Gevallen engelen

Dat we hem in volledig harnas naar school moeten sturen. Dat zegt meester Kim. Stuntman Tadeusz weet zich iedere week wel eens tot bloedens toe tegen de grond te smijten. Het enthousiasme waarmee deze driejarige over zijn voeten struikelt kan soms pijnlijk zijn om te zien. Hoewel hij behoorlijk handig is en vlotjes klimt en rent kent de bodem geen geheimen voor hem. De ene korst is nog niet weg of de nieuwe dient zich aan. Al die stukjes huid van mijn zoon die daar op de speelplaats kleven.

Ik herinner mij nog van vroeger dat ik de donkere korstjes van mijn knieën pulkte. Dat het zo pijn kon doen als ik steeds terug op dezelfde knie viel. De druppeltjes bloed die door de huid kropen als door geperforeerd plastiek. Korstjes waar soms zelfs nog steentjes inzaten. Geschaafde scheenbenen, bulten op mijn hoofd, kapotte ellebogen; zoveel grind en zand dat ik meesleurde al die jaren. In mijn schoenen en in mijn korsten.

En op een dag was het gewoon gedaan met die open knieën. Op een dag stopt een mens met te vallen. Gedurende vele jaren valt een mens zeer weinig. Een keertje van de trap omdat je op je sokken de vuilbakken gaat buitenzetten (man, dat deed zeer! Wekenlang met een zwartblauwe bil rondgelopen). Ook wel eens sporadisch met de fiets (de meest onnozele val ever. Op de Roosevelt. Tijdens de spits. Ik bloos nog als ik eraan denk). Maar voor de rest vallen we eigenlijk nog weinig (alleen oude mensen. Die vallen terug wat meer).

Zoveel als Tadeusz, dat krijg ik niet bijeengevallen. Dat kind ziet de grond meermaals per dag van heel dicht bij. En dan wordt de wereld door zijn tranenstroom weer wat bevochtigd, de lucht bezwangerd met zijn gejammer en de pijn gestild met kusjes. En met pleisters met konijntjes op. Gelukkig is de afstand tussen kop en grond wat kleiner als je nog onder de meter bent. Als wij met ons hoofd tegen de grond kwakken is de valsnelheid al wat hoger. We zijn ook al wat minder buigzaam. Zowel letterlijk als figuurlijk.

En met kleine Boris (7 maanden) zal het ook niet lang meer duren. Hij kan nog bijlange niet kruipen, maar hij is wel voortdurend onderweg naar ergens. Onderweg naar het speelgoedje dat daar ligt. Onderweg naar een beter zicht op de gebeurtenissen in de kamer. Onderweg naar de rand van de zetel. Hij viel er al eens af. En dan is hij zo verwonderd over de plotse pijn. De sukkelaar. Het vallen op zich is natuurlijk niets. Door de lucht zoeven is zelfs niet onaangenaam. Het is alleen het neerkomen dat zo onaangenaam is. Hij zal – net zoals zijn broer – sneller willen lopen dan hij kan en er dan gedurende maanden uitzien als een te jong begonnen bokser. En bij zijn eerste woordjes zal ‘boempatat’ er zeker bijzitten. Ik kan ze toch geen wenkbauwbeschermers geven? Of ze met piepschuim inpakken. Of alles in het huis van gummy maken.
Wat ben ik blij dat ons vel zo dynamisch is. Maak er gaatjes in en morgen is het weer toe. Stel u voor hoe het zou zijn als dat niet zo was. Mijn kinderen zouden er lief uitzien.

Ze hebben misschien nog geen littekens, maar stoer zijn ze wel al hoor!
Het stomme is dat ik geen foto heb van die beruchte korsten. Vandaag zijn het alleen builen, en die zijn wat minder fotogeniek. Dan maar een foto van meneer Tadeusz met zijn beschermbril. En de observatieven onder u zullen de korst aan zijn neus toch opmerken.

Advertenties

3 gedachtes over “Gevallen engelen

  1. Ai dat beloofd! Ons vel is wel zo dynamisch maar jeansbroeken en dergelijke veel minder. Wij zitten met onze jongste zoon aan een gemiddelde van 1 broek per week waar de kieën er door zitten! Leg die knielappen al maar klaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s