Blaf!

Als maatschappelijk werker kom ik regelmatig bij mensen thuis. Meestal kom ik bij doorsnee gezinnen met leuke eigenaardigheden en grappige verhalen. Maar vaak zijn het ook sterk gemarginaliseerde gezinnen, in vuile appartementen, met onaangename geurtjes en barsten in het plafond. Er zijn mensen die zeggen dat ik ze ‘bomma’ mag noemen en waar gebreide schilderijen (van bijvoorbeeld Elvis) tegen de muur hangen. Ik ben bij mensen geweest waar geen meubels stonden, behalve een houten kom met een baby in. Ik kreeg al fluogroene drankjes in vuile glazen en chileense vleesspecialiteiten uit ‘levende’ keukens. Er zijn plekken waar ik de lift niet neem omdat ik vies ben van de liftknopjes. En tijdens mijn avonturen kom ik niet weinig bij mensen met huisdieren. Papegaaien, hamsters, leguanen, goudvissen. Maar toch voornamelijk katten en honden. Er zijn gezinnen waar het aantal dieren al lang niet meer op twee handen te tellen is… Hoe meer haar hoe liever, denk ik.

Een mens met een hond, dat is voor mij best oké. Zolang ze hun behoefte niet voor mijn deur achterlaten. Ik ben niet bang van honden, ik weet dat het leuk kan zijn om er een te hebben, maar als ik op huisbezoek ga hoeft het voor mij niet. Ik zie ze nochtans veel. Ik ken propere honden en smerige. Kwijlende en spelende. Valsaarden die scheel zien en getraumatiseerde edelen. Depressieve mandplakkers. Er zijn kleine keffers en er zijn halve kalveren. Tsjoepke. Vlekkie. Blakkie (de witte Maltezer). Baffy. Zolang ze mij gerust laten is het voor mij al lang goed.

Maar vorige week kreeg ik mijn part toch weer. De ene dag was daar Jos – het ‘kalf’ van een meter twintig hoog, bang als een muis, en daarom bloedlink – die me aan de voordeur vanuit de gang al tegemoet sprong. Zijn voorpoten op mijn schouders, haphap (gelukkig zonder doelgericht bijten) en maar blaffen in mijn oor. Als Jos blaft vallen de kadertjes van de muur. Het vervallen huis vervalt bij iedere waf nog meer. En hij blaft veel. Iedere keer als er ergens in de straat een papiertje op de grond valt. Of als er een lamp springt bij de buren.
Jos zou mij onderhand moeten kennen, maar hij vergeet het telkens. Hij is te nerveus om te kunnen onthouden. Een bange brok springende spieren. Hij is alleen maar af te leiden met een zompig tennisballetje. Dat hij dan gedurende het hele gesprek op mijn schoot komt deponeren. Vragen om de hond buiten te zetten is geen optie. Het huisje heeft maar drie vochtige kamers en Jos krijgt alle deuren open. Hij beukt ze gewoon in. Als ik vertrek schuimt mijn broek van de kwijl. De auto ruikt nog dagen naar natte hond.

De volgende dag moest ik bij Baffy zijn. Baffy lijkt op het eerste zicht een schatje. Hij is klein, gevlekt, kijkt smachtend lief, blaft nauwelijks, kwispelt. Maar hij heeft iets met mijn enkels. Tijdens het gesprek komt hij onder tafel aan mijn voeten staan. Ik hoor zijn nageltjes op de ballatum schuifelen. En dan snuffelt hij met zijn natte neus aan mijn broekspijpen en enkels. Continu. Hij gaat niet weg. De eigenaars roepen dat ie in z’n mand moet. Dat doet Baffy wel. Maar na een halve minuut is ie daar weer. Het valt bijna niet op. Een lichte kriebeling aan de voet. Ik duw ‘m weg, ik trek ‘m weg, ik spreek ‘m streng toe. Niks helpt. Na een kwartier moet ik mezelf inhouden om het beest geen stevige trap te verkopen. Een volhardend hondje. En volgens het baasje is ie verliefd op me. Soms berijdt ie mijn voet. Maar dan kan ik tenminste krachtdadig ingrijpen. Wie wordt er nu boos op zo’n stil snuffelig hondje? Nog uren na het gesprek voel ik zijn neus tegen mijn enkels kriebelen. Geef mij dan maar Jos.

Diezelfde dag nog (het leek of Baffy kwijlde nog op mijn voeten) ging ik naar een ander gezin. Hun honden zijn lang niet zo storend. Twee Franse Bulldogs. Lui hangen ze voor de kachel. Ze bewegen zich liever niet dan wel. Ze kijken nauwelijks op als ik binnenkom. Ze maken wel voortdurend vieze snurkgeluiden, maar dat is te negeren. Maar wat niet te negeren is, zijn hun scheten. Als die twee scheten laten is het of de hel gaat open en dicht. Ik weet niet wat ze hadden, maar volgens mij hadden ze spruiten of bonen gegeten. Ik draaide bijna van mijn sus.

Ik heb echt alle begrip voor mensen met dieren. Ik heb zelf altijd dieren gehad; dieren zijn geweldig. Ik vind ze grappig en boeiend. Samenleven met dieren kan zo’n verrijking zijn. Maar van mij mag u de hond gerust buitenlaten als ik langskom…

Advertenties

23 gedachtes over “Blaf!

  1. in het kader van mijn sociale promotie, zoals mij zo schoon is gezegd, ben ik sociaal werk aan het studeren. Leuk om dit vooruitzichtje te lezen

  2. wat beschrijf jij je sociale wedervaren weer zo plastisch, naturalistisch reeel….
    wat heb ik een bewondering voor je moed en aanpak en doorzettingsvermogen, zeg!!

    bewonderingswaardig prachtig!

    heb vroeger-lang-geleden ook al eens als paramedici/logopedist huisbezoeken gedaan
    in Haiti-achtige sociale buurten…
    that’s real life, hé….

    doorbijten dan, die zure appel heeft ook wel zijn zoete kanten…
    en wat je al niet kunt betekenen voor die mensen!!

    ze hebben je nodig!

  3. Dat is nu het voordeel van schildpadden te houden. Die komen niet uit hun aquarium en vallen niemand lastig 😉

    Trouwens, dit is weer een zeer prachtig geschreven blogpostje.

  4. omdat google mij alle tips doorgeeft die pleegzorg erin hebben stasan kwam ik dus op jou blog terecht ,
    leuk geschreven en echt treffend geschetst ik zie het zo voor me 🙂
    ,ik ben pleegmoeder dus krijg ook mensen zoals jou over de vloer ,daarom vraag ik me dus nu af goh hoe zouden ze mij zien 😉

    groetjes lenie

  5. Een verhaal dat lijkt geschreven uit mijn (verre) werkverleden.
    Dieren en GSM’s waren dé hebbedingen bij gemarginaliseerde gezinnen…

    Ik heb die hele behoeftenpiramide van Maslow nooit begrepen, in deze economie lijken uiterlijkheden erg belangrijk geworden, gek als je erover nadenkt …

  6. Ze zou er inderdaad geld mee moeten verdienen, heb ik haar al vaak gezegd (waar hè, Ysabje) Maar op huisbezoek gaan bij de twee scheten latende honden is ook gewoon heel plezant (ik denk dat ik weet waar het over gaat hè? Ik denk nog vaak aan hen.)
    In ieder geval. Het wordt tijd voor een boek of zo. Een betere(veel betere) versie van Bridget Jones Diary mét foto’s.
    Voilà, ik heb me weer lang ingehouden om er iets van te zeggen, maar het staat er weer. Doe iets met die talenten!!! (en nergens heb ik het woordje m*t gebruikt;-))

    Groetjes van Fliesje.

  7. Haha, zeer herkenbaar allemaal.
    Ik zit ook in de sociale sector en vul mijn dagen ook met huisbezoeken bij een divers doelpubliek.
    Ik ben ook niet zo zot van honden, maar zij blijkbaar wel van mij.
    Erger vind ik echter de geuren die na het huisbezoek nog uren in je kleren blijven hangen. Thuiskomen stinkend alsof je uren op café of in de frituur hebt gehangen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s