Apport!

Zoals het een brave hond betaamd breng ik de stokjes terug die ze mij toewerpen. Men moet zich af en toe eens kunnen laten gaan. Eens dol rondrennen met een stok, wat onzin over jezelf uitblablaaten, wat blogcollegialiteit tonen door ook stokjes in het rond te gooien. (Zij die niet weten wat een ‘stokje’ is: het doet er in feite niet echt toe. Het is een soort blogestafette met vaak flauwe thema’s. En soms is het leuk.)

Ik kreeg een stokje tegen mijn hoofd van Lilith, the internetgoddess of Ieper. De opdracht: een tiental irrelevante nieuwigheden over jezelf prijsgeven. Dat die irrelevant en nieuwig moeten zijn, stond niet in de specificaties, maar we gaan nu niet moeilijk doen…

1. Ik ben in feite Cookie Monster. Niemand weet dat, maar hier kan ik dat zeggen. Het is zo’n beetje als Dr. Jekyl en Mr. Hyde. Vooral als het donker wordt is weinig koekje nog veilig. Of chocolaatje. Tegenwoordig vooral chocolaatjes. Dan wordt mijn haar blauw en gaan mijn ogen draaien als ik beweeg. En vliegen de kruimels in het rond. Meer in het rond dan in mijn mond. Hou het wel stil alsjeblieft.

2. Ik ben zot van mijn iPhone. Ik vind het bizar dat ik tot voor kort kon overleven zonder internet op mijn telefoon. Mijn enthousiasme gaat vooral over Instagram. Als ik naar het toilet ga is Instagram het ideale bezigheidje. Eens kijken wat de vriendjes zoals gepost hebben en mogelijks zelf iets fotograferen. Ik heb het nog niet aangedurfd mijn blote met onderbroek omzoomde knieën te instagrammen. Maar wat niet is kan nog komen!

3. Ik noem mijn lief vaak Floekie. Een troetelnaam die ik niet zelf bedacht heb, maar die wel, vind ik toch, past bij mijn lief. (Ai, dat zal hij ook weer niet graag horen. ’t Is niks Floeki, ge moet u dat niet aantrekken…)

4. Ik vind het aartsmoeilijk om lege plastic zakjes gewoon weg te gooien. Zonder iets erin. Als ik de kast met zakjes opentrek en naar een specifiek zakje op zoek ga (geschikte kleur of grootte) beland ik soms in een zee van zakjes, die uitdijt tot aan de voordeur en knispert als een radioactieve zee. Af en toe moet mijn lief, als ik niet thuisben, een aantal zakjes koelbloedig versmachten ende verwijderen. En mij dat achteraf niet vertellen.

5. Ik ben uitzonderlijk optimistisch als het over verplaatsingen gaat. Als ik van het Noorden van de stad naar het Zuiden moet is de door mij gecalculeerde reistijd altijd in de meest gunstige omstandigheden: middernacht en bij alle verkeerslichten een groene golf. Jammer genoeg past de realiteit zich niet altijd aan aan mijn optimisme (zeker niet in de spitsuren) wat ik erg flauw vind. Het is droef dat men optimisme moet aanlengen met realisme om niet van naïviteit of kwaadwilligheid beticht te worden. Ik kàn dus op tijd komen, maar ’t is niet altijd van harte. En als het niet is, dan is het niet expres.

6. Ik kan een knikker onder mijn voet doorrollen. Holvoeten dus. Hol vanonder, hoge wreef vanboven. Ziet er gek uit voor zij die het niet kennen. Ik erfde die voeten van mijn vader. Een brandende sigaret kan ook; maar dan wel schuiven. Niet rollen.

7. Als kind was ik als de dood voor de Freggels. En Paulus de Boskabouter. En de Muppets. (Erg hé, dat ik dan nu zelf ook een muppet ben geworden? Zie puntje 1).
Ik kon dat niet aan, al die poppen. Leefden die nu echt of niet? En hoe groot waren die dan precies? En waarom zag ik die niet in het echte leven? En al dat stof, het kriebelde al in mijn neus als ik ernaar keek. Nachtmerries heb ik daarvan gehad. Want ik keek natuurlijk wel. Hoe kon ik anders?! Op de speelplaats zongen ze het freggellied (Maak muziek en lach. Zorgen voor een andere dag… In de freggelgrot… In de freggelgrot…). Ik kon onmogelijk achterblijven! Ik denk dat ik mijn angst pas heb overwonnen na mijn tiende levensjaar…

8. Ik heb al tegen mijn kinderen gezegd dat ze niet in hun neus mogen peuteren terwijl ik zelf in mijn neus aan het peuteren ben. Qua goei voorbeeld kan dat tellen!

9. Ik ben erg vatbaar voor de woorden ‘gratis’ en ‘korting’ en zo. Als mijn lief iets gratis krijgt of met korting, dan wil hij het al niet meer hebben. Het kan niets goeds zijn als ze het verniet weggeven. En: alles wat goedkoop is, moet wel bucht zijn.
Maar bij mij is het net andersom. Ik word er helemaal vrolijk en hebberig van. Ik geloof dat ik de wereld dan slim af ben. Dat ik er iets bij win. Maar meestal draaien ze gewoon rommel in mijn handen en laten me geloven dat ik er blij en dankbaar om moet zijn. Ik kocht een tijd geleden in de Krak een thermos voor een paar euro. Blij dat ik was! Goh, we hadden dus geen vijfentwintig euro moeten uitgeven aan een dure thermos. Bleek het ding compleet waardeloos te zijn. Prul! Koffie blijft langer warm als je het buiten op de straatstenen gooit. Resultaat: veertig euro uitgegeven. Aan een slechte thermos, die recht in de vuilbak ging, en een hele dure, want we gaan geen twee slechte thermossen achter elkaar kopen, hé!
En toch blijf ik in de val lopen. Ik zou vergif drinken als ze het gratis geven. Omdat ik geen frisdrank drink kan ik me net inhouden als ze gratis frisdrankjes weggeven in winkelstraten. Maar het is moeilijk hoor.

10. Ik ben een goede multitasker. En ik kan veel dingen doen op korte tijd. Ik ben creatief met tijd zeg maar. Hoe minder tijd, hoe meer ik doe. Als ik zoonlief, na een drukke dag op het werk, moet oppikken op school binnen een half uurtje, dan kan ik toch nog even dit daar gaan afzetten, en dat ginder ophalen. En ineens, nadat ik het kind heb opgehaald, ook nog even langs mijn moeder gaan om haar dit en dat te bezorgen. En dan haal ik – in de vlucht – nog rap rap rap eten op; dat ik vervolgens thuis in een pan kwak en na een luttel tijdsbestek in de open bekjes van mijn kinders schep. Maar op een vrije dag… Dan doe ik meestal niks. Dan lukt het soms nauwelijks om een brood op te halen bij de bakker.

Ziezo. Dat was een hele kluif voor deze vrolijk rondhossende hond. Ik gooi mijn stok nu naar de volgende bloggers. Of ze het nu leuk vinden of niet. Apport!
Ik had nu graag Suzette, Zapnimf, Kerygma en An Nelissen en – omdat ze Zapnimf uitlachte: Oontje

Advertenties

18 gedachtes over “Apport!

  1. wat had ge nu gedacht, mevrouw zap. ik voel mij altijd verplicht een stok weer verder te gooien. ’t is een vreemd soort van plichtsgetrouwheid en blogcollegialiteit bij mij. maar voelt gij u niet verplicht hee. niks moet in de blogosfeer

  2. Man, nummer 4 en nummer 9. Maar ik gebruik kleine schone plastic zakjes nu in plaats van plastic folie, bijvoorbeeld om kaas in te doen. Dat geeft zo’n milieubewust gevoel. En ik probeer zakjes af te wimpelen in de winkel.

  3. Ik had geen schrik van de Freggels zelf, maar van die vuilhopen. Ha, Wikipedia leert me net dat die “griezels” genoemd werden. En dan het Liegenbeest, van die poppen had ik pas schrik! Nog altijd een beetje eigenlijk…

    En ook idem wat de plastiek zakskes betreft. 🙂

  4. Pingback: Very good indeed am I with stupid stokskes die tag heten. « De weergaloze fratsen van ene zapnimf

  5. Pingback: Wat maakt Suzette nu? » 10 dingen

  6. Pingback: Stokje: Tien weetjes « Over madrina's eigen kleine fijne wereld…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s