#100happydays

100happydays

We zijn een volk van zelfsturende trucjes geworden.
Voor een gestructureerder leven → Tien tips!
Voor een plezanter werknemersschap → Vijftien do’s en don’ts!
Voor een mooiere lijn → In zes stappen!

Meestal niet, maar in enkele sporadische gevallen ben ik helemaal mee.
Bij #100happydays post je 100 dagen lang iets waar je blij van wordt.
Beetje stilstaan bij je leven, beetje rondkijken, genieten van je uitzicht, en dankbaar zijn voor wat je hebt.
In willekeurige volgorde een greep uit mijn happydays-instagrammetjes:

Ik mag er iedere dag dan wel op vloeken, me er druk in maken, en er kwaad op zijn, meestal zijn het toch de kinderen die me blij maken. Na een veertiental dagen op instagram mee te doen aan de #100happydays-uitdaging zie ik die twee schavuiten toch vaak opduiken. Ik begin ondertussen zelfs al te zoeken naar andere dingen waar ik blij van word, want het kan niet zijn dat zij de enige vreugde in mijn leven uitmaken.
Gelukkig blijken er nog tal van andere zaken te zijn ook! (Oef!)

Dag 11: Tadeusz kan nog niet schrijven. Hij tekent af en toe wat letters na. En kwaad dat ie wordt als je daar minzaam mee lacht…
75f23768bc3d11e3873b0002c9dd2a8c_8

Dag 13: Ze voelen zich momenteel nog zo on top of the world. Die nietsvermoedende heerlijke onbevangenheid.
04be88bebdc611e3836112a0e83f4a0b_8

Dag 10: Het belang van giraffen. Onderschat nooit de impact van zijn ‘lieve girafje’ op de dag. 95b96526bcec11e38ae10002c99ae896_8-1

Dag 16: Dat wat afbladdert, en waar de tijd aan knaagt, dat krijgt mijn hart:
77d03cccbff511e3b5b30002c954ce0e_8

Dag 6: Beetje dobberen op de vuilste balletjes van het noordelijk halfrond. Als ze dit overleven dan zijn ze goed voor de volgende zes griepepidemieën ook:30ac88d4b83c11e3b1dc12c968509586_8

Dag 15: Nog zo klein (zes jaar) en dat stijgt zonder verpinken naar ongekende hoogtes. Ontroerend vind ik dat:
9b52e2f4bf4a11e3a2b0123c8a33df7d_8

Dag 14: Antwerpen heeft zo zijn specialiteiten. Hordefietsen is een nieuwe discipline in de wielrennen. 02ba1b7abe8c11e3be250002c99cf50c_8

Dag 17: Soms is het gewoon iets roze dat mijn dag kleurt:
25a6d556c0ee11e3a48f0002c955997c_8

Dag 18: Vaak wil ik ze gewoon de nek omwringen, maar als ze daar dan staan…
1a92249ac1a711e3bacc0002c9c756b2_8

Advertenties

Met de hondjes

‘Papa, ben jij ook allergisch voor papegaaien?’
‘Alle haar en pluimen,’ is het antwoord.
‘Maar dan zou jij nu toch moeten niezen?’ lacht Tadeusz naar zijn vader. ‘Want jij hebt toch allemaal haar op uw kop!’
Hilariteit alom.

Soms vind ik het jammer. Dat de jongens zullen opgroeien zonder dieren. Een dier is immers een aparte deur naar het hart.
We zijn vorig weekend eens gaan wandelen met wat honden van het asiel. Dat geeft de jongens de mogelijkheid om toch eens met een hond te rennen, en het lief lief heeft er dan gelukkig niet teveel last van.

Tadeusz geeft zijn hart gelijk aan een hond. Schoon om te zien.
Maar die kinders moeten nog een beetje leren hoe dat allemaal ineen zit, zo’n hond. Dat dat wil snuffelen en veel kleine piskes doet. Dat een leiband tussen de poten voor hen niet altijd makkelijk stappen is. Dat ze soms geen zin hebben om te stappen, en soms ook geen zin hebben om terug naar ‘huis’ te gaan. En omdat Boris en Tadeusz zelf nog wat kleiner zijn, zitten die leibanden makkelijker tussen de poten.
Boris trok Ukkie soms gewoon omver en dan deed hij alsof het hondje stout was. Tadeusz en Angel bleken al snel dikke vriendjes. En Kenzo was wat een traag wollig tapijtje. Bovendien snel buiten adem. Maar volgens mij vonden alle wandelende wezens het zeker voor herhaling vatbaar.

IMG_1475

IMG_1492

IMG_1494

IMG_1511

IMG_1516

IMG_1517

IMG_1520

De mini plastic missie

Er is hier veel nagedacht de afgelopen week na mijn vorige post. En gepraat. En gediscusieerd.
Heeft het eigenlijk wel zin?
Zijn we niet sowieso met veel te veel?
De discussie van ‘Deep ecology’ versus ‘shallow ecology‘.
Het al dan niet opgeven van gewoontes.
De beperkingen van de realiteit. Kies je voor de in plastic ingepakte biokomkommer of voor de oningepakte niet-biokomkommer?

–> Ik ga voor praktische, pragmatische, luie en moderne oplossingen. Als ik aanpassingen ga doen van het kaliber ‘volhouden’, dan weet ik dat ze uiteindelijk toch zullen sneuvelen. Daarom wil ik oplossingen die makkelijk logisch in te passen zijn. Ik zal zeker geen ecologische heldin worden. Vergeet dat maar. Hier zal nog niet rap een wormenbak op het terras te vinden zijn.

–> Ik wil niet ‘voor het milieu’ gaan. Ik wil het doen voor mezelf. Voor mijn eigen welzijn, en daarbij hoort dat ik met respect voor mijn omgeving wil leven. Voor mijn nageslacht. Omdat ik er niet van hou als de vogels dood uit de lucht vallen omdat hun maagje scheurt van de plastic dopjes van mijn shampoofles.

Ik krijg uit allerlei hoeken weetjes en tips. Sommige zijn verontrustend, verwarrend, interessant.
Zo is het bijvoorbeeld niet zo klakkeloos aan te nemen dat plastic recycleren een goede zaak is. Dat hoorde en las ik hier. Het bracht een kreukel en een diepe frons in mijn pril enthousiasme.

In Rwanda mag je geen plastic binnenbrengen. Ze bannen alle plastic zakken. Bagage van toeristen wordt uitgekamd. Een mooi voorbeeld!
Lees meer hier en hier
De kreukel wordt weer wat gladgestreken.

Het boeiende verhaal van de verbrandingsoven van Kopenhagen, BIG. De hightech-verbrandingsoven die midden in de stad staat, die hele buurten moet verwarmen en waarop je ook nog kan skiën… meer foto’s en uitleg hier

Ondertussen hebben we hier wel al wat mini oplossingen voor onze persoonlijke overdadige afvalberg:
Lush. Shampoo, douchegel, conditioner, handenzeep. Geen verpakking voor nodig. Als je toch plastic mee naar huis krijgt, kan je de verpakkingen terugbrengen.
– De zakjes van de cornflakes en het toiletpapier worden hergebruikt in de vuilbakjes.
– Koekjes en cake worden zoveel mogelijk zelf gebakken. Bespaart een berg afval aan verpakking. Ben eens benieuwd of ik dat volhou.
– Snoepjes worden bij de snoepwinkel gehaald. In papieren zakjes.
– Geen voorgepakte kazen/salami/vlees meer.
– Tandpasta kan zelf gemaakt worden. Ik ben wel nog op zoek naar een goed receptje. Momenteel nog genoeg tandpasta in huis…
– We sorteren nu dan toch groenafval. Kwestie van mijn restafvalzak beetje te verkleinen.
– Kraantjeswater. Onze plastic flessen gaan eruit. Glazen flessen blijken ook niet erg milieuvriendelijk. Dus ga ik voor kraanwater. Zonder Brita wel te verstaan want daar heb ik het niet zo mee. Nu alleen nog onze watervoorraad opdrinken en een toffe karaf vinden.
– Het botervlootje is momenteel een nog niet opgelost probleem. We overwegen om terug te gaan naar echte boter, maar twijfelen. Cholesterolgewijs. Kilogewijs ook. Mijn lief heeft trouwens een favoriete boter. Bio wel. Maar in een vlootje.

Enfin. Het is een begin. Het idee is: onze afvalproductie halveren. Volgens mij is dat een makkie.

En toen ik gisteren in de zoo was, zag ik veel dieren die zelf wel van plastic leken. 😉

IMG_0738

IMG_0742

IMG_0744

Luizenleven

Het is zover. Ik heb het gehad. ’t Is genoeg. Genoeg zeg ik u!

Zoiets in den aard riep ik tegen mijn lief daarstraks. En met mijn handen – letterlijk – in het haar kweelde ik ook dat een ‘luizenblogpost zich opdringt!’

Het gamma martelingen dat men als ouder kan ondergaan is behoorlijk divers. Je hebt kinderen die als ze in de buggy moeten veranderen in glibberige octopussen. Je hebt wormgaten waar alle mutsen, sjaals en handschoenen in verdwijnen. Je hebt luiers die overlopen. Als je op de tram zit. Je hebt melkkorstjes, brulkinderen in de supermarkt, spaghetti op uw nieuwe blouse (op de achterkant en met een plastieken lepel extra uitgesmeerd.) Slapeloze nachten. Zandbakken die per express via schoenen naar je huiskamer gebracht worden. Je zou een mooi boek kunnen maken met alle kwellingen.
Ik zou voorzeker een groot hoofdstuk wijden aan onze nieuwe aanwinst: de hoofdluis.
In sierletters: Niet levensbedreigend. Niet traumatiserend. Maar wel duivels.

Tot voor kort bleven wij daar van gespaard. Ik ging ervan uit dat mijn kinderen geen goed haar hadden voor luizen, dat het te glad of te vierkant of te blond was. Ik prees mij gelukkig. Ik had geen idee hoe precair dat geluk wel was. Dit gruwelijke dier, met zes poten en een rozige buik van het bloed, was iets dat ik mij alleen maar herinnerde uit mijn eigen jeugd. Een vaag spookverhaal, waar ik de ernst al lang niet meer van kon inschatten. Maar nu heeft de realiteit keihard toegeslagen.

Ik heb zelf ontzettend dik en veel haar. Ik moet bijna een volledige fles luizenvermoordmiddel op mijn hoofd gieten en dan is het nog nauwelijks genoeg. Er zijn altijd nog plekken waar ze zich kunnen verstoppen. De eerste die zegt dat ik blij moet zijn met zoveel en dik haar, diens kopkussen kom ik met neten bestrooien…

Ik won de strijd ondertussen al enkele keren, maar de strijd die eraan vooraf gaat is uitputtend en triest. Want herbesmetting lijkt bijna een zekerheid.
Ondertussen ging er al een fortuin naar luizenshampoo’s en conditioners. Naar extra wasmachinebeurten van al die knuffels, lakens, jassen die telkens gewassen moeten. (Dat wassen van knuffels en kussens zou trouwens niet helpen, hoor ik regelmatig. Ze verkiezen van kop naar kop te lopen. Maar baat het niet dan schaadt het niet, denk ik maar…) Ik dompelde mijn kinderen onder in pure azijn, zat urenlang haar te kammen – met natkamtutorials van op youtube, en staarde in afschuw naar de lijken in de wasbak.
Ik won al verschullende veldslagen, maar de oorlog is nog niet voorbij. Vandaag weer één. Eentje!
Dat is genoeg om weer van voren af aan te moeten beginnen.
Wanhoop. Eén wezentje van een millimeter groot en er staan hier weer rink aaneen wasmachines te draaien, jassen spoelen, knuffels verzamelen. Het hele huis in rep en roer. Iedereen weer met vettig haar van de producten.
En dan is er nog de jeuk. Als de jeuk begint is het een bijtende obsessie. Eentje die knaagt aan mij gezond verstand.
En natuurlijk weer een apotheekbezoek. Vandaag kocht ik lavendelolie, teatree olie, antiluizenmousse én een soort pesticide. 45 euro.
Ik troost me met de gedachte dat ik niet de enige ben.

Morgen weer luizenvrij…

Naast mijn gruwel groeit ook wel wat respect. Want ondertussen weet ik wel al wat straffe dingen over die duivels. Het zijn wonderlijke wezens:

– In Afrika heb je luizen met andere pootjes. Daarom krijgen zwarte kinderen nooit luizen in het Westen. De pootjes van onze westerse luizen kunnen dat kroeshaar niet goed vastpakken. Daarom krijgen wij ook geen luizen in Afrika. Zwarte mensen zijn dan wel weer vatbaar voor de Afrikaanse variant.

– Luizen kunnen de kleur van het haar aannemen. Op donker haar heb je donkere luizen, op licht haar lichte luizen. Bij Boris zijn het andere luizen dan bij Tadeusz. Dat vind ik straf.

– In Azië hebben ze nu een soort verschroeitechniek, waarbij ze met hete lucht worden verbrand. Maar je moet dan wel heel systematisch te werk gaan want ze kunnen rap lopen en ze lopen gewoon naar de andere kant van je hoofd. En in mijn haar zouden er zeker een paar een kamp bouwen waar ze veilig in zijn.

– Pasgeboren luisjes noemen ze nimfen. Een lieve naam voor een net-uit-het-ei-monster.

– Bij koorts gaan ze weg. Ik ben bijna zo ver dat ik naakt in de regen op het terras ga liggen om ziek te worden. Bijna. En honden of katten moeten ze ook niet. Alleen mensen.

– Ze haten licht. Daarom zie je ze zo weinig. Die crossen dus rap weg als je gaat zoeken. En ze lopen naar het schijnt heel rap. De smeerlappen. Springen kunnen ze evenwel niet. Gelukkig maar.

– Ze bijten eigenlijk niet. Het is eerder een soort zagen. Ze zagen het hoofd open en drinken dan bloed. Het is dat zagen en knabbelen dat zo jeukt. Ze krijgen rozige buikjes van het bloed. Oh hemeltergend walgelijk.

Waarom zijn die dingen er eigenlijk nog? Als iemand me kan vertellen wat hun nut eigenlijk is, dan krijgt ie van mij een flesje van mijn persoonlijk preventief luizenbrouwsel waar ik nu aan bezig ben. Laat ons hopen dat het werkt…

shutterstock_41239603

Ik overwoog een foto van het haar van mijn kinderen. Maar dat kent u ondertussen wel. Ik ging dan maar op zoek naar een rechtenvrije foto van luizen. De meeste achtte ik te vies, te gruwelijk voor op deze blog. Deze bovenstaande foto was nog braaf. Wees blij. Luizen spoken in nachtmerries…

Zomer van dieren

Het bleek – onverwacht – ook een zomer te zijn waarin dieren een belangrijke rol bleken te spelen.
Omdat onze oudste de fuzz about animals niet echt begrijpt, hebben we lang geen Zoo-abbonement gehad. Maar Boris bracht daar verandering in.
Boris, bijna drie jaar, is een dierenman. In de Zoo is hij gelukkig. Daar kent zijn energie geen grenzen en taant zijn enthousiasme nimmer. Huppelend gaat hij van kooi naar kooi. Hij voert even serieuze gesprekken met een fuut als met de giraffen. Hij is even blij met een slak als met een zeeleeuw. Dit wonderbaarlijk kind trekt de dierenwereld dicht naar ons toe, doordat hij er zelf zo intens naar kijkt. Nog zo klein, maar hij heeft de hele familie mee op sleeptouw.

Mijn lief is wel allergisch tegen alles wat haar of pluimen heeft, maar de Zoo ontlokt geen enkele waterige nies van hem. Toch bevreemdend, dat wij mensen allergisch kunnen zijn voor dieren. Alsof we onze eigen dierlijke kant verloochenen en de natuur waarin wij ooit leefden nu afstoten.

Dieren bleven een hele zomer een rol spelen.
Wat mij bijblijft:
– Ik zag voor het eerst een insect met een motortje. Ik dacht eerst dat het een kolibri was. Het bleek een kolibrivlinder.
– Struisvogels hebben hersenen zo groot als een walnoot. Kleiner dan hun oog. Er zijn boerderijen in de Ardennen.
– Koekoeken leggen hun eieren niet alleen in nesten van andere vogels. Ze zijn blijkbaar ook nog in staat om hun jongen er precies hetzelfde te laten uitzien als de jongen van het gastgezin. Van zoiets kraakt mijn verstand even als een walnoot. Ik vind dat straf.

f459447a0f6811e3aaa822000a1fb0dd_7-1

– De Zoo is een geweldige plek. Tegenwoordig zien de jongens hier documentaires in plaats van dwaze Dora. En Boris kent zijn dieren.
– Tadeusz kan als een rups in een hangmat hangen.
– Luizen zijn ook dieren, maar ik had ze toch graag zien uitsterven.
– Er woont een hele grote spin in La Roche Rigault in Frankrijk.

IMG_5456

IMG_5196

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Stellapiep

Of ik even iets met een vogel wilde doen.
Dat kwam de buurvrouw vragen. Want zij is bang van vogels en er zat er eentje in de gang. Gekwetst. Door de kat.
Onderaan de trap zat ie, met bonkend hart, heel klein te wezen. Nog babywenkbrauwtjes. Een mereltje.

Een schoendoos als huisje op ons terras. Tijdelijk. Met een ovenrooster als dak. Wat geweekte kattenbrokken in een kommetje. De kwetsuren vielen op het eerste zicht wel mee. Maar nog te baby om te kunnen vliegen.
Tadeusz zat ernaast.
‘Hoe zullen we haar noemen?’
‘Auto!’
‘Nee zotteke. Dat is toch geen naam!’
‘Oké… Telefoon!’
Goed, het concept van namen kiezen is nog niet helemaal doorgedrongen tot Tadeusz, maar hij denkt wel mee. Dat verdient positieve bekrachtiging. Echter… ‘Telefoon’ dat is er toch een beetje over, vind ik. We strandden op een keuze tussen Stella of Piepje.

Even later zaten Boris en Tadeusz op het terras met Piep te praten. Boris zat op zijn gat gebiologeerd naar het diertje te staren. Tadeusz, als een volleerd dierentemmer zei:
‘Dag Vogeltje. Ik ben Tadeusz.’
‘Dag wogel!’ riep Boris terwijl hij zwaaide naar het diertje.
‘Ik ben Tadeusz,’ zei nummer 1 weer.
‘En dat is Boris. Binnen zijn Sven en Ysabel. Wij noemen die papa en mama, maar jij moet wel Sven en Ysabel zeggen.’
Boris knikte heftig om te bevestigen. Het vogeltje zat onbeweeglijk in een hoekje met een schuin kopje naar hen te kijken. Vermoedelijk doodsbang.
‘Ik weet dat jij wel naar Afrika kan vliegen, maar dat gaat nu nog niet, hé. Jij bent nu nog wat te klein. En het is te koud. Wij kunnen onze jas aandoen als we naar buiten gaan, maar jij moet dan in je bloot vel.’
‘Blote vel!’ zei Boris bloedserieus…

Even later hadden we een groter huisje gebouwd. Een platliggende grote curverbox met een afgedankt droogrekje voor. Omdat ik bang was dat ie anders zou gaan flapperen en platgetrapt zou worden door opgeschrikte kindjes. Onder andere. Ideaal is het niet, maar ja, wat moet je met zo’n vogel? Terug in de tuin van de buren? Dan is ie het nagerechtje voor de poes. Dat krijg ik niet over mijn hart. Dan moeten wij hem maar leren vliegen.

Ik legde de kinderen in bed. Ze sliepen net als Sventikov binnenkwam.
‘Ik kan het niet meer aanzien!’ fluisterde hij opgewonden. ‘Zowel de moeder als de vader zitten op ons terras en ze zitten wormen te brengen.’
Mijn gevoel van ‘redder’ veranderde instant naar een gevoel van ‘kidnapper’. Niet leuk.

Het hek ging weg. Ik kon het niet verdragen. Maar hun problemen zijn nog niet opgelost. Stellapiep wil weg. Papa spoort haar aan tot vliegen. Maar ze hebben eigenlijk geen veiligere plek dan ons terras. Stellapiep belandde al eens in een bloempot waar ze met moeite uitgefladderd geraakte. Vadervogel bracht al eens een worm. Moeder circuleerde wat. Kwetterend. Stellapiep hopte van hoek naar tafel.
Nu is het donker. En stil. Sventikov kon het familiedrama niet meer aanzien en ging slapen. En zij, zij zit daar ergens. In haar ‘bloot vel’. Hopelijk zit ze te slapen en zit ze niet te sterven, zo zonder jas.

Ik vind mijn eigen kroost opvoeden al niet simpel, maar zo betrokken partij worden bij een ander gezin. Pfft…

4290dd06c6e911e2a7f322000a1f9a55_7

IMG_1183

IMG_1187

Dieren

Zieke slappe zaagmannen in een krokusvakantie, dat is als extra shiften draaien na de werkuren. Er was altijd wel iemand van de heren wat warm en zeurderig.
Ik voel mij ondertussen een pannenkoek.
Maar de pannenkoekengesteldheid geeft geen mogelijkheid om mezelf flauwtjes in de zetel te draperen. Toen ik vanmiddag thuiskwam leken de zonen in topvorm en stond manlief te knorren.
We moesten naar buiten of het zou nog een hele zware dag worden.

In de jaren dat ik kinderen heb is het woord ‘kinderboerderij’ er eentje geworden dat een zekere radeloosheid uitstraalt. Als er dringend naar buiten gegaan moet worden (om de stoom uit de snelkookjongens te laten) en er zijn niet direct een paar topideeën, dan is ‘kinderboerderij’ altijd een soort van laatste redding. Zolang het niet iedere week is tenminste.

Mijn kinders zijn stadsmensen. Ze groeien op in een jungle van auto’s en huizen. In de betonnen bossen zijn dieren vaak niet meer dan prentjes in een boek. En in de curverboxen leven giraffen en leeuwen samen en zijn schildpadden soms groter dan olifanten. Af en toe een vleugje echte koeienstront doet hen dus zeker geen kwaad. De vorige keer – een maand of twee geleden – zag ik de schok in onze tweejarige Boris. Hij bleef nog uren nadien zeggen dat ‘deze koe niet leuk’ was. Hij wilde liever zijn kleine exemplaren. Die waren hanteerbaarder…

Vanmiddag was ik, na mijn vroege shift, behoorlijk radeloos en besloot ik om met de bende naar de kinderboerderij in Wilrijk te gaan. Mopperlief Sventikov bromde wat achter me aan, maar de kinderen hadden er zin in.
Er zijn altijd kinderen die schapen staan te knuffelen. Dat er niet vaker kinderen met afknabbelde jasjes zijn, dat begrijp ik niet. Dat knuffelen, dat zullen die van mij niet gauw doen… Maar het werd toch een succes vandaag. Boris reed zelfs een stukje paard. En Tadeusz dan ook maar. Boris deed of hij dapper was, en riep bij de ezels dat hij naar de sapen (schapen) wilde, en bij de schapen wilde hij naar het vakker (varken). Bij de nonijntjes! (konijnen) had hij veel praat. De nonijntjes zaten in kooitjes. Tadeusz streelde marmotten en dat was een primeur. We lieten een kalkoen gullegullegulle doen. Hilarisch. En Boris riep steeds: ‘tjug koe! Boe!’ (terug naar de koe!).

Toen we buitenliepen vroeg ik of ze het leuk gevonden hadden. ‘Jaaaah’ riepen ze allebei. Toen ik aan Boris vroeg wat hij het leukst gevonden had in de kinderboerderij, moest hij lang nadenken. En dan zij hij vastbesloten: ‘Zzijaf’ (Giraf)…

IMG_0007

IMG_0030

IMG_0034

IMG_0011

IMG_0055

IMG_0073

IMG_0100