Wakker hart

Sinds ik moeder geworden ben is er veel veranderd. Niet alleen praktisch, of organisatorisch. Maar ook binnenkantisch. Ik ben een ander mens geworden. Voorzeker zijn de meeste ouders het met mij eens: zo’n kind, dat laat uw wereld daveren en zet alles wat je voordien wist helemaal op z’n kop.

Eén van de aspecten van het moederschap is de o zo evidente bezorgdheid. De ene heeft er meer last van dan de andere. Ik ben van de strekking dat kinderen leren uit hun fouten. Ik zal ze niet tegenhouden van op laddertjes te klimmen, op stoelen te staan, risico’s te nemen, te gaan skaten enzovoort. Ik zou mijn jongens toch niet kunnen tegenhouden. Het zijn wervelwinden. En bovendien helpt het niet. Tadeusz valt eerder op zijn gezichtje als hij gewoon naast me staat dan als hij op een been op de toren in de speeltuin staat. Maar de bezorgdheid is er altijd wel. Af en toe voel ik, ergens in een ver hoekje van mijn hart, de verpletterende leegte die er zou zijn als er hen iets zou overkomen. Ik zie soms alles wat er fout kan lopen met hen, en dan voel ik die leegte al. Die beangstigende leegte, die meedogenloze pijn. Ik moet dat soort gedachtes en worst-case-scenario’s vrijwel onmiddellijk lossen, want als ze me meetrekken dan zou ik mijn kinders in dwangbuisjes steken en mochten ze alleen nog eten met hele stompe lepels.

Tadeusz werd vorige week geopereerd. Kleine ingreep. Niks speciaals.
Ik was erop voorbereid dat ‘uw kind onder narcose’ geen leuke ervaring is. Goed gemutst begonnen we eraan, hij en ik. Hij om zes uur mee op, en zonder eten, want hij moest ‘nuchter’ zijn. Hij wist wat er ging gebeuren. Hij was er oké mee. Ik ook. Hij was boeddhistisch dapper. Ik was trots.

Tot hij daar in dat onnozel pyjamaatje zat, in dat grote bed. Opeens leek hij nog zo verschrikkelijk klein, zo kwetsbaar. Mijn grote jongen was opeens weg. Dit kleine kind, meegesleurd door grotemensentaal in iets dat hij onmogelijk echt kon begrijpen.

En dan naar die operatiekamer. ik mocht mee tot ie in slaap was, zeiden ze. Hij lag daar, met zijn smalle lijfje, op de operatietafel. Die drukte rondom hem. Een grapje van een verpleger klonk zo vreemd in die setting. Toen hij daar lag en me aankeek, kon ik niet lezen wat hij dacht. Hij had een masker voor zijn mond, waar hij in moest blazen. Hij hield mijn hand vast. Zijn ogen draaiden even. En opeens nam een verpleegster me bij de arm en leidde me weg.
Mijn hart lag daar nog bij hem, en ik liep in gruzelementen de kamer uit.
Mijn verstand was voorbereid op het hele gebeuren. Maar ik was blijkbaar mijn hart vergeten in te lichten.

De verpleegster zei nog: ‘Lastig hé, als het je eigen kind is’. En ze was weer weg. En ik zat daar op de bank. Te wenen. Niet uit angst. Niet uit zelfmedelijden. Maar gewoon uit moederschap. Met een wakker hart. Zonder narcose.

Smoelentrekkerij om 6u20.
IMG_8624

Vertrekken om 6u40
IMG_8628

Getagd worden om 7u20
IMG_8647

Zo’n ziekenhuis heeft zoveel lading. Dood, leven, gezond, ziek. Mooi, rustgevend en ook hard en lelijk. Heel dubbel. Interessant wel…
IMG_8643

Geprepareerd tv kijken om 8u00.
En nog zo klein zijn…
IMG_8650

Ondertussen werd mijn moederhart nog maar eens op de proef gesteld met nummer twee die op zijn voorste tanden gevallen is. Hij zal het vermoedelijk een paar jaartjes zonder voortanden moeten stellen. En wat denk je? Als de tanden eruit moeten, dan doen ze dat natuurlijk onder narcose…

Een Heide voor Hulkjes…

‘Boris, we gaan naar de kamtste heide, en daar mag jij spelen, maar je moet nuuu je sokken aandoen.’
Soms neemt Tadeusz de opvoedkundige taken van ons over.
‘We gaan eest naar de bombom plimplammetjes (boterhammetjes) eten. Dan spelen. En als je braaf bent krijg je daarna misschien een pannenkoekje!’
hij geeft Boris een ellenboogstoot en een scheve grijns.
Pompom!’ lacht Boris blij…

Ik was al opgelucht dat we een plan hadden voor de zondag, want de laatste dagen loopt het hier in huis weer niet op rolletjes. Veel huilbuien, veel in de hoekstaanderij, veel niet weten wat ze willen. Misschien heeft hun winter wel lang genoeg geduurd. Misschien moet Boris nog wat kiezen krijgen, of moet hij wennen aan de nieuwe inzichten van zijn huidige groeifase. Misschien voelen ze dat mama veel te weinig tijd heeft gehad voor hen de laatste tijd. Maar misschien hebben ze gewoon zin om het uit te hangen. Kan ook. Alle redenen zijn goed voor een potje strijd.

‘Ik wil een blauwe lepel!’
‘Ikke ook!’
‘Er is maar één blauwe, jongens. Misschien moet Boris vandaag de blauwe lepel nemen en Tadeusz morgen. Dan krijgt Tadeusz nu de gele.’
Even word ik dwaas aangestaard en dan…
‘Ikke wil ook gele pepel!’
‘Nee, ikke de gele!’

Een uitstapje naar mijn de Bobonne (mijn grootmoeder, die ze dus ook wel eens PomPom noemen) en een wandeling naar de Kalmthoutse Heide was het ideale scenario. De heide slokt de decibels van deze minidinosaurussen immers moeiteloos op. De heide kan dit drieste tweetal wel aan. Daar zijn genoeg stokken. Genoeg zand om in te rollen. Genoeg hompjes dor gras om over te struikelen.

Het gewicht van het ouderschap is gebonden aan plaats en ruimte.
Op de Kalmthoutse Heide vind ik mama zijn niet zo heel moeilijk.
Maar een zondagmiddag, 11u, thuis, met twee minihulkjes zonder oren die van aankomende verveling iets doen dat tussen vechten en met-stiften-kleuren hangt, dan vind ik het soms een tikje zenuwslopender…

IMG_0675

Vader en zoon genieten stijlvol van het uitzicht:
IMG_0680

De broers tonen hun tijgersprongen:
IMG_0713

Schone Heide… Vaak erg steppeachtig. Ik kan me er toch wel wat giraffen of olifanten bij voorstellen. Maar op deze foto is er een beetje te veel water voor giraffen, denk ik.
IMG_0716

Hier kan het dan wel weer, lijkt me…
IMG_0744

Zot doen hoort erbij zeker?
IMG_0733

Op de heide waant papa zich vaak onzichtbaar. (Denk maar aan de vorige keer dat we er waren…) Deze keer werd Sventikov wel opgemerkt. Zien jullie ‘m ook?
IMG_0758

Ja, de Z was niet helemaal juist, maar schrijven in het zand is nog iets anders dan op de tafel of de muur hé… ;-)
IMG_0819

Muizen met tanden

Kinderen zijn echte tijdverslinders. Ze weten een dag zoek te maken met rondkijken en grapjes. Als ik tijd heb kan ik daar in meegaan. Ik laat me meevoeren op hun golfjes. Maar als volwassene loop je hoe dan ook toch tegen de tijd op. Of tegen de grenzen van je geduld. En grapjes die meermaals leuk zijn, hebben voor kinderen een grotere draagwijdte dan voor grote mensen.
Ik zie Boris de wereld iedere dag veroveren, maar heb daar bitter weinig film van. Hij doet het met taal, met humor en met ge-finetuned irritant gedrag. Zo zit hij nu bijvoorbeeld naast mij en het is 22u40. Zo loopt hij weg als je hem roept en hij brult je vaak de oren van de kop.

Ik heb even nagedacht of ik dit filmpje online wilde zetten. Het is namelijk een echte inkijk. De rommel in mijn huis, de dozen die je ziet staan, gelieve dat alles te relativeren. Het zal er weldra beter uitzien.
Ik had ook veel tijd die ochtend. Sommige ochtenden slagen we erin om met vier op een uurtje uur allemaal geperst en gemangeld de deur uit te stappen. Dan ligt het tempo hoger en krijgen de kabouters in het huis zoveel ruimte niet om weg te hossen, nee te zeggen of figuranten aan het ochtendritueel toe te voegen.
Dit is eerder een klein portret van de zoon zoals die nu is. Want morgen is alles weer anders…

Kan je je voorstellen hoeveel keer in ‘tanden poetsen’ heb uitgesproken als je het hele filmpje gezien zou hebben? :-)

Er veranderde bijvoorbeeld vandaag al wat in ons interieur.

b94a31e27d1811e2ab6b22000aa8004d_7

Stuwkracht

Het is voor mij een hele klus om mij staande te houden in een wereld vol schijnbaar perfecte ouders. Misschien ben ik snel onder de indruk. Misschien zou ik dat ook zijn als ik van op een afstandje zou kijken naar mezelf, maar de glimlach waarmee andere moeders hun kroost op school afzetten lijkt me minder krampachtig dan de mijne. De gewone dagdagelijkse gang van zaken is voor mij soms al een overwinning. En er dan nog minzaam bij glimlachen is soms een aspect van de uitvoering van het ouderschap waar ik niet altijd in slaag. Ik ben al trots op mezelf bij de gewone dingen als brooddozen, (min of meer) propere kleren en op tijd op school.

Speciale dagen als Sinterklaas, verjaardagen en carnaval vragen dan ook een hoger toerental van mij. Soms faal ik.
Maar soms weet ik mezelf ook tot een hoger niveau te tillen.
Dit jaar is dat dankzij de stuwraketten…

Niet alles wat er op het internet staat qua knutselarijen is onmogelijk voor mij. Wel veel. Bijna alles. Maar af en toe is er een knutselconceptje dat ik aandurf. En deze keer zijn dat de stuwraketten van Tadeusz.
Pinterest kan soms ontmoedigen, maar soms werkt het ook inspirerend…

Het was misschien niet echt een heel duidelijk kostuum, maar een ninja met stuwraketten moest wel cool genoeg zijn voor de superheld die er in mijn zoon woont.
Het zag er niet alleen tof uit, het was ook nog eens op tijd klaar!
Alleen de foto’s bleken wat lastiger. Vanaf dat iemand de raketten aanheeft vliegt ie natuurlijk rond. En op school bleek de chaos helemaal te groot om deftig materiaal te schieten. Teveel smurfen, cowboy’s, draken op een kluitje. En ik vrees dat zo’n stuwraket niet bestand is tegen een halve dag rollenspel dus hier zullen we het mee moeten doen, vrees ik…

IMG_9632

IMG_9636

Mantra

Blijf daar maar af
Niet op gaan zitten
Stop daar eens mee
Niet smossen
Laat dat mes liggen
Nee
Niet op je broer slaan
Laat dat los
Sta eens recht
Ruim dat maar op
Wees eens flink
Ga naar je kamer
Zwijg eens twee minuten
Hou je vast
Nee
Kom daar af
Met twee handjes
Stop maar met wenen
Niet doen
Ga slapen
Eet maar mooi op
Is’t nu gedaan?!

Het lijkt of ik niks anders tegen die kinderen te zeggen heb.
Zou het eigenlijk iets uitmaken?
Misschien moet ik alles gewoon eens omdraaien.

Sla op je broer
Blijf daar maar opzitten
Val daar maar af
Zeker geen groeten eten
Onvoorzichtig!
Geen handen wassen
Ja natuurlijk
Blijf wakker
Daar ligt een mes…

Volgens mij is het resultaat gewoon hetzelfde.
Afschuwelijk hoe ik een hele dag loop te leuteren.
Ik neem mezelf voor dat wat minder te doen.
Maar het einde van de kerstvakantie, dat helpt ook natuurlijk…

Op de foto: Tadeusz met ‘vuur’ in zijn handen. Wij hebben het hem gegeven. Glitterstokjes waren op nieuwjaarsnacht nog redelijk braaf. Dat hij pas om twee uur gaan slapen is, was misschien wat minder braaf. Alhoewel… Blijf maar wakker Tadeusz!
IMG_9218

Ninja springbonen

Toen ik ooit, ongeveer dertien jaar geleden, mijn leven een belangrijke wending gaf, had ik een ‘betere toekomst’ voor ogen. Ik droomde toen van een ‘gewoon leven’. Ik wenste mezelf een liefhebbende goeie vent toe, een eenvoudig gezellig huisje en een paar kindjes.

Ik zag het helemaal voor me: hoe ik op een koude winteravond in de gezellige warmte van mijn huis aan de tafel zou zitten, met links van mij een rustig puzzelend kindje en rechts van mij eentje dat schattige kopvoeters tekent. We zouden met z’n allen zachtjes kinderliedjes neuriën. En dan zou ik minzaam in mijn handen klappen: ‘Komaan kindjes, het is tijd om naar bed te gaan!’ Zij zouden vervolgens snel hun tandjes gaan poetsen (na het opruimen natuurlijk) en dan zou ik nog een klein verhaaltje lezen over pakweg een verloren gelopen miertje.

De man en de kinderen zijn er gekomen. Maar het beeld klopt precies niet helemaal.
Ik schets het even voor u. Toen ik deze avond vertrok naar een vergadering bijvoorbeeld:

Boris ligt brullend op de grond in mijn been te klauwen. Waarom is totaal niet duidelijk. Onder de tafel ligt een halve avondmaaltijd – erwtjes, zalm, onduidelijke smurrie… Boris rolt zichzelf er nog een beetje doorheen. Tadeusz loopt ondertussen als een vliegende gek rondjes in de keuken, hij is opperhoofd ninja of zo. Wat aan de luidruchtige kant, dat wel, maar hij geeft zich helemaal…
Mijn vergadering zal binnen een kwartier beginnen, dus ik moet vertrekken. Ik vat daarom mijn kruistocht (zoiets is het wel met 16kg Boris aan je been, en voorbijzoevende ninja’s) naar de kapstok aan.
Halverwege deze tocht gooit de ninja zich dramatisch bovenop mijn voeten, loeiend dat hij mee gaat. En dat hij zijn schoenen niet vindt! Dat ik mee moet zoeken! En wel nu!
Mijn poging om met redelijke argumenten de vierjarige ninjadictator uit te leggen dat vergaderingen niet leuk zijn voor kindjes draait op niks uit. Despoot generaal ninja Tadeusz barst nu ook in luid gesnik uit. Een decibelmeter zou ervan uitslaan.
Ik kan mijn jas bemachtigen. Een snelle blik op de klok vertelt me dat ik wel wat te laat zal komen. Boris heeft mijn been gelost, en vind een doosje steentjes. Hij gooit dat tegen de grond. De steentjes vliegen in het rond. Ik trap in een steentje. Boris begint een klaagzang voor rozijnen. Ondertussen is de generaal zijn verdriet aan het verdrinken in een bui van boosheid. ‘Stoute mama! Ik mag nooit mee!’ Hij trapt tegen mijn been.
Ik preek tegen de ene dat hij niet mag trappen of slaan, terwijl de andere plots aan mijn haar trekt. Ik preek tegen die andere dat hij niet aan de haren mag trekken. De eerste komt ertussen staan omdat hij de haartrekker tegen de boosaardige mama moet verdedigen. Hij duwt me. Ik zeg iets over moe en gaan slapen. Boris doet pipi in zijn broek.

Mijn hersens komen stilaan op kooktemperatuur. Mijn oren vallen eraf. Mijn hart klopt in mijn neus. Mijn zenuwen dansen de chachacha.
Ik heb precies een tikje stress.

Het duurt gelukkig meestal maar een uurtje of twee voor ik weer normaal kan ademen.

Ik zie ze doodgraag die jongens, maar het zou leuk zijn moesten ze ook af en toe eens eventjes stoppen met wriemelen/rennen/bewegen/worstelen.
Je zou bijna denken dat ik ze nooit buiten laat spelen, of dat ze geen speelgoed krijgen om zich mee uit te leven, maar nee. Helaas. Alle pogingen om ze uit te putten leiden naar nog meer miserie. Want dan zijn ze nog moe ook. En moe zijn ze soms nog actiever, lastiger en vaak luidruchtiger.
Ik kreeg onlangs nog een geweldig cadeautje, dat hen soms wel even bezighoudt en waar ik een dezer een reviewtje over zal schrijven, maar het ontneemt de jongens hun springboontalenten niet.

Wat was er het eerst? De springbonen of mijn springende zenuwen? Ik denk de springbonen…
En ziet nu. Hoe onschuldig die eruit kan zien. Op een zonnige dag in ons nieuwe huis.
Maar het is wel een illustratieve foto: er onschuldig uitzien, en ondertussen wel op een stoel staan om er straks weer af te donderen. Stoelen? Dat dient hier niet om op te zitten hoor… En kinderen? Die dienen hier om foutieve verwachtingen over kinderen de wereld uit te helpen…
IMG_8291

Essentiële vragen

Eindelijk kwam het ervan: de vragen die ik Tadeusz wilde stellen. Ik had ze een tijdje geleden gevonden op het internet, maar het werd steeds vergeten of uitgesteld.
Tadeusz wist dat ik een mysterieus vragenlijstje had, en hij popelde om ze te beantwoorden. Op de avond dat het dan uiteindelijk gebeurde was hij eigenlijk veel te moe, in zijn pyjama, en ik bleek zelf ook niet zo geweldig goed voorbereid. Ik miste hier en daar een vraag. Hij flapte er soms maar wat uit. Maar toch.
Het deed me weer beseffen hoe moeilijk het eigenlijk is voor een kind om de wereld te begrijpen. De lege stukken vullen ze gewoon in met hun kleine gedachten van teddyberenvulsel. Bij gebrek aan beter.

Die grote wereld vol met grote mensen die gaan werken (wat dat ook moge betekenen) en haast hebben (waarom eigenlijk) en na vijftien keer al willen stoppen met keileuke dingen (zoals hen in de lucht zwieren, of verstoppertje spelen). Ik voelde bij het terugkijken van het filmpje spijt voor de vergissing die ik dagelijks maak: ervan uitgaan dat ze het allemaal begrijpen en me ergeren aan hun – in mijn ogen – stoutigheid…

Hieronder de uitgeschreven versie. Het filmpje onderaan bundelt gewoon een paar van de antwoorden waar de uitdrukkingen niet in woorden te gieten zijn, vind ik. Maar ja, ik ben natuurlijk wel zijn moeder… Ik denk trouwens dat Tadeusz nog een ietsiepietsie te jong was om de vragen te begrijpen. Volgens mij haal je uit een vijf à zesjarige de leukste antwoorden…

De vragen:
1. Wat zegt mama altijd tegen jou?
Tadeusz (na een half uur aarzelen, nadenken, en een keer van zijn stoel te vallen): dat ik altijd in straf moet staan.
(Allee merci. De kleine leugenaar… Alhoewel…)

2. Wat maakt mama blij? 

Tadeusz: rustig zijn…

3. Wat maakt mama verdrietig?
Tadeusz: boos zijn.

4. Hoe maakt mama jou aan het lachen?
Tadeusz: kietelen



5. Hoe was mama toen ze nog klein was?
Tadeusz: een klein hoofdje. En een beetje smal…



6. Hoe oud is mama?
Tadeusz: ik denk… achttien jaar…



7. Hoe groot is mama?
Tadeusz: Groter dan mij, maar een beetje kleiner dan papa.



8. Wat is mama’s lievelingsding om te doen?
Tadeusz: op de computer werken. En gaan werken!



9. Wat doet mama als ze weg is?
Iets gaan halen. Gaan wandelen. Of een beetje auto gaan rijden.

10. Waar zou mama beroemd voor kunnen zijn?
Tadeusz: museum! (Hij begreep de vraag niet echt… Zie het uitgebreidere antwoord in het filmpje)



11. Wat kan mama heel goed?
Tadeusz: afwassen. En koken. Goed pannenkoeken koken.



12. Wat kan mama helemaal niet goed?
Die vraag was ik dus vergeten te vragen…



13. Wat voor werk doet mama?
Tadeusz: afwassen.
Ik: maar als ik ga werken, wat ga ik dan doen?
Tadeusz: Ja buiten gaan hé. Naar uw werk gaan.

14. Wat eet mama het liefst?
Tadeusz: spruitjes.
Ik: Waarom denk je dat?
Tadeusz: Dat is lekker. Ook voor mij.



15. Wat maakt mama trots?
Tadeusz: als ik flink ben.
Ik: En wanneer ben je flink?
Tadeusz: eigenlijk veel.



16. Als mama een tekenfilmfiguurtje zou zijn, welke was ze dan?
Deze vraag draaide echt nergens op uit.



17. Wat doen jij en ik altijd samen?
Tadeusz: Buitengaan. En als papa slaapt dan ga wij samen boven zitten.

18. Lijken jij en ik op elkaar?
Tadeusz: Neeeee. Want jouw ogen zijn anders!
Ik: Wat is er dan wel hetzelfde?
Tadeusz: oren.

19. Onze ogen zijn dus anders. Zijn er nog dingen anders?
Tadeusz: (zonder aarzeling) ja, onze vingers. Want jij hebt lange vingers en ik heb korte.

20. Hoe weet je dat mama van je houdt?
Tadeusz: Dat weet ik niet.
Ik: Hoe zou je dat dan wel kunnen weten?
Tadeusz: Als iemand dat zegt.
Ik: Zeg ik dat dan nooit?
Tadeusz: Nee.



21. Waar gaat mama het liefst naartoe?
Tadeusz: Naar haar werk.

En ja, ik weet dat hij naar de kapper moet…

Stress

De zomer moet zich verslikt hebben bij mijn ziekezomerpost (ervanuitgaande dat seizoenen ook blogs lezen) want opeens was ie daar. In vol ornaat. Glorieus. En samen met de zomerzon kwam bij mij ook allerlei stress. Niet gerelateerd aan die zon, maar gewoon door het leven.

1. De
help-ikmoettegenvolgendeweekeenboekafhebbenstress.
Opeens waren de dagen om #goLisa te volbrengen bijna op. Op één hand te tellen. Ondertussen al te benoemen met woorden zoals ‘overmorgen’ en zo. Overmorgen! Dat is een dag waarvan ik al zou kunnen weten wat ik dan ga eten! Dat is zo griezelig dichtbij dat ik mij er ‘iiiiiiih!’ van begin te voelen.
Gelukkig is het af! Zo goed als alle letters staan op hun plaats. De personages hebben hun avonturen beleefd. Ze namen af en toe een loopje met me, zeiden soms dingen waar ik zelf van schrok, maar ik kon ze toch binnen de bladzijdes houden.
Door de aanwezigheid van de kinderen hier in huis was ik wel soms genoodzaakt om op nachtwerk over te stappen. Dat is immers het enige moment dat er geen speelgoed naar mijn kop geslingerd wordt, er geen rijstkoek tussen mijn tenen gestoken wordt, geen kleurrijke pleisters uitgezocht worden om opengereten knieën of minuscule schrammetjes te verhullen. ‘s Nachts weerklinkt er ‘getokkel’. Overdag kan er tussen de vele MAMAAAA!’s al eens een sporadische letter getypt worden. Kinderen en het schrijversschap: een combinatie met vele uitdagingen.

Ik hou er niet zo van om mezelf te tonen op mijn blog. Maar het illustreert mijn nachtwerk wel. Of toch de kleine pauze die ik nam om een foto te maken van mezelf weerspiegeld in het raam aan mijn bureau.

2. De help-wehebbengeenhuisstress.
Een aantal maanden geleden kregen we te horen dat we moeten verhuizen. We kijken daar wel naar uit. Zij die deze blog al een tijdje lezen, herinneren zich misschien dat wij in een huis wonen dat niet zo geschikt is voor onze gezinssituatie. Het heeft namelijk geen deuren. En ook niet echt muren. ‘Ga naar uw kamer!’ is van povere betekenis als die kamer dezelfde is als van waaruit de roep weerklinkt. Kinderen en een loftachtig huis; eveneens een combinatie met vele uitdagingen.
Maar ondertussen tikt de tijd vrolijk weg, en we hebben nog steeds geen alternatief. Op 31 september moeten wij verhuisd zijn. En we weten totaal niet waarheen. Een tuin of een groot terras lijkt ons aangewezen met die twee springbonen in ons kielzog. Ik vind dat we de zonen af en toe moeten kunnen ‘luchten’. Ik weet trouwens niet of toekomstige onderburen echt blij zullen zijn met onze komst. Ze zijn nog klein, die kinders, maar ze hebben de tred van twee olifanten. Elks. Een gelijkvloers zou mooi zijn.
Maar het verhuizen op zich is een goede zaak. Ik wil weer alles weggooien. Mezelf lichter maken. Ontmaterialiseren. Minimizen. Ontstoffen. Nu alleen nog weten naar waar… Als iemand iets weet, stuur maar een mailtje. We willen wel in het Antwerpse blijven. En we willen huren. Niet kopen.

Weet wel wat mijn kinders met een huis kunnen doen:

3. De oei-ikbengeengoeimoederstress.
Om de zoveel tijd krijg ik dat. Ik word dan uiteengerukt door tegenstrijdige gevoelens. Enerzijds wil ik die kleine brulaapjes aan mekaar vastbinden en aan een haakje hangen, en de anderzijds wil ik graag geduldig zijn, liefde uitstralen en met een glimlach de kwelduivels spontaan tot gehoorzaamheid brengen. Ik ga dan van motivatie naar stimulatie naar adaptatie naar dominantie, en uiteindelijk naar apathie of gewoon waanzin. Motivatie en stimulatie is prachtig als het werkt, maar dat doet het niet altijd. Ik herinner me het moment dat ik naar mezelf keek en besefte dat ik in kringetjes liep: ‘als je dit doet, dan krijg je dat…’ of ‘als je nu zus, dan kunnen we straks zo..’ Afschuwelijk. Heelder dagen! Onderhandelen met kinderlogica. Tsss.
Ze moeten tegenwoordig weer gewoon komen eten, gewoon hun kleren aandoen en gewoon opruimen zonder stickers, koekjes of beloningsactiviteiten. Niet dat ze nu beter luisteren, maar ervoor deden ze het ook niet. In feite nog minder. Nu krijgen ze ‘gewoon een kus’ als ik vind dat ze dingen goed gedaan hebben. En ze krijgen toch wel veel kussen.
Maar ik blijf me vaak opboeien. Mateloos. Als ze al eens gewoon zouden stoppen met constant bewegen (echt constant!), dan zou ik gewoon een keigoei moeder zijn…
Kinderen an sich. Ook een combi met vele uitdagingen.

Hier ziet u Boris op een zeer zeldzaam moment dat hij even niet ergens van afspringt, en zich niet als een bliksemflits gedraagt.

4. De aah-wemoetengenietenstress.
Als de zon schijnt dan wil ik daar graag van profiteren. Ik zat al aan de zomerbar (stress alom met die kinderen. Als ik ze niet kwijt was, dan waren ze wel met zand aan het gooien of ergens af aan het vallen..). Ik ben al gaan zwemmen (vijfentwintig keer die euro erin en eruit. Ja, zo’n locker in het zwembad is een heel avontuur voor een vierjarige). En we trokken naar vrienden in Zoersel (eindelijk een dagje vakantie. Op reis in Zoersel.). Daar had ik voor het eerst met de Canon 5D Mark II een gevoel van vriendschap. We hebben elkaar eindelijk gevonden, denk ik. Het is nog een beetje zoeken en aftasten, maar ik was voor het eerst content van de foto’s. Ik vond mijn eigen stem weer wat. Mooie kinderen, dat helpt natuurlijk. Allee, dan zijn ze toch ergens goed voor, die schavuiten. Ik was erg blij met de scherpte van de foto’s. Wimpertjes haarscherp, de zandkorreltjes op de handjes, waterdruppels in de lucht. Het was een mooie dag…

Frisse geesten

Ik had vanmiddag beter een uurtje minder ‘geniksdaand’. Maar het leek zo cruciaal belangrijk, zo essentieel levensnoodzakelijk om in de zetel te liggen. En nu is het voorbij middernacht. Tot aan mijn lippen gevuld met haast en goesting om die duizend dingen nog te doen.
U krijgt nu een kleine ‘best of’ van de kindertaalpagina. Want ik zie in mijn statistieken dat die pagina door u nauwelijks bezocht wordt. ik vind dat spijtig. Mijn kinderen brabbelen al die uitspraken niet voor niks, hé. Bij wijze van reclame, een de laatste quotes van mijn oudste zoon. De jongste brabbelt nog onverstaanbaar. Dat schrijf ik niet zo op. Maar wie weet wat een wijsheden die eigenlijk te vertellen heeft?!

Ik kom uit de douche. Tadeusz zit naar mij te kijken.
T: mama, weet je waarom uw billen zo dik staan?
Ik denk ‘awel merci’ maar hou me in.
Y: euhm nee. Waarom?
T: omdat die vol met kaka zitten!
Nadat ik bekomen was van zijn afschuwelijke concept, werd het een moeilijk gesprek over vertering en zo.

Wat lossen uitspraken van meneer Tadeusz:

T: Mijn tenen zijn moe. (april 2012)

En:
T: wat gaan ze nu weer van plan doen? (mei 2012)

En:
T: Ei! Die stink zit nu in mijn neus! (april 2012)

Of:
T: Ik botste met mijn skateboard tegen mijn gatneus (januari 2012)

Het zijn leuke jongens hoor. Maar soms ben ik niet zo’n leuke moeder.
Ik ben het leukst als ik met hen naar buiten ga. Een boompje, een toefje gras, dat is genoeg om onze geesten wat ruimte te geven. Dan ben ik meestal nogal content.
Na een dag vechten en worstelen en ruziemaken binnenshuis, zijn we dan van ‘t weekend maar naar het park gevlucht om te spelen en te ontdekken.

Het Nachtegalenpark:

Tadeusz elegant gedrapeerd over een stronkje:

Maar wat minder elegant bij het afstijgen:

En we zagen ook een ‘hellibeesje’:

Over rijst, den Tonny en blote schminkdozen

Door de uitputtingsslag van de afgelopen week is er hier maar weinig animo te bespeuren om jullie te animeren.
De jongens, die naar het schijnt mijn kinderen zijn, lijken wel twee demonen die mij, in hun bulderende kolk van houten blokken en bliksems, omtoveren tot een mopperende vod. Mijn haar gaat er soms van in de war liggen. Ik kan ze weer niet de baas. Van moederschap naar slecht-dictatorschap in tien tellen. Er zijn zo van die dagen… Al mijn pogingen om op te voeden, bij te sturen en te begrenzen zijn zinloos. Het voelt aan als een lang stuk tekst typen en als de computer crasht niks hebben opgeslagen. Ik loop maar te tieren als een stereotiep tekenfilmfiguurtje en ik ben niet de held van het verhaal…

Ik overweeg ook om te stoppen met al die gezonde dure biovoeding. Het zijn in feite parels voor de zwijnen. Die kinders gooien dat toch maar op de grond of tuffen dat uit. Alleen patatten en vlees willen ze. In grote hoeveelheden. Boris (anderhalf), Tadeusz (vier) en Sven (38) eten met hun drietjes -zonder zwans – 2,5 kilo patatten op. Met een kilo wortelen erdoor gestompt. En worsten. Een berg worsten. In één luttele maaltijd wel te verstaan. Maar een sliertje ajuin? Oei. Daar moet eerst een kleine scène voor opgevoerd worden. Een paar keer met de kop tegen de tafel bonken. Achterwaarts van de stoel vallen. Gelukkig hebben ze het kokhalzen nog niet ontdekt. Maar dat is maar een kwestie van nog een paar dagen, vrees ik.

En ik weet niet hoe dat zit bij jullie met kinderen en rijst, ik heb een grondige hekel aan rijstkorrels op mijn grond. Ik krijg dat niet opgekeerd! Als ik daar met mijn handvleugeltje passeer dan rollen die korreltjes plakkerige sporen uit, ze kruipen overal tussen en in en onder en ze weigeren hardnekkig om mee te komen naar de vuilbak.

Geen bio meer, geen rijst meer. Vanaf nu alleen nog patatten en de maaltijden worden ineens in de douche geserveerd…

Boris houdt in ieder geval van het grove geschut. Hij heeft zijn lepels graag groot. En zijn buik trouwens ook:

Wat deed al dat speelgoed trouwens in zijn boot?!

Tadeusz maakte wel een ontroerend familieportret. De grote, dat ben ik. Ik kreeg wel maar één schoen. En lachen doe ik niet echt. Papa is een van de kleintjes.

Maar ik maak soms ook andere dingen mee louter huishoudelijke zaken met mijn kinderen. Speciale en leuke dingen…
Ik ging naar de Weekend Blog Awards. Ik was genomineerd, maar won niet. Ik was niet bij de eerste drie. Het was wel een avondje uit met mijn toplief. Da’s ook een beetje winnen…

(u ziet de silhouetten van Tiany Kiriloff en Ben Van Alboom. Ze reikten de prijzen uit.)

Ik ervaarde mijn eerste echte panporn!

(panporn = de ietwat vreemde benaming voor het blootkomen van de bodem van je schminkdoosje…)

En in Gent was er ‘den Tonny’. Schoon vind ik dat. Het trieste verhaal van een man en zijn duif. Merk wel op dat je moet bellen als je de poster ziet. Niet als je de duif ziet. Dus, bij deze…

En ik schreef. #goLisa kreeg een achtste hoofdstukje. Nog veel te weinig, maar goed. 8 is toch al 8.
En ik ging koffie drinken met de bevallige Sabine van WPG. Zij zet mijn letters in de juiste volgorde en spreekt mij moed in. Ik heb dat nodig. Ik schrijf namelijk een boek in het bijzijn van mijn kinderen. Daar zit in feite genoeg stof in voor een nieuw boek…

En nu stop ik want mijn ogen pikken. Ik kon meneer Zandman nog even ontwijken, maar nu heeft hij mij ook te pakken.