Ooit was ik de perfecte ouder… En toen kreeg ik kinderen…

Dat las ik ergens. En ik lachte. Dat het grappig was. En waar.

Het ouderschap is iets dat in mijn hoofd altijd makkelijker lijkt dan in de werkelijkheid. Zoveel ‘basisprincipes’, ‘fundamenten’ zijn theoretisch snel beredeneerd. Maar kinderen zouden geen kinderen zijn moest hun aanwezigheid en hun talenten ons niet voortdurend uitdagen en op allerlei verkeerde benen zetten. Benen waarvan ik zelfs niet wist dat ik ze had.

Neem nu ‘huiswerk’. Mijn kinderen zijn acht en elf. Dat is een leeftijd waarop er zo hier en daar al eens een stukje school mee het huis wordt ingebracht. Gelukkig weinig, dankzij de school waar ze zitten, maar toch tweemaal per week een toefje denkwerk is niet verkeerd.

Toen ik nog een ‘perfecte’ ouder was, zag ik dat zo voor me: kindjes die thuiskomen, met nette boekentassen en kaftjes. Ze halen hun brooddoosjes uit de tassen, brengen die naar het aanrecht en ze zeggen: ‘mama, ik heb huiswerk!’ Ik knik minzaam en goedkeurend. ‘Begin er dan maar gauw aan!’ Ze zetten zich aan een bureautje en met de tong uit de mond lossen ze sommen op, en schrijven ze woorden. Soms zegt er eentje: ‘mama, ik begrijp dit niet zo goed.’ Ik ga dan naast hem zitten, en bekijk rustig met hem de oefening. Ik blijf met zachte liefdevolle stem spreken en geduldig teken ik een taart, die ik netjes in zes deel. Ik vraag hem om twee zesde van de taart in te kleuren. Hij doet dat en roept ‘nu snap ik het!’ De andere vraagt of ik een klein dicteetje wil afnemen zodat hij zijn nieuwe woordenlijst kan inoefenen. We spreken tien woorden af en ik begin: ‘beige, interessant, Zuid-Amerika, concert, automatisch, professor, chemisch, nieuwsgierig, chauffeur, apotheek. Hij schrijft, ik verbeter, we geven elkaar een knuffel en ik prijs hen voor hun vlijt…

Nu ik al een tijdje met mijn twee voeten in het ouderschap sta, merk ik dat het vaak een beetje anders gaat… Er zijn dagen dat het gaat zoals hierboven, maar die zijn zeldzaam.

Als we thuiskomen na school ben ik de kinderen meestal al vrij snel kwijt. Eentje zit op het toilet, met een strip. Voor een half uur of zo. De ander zit uitgebreid koeken te kiezen want hij vindt dat het vier uur is. Wat de wijzers ook aanduiden. Het werkelijke tijdstip is bijzaak. En dat we binnen een uurtje gaan eten is bovendien totaaaal ondergeschikt aan het verworven recht op vieruurtjes. Eenmaal dat de koek gekozen is rolt het kind zichzelf in een berg lego, en gooit zijn trui in een plant.

Ik vraag – minzaam en liefdevol – of ze huiswerk hebben. No answer. ‘Jullie brooddozen alsjeblieft!’ Degene die op het toilet zit die roept ‘ja straaa-haaks.’ De ander gaat koprollend met zijn koek in de ene hand en wat legoblokken in de andere naar zijn boekentas en vliegt dan met zijn brooddoos naar het aanrecht. Als hij mij passeert in de vlucht voel ik een zachte neerslag van koekkruimels in mijn gezicht. Op het aanrecht ligt al één brooddoos. Hoera. En ook zes legoblokken. ‘Aasjeblieft lief mamaatje…’ Zucht.

‘En huiswerk?’ Dat verplaatsen we dan maar naar ‘na het eten’.

Na het eten doe ik wederom een poging. Onder lichte dwang en dreiging van hun dessert af te pakken gaan de twee jongens terug aan de tafel. De ene Frans, de ander breuken. Ik begin rustig. Vol goede voornemens. Ik ga geduldig zijn, mij niet kwaad maken, ik ga hen helpen… Maar niks vlijtig werk. De oudste zit zuchtend, scheef hangend op zijn stoel. Als er een formule zou bestaan om ‘huiswerktijd’ sneller te laten verlopen, hij zou ze zo van buiten kennen. Maar of het ‘un heure’ of ‘une heure’ is, dat is na zeshonderd keer nog altijd een groot raadsel voor hem. Schrijven kost hem zo veel moeite – met dat loodzware potlood ook – dat het bij de verbetering even goed een dictee Chinees kon zijn. De helft van de tijd gaat naar onderhandelingen. ‘Oké, mama. Het is goed, we doen dictee, maar wel maar tien woorden!’ Als onderhandelen een vak was, dan hadden ze allebei grote onderscheiding.

IMG_3441[1]

Van dat half uur huiswerk spendeer ik vaak ook nog tien minuten ‘preektijd.’ De preek is een herhaling. In de preek wordt er – meestal met een iets te luide stem en geagiteerde bewegingen – nog maar eens uitgelegd dat de speeltijd in het middelbaar wel over zal zijn! En dat de bedoeling van huiswerk is dat ‘zij’ er tijd in steken, niet hun moeder. En als hij dan boos zwijgend wegloopt roep ik hem na: Kom terug! Ik heb uw brooddoos nog niet!’ Oja. Maar wacht; hij is ze op school vergeten…

IMG_3442[1]

 

7 reacties

  1. Het leven zoals het is. Mooie weergave.
    Het woord ‘sgeiding’ zo geschreven doet evenveel pijn aan de ogen als de inhoud van het woord aan de ziel.

  2. haha, ik ben al van veel principes verlost maar heb het huiswerk scenario nog niet meegemaakt dus ik heb nog steeds je perfecte plaatje in mijn hoofd :D. Ok, dat zal ik dan maar begraven zeker. Of zou het bij mij bij uitzondering wel lukken :p.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.