Ballonnen, luchtige moordwapens

De afgelopen dagen hoorde ik veel mensen zeggen:
‘Ah jaa, ik ken u. Gij hebt een blog. En twee heel schattige kinderen!’

Als ik dat soort zaken hoor, dan knik ik. Ja, dat ben ik.
Maar bij de woorden ‘schattige kinderen’ moet ik meestal een krampachtige zenuwtic in mijn linkeroog verbergen.
‘Bwah… schattig is een groot woord, maar ja…’
Relativeren. Da’s het beleefdste.

Misschien lijkt het zo, dat ze schattig zijn. Op foto toch. In veel opzichten zijn ze dat ook. Maar soms…

Ze hadden weer een ballonfixatie de laatste dagen. Geef die twee duivels een ballon en ik wéét dat ik binnen dit en een kwartier helemaal op de kast zit. Met twee ballonnen krijgen die twee mij vlotjes naar een opname in de psychiatrie.
Wat rondspringen, met alleen maar oog voor dat gekleurde dwarrelding, door het huis erachteraan dartelen, tegen elkaar opbotsen (natuurlijk). Er valt iets. Zenuwachtig geschater, de ballon mag niet op de grond! Hier en daar elkaar een boks geven. Rondgestamp à volonté. Compleet overdereven rondrennerij onder a-muzikaal gegil. Een ballon in de boter. Een ballon in de planten. Een kind + ballon tegen mijn knie. Mijn auwgeroep gaat verloren in hysterisch gegiechel. Tumult. Iemand botst met de kop tegen de tafel. Eentje lacht en eentje weent. Ballon dwarrelt door. Om ter eerst bij de ballon! Ik heb gewonnen!!!

Als ik de ballon afpak, heb ik al twaalf keer gevraagd om te stoppen, om rustiger te zijn, om de ballon nu weg te leggen. Maar ze worden zich pas bewust van mijn gemoedstoestand als ik ‘m – al furieus ondertussen – afpak. Dan lopen ze héél verontwaardigd weg, een beetje stampend, zonder mogelijkheid tot gesprek. Liefst met nog een brutaal bweeeek!-brulletje erbij. Of een ‘dat vind ik NIETLEUK!’
En ofwel blijven ze boos, ofwel zijn ze twee minuten later weer met iets anders aan het spelen. Iets dat zo mogelijk voor nog meer frustratie bij mezelf zorgt. Kampen bouwen met àlle kussens van het huis bijvoorbeeld. Met een picknick ter plaatse.

Ik probeer het goed te doen hoor. Ik ga op mijn hukken zitten en zeg wat ik niet leuk vind. Ik probeer dat in duidelijke taal over te brengen en ook te zeggen wat ik precies van hen verwacht. Ik leg hen uit wat de consequenties gaan zijn van hun gedrag. Ik sta open voor het aanmoedigen van positief gedrag. Ik probeer niet onredelijk te zijn in mijn verwachtingen en ik laat ze heus wel fun hebben van tijd tot tijd.

Maar nog voor ik uitgesproken ben zitten die weer te giechelen. Nog voor ik terug rechtsta zitten ze elkaar al weer te porren. Daar verhef ik meestal mijn stem al even. En dan kijken ze allebei even verschrikt. Maar ik draai me om en die staan alweer te springen en te hoppen dat het hele huis ervan davert. Het lijkt sterker dan henzelf.
En door al dat gedaver wipt er natuurlijk wel weer een ballon van de kast en begint het hele spel opnieuw.

De ‘hoek’ is hier een veelbezocht plekje. Daar worden veel preken gegeven, vaak al behoorlijk over mijn toeren, maar daar worden ook veel kusjes gegeven. Want goedmaken hoort er gelukkig ook bij. En de ballonnen, die vermoord ik. Voor ze mìjn dood worden.

IMG_6786

IMG_6837
Vervloekte schattigheid…

11 gedachtes over “Ballonnen, luchtige moordwapens

  1. Waarom schrijf jij eens geen mama-boek ? Ik ben overtuigd dat er heel wat mama’s op hun blote knieën dankbaar zullen zijn voor zoveel herkenning. Merci, echt dikke merci.

  2. De opmerking van ineken is zalig. Maar ja, zoals hierboven ook staat aangegeven, wie speelde vroeger niet met een ballon in huis. Nu ik het zo lees snap ik de hysterie bij mijn moeder wat beter. Die zal mijn broer en ik ook vervloekt hebben wegens “ballonaanhangerij”. Veel succes met de opvoedkundige strijd tegen die luchtige dingen.

  3. Ik geef het toe, ik ben een ballonkiller. Het was altijd mijn eerste werk vroeger als er eentje in huis was, ik sneed er gewoon de knoop vanaf met de schaar. De dag voordien had ik de strijd meegemaakt die jij hier zo smakelijk beschrijft, dus vond ik dat zo een dingen niet te lang moesten leven !

  4. Ja, ballonnen, die gaan hier ook nog eens voor ongelukken zorgen. Er op liggen, tegen schoppen en gierend van plezier achteraan lopen – meubilair ontwijkend -. En op straat, nog erger, want daar zijn auto’s… Maar ik moet stiekem toegeven dat ik thuis ook meespeel hoor, en lompe tikken tegen de ballon geef zodat-ie alle kanten op vliegt. Komt omdat ik thuis nooit met ballen en zo mocht spelen😉
    Enige dat hier nog afschrikt is de knal als de ballon knapt, haha!

  5. Ik heb een dochter van vier en een zoon van twee. En echt, hoewel hij nog maar twee is weet ik zoooo zeker dat ik ook zulke dingen ga meemaken. Een schatige snoet maar wel 742 keer per dag verzucht ik: waarom luistert hij niet, moet hij nu weer in de hoek, is dat nog normaal, waarom heeft hij zoveel energie, waarom klimt hij overal op, hij gaat toch weer niet die kasten opentrekken, hoe kan ik hem wat rustig houden, waarom is hij alle speelgoed beu na een minuut, wanneer kan hij naar een sportclub beginnen gaan, is dat altijd zo met jongetjes, enzovoort.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s