtig en fragiel, maar je vergeet de kleuren nooit meer…

De drie bovenste foto’s zijn van Sint Anna plage in Antwerpen. De laatste is in het ziekenhuis. Met een ontstoken voet van de splinters…

Magische papa

Kinderen hebben een onbegrensd voorstellingsvermogen. Dat het in de loop der tijd afgebakend wordt door realiteitsbesef en inzicht in natuurwetten kan handig zijn bij het opgroeien, maar vaak is het ook een verlies. Een groot verlies. Want de wereld wordt er minder magisch door.

Als je doorhebt dat die krokodil slechts in zeer onwaarschijnlijke omstandigheden onder je bed terecht kan komen, spring je van minder ver en minder hoog in bed.
Ik herinner mij nog heel helder de dag dat de maan tegen ons sprak. We stonden met ons drietjes – vriendinnen van een jaar of vijf – naar de maan te kijken, toen die – overduidelijk – naar ons riep. Heejoo.
We hebben het gehoord. Echt. En we hebben het jarenlang verdedigd tegen onze ouders. Want we hadden het gehoord. Maar het waren niet de ouders die ons ervan overtuigden dat het een kreet van een buurtbewoner geweest moest zijn. Nee, het was ons eigen realisme dat ons dat magisch moment ontnam.

Afgelopen weekend waren we gezinsgewijs naar de Kalmthoutse heide afgezakt. Beetje bomenklimmen, verstoppertje spelen, dennenappels sprokkelen. Sventikov is een leuke verstoppapa. Hij gaat ervoor. Op een gegeven moment ging hij er weer vandoor en verstopte zich. Ik zocht mee. Ik maar rondkijken. Waar is papa toch? En de kinderen achter iedere steen gaan zoeken.
Sventikov, het superlief en toppapa, had zich in zo’n onooglijk onnozel boompje verstopt, en zo dichtbij dat niemand dit verwacht had. Ik spotte hem vrij snel, maar deed alsof mijn neus bloedde. En toen fluisterde Sven:
Booooris. Heel zachtjes.
Boris hoorde papa wel, maar zag hem niet… Tadeusz kwam erbij.
Boooooris….
Zacht gefluister.
Tadeeeeejuuuusz
De kinderen zagen ze vliegen. Ze dachten dat het geluid uit het zand kwam. Ze bleven maar naar beneden kijken. Het scheelde niet veel of ze waren gaan graven. Boris stak zijn vingertje op iedere keer als hij zijn naam hoorde en dan pierde hij in het zand.
Het duurde makkelijk vijf volle minuten dat de schavuiten daar in het zand stonden te staren, luisterend naar de stem van hun vader die blijkbaar als bij wonder opgeslokt was door de aarde, of zich in zandkorrels veranderd had.
En toen ze hem uiteindelijk ontdekten werd de magie nog niet verbroken. Want ze waren zo verrast. Papa was eigenlijk op een manier onzichtbaar geweest. Ik heb een toplief dat ook een toverpapa blijkt te zijn.

Op de foto wisten de jongens écht nog van niks.

En een huis, dat hebben we nog niet gevonden. ‘t Is daarom dat we er dan maar eentje hebben gebouwd:

Maar misschien heeft Tadeusz ons probleem opgelost. Hij wilde wel in een boom gaan wonen. Handig eigenlijk. Kinderen die kunnen toveren in een wereld waar alles nog kan…

Jeugdigheid

Stil hier. Dat komt omdat ik het heel erg druk heb met allerlei activiteiten op forums en in chatrooms waar ik met een duizendtal meisjes probeer te communiceren over een boek dat we samen gaan schrijven. Dat alles speelt zich af in de wondere goSupermodel-wereld. #goLisa is ondertussen een stevig project aan het worden. Het boek vordert ondertussen gestaag en ik betreed de wondere internetwereld van de hedendaagse adolescenten. Er vielen al heel wat zaken op:
- Zoals die chatten, dat hou ik niet bij. Zo rap dat dat gaat.
- Ze zijn keihard online. Ze schrijven vlakaf wat ze denken, en soms ook zonder nadenken. Ze noemden me al noob en nurtje en zo.
- Ze schrijven blijkbaar bijna allemaal boeken :-) . Veel toch. Eentje zei ook dat ze tien boeken per week leest. Wie zei er iets over de ontlezing van de jeugd?
- Een label ‘beroemdheid’ en een beetje aanzien maakt dat ik vandaag vijfhonderd mails kreeg. In sommige stond wel alleen maar ‘hoi’.
- Er zijn meisjes bij die echt wel iets kunnen! Toch een aantal leuke vlotte pennen gezien.
- Codetaal is codetaal. Ik vraag niet makkelijk waar bepaalde codes voor staan, maar ik zag er al intrigerende passeren. ‘Record’. Hh.
- Om bijna middernacht zijn er nog steeds meer dan 500 minderjarige meisjes online. Op een weekdag.
- Ik vind het eigenlijk keileuk om te doen…

En voor de rest is het een beetje aanmodderen. De propere was geraakt niet opgevouwen in de kleerkast. De warmte ontneemt mijn kroost de honger. Heel af en toe denk ik er eens aan dat mijn belastingsbrief nog ingevuld moet worden en dat er dienstencheques besteld moeten. Misschien gebeurt het wel vanzelf als ik er maar hard genoeg aan denk…

Gelukkig ben ik tijdens het weekend nog eens bij vrienden geweest buiten de stad en heb ik mateloos genoten van de vrijheid van een tuin. En foto’s gemaakt natuurlijk. Een beetje vrijheid en geluk in beeld…

Door het speciale zonlicht lijkt het wel of Stella de hond valt op stripfiguurderige wijze uit de lucht… :-)

Maar meestal is het zo:

Gekortwiekt vliegen

Eva, mijn ex-stiefzus (ja, dat is de meest accurate uitleg voor onze situatie) werkt bij een dienst voor Begeleid Zelfstandig Wonen (BZW). Jongeren die gekortwiekt aan het leven beginnen. Door omstandigheden, groter dan hun kleine persoontjes, moeten (of willen) ze voortijdig alleen gaan wonen. De jeugdrechter of het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg kan hen enige ondersteuning aanbieden. In de vorm van een Eva bijvoorbeeld. De Tangram is een organisatie die deze jongeren een zetje in de rug probeert te geven. Sommigen hebben een serieuze duw nodig. Anderen lopen al stevig op hun jonge pootjes.

Werken met jongeren in problematische opvoedingssituaties, dat vraagt een aparte aanpak.
Als kleine kinderen het moeilijk hebben, dan kijken we daar met medelijden naar. Want kinderen en onrecht dat gaat niet samen. Maar tot welke leeftijd hebben wij medeleven voor die kinderen? Wanneer verandert dit medelijden in een kritische blik? Een kind van vijf met moeilijk gedrag, dat komt door de ouders. Of de armoede. Of de samenleving, of de natuur. Maar een jongere van zestien dat moeilijk gedrag stelt, die wordt niet meer zo makkelijk verontschuldigd voor zijn kuren.

Bij die jonge alleenwoners is het zoeken naar de gaten in hun kennis. Soms weten jongeren perfect hoe een chili con carne klaar te maken, maar weten ze het verschil nog niet tussen witte was en gekleurde was. De begeleiders moeten hen soms tien keer uitleggen dat de fruitvliegen van het groenafval komen, dat je bij een afwezigheid op je werk even iemand moet verwittigen of dat je geen potten op het vuur moet laten staan als je niet thuis bent. Je hebt de neiging om ze als volwassenen te behandelen omdat ze er zo uitzien, maar op veel vlakken zijn het toch gewoon nog jonge mensen. En dat maakt het erg verwarrend. Voor de hulpverlener, maar toch vooral voor de jongere zelf, die vaak helemaal niet goed beseft wat er precies allemaal van hem verwacht wordt.

Ik mocht, voor de wachtzaal van De Tangram, foto’s maken van de jongeren. Ik heb niet veel ervaring met zo’n shoot op vraag en ik vond het helemaal niet gemakkelijk. Ik heb gelukkig wel jarenlang met dit soort jongeren gewerkt in de hulpverlening, dus daar was ik al niet meer zo zenuwachtig over. Maar goeie foto’s maken, dat was de uitdaging. Het werd geen wereldveranderende fotografie, maar uiteindelijk waren ze bij De Tangram wel content. En er waren jongeren die spijt hadden dat ze niet waren ingegaan op de vraag om te poseren. Missie geslaagd dus!

Wat je hieronder ziet, hangt niet in de wachtzaal van De Tangram. Daar is gekozen voor een heel andere serie en ook alleen zwart-witfoto’s…

Sabbelafkick

De tut is met Sinterklaas mee. Het was aangekondigd, het was voorbereid, en het is uitgevoerd. Met een ritueel afscheid – dàhàg lieve Tut – in de schoen, wat zou de Sint daar blij mee zijn! Onze jonge snaak Tadeusz (van drieënhalf) in confrontatie met de betonharde tutloze werkelijkheid. Als ik de dagen voor de komst van de goedheilig man met Tadeusz over het afgeven van zijn tut sprak, was het al duidelijk dat meneer zijn kleinood niet zonder slag of stoot zou afgeven.

“Binnenkort gaat uw tut mee met Sinterklaas, hé schatteke.”
Heftig knikken, grote ogen.
“Dan ga je zonder tut in slaap moeten vallen.”
Monkellachje. “Maar ik zal dan wel eentje van Boris pakken. Boris heeft er toch genoeg…”
Met veel stemtimbre en opgestoken vingertjes hebben we hem uitgelegd dat dat niet mocht; dat Sinterklaas dan misschien de cadeautjes niet zou brengen. Of misschien komt hij ze wel gewoon terughalen! Maar als je met z’n allen in dezelfde kamer slaapt, is een tut natuurlijk snel gestolen uit de mond van je broer. Je bent al groot zeggen ze toch vaak. En dan is een onbegrijpelijke uitleg over het waarom, de afwezigheid van een zichtbare noodzaak, totaal ondergeschikt aan dat grootzijn. Je slaapt ‘s nachts immers toch!

De eerste twee nachten werd er in een halfslaap heftig gesnikt en gekreund. “Tuutje! tutje!” riep hij vertwijfeld. Ik zag hem met twee handen aan zijn mond frutselen. Op zoek naar iets dat er niet was. De verdwenen tut. Een troosteloze nacht.
De tweede nacht had hij er al eentje gestolen van Boris. We namen die af rond middernacht. En een uurtje later had hij er al weer een andere in. En Boris had er geen meer. Terug afgepakt. De volgende nacht werd hij huilend wakker. Rechtop in bed. Tranen allover.
“Mama, mama, mijn tuutje!”
“Ja, schat, ga maar gauw weer slapen, je moet er niet teveel aan denken.”
“Maar mama, mijn mond is zo koud!”
“SSShhht.”

Hij stal de tut van Boris de volgende nacht alweer schaamteloos uit diens mond. De jongste wist niet wat er gebeurde.

We zijn er nog niet helemaal dus. Volgens mij is het vergelijkbaar met stoppen met roken. Een orale behoefte die moeilijk te onderdrukken is. Tadeusz is zelfs wat kribbig ‘s ochtends, en boos over onbenulligheden bij het slapengaan. Wat een beproeving ook, zo’n jong kind met zo’n afkick. Wat kan het hem schelen dat zijn tanden er scheef van gaan staan?!

Maar het gaat steeds beter. Momenteel liggen er zelfs echte mannen in de slaapkamer. Helemaal tutvrij. En nog één baby. En die geeft z’n sabbelding op een dag ook nog wel aan meneer Sinterklaas…

Het schommelen van de tijd

Op de schommel waait de tijd door je haren. Bij iedere zwaai ben je jonger. Heen en weer. Op en neer. Er is alleen nu. En een beetje wind in je oren. De koele ketting in je handen. Los van de wereld. Een zwier naar nergens. Een kriebelkreet af en toe. Een piepje in de scharnieren. Verder vlieg je in stilte. Als de slinger van een klok. Je schommelt de tijd achteruit.
Je voeten boven je hoofd. Soms een flits: wat als ik nu loslaat?
Steeds leger worden, essentiëler woden, blijer worden…
Schommelen is in feite mediteren voor kinderen…

En die ouders maar duwen.

Een greep uit de toutermomenten van de laatste weken. Het meest zwierig plezier bevroren in foto’s…

Zwalpen

Na een heel kleurenpalet van groenen ‘uitgesnut’ te hebben, te rillen als espenbladen in de sneeuw en elkaar des nachts met een zeehondenhoest wakker te houden, heeft dit gezinnetje nu al genoeg van de herfstverkoudheden. Wat is dat nu, seg. Zo’n mooie herfst en wij gaan beurtelings neer als kegels bij kinderbowling. Ik ook altijd met mijn grote mond dat wij nooit ziek worden. We zijn de laatste weken precies een representatief staal van de Vlaamse epidemieën. Hopelijk lopen de beestjes stilaan wat op hun laatste poten, zodat wij weldra weer slapen kunnen (ha, alsof we dat daarvoor dan wel deden…). Ik hoop ook terug met wat meer ‘zorg en vuldigheid’ te kunnen bloggen. Want de laatste dagen was ik er niet echt content van.

Ondertussen groeien de snottige wezens hier gewoon verder op. Ietwat zwalpend en slingerend, maar ze groeien wel.

Minimagie

In het Zuiden van mijn hart woont een klein verlangen naar een wereld van fabelen en tovenarij. Een warm gevoel van onvoorspelbaarheid en spanning. Een restant uit mijn jeugd. Uit de tijd dat ze mij meenamen naar een ‘echt’ sprookjesbos en waar ik bijna elfjes zag. Die tijd dat er zoveel onverklaarbare dingen waren dat alles nog mogelijk was. In de kleuterklas werden bij ons Sinterklaas en de zwarte pieten aangekleed en geschminkt. Ik zag de metamorfose van man naar Sint, maar met baard en mijter was het toch écht Sinterklaas; er bestond geen enkele twijfel. De soepele kindergeest maakt magisch denken logisch. Ik heb me nooit bedrogen gevoeld toen ik erachter kwam dat hij niet echt was. Sinterklaas mag dan wel de flauwste van de hele magische wereld zijn, het is wel een van de meest complete verhalen. Als ik mijn jongens vertel over Sinterklaas kan ik het brengen met overtuiging en kennis van zaken. We weten veel over hem. Jammer dat mijn kennis over draken en kabouters wat beperkter is, want ik wil mijn kinders de parallelle wereld van de magie toch meegeven. Al goed dat ik af en toe wat figuren van ginder tegenkom.