Opgewekte debiliteit

Dat wij vrouwen onze mannen vaak gewoon omtoveren in debielen. Dat durf ik te beweren. Als ik zeg dat samenleven niet evident is, dan trap ik een stevig gat in de lucht, want die deur stond echt al heel ver open. Samenleven is als koken: meestal leuk en lekker en makkelijk en vanzelfsprekend. En op andere momenten is het tegen-uw-goesting, moeilijk, mislukt er vanalles en smaakt het niet bovendien. Maar in dat samenleven zit ook heel veel patroon en groei en misgroei.

Als ik tegen mijn lief lief Sventikov weer eens sta te blazen dat hij nooit een wasmachine insteekt of de kinderen in bad onderdompelt, dan moet ik uitkijken dat ik hem weer niet tussen twee verwijten ga pletten. Heel wat vrouwen hoor ik kijven omdat hun man zo weinig doet in het huishouden. Maar als hij het dan – op een zeldzaam speciaal moment – toch eens wil doen, dan mag hij niet! Want hij doet het toch maar verkeerd.
“Ja, laat maar, ik zal het wel doen!” sakkert de vrouw, misnoegd over zoveel domheid bij haar echtgenoot. “Ge kunt er niks van! Geeft dat hier!” zeggen de wijven verontrust als ze hun man met een strijkijzer in de weer zien.

Het patroon wordt tevens door de man cumulatief bevestigd door een acute verdwazing. Alsof het verstand plotseling afwezig is. Foetsie. Helemaal. Alles. Hij staat te staren naar de knopjes op het strijkijzer, maar kan – met de beste wil van de wereld – zijn verstand er niet toe aanzetten om de nochtans simpele symbolen te begrijpen. En vrouwlief heeft het vorige week nog staan uitleggen. Hij herinnert zich alleen maar haar luide stem en gesticulatie. De inhoud lijkt plots onoverkomelijk complex.
De vrouw sandwicht de steeds dwazer wordende man. Hij doet te weinig, maar mag niks doen. De man wil al niks doen, maar als hij in een vlaag van bereidwilligheid toch eens iets wil doen, is de stem van een vrouw als een meedogenloze lobotomie.

Ik neem me iedere keer voor om van mijn man geen oliebol te maken. Ik wil hem altijd maar ‘emanciperen’ en ‘empoweren’. Ik neem me voor om hem iets te vragen en hem dan te laten klungelen tot het lukt. Zodat hij succeservaringen kan hebben en zo. En dan komt er misschien een dag dat hij een foutloos parcours aflegt. Of het ‘uit zichzelf’ gaat doen (stel u voor!)
Maar hoewel mijn lief zijn (al kleinere) deeltje in het huishouden voor een klein stukje opneemt (ik ben daar al heel blij mee), is het verre van eenvoudig om hem van de ‘samenleefdomheid’ weg te houden.

Hij vraagt: ‘schat, waar staat de handzeep?’
Ik zeg: ‘In de witte kast in de badkamer, links onderaan.’
Gerommel in de badkamer. Ik hoor iets vallen. Een zucht.
Hij moppert: ‘Die staat daar niet, ze.’
Ik roep: ‘Jawel, links onderaan, naast het waspoeder.’
Weer gerommel.
Hij vloekt en klaagt: ‘Laat maar, ik zal wel andere zeep zoeken.’
Ik zucht, sta recht en ga naar de badkamer waar ik in de witte kast links onderaan de handzeep voor mijn lief pak.
Hij verwijt mij dat ik de handzeep altijd verstop voor hem.

Als mijn lief Sventikov afwast dan duurt dat zo tergend lang dat ik het al lang heb overgenomen voor hij aan zijn derde bord begint. Hij slaagt er soms in om ondanks tekeningetjes en nadrukkelijke herhalingen toch met een verkeerde maat van luiers thuis te komen. En in feite is dat allemaal helemaal niet zo erg. Ik wil natuurlijk geen gekrompen kleren, maar nog minder wil ik een debiele man. Mijn voornemen om me niks aan te trekken van een set verkleurde onderlijfjes was er al vaak. Nu hém nog overtuigen om eens te proberen om de onderlijfjes te laten verkleuren.
En in feite ben ik gewoon zot van hem. Lobotomie of niet. En trouwens: ik strijk niet. Dat doet hij.

Update: Sventikov zegt dat er van het bovenstaande geen jota waar is, en dat ik beter een post zou schrijven over de dingen die ik denk gezegd te hebben, maar nooit gezegd heb. En hij vond de post maar niks.

Advertenties

24 gedachtes over “Opgewekte debiliteit

  1. Toen ik lief leerde kennen deed hij de was en had ik een werkbak met boor en al. Die boor ben ik nu kwijt en hij kent de knopjes van de nieuwe wasmachine niet. Eerst vonden we dat niet nodig, die rollenpatronen. Nu vind ik het vooral handig. Hij doet de vuilbakken, daar moet ik me niets van aantrekken. Ik doe de was en weet altijd wat er gewassen is en wat niet. Rollenpatroon uit praktische overwegingen dus. Gelukkig kan meneer nog altijd afwassen, en strijken dat doet hij, niet ik. Onlangs kloeg ik dat hij me mijn zelfstandigheid ontneemt door me ook mijn werkgerief af te pakken. Tot hij me zei dat ik vanaf nu weer zelf mijn fiets mag plakken, en ik geef het toe: ’t is toch wel gemakkelijk zo. Patronen komen er toch, als je je er maar goed bij voelt…

  2. Hier hebben we ook een (voorlopig) perfect evenwicht gevonden in het huishouden. Bij een deel van de “vrouwelijke” taken helpt hij mee, omdat dat er toch veel meer zijn dan mannelijke. De mannelijke doet hij alleen. Hij doet het gras af en zet de vuilbakken buiten. Hij verzorgt mijn fiets. Hij wast de auto. Ik doe de strijk en de administratie en ik stel het weekmenu op. Dat is het zowat, de rest doen we samen.
    Maar ik moet inderdaad ook opletten dat ik hem niet plet tussen “doe dat zelf eens” en “laat maar ik zal het wel doen da’s sneller en makkelijker”. Zo verweet ik hem vroeger dat hij niet mee hielp bepalen wat we zouden eten. Ik moest altijd gerechtjes uit mijn duimen zuigen, en als hij moest kiezen was het pizza/lasagna/frietjes/pastaslaatje. Maar uiteindelijk heb ik gevonden dat het veel handiger is als ik het zelf doe, want ik weet wat we in huis hebben, wat ik nog wil verwerken, waar ik zin in heb, of ik vettig of gezond wil eten,… Dus daar zaag ik al niet meer over (meestal) 🙂

  3. moeders van zonen (en dochters) : er is een taak voor ons weggelegd ! Je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen. Huishoudelijke taakjes, eigen was in de wasmand gooien, kleren netjes wegleggen…het gaat veel sneller wanneer je het zelf doet, maar op termijn rendeert het !

  4. Ik ben inderdaad wel vastbesloten om mijn kinderen al die dingen mee te geven. Ik moest van jongs af aan strijken thuis, en hoewel ik het niet écht graag doe, moet ik wel toegeven dat ik het wel écht goed kan. En dat het snel gaat. En goed. Dus ik wil dat ook mijn kinderen meegeven: koken en strijken en wassen en…

  5. Als hij op zijn werk ingewikkelde dingen kan doen, mag hij ook gewoon een logische pictogram kunnen lezen, een strijkijzer kunnen bedienen, was sorteren en opzetten. Euh… maar dat kan hij allemaal. (de kinderen trouwens ook, het voordeel van een luie moeder)
    Nu nog de weg vinden en de personages van een feuilleton uit elkaar kunnen houden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s