Extra punten voor de bonuskaart

‘JA LAAT MIJ DAN MAAR ACHTER! IK GA AL NIET MEER MEE!’
Het gepiep van de kassascanners stokte even. Het werd eventjes, heel eventjes, wat stiller rondom me.
Ik zuchtte.
Albert Hein, drukste moment, na een dag rondhossen en stressen, nog snel langs de Albert Hein met de jongens, ter plaatse effe snel een menu bedenken. Snel. Snel dus.
‘IK GA WEG! IK GA NU DUS ECHT WEG!’
Mijn zevenjarige beende weer weg. Langs de youghurtrayon en de boter. Uit het zicht.
De vierjarige zegt: ‘Ik ben heel braaf hé mama!’
Grauw probeer ik hem toe te lachen.
Terwijl ik de ajuinen zoek heb ik spijt van mijn loze opmerkingen. Ik had gezegd dat ik zijn wegloopgedrag zo beu was dat ik hem de volgende keer wel zou achterlaten. Het resultaat staat hierboven. Dwaze, niet verwezenlijkbare dreigementen. Op het moment dat ik dat soort uitspraken doe weet ik al hoe fout ze zijn. Maar snel en ad rem deftige dreigementen op crisismomenten bedenken blijkt niet bij mijn topkwaliteit. Nerveus, hormonaal, gehaast, moe. Een cocktail van omstandigheden die niet bijdragen tot geduldig boeddhistisch moederschap. Allee, bij mij toch niet…
Ik zie opeens een kans om de zevenjarige aan zijn T-shirt vast te grabbelen terwijl hij mij voorbijwandelt.
‘En nu is het écht gedaan. Jij mag even daar gaan staan, aan het onthaal! Daar! Bij die blauwe madam!’
Ik duw hem naar het onthaal, terwijl ik hem stevig vasthoud aan zijn arm. ‘Auw!’ roept hij dramatisch.
Mijn toekomstige zenuwinzinking nadert met rasse schreden.
Ik probeer mijn gezicht vervolgens weer in een iet of wat vriendelijke plooi te trekken want ik moet de kassierster nog trotseren. Niet mijn favoriete maskertje vandaag.
’t Is aan ons. ‘Goedendag mevrouw. Bonuskaartje?’
‘Nee, geen kaart…’ groene glimlach.
PIEWIEWIEWIEWIEW!
Een alarmpje… Iedereen kijkt op. Ik ook. Zoonlief van zeven hangt met één been aan een toegangspoortje en laat daardoor het alarmpje afgaan.
De zenuwinzinking is nu gearriveerd. Vollenbak.
Maar de Albert Hein is nog niet weg. Alles is er nog. Drukte, kassiersters, een te betalen rekening, een vierjarige die wortels staat te aaien en een zevenjarige die bevrijd wordt door een securityman uit een hekje met een alarm erin…

Nu zijn we twee weken verder. Nù mag ermee gelachen worden…
Het was een hoogtepunt. Meestal laten we de ambiance achterwege als we naar de supermarkt gaan.
Ik hou me dan maar vast aan ‘Andere moeders doen ook maar wat…’ en de wetenschap dat het na een paar dagen meestal betert.

En ondertussen zorgen die twee wel voor leven in de brouwerij…

IMG_6039

De afspraak

Dat we minder boos gaan zijn op elkaar.
Da’s de afspraak.
Heel vaak glijd ik af naar een soort continue staat van kwaadheid. Dan staat mijn voorhoofd in een standaardfrons, en knor ik meer dan ik praat.
Alsof ik al zit te wachten tot ze weer stoute dingen gaan doen. En ik ga er bij voorbaat al van uit dat ze me toch niet horen.
Los van het feit dat ze inderdaad toch nooit naar mij luisteren, en dat ze liefst dingen doen die ik hen verbied, wil ik niet heel hun jeugd een kwaai moeder zijn.
We zijn nu weer twee dagen in de afspraak. Momenteel lukt het me nog. 🙂
De oudste zoon daarentegen vond het daarstraks ongehoord dat ik hem zo boos maakte… (Ik vroeg om zijn sokken aan te doen…)

Als ik ze zo op foto zie dan vraag ik me af waarom ik er toch vaak zo boos op ben.
Maar vergis u niet, deze twee schavuiten lijden aan een ernstige selectieve doofheid, doen over het algemeen hun zin, en er komt de grootste onzin uit. De oudste is verder ook nog totaal niet in staat om zijn eigen aandeel te zien en krijgt snel woedeuitbarstingetjes waarbij hij met een heel hoog stemmetje begint te praten. De andere lult en mompelt maar door, trekt zich eigenlijk van niks iets aan.
Ik ben gelukkig niet de enige die er soms moeite mee heeft. Want anders zou ik serieus aan mezelf beginnen twijfelen.

Oh wacht, dat doe ik ook. Eeuwig twijfelen…

IMG_7367

IMG_7362

IMG_7363

IMG_7364

IMG_7365

IMG_7366

IMG_7368

Ode aan het geklungel

Struikelend baan ik mij een weg door het leven.
Bang om niet graag gezien te worden.
Bang om een slechte moeder te zijn.
Bang om financieel niet rond te komen.
Stommigheden die er uit mijn mond rollen.

Een van de dingen die ik in mijn blogstilte geleerd heb is: Als ik niet blog, dan blijft er teveel prut rondbazelen in mijn hoofd, zonder dat het wegkan.
Als ik mijn geklungel in het leven mag delen hier op de blog, mijn angsten en mijn twijfels, dan lijkt het allemaal minder erg.

Allemaal wat meer durven zeggen hoe bang we soms zijn, hoe dwaas we soms doen, hoe onperfect we zijn, en de wereld wordt een leukere plek.
Beschouw mijn terugkeer in blogland dus maar als een ode aan het geklungel, een noodzaak om de schijn te laten varen en weer wat stof te happen. Want, frankly, ik ben gelukkiger dan.

Om dat te illustreren toon ik graag het korte filmpje van mijn jongste zoon. Door naar zijn geklungel te kijken, besef ik pas echt wat voor een geweldig boogschieter hij is…

Blij om terug te zijn!
IMG_7177

De Sint kwam met het vliegtuig.

‘Wij zijn de mannen.
Wij wachten op de Sint.

Ze houden mij niet meer voor de zot. Ik weet alles al.
Van dat paard, de snoep, de brieven. Ik weet het allemaal…
Ik heb het helemaal uitgedokterd hoe hij binnenkomen zal.
En dat zal ik bewijzen ook. Ik blijf gewoon wakker dan.’
IMG_3759

In Berchem kwam hij aan met het vliegtuig.
Hij zei dat er geen stoute kinderen waren.
Ze wachtten geduldig in de regen. Ik kreeg een snoepje in mijn oog. Tadeusz verzamelde een kilo snoep. Boris at een appel…

Ik hoorde van een kleutertje, dat een drumstel wilde van de Sint. Hij was zo slim om alleen maar dat op zijn lijstje te zetten…
Nu vraagt zijn moeder een tuinhuisje aan de Kerstman…

’t Is misschien wel laat om nog over de Sint te spreken, maar ik loop wat achter met mijn posts…

Voor altijd de laatste

‘Allebei enig kind?! Ah, egoïstjes dus…’
Het was een grapje dat zowel bij Sventikov als bij mij even bezinktijd nodig had. We lachten. Maar vooral omdat het de waarheid was.

We hadden nog geen kinderen. We stonden in Simferopol in Oekraïne, en ik had twee uur voordien met mijn wagen een soort van openbaar vervoerbus geramd. De chauffeur van de bus bleek toch de kwaadste niet toen hij die blonde griet zag staan bleiten aan haar autowrak. We werden uiteindelijk vrienden. Vova en wij.

Sven en ik gingen misschien wel kinderen kopen, maar toen was het allemaal nog ver van ons bed.
Los van alle verhalen die aan die Oekraïense historie nog vasthangen was Vova’s grapje over egoïsten een bepalende factor. Boris werd geboren in 2010, maar de beslissing viel dus al in 2005. In Simferopol.

We wilden van onze eerstgeborene, Tadeusz, een kind maken dat buiten zichzelf kon denken. Weten wat het is om te delen, om samen te zijn, om een unieke relatie te hebben met een broer of een zus. Er is niks mis met enige kinderen, vind ik, maar we wilden graag ons persoonlijke egoïsme doorbreken. Het zinnetje van Vova was blijven hangen. Bovendien leek het ons ook wel handig. Dat ze samen konden spelen, elkaar bezighouden.

Tegenwoordig ben ik vaak bezig met de impact voor Boris. Ik dacht vroeger altijd na over het effect op mijn eerstgeborene. Het is pas bij de komst van Boris dat ik me in zijn positie kon verplaatsen. Het kleinebroerzijn heeft een fundamentele impact op zijn karakter.
– Hij zegt dingen die zijn broer zegt, ook al begrijpt ie er de ballen van. Hoeveel verhalen ik hoor die zijn broer dertien seconden ervoor ook heeft verteld, dat wil je niet weten. En kwaad zijn als je dan niet goed luistert…
– Hij doet zich stoerder, sterker, en franker voor als zijn broer in de buurt is. Zijn eigenlijke zachtaardige karakter wordt helemaal verdrukt door de competitie met zijn grote broer. Zoveel flauwekul dat daar uitkomt. En kwaad zijn als je dan niet serieus luistert.
– Hij leert veel dingen sneller (tellen, letters, spelletjes), maar ook veel dingen veel trager (de afstandsbediening van de tv bijvoobeeld. Dat doet zijn broer altijd, de noodzaak om het zelf te kunnen valt weg.).
– Naar het schijnt hebben tweede kinderen niet de stress om van de eerste positie verstoten te worden en gaan ze daarom wat zorgelozer en creatiever om met de regels. Zo voelt het voor mij althans ook!
En ik moet nog vaak denken aan dat wedstrijdje op de trap, een half jaar geleden, waarbij Boris voorbij gestoken wordt door zijn grote broer. Hij begon te wenen, liet zijn schoudertjes hangen, en zei tegen zichzelf: ‘ik zal altijd de laatste zijn…’

Gelijk opvoeden is onmogelijk.
En toen ik Boris vroeg wat hij van zijn grote broer vond antwoordde hij: ‘Leuk. Hij speelt een spelletje met mij.’
Misschien denk ik er gewoon teveel over na. Hij heeft iemand die een spelletje speelt met hem. en is dat eigenlijk niet hetgeen we allemaal willen?

IMG_3142

Wat zand met jongens doet

Zand en zee maakt hen tot schuppers, bouwers, vikingen, pootjebaders, grachtengravers. Ze praten met de zee. Als volwassenen ondereen. Zij begrijpen elkaar.
Het zand roept hen. Ze kunnen niet van elkaar afblijven. Er was zelfs een fase waarin Boris het zand opat.
Wat zeker is: aan het strand worden het allemaal helden. En ze spreken een universele tijdloze taal daar…

IMG_0305

IMG_0318

 

IMG_0369

IMG_0384

IMG_0425

De foto’s zijn van de paasvakantie. Het was verdorie koud toen. Maar de lokroep van zand tussen de tenen bleek sterker…

#100happydays

100happydays

We zijn een volk van zelfsturende trucjes geworden.
Voor een gestructureerder leven → Tien tips!
Voor een plezanter werknemersschap → Vijftien do’s en don’ts!
Voor een mooiere lijn → In zes stappen!

Meestal niet, maar in enkele sporadische gevallen ben ik helemaal mee.
Bij #100happydays post je 100 dagen lang iets waar je blij van wordt.
Beetje stilstaan bij je leven, beetje rondkijken, genieten van je uitzicht, en dankbaar zijn voor wat je hebt.
In willekeurige volgorde een greep uit mijn happydays-instagrammetjes:

Ik mag er iedere dag dan wel op vloeken, me er druk in maken, en er kwaad op zijn, meestal zijn het toch de kinderen die me blij maken. Na een veertiental dagen op instagram mee te doen aan de #100happydays-uitdaging zie ik die twee schavuiten toch vaak opduiken. Ik begin ondertussen zelfs al te zoeken naar andere dingen waar ik blij van word, want het kan niet zijn dat zij de enige vreugde in mijn leven uitmaken.
Gelukkig blijken er nog tal van andere zaken te zijn ook! (Oef!)

Dag 11: Tadeusz kan nog niet schrijven. Hij tekent af en toe wat letters na. En kwaad dat ie wordt als je daar minzaam mee lacht…
75f23768bc3d11e3873b0002c9dd2a8c_8

Dag 13: Ze voelen zich momenteel nog zo on top of the world. Die nietsvermoedende heerlijke onbevangenheid.
04be88bebdc611e3836112a0e83f4a0b_8

Dag 10: Het belang van giraffen. Onderschat nooit de impact van zijn ‘lieve girafje’ op de dag. 95b96526bcec11e38ae10002c99ae896_8-1

Dag 16: Dat wat afbladdert, en waar de tijd aan knaagt, dat krijgt mijn hart:
77d03cccbff511e3b5b30002c954ce0e_8

Dag 6: Beetje dobberen op de vuilste balletjes van het noordelijk halfrond. Als ze dit overleven dan zijn ze goed voor de volgende zes griepepidemieën ook:30ac88d4b83c11e3b1dc12c968509586_8

Dag 15: Nog zo klein (zes jaar) en dat stijgt zonder verpinken naar ongekende hoogtes. Ontroerend vind ik dat:
9b52e2f4bf4a11e3a2b0123c8a33df7d_8

Dag 14: Antwerpen heeft zo zijn specialiteiten. Hordefietsen is een nieuwe discipline in de wielrennen. 02ba1b7abe8c11e3be250002c99cf50c_8

Dag 17: Soms is het gewoon iets roze dat mijn dag kleurt:
25a6d556c0ee11e3a48f0002c955997c_8

Dag 18: Vaak wil ik ze gewoon de nek omwringen, maar als ze daar dan staan…
1a92249ac1a711e3bacc0002c9c756b2_8