Geloofskwesties

Tadeusz stelt vragen. Sinds een paar weken komt het thema ‘God’ ongewild al eens op onze gespreksonderwerpenlijst.
Hoe kan het ook anders? We wonen in de pastorij van een kerk. Die kerk is ons voornaamste uitzicht. De klokken luiden hier onmiskenbaar. Het is dan ook nog Pasen geweest. Het onderwerp komt gewoon langs alle kanten aandraven.

Ik hoorde mezelf vorige week nog zeggen dat de kerk naast ons huis eigenlijk een ‘huis van God’ is. Niet dat die daar in woont of zo. En dat ik in het midden wilde laten of die nu bestond of niet. Ik legde het dan maar uit aan de hand van playmobil. Dat er mensen zijn die geloven dat er een God is die alles bepaalt, net zoals hij dat doet met zijn playmobilventjes. Helemaal kloppen deed mijn verhaal natuurlijk niet. Maar goed. Het moment passeerde.

Toen we vandaag wat door de stad slenterden zag ik de deur van de Sint-Joriskerk aan het Mechelsplein openstaan. De laatste keer dat ik er was, was voor een verschrikkelijk droevige begrafenis. Ik had toen, naast alle tristesse toen, wel gezien dat het een speciale kerk is. Anders dan ik gewend ben. Verrassend door vele schilderingen op de muren. Het had me toen ontroerd.
IMG_8764

Y: Ah, deze kerk is open. Wat denk je? Zullen we eens binnengaan, Tadeusz?
Hij zag dat wel zitten. We spraken af dat we zouden fluisteren…

Binnen hoorden we brokkelige orgelmuziek. Iemand oefende enigszins stuntelend op het orgel. Mooi wel, zo in brokjes.

Tadeusz stak van wal: Ik denk dat dat God is die muziek maakt!
Y: Neenee. Kijk daar zit een mevrouw te oefenen op het orgel.
Enige teleurstelling was in zijn ogen leesbaar.
T: Maar woont God dan niet hier? Het is toch zijn huis?
Y: Nee, maar de mensen die in hem geloven hebben de kerk wel voor hem gebouwd. Om hem blij te maken. Mama gelooft niet echt dat hij bestaat, maar veel mensen denken van wel.
T: Is die dan niet echt?
Y: Ja, nee, dat hangt er vanaf hoe je het bekijkt. Maar het is in ieder geval geen mens zoals wij.
Stilte…
T: En hoe eet die dan?
Y: Ja, die moet dus niet eten hé.
Tadeusz fronste: heeft die dan geen honger?
Y: Nee. Hij heeft geen lijf. Maar hij is wel overal.
T: Overal? En kan die dan alles zien?
Y: Ja, dat zeggen ze. Dat God alles kan zien en alles weet…
T: Waarom staan al die stoeltjes hier?
Y: Voor de gelovigen.
T: Zijn er dan zòveel mensen die in God geloven?! (Enige hilariteit)

En natuurlijk was het nog niet gedaan. De zoon van God moest ook nog komen.
T: Wie is die meneer?
Y: Dat is Jezus, de zoon van God. Sommige mensen denken dat die wel echt bestaan heeft. Dat is wel een mens. Die eet wel. Dat moet wel ne straffe geweest zijn. Die maakte nooit ruzie. Als iemand zijn speelgoed afpakte, dan werd hij niet boos.
T: En waarom hangt die ‘zus van God’ daar?
Dat kreeg ik niet helemaal meer rechtgezet, want ’s avonds sprak hij tegen papa ook nog over de zus van God…

IMG_8777

Enfin, hij was ervan overtuigd dat de man daar aan het kruis wel de échte was, want hij zag er echt uit. En hij had precies een steen op zijn voet gekregen. Ik probeerde uit te leggen dat ze hem aan het kruis genageld hadden en dat hij daar was doodgegaan. En dat ze hem dan in een grot gelegd hadden. En kijk, opeens waren we weer bij Pasen. Feest omdat ie terug levend geworden was en zo. En dan nadien nog naar de hemel opgestegen ook.
T: Kan die dan vliegen, mama?!’
Y: Euhm… Tja… Niet zoals superhelden… Hij is naar zijn vader in de hemel gegaan. Naar God… Alleeja, dat zeggen de mensen die erin geloven toch…

Tadeusz wilde nadien nog weten hoe het dan in de hemel zat. En of er maar één God was, of dat er veel waren.
Wespennesten zijn het. Eén in vele vormen? Met veel verschillende huizen? Veel verschillende goden? Of geen? Ik wilde wel eens weten wat Tadeusz dacht. Die besloot dat er ook maar eentje moest zijn, want anders werd het misschien toch een beetje te moeilijk…
IMG_8779

9 gedachtes over “Geloofskwesties

  1. Onze oudste zit daar ook vaak over bezig. Hij gaat natuurlijk naar een katholieke school dus zo komt hij er ook vaak mee in aanraking. Al levert het wel eens rare conversaties op, zoals die keer dat hij thuiskwam en hij ietwat overstuur vertelde dat Jezus gestolen was.

    Dit alles terzijde echter: wat een prachtige foto’s!

  2. Mooie foto’s. Lief verhaal. Wij denken met Pasen nog vaak terug aan onze oudste zoon die op 4-jarige leeftijd over de kruisiging sprak : “zukke spijkers hè ” waarbij hij zijn handjes een flink eind uit elkaar hield.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s