Zever

Zever. Kleine kinderen – mensen die er hebben zullen het volmondig beamen – zitten vol zever. De zever loopt gedurende de eerste twee jaar rijkelijk uit die kinders alsof ze lek zijn. Als een zeef. Kapot. Speekselproductie is zowat de eerste vaardigheid die uw spruit onder de knie krijgt. Ze zijn ongeëvenaard in het zeveren. Niet voortdurend. Niet dat ze continu druipen, maar als ze eenmaal beginnen dan doen ze het wel goed.

Hoewel mijn eerste zoontje Tadeusz (ondertussen bijna 3) geen ik-zal-alles-eens-in-mijn-mond-steken-kind was, wist hij toch altijd vlot een emmertje vol te zeveren. Niets kon hem beletten bavetten en truien vol te kwijlen. Het speeksel stroomde soms onophoudelijk van zijn kin naar beneden. Een klein riviertje. De bron ergens in dat vochtige mondje, een waterval van zijn kin en zijn t-shirt was het moeras. Vooral als hij lachte. Dan werden de sluizen precies nog verder opengezet. Het is nog niet geheel voorbij. Grotendeels wel, maar babbelen en lachen tegelijkertijd, mét een tut in zijn mond en je hoort de zever alweer kabbelen.

Nu heb ik een tweede zoon, Boris, en die zal volgens mij de kers op de zevertaart zijn. Boris is geen tuttenkind. Hij duwt soms de spenen met zijn tong uit zijn mond (ook al proberen wij die er volhardend terug in te steken) en vervangt die door zijn handjes. Vooral ’s avonds. Als de avond valt zet meneer zijn kranen open.
Mmm, lekkere handjes! Boris behoort tot de familie van de vingereters. En niet alleen zijn duimpje. Boris knauwt en knabbelt op àlle vingers van zijn twee handen. Tegelijkertijd. Probeer dat maar eens! Al je vingers in je mond, zonder te zeveren. Dat gaat dus niet hé. Na een tiental seconden druppen de eerste waterbubbels uit je mond.

Boris maalt er niet om of er stukjes trui of pyjama mee tussen zitten. Alles mee het mondje in; alles mee in die zondvloed van zever. Misschien vindt hij die stukjes drassige mouw zelfs nog leuker dan louter zijn handjes. Zo een stukje mouw dat trekt zichzelf vol water. Het enige dat je moet doen is blijven bevloeien. Na een tijdje zit de zever tot aan je elleboog.

Als ik hem wil troosten neem ik vaak zijn kleine handjes vast. Hij grijpt mijn vingers zo intens vast als hij weent. Ik voel zo hoe hard hij me dan nodig heeft. Hij trilt soms van verdriet. Ik doe dat dan ook met veel moederliefde en geduld en ik wil desnoods urenlang naast hem zitten. Maar het valt wel snel op: meer zever dan tranen; ik heb een zompig kind. Het zal nog minstens anderhalf jaar duren voor hij die klammigheid zal ontgroeien. Ik zit hier met die wakke pollekes en ik moet opletten of hij hapt ook mijn hele hand naar binnen.

En als hij niet zevert, dan zit hij wel te kotsen. Het moet allemaal goed nat blijven. Het lijkt wel of hij een gestrande dolfijn is die zichzelf – tegen het uitdrogen – heel de tijd zit te besprenkelen. Die kots is meer melk dan echt overgeefsel, dus het valt nog wel mee. Het is wat brokkiger en heeft een wat zurige, weeïge ondergeur, maar in feite is het alleen maar veredelde kwijl.
Ik draai iedere dag wasmachines met kleertjes die in de wasmand zouden stikken en schimmelen als ik zou proberen ze te negeren. Ik hoef niet te kijken of kleren vuil zijn. Ik voel het aan de vochtigheidsgraad.
En Boris gaat maar door. Soms zit hij een uurtje of twee te smakken en te soppen waar je bij zit. En die speekselkliertjes maar travakken; we stoppen pas als er een plasje ligt!

En dan lacht Boris. Want dat is iets wat hij ook heel goed kan. Dat moerassig baby’tje, dat aanvoelt als een lauwe pannenkoek die in de regen heeft gelegen, dat plakkerig pakketje kwijl, dat zichzelf bevochtigend weekdier, kijkt je indringend aan en lacht. Nu mag ik nogal een harde tante zijn die het niet zo begrepen heeft op zever, maar ik verander prompt in een zacht tompoeske als hij zo naar me lacht. Er komen kuiltjes in zijn wangen; hij kijkt me smoorverliefd aan; niemand is ooit zo blij om mij te zien.
Ik zou er zeeën van zever voor overzwemmen. Hij mag druipen wat hij wil hij kan mijn liefde niet wegspoelen of verdunnen. Ik wil zijn eiland zijn…


Advertenties

6 gedachtes over “Zever

  1. Hahahahaahaaaaahahaha en dan oooooooooooooh 🙂
    Ik heb het geprobeerd trouwens, heb zowat een halve minuut op alle vingers van beide handen tegelijk zitten knabbelen en sabbelen, en ze waren wel wat vochtig maar het kwijl droop er niet uit. Wellicht heeft mijn dochtertje dat dus van mij: kotsen oké, in overvloed, maar kwijlen valt héél goed mee…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s