Als maatschappelijk werker kom regelmatig bij mensen die het een ietsipietsie moeilijk hebben om hun administratie bij te houden. Ik begeleid verschillende gezinnen waar papieren een eigen leven leiden en waar de brievenbus voor stress zorgt. Ik ben zelf ook geen boekhoudkundig talent, maar mijn paperassen zijn toch enigszins getemd in een schuifje of twee. Dat het niet overal zo is, dat kan ik u met mijn klein beetje beroepservaring wel vertellen…
Eén gezin spant de kroon. Hoewel het zeer frustrerend kan zijn om met deze mensen administratieve zaken te doen, ben ik regelmatig geamuseerd en zelfs geïnspireerd door hen. Hoe zij erin slagen om alles te verliezen, dat moet wel een heel speciale vorm van duistere magie zijn! Soms kom ik er binnen met een aantal in te vullen papieren en als ik een half uurtje later vertrek zijn de papieren al hopeloos verloren. Maar dan ook echt hopeloos. Ik begrijp er soms niks van: ik geef iets af, ze nemen het aan en zonder dat er iemand van zijn stoel opstaat is het papier toch weg; het lijkt wel verslonden door het huis zelf. Echt foetsie.
Het is zo’n huis waar de post al vaak niet bij de brievenbus geraakt. Ik stuur hen brieven, maar die komen zelden aan. Als er dan toch eens iets het appartement binnenkomt – doordat ik het persoonlijk binnendraag of door een slechte dag van de post-etende buren of een dwaling van de postbode of zo – dan is er alleen maar een waterkansje dat deze mensen de papieren de baas kunnen. De kans op vermissing blijft altijd zeer groot.
Deze mensen spreken bovendien niet zo goed Nederlands. Tussen ‘Beste mijnheer, mevrouw‘ en ‘met vriendelijke groet‘ verliezen zij daardoor moeiteloos de draad en wordt menig brief met veel ontzag sidderend onder de categorie ‘superbelangrijk’ gecatalogiseerd. Men zou denken dat de categorie ‘superbelangrijk’ een brief ergens toch kan beschermen tegen de vergetelheid, maar nee. Dat is het nu net. Hoe belangrijker hoe beter weggestoken. De folder van de pizzeria achter de hoek is altijd binnen handbereik…
Overal in huis leven nestjes van superbelangrijk papier. Brieven met veel ezelsoren. In verkeerde enveloppen. Bijlagen van hun hoofdtekst gescheiden. Lege enveloppen. Overschrijvingsformulieren zonder factuur. Stukjes huiswerk van de kinderen.
En overal worden kleinigheden bij op gekribbeld. Een telefoonnummer op de achterkant van een rekening, maar dan zonder naam. Na drie minuten weten ze niet meer van wie dit telefoonnummer was. De hoofdagenda in huis is er eentje van 1996. Die al meegaat van 2004. Ze schrijven er van alles in, steken er van alles tussen en verliezen dit Heilig boek om de haverklap. (Ik kreeg dan – hoe bedenken ze het! – met Nieuwjaar een kakelverse agenda van hen). Als ik in de zetel ga zitten dwarrelen er klevertjes van de ziekenkas op de grond. Soms krijg ik de vraag om hen te helpen om iets in te vullen. Vaak zijn die brieven meer dan een jaar geleden verstuurd.
Hoe onleefbaar dit ook moge lijken, deze mensen hebben leren leven met deze gebreken en ze zoeken creatieve oplossingen voor hun problemen. Zo liggen er soms papieren op de tafel, maar dan ònder het tafellaken (zo blijft alles ook netjes!). Ze prikken brieven aan hun gordijnen. Overal op de muur worden dingen opgehangen. De Heilige agenda blijft een leuke ‘terugvindplaats’ voor vermiste paperassen. Het grootste nadeel is dat er te veel plekjes zijn om belangrijke papieren te bewaren. En zo komt dus het hele huis vol te liggen. En wat ik zoek is meestal weg. Het lijkt wel of ze kunnen toveren, deze mensen.




