werk

De reis

Ik fiets in feite graag. Zij die mij een beetje kennen zullen dat raar vinden, want ik hop nogal vlotjes in mijn wagen voor verplaatsingen. Dat daar enige gemakzucht de oorzaak van is, dat geef ik toe. Mijn geweten is al behoorlijk groot ten aanzien van het milieu, maar in veel gevallen nog bijlange niet groot genoeg. Want ik zit toch nog vaak in de auto.

Maar gaan werken, dat doe ik tegenwoordig met de fiets. En omdat ik voor een stuk in shiften werk, is dat vaak bij aanvang of op het einde van de nacht. In een zweem van duisternis fladder ik dan fietsend naar huis of naar het werk.
En eigenlijk is dat heerlijk. Geen kindersnot, geen koekjesgezeur, geen andere verplichtingen dan de verdere verplaatsing, zoveel te zien en te ruiken, te beluisteren, zoveel meer dan alleen verkeer en rode lichten. En de mogelijkheid tot makkelijk stoppen. Stoppen, snuffelen, rondkijken.
Af en toe maak ik dan een fotootje. Als ik spoken bedenk onder de brug van het station bijvoorbeeld…

De kwaliteit van de foto is ondergeschikt aan de kwaliteit van het moment. Dat moment is van goud.

IMG_8879

Excuses

Er zijn maar weinig excuses om niet te bloggen. Geen computer of online verbinding hebben zou een goeie zijn. Geen tijd hebben is geen excuus. Geen zin hebben is ook maar flauw. Geen inspiratie is onzin. Omdat ik dit weekend twee dagen werk tot 22u doe ik nu maar een povere en gemakzuchtige bijdrage. Dat moet mogen. ‘t Is mijn blog; ik beslis dat soort dingen…

Ik heb wel een boel halve excuses. Ik werkte deze week al een keertje tot 22u. (Jaja, ik weet dat het toen nog maar 19u was…):

Ik moest soms ook voor dag en dauw beginnen. Ik zag een kasteel in de mist:

Ik werk natuurlijk maar halftijds, maar dan nog…
Ik heb wel nog kinders ook. Die soms vermoeiend vrolijk zijn:

En soms lijkt Tadeusz met zijn vriendinnetje al een getrouwd koppel. Geef toe.

Dat ze allebei een gietertje hebben om de dode planten water te geven achter hen is een leuk detail…

Maar ik mocht deze week wel al een paar keer prettig in de zon vertoeven. Ik heb in feite een goei leven…

Beetje druk

Sinds ik halftijds werk heb ik het precies nog drukker dan ooit tevoren. Ik ben in de weer met duizend en een projecten en heb het verder ook erg druk met koppijn hebben, antibiotica slikken en kinderen temmen. Of al dat doktersbezoek iets te maken heeft met mijn twee opstandige springboonkinderen weet ik niet, maar hun gekweel om 6u30 zal er geen goed aan doen.

Ik heb de laatste tijd heel wat foto’s gemaakt, maar helaas kan ik die (nog) niet publiceren hier omdat ik geen toelatingen heb van de geportretteerden.

Ik besef dat ik jullie wat in de steek laat, en dat kan natuurlijk ook niet de bedoeling zijn. Jullie sukkelaars. Daarom krijgen jullie nu alvast een soort keek op de week. Een paar elementen uit de dagen dat ik niet aan het bloggen was…

Zoonlief Boris, die steeds maar groter en jongensachtiger wordt. Hij kan nog niet babbelen, dus die moet niet afkomen met portretrechtproblemen of dat ie niet op het internet wil. Hij krijgt al leuke woedeaanvalletjes en wriemelt de dag door als een regenworm in een glas. Anderhalf is dat ventje en je moet soms met zes zijn om zijn schoenen aan te krijgen:

Ik ging ook naar de kinderboerderij met de cliënten, de verslaafde moeders en hun kinders. Ik kwam daar weer eens in contact schapen. Altijd vreemd vind ik. Die dwaze blik, die door me heen lijkt te kijken…

En ik maakte de foto’s voor een dienst voor begeleid zelfstandig wonen (bijzondere jeugdzorg). Ik mocht een aantal jongeren gaan fotograferen. Erg leuk om te doen! Ik hoop daar nog wat meer beelden van te kunnen tonen weldra. Maar deze kon wel, vond ik, omdat ie zo anoniem is…

En uit de iPhone rolden ook nog een paar fotootjes die de week illustreren:
Een stijlpoes voor het raam:

Boven de deur van het fitnesslokaaltje in de Antwerpse hoerenbuurt. Daar gaan we fitnessen met de cliënten:

De parking van op het werk. Toen ik dit weekend moest werken…

Slaapkopvergissing

Een uur te vroeg op het werk. Per ongeluk. Hoe is het mogelijk? Als dat niet dwaas is. En het was nog pikkedonker. Acht uur ‘s morgens alsjeblieft. De arme Boris al om half acht in de kribbe. De sukkelaar. Al goed dat ik niet met de fiets gegaan ben. Dan had ik pijnlijk vroeg opgestaan, mij vol haast tegen de wind en regen suf getrapt om dan op tijd te vroeg te zijn. Ik had nog koffie kunnen gaan drinken, maar er was nog niks open.
Om dat uur niet geheel te verliezen, ben ik maar aan de computer gaan zitten en in de rapte een postje gemaakt. Met een paar instagrammetjes… Want helemaal zitten niksen dat was erover. Maar de computer bleek traag, de instagrammetjes laadden niet goed op en uiteindelijk werd dit pas in de late namiddag online gegooid… Zucht. Enfin.

Het midden in de nacht effect vanmorgen om 7u45:

Ik kocht een nieuw fietsslot vorige week. Zo’n doodgewoon krulding. Er hing een – op het eerste zicht – heel gewoon kaartje aan. Maar bij nader inzien bleek dat toch niet zo gewoon. Geen idee wat ze met die tekeningetjes bedoelen. Jullie wel? Ik hoorde al leuke interpretaties op instagram (voor tekening 1: touwtrekploegbestendig en voor tekening 3: hier knippen). Maar nog lang niet al mijn vragen zijn beantwoord.

Ik ging gisteren naar het tehuis van mijn grootmoeder. Ze woont in een serviceflat. Ze gaan er daar precies wel van uit dat de bewoners heeeeel slechtziend zijn!

En de eerste foto van het jaar was een instagram. Blootvoetse Boris die op 1 januari het terras bij mijn schoonouders inspecteert. Ge ziet wat voor onverantwoordelijke ouders wij zijn:

En soms heeft koffie plezante verschijningsvormen:

En het mag eigenlijk wel, want ik beet vandaag mijn tong bijna in twee (bloeien!) en verbrandde mijn hand ernstig. Precies niet echt ‘mijnen dag’…

Schommelend zomerteam

(Er is bij wordpress blijkbaar iets serieus mis met de foto’s. Ik hoop dat u verschillende foto’s ziet als u dit leest en niet telkens dezelfde foto onder elkaar. Anders zijn ze bij wordpress de draad toch wat kwijt…)

Met Bowa – de dienst waar ik werk – is er een jaarlijkse traditie: de zomerdag; een dag doorbrengen met de collega’s waarbij we ons zo goed mogelijk amuseren en met een minimum aan budget zo tot elkaar komen dat we de rest van het werkjaar als een geoliede machine kunnen samenwerken. We zijn daar goed in. Vooral in dat amuseren. Ook dit jaar was het weer erg leuk. Ik maakte een berg foto’s van allemaal mensen die het nu in hun broek doen van de schrik dat ik de zotste foto’s op mijn blog zal gooien. Want rare gezichten trekken dat kunnen we wel bij Bowa. We hebben eigenlijk wel iets weg van de freggels. Of de muppetshow. Maar ik moet u teleurstellen: ik wil morgenochtend nog vriendelijk begroet worden.

Maar om toch een beetje een idee te geven krijgt u onderstaande fotootjes:
We zaten in een prachtige omgeving in Tongerlo in een buitenverblijf via via. Heel tof allemaal. Bovendien regende het niet en we waren in een opperbeste stemming.

We bezochten de mooi verzorgde abdij van Tongerlo waar we een fotozoektocht voor tienjarigen met moeite opgelost kregen en waar ik griezelig misvormde Christus ontwaarde:

Waar pottenbakkers moesten uitrusten van het zware werk:

De schrik voor regen gaf sommige collega’s elegant geplaatste accenten:

Viervoeter Bink bleef de hele dag opletten dat er geen van de freggeltjes ontsnapte.

We trokken naar de speeltuin voor enkele groepsfoto’s. Behalve de groepsfoto’s haalden sommigen hun hart eens op aan een ingehouden schommelmoment.

Nadien kregen we in het sprookjesbos nog wat opdrachtjes en wees gids Wim ons fijntjes op de wegbewijzering:

Op de asberg moesten we een parcour voor een bal uitgraven. Het was een moeilijke taak, maar we deden dat glansrijk. Als een heus team. We waren in onze nopjes.

Maar het beste moest nog komen. Toen we terug in het buitenverblijf waren ontdekten we de ware hemel op aarde: de hoogteschommel. Onschuldig ogend kinderspeelgoed, maar het voelde als een pretparkattractie. Daarop schommelen zonder glimlach of kreet is onmogelijk. (Je ziet aan die beentjes hoe enthousiast ze eigenlijk wel is):

We barbecueden, we keuvelden en we geraakten Antwerpen terug binnen zonder een spatje file. (Ondanks ongelukken en monsterfiles allover!)
Soms kan werken ook plezant zijn…

Smakelijk

Op het werk is de middagpauze vaak het hoogtepunt van de dag. De hoge graad van sociale-sector-oestrogenen geeft dit middagmoment (‘happen en klappen’) een heel eigen karakter. We zijn maar met tien, maar we hebben vegetariërs, flexitariërs en omnivoren. Er zijn dunne mensen en volslanke, diëtenden en anders-etenden. Volhardende snoepers en suikeronthouders. Daarnaast hebben we mannen en vrouwen, waaronder ook een lesbische. We hadden een islamitische Marokkaan, maar die trapte het af. De gedurfde mix van uiteenlopende persoonlijkheden en overtuigingen die we nog over hebben werkt wonderbaarlijk goed. Tijdens de middagpauze toch al zeker.

Wat me opvalt is dat er sinds dit jaar nog maar weinig boterhammen of broodjes gegeten worden. Onze ijskast wordt ‘s morgens volgestouwd met kleurrijke tupperwares en veelbelovende zakjes. Rond half één worden al die potjes opengetrokken en verschijnen de mooiste groentemixen, pastaslaatjes en soepvariëteiten, al dan niet bio. Dat alles gaat gepaard met opgewonden gekwetter en geschater. Behalve het gegiechel wordt er veel uitgewisseld: de één deelt zijn rauwe witloof en krijgt er een tomaatje voor terug. Verse soepen worden gedeeld. Theezakjes afslankthee gaan van tas tot tas. De receptjes vliegen je soms rond de oren. Alles gebeurt minzaam glimlachend. We kijken watertandend in elkaars bord, maar er is weinig hebberigheid of egoïsme te bespeuren op Bowa.

Heel dat collegiale voedingsdansje gebeurt vanzelfsprekend met het nodige ecologische bewustzijn. Een blikje tonijn passeert niet zonder enkele opmerkingen over overbevissing. De vakanties van onze garnalen (ze worden blijkbaar gepeld in Marokko), de reistijd van onze boontjes. En vanmiddag kwam er een verontschuldigende uitleg van de flexitariër naar de pacifistische vegetariër: dat garnaaltjes misschien niet zoveel pijn voelden als andere dieren.
Het team kwam met die aanzet lekker op dreef. We hebben niet veel nodig. Er werd getracht om de vegetariër een schuldgevoel aan te praten door de theorie te opperen dat planten (en dus ook groenten) ook pijn voelden. Hij trapte er niet in. Het thema werd verder uitgebeend naar ‘dan kunnen we evengoed mensen eten’. Dankbare sappigheid aan tafel.
‘De Chinezen staan goedkoop deze week’. ‘Heb je de roodhuiden in eigen nat al geproefd? Keilekker!’ ‘Mijn Afrikaan is te hard gebakken.’
Maar los daarvan hoorde ik ook ‘De avocado is de boter van het oerwoud’. En ‘Vogels die vliegen vallen niet’ (- een uitspraak van Ann van de Vel die daar de credits voor wil, want ze wil misschien ooit een boek schrijven met die titel).
U hoort het: het was behalve een gezonde ook een sappige en poëtische maaltijd…

U krijgt de avocado ook nog eens van Kristel:

En na het eten bleek mijn bazin nog ongekende kwaliteiten te bezitten die het leven op het minst vergrappigen:

De papiertovenaars

Als maatschappelijk werker kom regelmatig bij mensen die het een ietsipietsie moeilijk hebben om hun administratie bij te houden. Ik begeleid verschillende gezinnen waar papieren een eigen leven leiden en waar de brievenbus voor stress zorgt. Ik ben zelf ook geen boekhoudkundig talent, maar mijn paperassen zijn toch enigszins getemd in een schuifje of twee. Dat het niet overal zo is, dat kan ik u met mijn klein beetje beroepservaring wel vertellen…

Eén gezin spant de kroon. Hoewel het zeer frustrerend kan zijn om met deze mensen administratieve zaken te doen, ben ik regelmatig geamuseerd en zelfs geïnspireerd door hen. Hoe zij erin slagen om alles te verliezen, dat moet wel een heel speciale vorm van duistere magie zijn! Soms kom ik er binnen met een aantal in te vullen papieren en als ik een half uurtje later vertrek zijn de papieren al hopeloos verloren. Maar dan ook echt hopeloos. Ik begrijp er soms niks van: ik geef iets af, ze nemen het aan en zonder dat er iemand van zijn stoel opstaat is het papier toch weg; het lijkt wel verslonden door het huis zelf. Echt foetsie.

Het is zo’n huis waar de post al vaak niet bij de brievenbus geraakt. Ik stuur hen brieven, maar die komen zelden aan. Als er dan toch eens iets het appartement binnenkomt – doordat ik het persoonlijk binnendraag of door een slechte dag van de post-etende buren of een dwaling van de postbode of zo – dan is er alleen maar een waterkansje dat deze mensen de papieren de baas kunnen. De kans op vermissing blijft altijd zeer groot.
Deze mensen spreken bovendien niet zo goed Nederlands. Tussen ‘Beste mijnheer, mevrouw‘ en ‘met vriendelijke groet‘ verliezen zij daardoor moeiteloos de draad en wordt menig brief met veel ontzag sidderend onder de categorie ‘superbelangrijk’ gecatalogiseerd. Men zou denken dat de categorie ‘superbelangrijk’ een brief ergens toch kan beschermen tegen de vergetelheid, maar nee. Dat is het nu net. Hoe belangrijker hoe beter weggestoken. De folder van de pizzeria achter de hoek is altijd binnen handbereik…

Overal in huis leven nestjes van superbelangrijk papier. Brieven met veel ezelsoren. In verkeerde enveloppen. Bijlagen van hun hoofdtekst gescheiden. Lege enveloppen. Overschrijvingsformulieren zonder factuur. Stukjes huiswerk van de kinderen.
En overal worden kleinigheden bij op gekribbeld. Een telefoonnummer op de achterkant van een rekening, maar dan zonder naam. Na drie minuten weten ze niet meer van wie dit telefoonnummer was. De hoofdagenda in huis is er eentje van 1996. Die al meegaat van 2004. Ze schrijven er van alles in, steken er van alles tussen en verliezen dit Heilig boek om de haverklap. (Ik kreeg dan – hoe bedenken ze het! – met Nieuwjaar een kakelverse agenda van hen). Als ik in de zetel ga zitten dwarrelen er klevertjes van de ziekenkas op de grond. Soms krijg ik de vraag om hen te helpen om iets in te vullen. Vaak zijn die brieven meer dan een jaar geleden verstuurd.

Hoe onleefbaar dit ook moge lijken, deze mensen hebben leren leven met deze gebreken en ze zoeken creatieve oplossingen voor hun problemen. Zo liggen er soms papieren op de tafel, maar dan ònder het tafellaken (zo blijft alles ook netjes!). Ze prikken brieven aan hun gordijnen. Overal op de muur worden dingen opgehangen. De Heilige agenda blijft een leuke ‘terugvindplaats’ voor vermiste paperassen. Het grootste nadeel is dat er te veel plekjes zijn om belangrijke papieren te bewaren. En zo komt dus het hele huis vol te liggen. En wat ik zoek is meestal weg. Het lijkt wel of ze kunnen toveren, deze mensen.

Bobble

Ik heb een Bobble. Mijn bazin zal content zijn. Op het werk krijgen we wegens milieuoverwegingen geen flessenwater meer. We drinken Britafilterwater. Bah. Ik vind dat water om te beginnen niet lekker en als ik water wil drinken is de kan meestal leeg en moet ze bijgevuld worden. Wachten tot het water doorgelopen is kan natuurlijk wel, maar naar dat gedruppel luisteren heeft mij nooit zo bekoord. En het stimuleert de blaas, dat druppelen.
Ik breng dus eigen drank in vervuilende flessen mee wat het groene hart van mijn bazin regelmatig tot opstandig gepruttel brengt. Nu is dat euvel dus verholpen. Ik heb een Bobble. Het water wordt gefilterd terwijl je drinkt. Trendy! Naar ‘t schijnt toch.

De toestand van de aarde verontrust mij mateloos, en ik hou veel rekening met haar, maar ik behoor zeker niet tot de milieubewustste (amai, dat woord klopt precies niet) mensen. Ik neem nog gemakkelijk de auto, doe de afwas met de hand (ik las gisteren in de krant dat je het nooit kan halen van de afwasmachine als het gaat over zuinigheid). Ik laat toestellen in standby staan. Ik heb een oude vraatzuchtige wasmachine en laat die niet altijd in weekendtarief draaien. Ik drink het heerlijke flessenwater van Mont Roucous. Ik gebruik lang niet altijd oplaadbare batterijen. Het kan altijd beter.
Maar nu is er dus mijn Bobble. Ze past helemaal in het milieubewuste denken en ziet er leuk uit. Den baas kan niet meer mopperen en misschien mag ik toch nog naar de hemel.
De foto kon misschien beter, maar ja, altijd zo dicht bij de perfectie zitten, dat is het ook niet, hé. :-)

Rommelig

Een rommelig blogpostje. De boog kan niet altijd gespannen staan. Mijn ogen prikken van de slaap. Mijn hoofd gonst nog van de dagdrukte. Ik heb een hete kop thee nodig om mij af te remmen. Want het leven met twee kinderen is een leven aan hoge snelheid. Stofwolkjes achter mij. Zo rap. Ik ben soms blij dat ik kan gaan werken. Daar is het tempo nog overzichtelijk. Pas na het werk moet er een versnelling of acht hoger geschakeld worden. En ‘s nachts zijn het nog steeds kleine hompjes slaap tussen lange momenten van wakker zijn. Baby Boris is nog niet van plan om een nachtje door te slapen…

Een vriendin van mij heeft drie (!) kinderen (respect!). Eentje is nog klein. Miller heeft nu de leeftijd van een weglopertje als hij uitgekleed moet worden. Er is een leeftijd dat dat grappig is. Wat de evolutionaire functie daarvan is is mij een raadsel. Drie kinderen – ik moet er niet aan denken – dan krijg ik voorzeker snelheidsboetes en zenuwinzinkingen.

Tadeusz is gelukkig wat uit zijn ik-loop-lekker-weg-fase. Hij wil graag tellen. Maar daar begrijpt ie echt nog niks van. Een twee vier zes zeven tien!
En hij experimenteert nu eerder met verbale effecten. Hij roept tegen jan en alleman: “Nee! dat mag jij niet doen! Jij moet braaf zijn! Ik seg nee.” Hij roept dat tegen grote kinderen en tegen kleine kinderen. Tegen Boris “Jij moet dese auto vasthouden!”. Of tegen mij. “Mama! Stop ermee! Ghoh! Jij moet nu teeve opzetten!” Hij krijgt soms kleine woedeaanvallen omdat ik niet inga op zijn commando’s. En dat resulteert uiteindelijk in aandoenlijke huilbuien in de hoek. En dan roept hij snotterend: “Ik wil braaf zijn!”

Maar gelukkig experimenteert hij evenveel met de effecten van lieve boodschappen. Vanmiddag ging Sventikov hem ophalen van school. Onderweg was er volgend gesprek:
Papa Sven: Amai Tadeusz, papa is moe. Boris was veel wakker vannacht. We hebben slecht geslapen.
Tadeusz: Jij mag thuis in zetel slapen, papa. Ik zal aaien. En teeve kijken.
Even later in de tram:
T: Papa. Jij mag ook al op dese stoel slapen hoor.

En deze avond toen ik hem in bed stopte:
T: Jij van mij houden he mama.
Y: Ja, heel veel schatteke.
T: Ik ook fan jou houden mama. Jij heel drietig zijn als ik weg is hé. Ik sal jou kusje gefen nu. Jij nu mijn fingertjes tellen?

Al die snelheid van de dag is de moeite waard als hij zo tegen mij spreekt. Ik vind het al geweldig dat hij kàn spreken. Toch formidabel zo’n kind. Hoe ze de taal in zich opnemen, ze kneden en eigen maken. En dan maar spelen met die woorden. Alsof het knikkers zijn. Ik sta iedere dag te kijken van de nieuwe woorden die hij leerde. Waar hij ze oppikte is mij soms een raadsel. Woorden als ‘stuiterbal’ en ‘dikke bult’.
Ja, het valt weer op: alle cliché’s over kinderen zijn waar…

Nog een paar fotootjes van de afgelopen week. Allemaal plekken waar de tijd een beetje stilstaat en waar er niet zo snel geleefd hoeft te worden…
Het strand en de zee:

De rustige interessante kapel bij ons op het werk:

En van ‘t weekend gaan zwemmen. Tadeusz had pret voor tien met zijn vriendje Lennert. Het lijkt alsof mijn leven keirustig is. Niet?

Travakken

Binnen een tweetal weken zal ik terug deel uitmaken van de actieve bevolking. Boterhammen op die plank. Een keihypermoderne moeder, hophophop. Gedaan met dat zwangerschapsverlof. Geen gezaag om 6u30 ‘s ochtends! Waar zijn uw sokken?! Boterhammen aandoen! Smeer uw tanden!
Baby binnenkoppen in de crèche, zoonlief met een vuurpijl in z’n poep de school in mikken, en vervolgens – lekker zen – op het werk even de problemen van mijn medemens oplossen. Alsof ik het allemaal beter weet. In perfecte rust. Met mijn opvoedkundige alwetendheid. Ahum.
In de vooravond mag ik dan in dartel galop mijn nageslacht in de desbetreffende opvangstructuren meescharen om hen thuis voedzame gevarieerde en fair trade spijzen te voederen. En daarna, als alle kinders knock out geslagen in hun bed vastgebonden zijn, zal ik misschien – na de afwas, de wasmachines en de droogkast – rond middernacht, met holle ogen nog enkele woorden bloggen.

Nu het zo dichtbij komt lijkt het een onmogelijke klus. Ondenkbaar dat zoveel mensen dat alle dagen voor elkaar krijgen. Dat er zo weinig accidenten gebeuren. Zo weinig moeders die hun kinderen in de auto vergeten. Zo weinig brand veroorzaakt door een bij het koken in slaap gedommelde moeder. Zo weinig peuters aan bomen vastgebonden en achtergelaten.
Het chronisch slaaptekort bij ouders van jonge kinderen zou redelijk ernstig zijn. Ik beaam dat. Ik slaap al bijna als ik met mijn ogen knipper.
Op een manier lijkt co-ouderschap iets geweldigs. Geniale uitvinding. Een hele week slapen! Jammer dat je als koppel ervoor uit elkaar moet gaan. Neeneenee, mijn geweldig lief geef ik er niet voor op.

Ik sta dus niet echt te springen om terug te gaan werken. Ik weet dat het me wel goed zal doen, maar toch… Ik hoop ooit in een andere sector te kunnen werken. Weg met de sociale sector. Maar het is niet vanzelfsprekend om van beroep te wisselen. Ik wil graag wat schrijven, iets grafisch, met beeld en taal en creativiteit, of zo. Welke beroep ik daarvoor nodig heb, is niet helemaal duidelijk. En zonder geschikte diploma’s loopt een mens ook niet ver. Zeker niet met twee kleine kinderen in je kielzog. Tips zijn natuurlijk welkom.

Nog een dikke twee weken dus. De lieve collega’s zag ik dinsdag al terug tijdens het nieuwjaarsetentje. Dat was gelukkig een aangenaam wederzien. Het eten was lekker, de sfeer was goed. We dronken lekkere thee, sjiek ingeschonken door de professionele theeschenker (die ook heel trots was op zijn kunnen).
Met zo’n fijne intro zal ik binnen veertien dagen wel klaar zijn om er in te vliegen zeker?