Fris uit de coma – de ijsbeer

Ik zou hier dus een heel verhaal kunnen ophangen over mijn terugkeer. Excuses over de lange stilte, uitleggen waarom deze blog zolang in een kunstmatige coma heeft gelegen, wat bedenkingen over mijn virtuele relevantie enzovoort.
Maar daar heb ik vandaag geen zin in.
Ik mis het bloggen. Voila. Dat moet genoeg uitleg zijn.
En ik ben toegetreden tot een speciaal genootschap, waar ik mijn hart verloren ben. En waar mijn hart van vol is, daar loopt mijn blog van over. Zo was het, en zo wordt het hopelijk terug…

De ijsbeer:
Ken je dat, die mensen die tot aan hun knieën in de zee gaan? De schouders wat opgetrokken, de billen bijeengeknepen, die met hoge stemmetjes een in een langdradig proces te water gaan. Zo was ik ook.
Tot afgelopen zomer.
Ergens is iets geklikt. Aan de ecologische zwemvijver in het Boekenbergpark. Mijn stiefzus zei: ‘Je moet er gewoon ingaan.’
En opeens snapte ik het. Ik moest er gewoon ingaan. Niet bij nadenken. Ik ging erin en ben er blijven ingaan.
Boekenberg is een prachtige ecologische vijver, de grootste van Europa, omzoomd door bomen, met frisgroen helder water, waar libellen over helikopteren, waar de tijd even pauzeert. In de zomer gratis, in de winter alleen toegankelijk voor ijsberen…

IJsbeer worden was zeker niet evident voor mij, m eenmaal toegetreden blijkt het een wonderbaarlijke sensatie met duizend verrassingen. Ik ben nog maar een baby-ijsbeertje, alle ijsbeergeheimen worden druppelsgewijs aan mij geleerd, maar een paar dingen heb ik wel al geleerd en ondervonden:

1. IJsberen is een echte sport. Ik zwem misschien maar 150m, maar door het koude water werkt mijn lichaam drie keer zo hard. De kilo’s druipen van me af, gewoon door mezelf tien minuten onder te dompelen in koud water.

2. Het koude water zou de koudesensoren in ons lichaam activeren wat een losbarsting van adrenaline geeft. Het zou een natuurlijke pijnstiller zijn, de witte bloedcellen verhogen enz.

3. Er zijn veel oudere mensen die ijsberen. Nochtans is het echt geen oudemensenclub. In het water wordt iedereen weer jong. Het lijkt eerder een troep jonge meisjes. Zelfs negentigjarige vrouwen, die met rolator tot aan het water schuifelen, veranderen in sprankelende zeemeerminnen van zodra ze in het water zitten. En daarnaast zijn er ook steeds meer jonge mensen die het koele water induiken. En vaak doen de oudjes dat nog eleganter ook.

4. IJsberen kunnen niet per se beter tegen de kou. Als de douches niet warm worden, dan moet je die horen mopperen over het koud water 🙂

5. De buitenwereld verklaart een ijsbeer meestal voor gek. Het lijkt erop dat je het pas kan begrijpen als je het doet. Eenmaal in de club worden er lustig weetjes uitgewisseld en wordt er over de buitenwereld gesproken met enig medelijden.

6. Het water van Boekenberg voelt voor mij aan als puur goud. Nooit eerder ben ik mij zo bewust geweest van de streling van het water.

7. Onderkoeling is er snel. Het is belangrijk om er tijdig uit te gaan. Ik heb al eens een hele dag met een koude linkervoet rondgelopen. En ook al eens met tintelende ellebogen. De al iets verder gevorderde ijsberen dragen duikerskousjes en -handschoenen. Het zijn de uiteindes die snel afkoelen.

8. IJsberen zijn niet dik. Integendeel. Je hoeft geen zeehondenvetlaag te hebben.

9. Jezelf afdrogen en aankleden vereist denkwerk op voorhand. Dat gaat best snel als je er eenmaal uitbent.

10. IJsbeer worden dat bouw je best op. Gewoon blijven doorzwemmen na de zomer. Eenmaal dat er teveel tijd tussenzit haken heel wat mensen af. Ik probeer drie keer per week te gaan. De afkoeling van het water is dan geleidelijk. Nu is het water 14,7°c. Ik herinner mij nog de schok van toen we onder de 20°c gingen. Wat een gil zal ik slaken als het onder de 10°c gaat.

Maar algemeen is het een echte aanrader. Mijn temperatuurhuishouding is gewoon veel beter. Ik verbrand beter, voel mij sterker, minder vatbaarder voor ziektes. En het geeft een echte rush. En zonder dat zwemmen zou ik die verbouwing/verhuis niet overleefd hebben, denk ik… Ik ga eigenlijk iedere week drie keer een half uurtje op vakantie.

Mijn blog komt uit de coma. Ik maak ‘m wakker met koud water…
10727401_573825939389680_1183869910_n

10735105_1562562297298999_132060236_n

Advertenties

Bos

‘Mama, ik verveeeeel mij…’
‘Wat gaan we vandaag doen, papa?’
‘Ah, we gaan vandaag een hele dag op een stoel zitten!’
Vader kijkt vrolijk.
‘Hoooo, echt heel de dag of wat?! Op een stoel?!’
We maken er soms grapjes over. Dat ze zich nog zo slecht kunnen vervelen. Kinderen worden soms echt overspoeld door prikkels, Wii’s, workshops en speeltuinen. Ouders die ieder ogenblik van het weekend vullen met ‘quality time.’
Ik ben zelf ook een voorstander van ‘iets doen met de kinderen.’ Niet omdat ik er niet tegenkan dat ze zich vervelen, maar ik laat hun energie graag eenmaal daags buitenshuis los, omdat mijn zenuwen niet zo bestand zijn tegen binnenshuis jongensgeweld.

Maar – een kleine bekentenis – ik HAAT binnenspeeltuinen. Ze noemen het vaak ‘kinderparadijzen,’ maar het is voor mij een ‘ouderhel’. Lawaai! Drukte, duur, lelijk, en kinderen worden er vaak helemaal kierewiet. Ze worden wat agressiever, opgejaagder, competetiever en hebberiger. Ze willen snoep. Ze maken ruzie. Ze dringen voor.

Als ouder zit je dan aan een plastieken tafel, in een oorverdovend gekrijs, met zes bekertjes fristie, een berg truien en schoenen te bewaken. Omringd door alleen maar basiskleuren: fel groen, fel rood, fel geel en fel blauw. Af en toe moet je zwaaien, ooh roepen of er eentje gaan redden uit een net waarin ie verstrikt geraakte. In het slechtste geval belandt je zelf ergens in een smalle doorgang waar je alleen maar uit kan ontsnappen door de dwaze glijbaan te nemen waardoor je rok naar boven schuift en je je vinger ook nog pijn doet. Om de drie minuten worden er aankondigingen gedaan: ‘de kindjes van het feestje van Thomas mogen nu naar de tafel gaan, want de pannenkoeken zijn er!’
Bij het woord pannenkoek beginnen er al een paar te krijsen. Want zij willen er ook eentje en ze kennen Thomas niet.
Vertrekken is ook altijd heerlijk. De worsteling om de schoenen terug aan te krijgen. Toch eentje die zijn t-shirt heeft uitgedaan in het ballenbad en die daar vervolgens vergeten is. Er zijn er altijd een paar die niet mee naar huis willen. Snot en tranen.
Ik kom er soms voor het werk, maar ik kom er in feite nooit met mijn kinderen. Ik probeer hen dat te besparen.

De laatste maanden zijn onze uitstapjes heel sec. En ik hoor de kinderen nooit klagen.
We gaan op zoek naar bos.
Alles wat op een redelijke afstand ligt rond Antwerpen of vaak zelfs nog in Antwerpen.
Kinderen in een bos, dat is een waar genot.
Ze wandelen, ontdekken, klimmen in bomen, plukken bloempjes, prikken in paddenstoelen, verzamelen stokken. Zelden zijn ze lastig. Huilbuien komen voort uit een prik van een brandnetel of een voet in het slijk. Maar dat zijn andere tranen. Dat zijn natuurtranen. Louterend en lief.
We zagen de laatste weken al prachtige stukjes groen:
– Klein Willebroek, domein den Bocht. Vogelspothuisjes. Wild. En nauwelijks volk.
– Het Mechels Broek.
– Sint Anna Bos. Zo dicht bij de stad.
– Noordkasteel. Jeugdsentiment. Een drop groen en water in de oksel van de Schelde. Avontuurtjes als je wil.
– De fortengordel rond Antwerpen. Kleine lieftallige wandelingen rond het water.
– Zoerselbos, aan het boshuisje.
– Het Rivierenhof, meer bos dan je zou denken.
– Het Middelheim, maar dan wegblijven van de speeltuin. De boskant.
– Hobokense Polder
Enzovoort.
Het land van Saaftinge staat nog op het lijstje.

‘Waar gaan wij naartoe, mama?’
‘Wij dachten vandaag eens naar het bos te gaan…’
‘Jeeeeuj!
‘Mamaaaa, kijk kijk! Daar zijn bomen, daar is het bos!’

Noordkasteel:
IMG_0477

Zoersel:
IMG_0600

Klein Willebroek:
IMG_9909

Middelheim:
IMG_0120

Sint Anneke: (Met vriendinnetje K. in een put.)
IMG_0183

Mechels Broek:
IMG_1120

#Maakboom 2013

Stervende bomen in mijn living, dat is hier afgeschaft. Ik heb het een tweetal jaar gedaan, maar het het was voor mij meer lijden dan gezelligheid. Ik leed mee met de boom.
Daarom gingen we vorig jaar over naar een #maakboom.
Ook dit jaar wilden we er eentje. Die van vorig jaar was ons immers nogal meegevallen.
Maar omdat Tadeusz graag een zo-echt-mogelijke wilde heb ik wel eens wat dieper nagedacht dan vorig jaar.
Ik ben bijlange geen knutselprinses. Ik vind het leuk, maar ik kan het niet zo goed. Ik ben namelijk een luie knutselaar. Het moet makkelijk zijn of anders loopt het mis. Ik kan ook niet goed afwerken. Ik kan niet goed knoopjes leggen, rechtknippen, geduldig zijn. Daarom zijn mijn knutselprojecten altijd op kinderniveau. 🙂

Een halve dag heb ik gezocht naar geschikt karton. Ik wilde namelijk grote stukken. Dat bleek al niet zo evident. Beddenwinkels, zetelwinkels en uiteindelijk een ijskastwinkel. Het werd dus een doos van een reuzenijskast. De doos ging nauwelijks in de auto.

Er werden twee dezelfde kerstbomen op getekend. En uitgesneden. En er werd een snee in gemaakt. Eentje van bovenaf en eentje van onderaf. (Het bleek wel belangrijk om de snee een dikte te geven. Anders schoven de stukken nadien niet mooi in elkaar.)
image

De stukken kregen een kerstboomgroene kleur. Ik had ‘m graag in oranje en gifgroen geschilderd, maar omdat Tadeusz een zo écht mogelijke wilde…
image2

Het geheel werd dan in elkaar geschoven. Beetje wriemelen wel.
image4

Ik had nog ergens wattenbollen liggen. De kinderen kleurden die met stiften. Papa en mama kleurden ook wat mee. En er kwam een ‘luie’ bevestigingsmanier. Gewoon een draadje erdoor prikken en rondom vastmaken.
image3

En vervolgens met punaises in de boom. Simpeler kon ik het niet maken.
Lichtjes erin en voila! Geen kunstwerk, maar wel een kerstboom!

6d970e78681d11e38d350eee0cfdfc58_8

IMG_1445

IMG_1458

IMG_1471

Onze boom werd gemaakt van oud karton. Wattenbollen (waarschijnlijk gebleekt wel) en stift. De boom werd wel met een spuitbus groen gespoten. Die is natuurlijk wel mega milieuonvriendelijk. Da’s een strafpunt. Maar schilderen met de hand dat zag ik niet zitten.
De boom is trouwens niet overal mooi groen gespoten, want tijdens de groenmaakactie hingen mijn kinderen het nogal uit, waardoor ik de actie met een woedeaanval gestaakt heb en hen heb verweten dat ie niet overal even mooi groen was.

Hij ziet er in het echt trouwens wel veel mooier uit dan op de foto.
Inspiratie kwam van abfabulies
En met al dat geknutsel doen we ook ineens mee met de maakboomwedstrijd van maakblog en juffrouw sanseveria!

foto

Wereldbeeld met kinderblik

Daar gaan ze weer.
Vliegend, schaterend, rollend.
Boos op pijn. Stoute schommel.

Soms overvalt me het besef dat ze nog zo weinig weten. Ze weten nog niet hoe groot de wereld is. Er moet nog zoveel in hun hoofd. Romeinen, Bach, het dopplereffect, vierkantswortels.
‘Hoe lang is duizend jaar?’ Leg dat maar eens uit.
‘Zijn er nu dan geen ridders meer? En piraten?’
‘Euhm. Jawel er zijn nog wel piraten. Maar niet zoals jij denkt.’
‘Oorlog!’ roept Tadeusz als ie een soldaatje ziet in een boek. ‘Oorlog gaat nooit dood!’
‘Waarom wonen molletjes onder de grond?’ wil Boris weten.
De uitleg dat mollen niet in huizen wonen bevredigt niet. ‘Maar waarom dan?!’

Ik zie hun kennis groeien. Er sijpelt hier en daar al eens een Romeintje binnen. Een besef dat kaka ooit eten was. Dat flauwvallen een soort van slapen is. Een nieuw woord. Verbrandingsoven bijvoorbeeld.
Hun wereldbeeld groeit gestaag. Het wordt fragmentarisch bijeengesprokkeld door hun zachte sponzige geest.

Ik deed hen de uitleg over onze plasticverminderactie. Tadeusz luisterde aandachtig. Maar de informatie hangt daar in zijn hoofdje zonder een duidelijk wereldbeeld om dat allemaal aan vast te hangen. Het zweeft. De kans dat het dan snel wegzweeft is reëel.
Ik wil hen uitleggen dat ‘lapmiddelen’ niet helpen, dat we eigenlijk groter moeten denken. Dat de mens niet moet denken dat ie op dezelfde manier kan blijven leven en tegelijkertijd de wereld kan redden door een paar kleine aanpassingen te doen. Dat er fundamentele wijzigingen moeten komen. Dat het er niet goed uitziet.
Maar hij kijkt alweer naar het klimrek, de schommel.
‘Wiehoew!’ roept ie als ie wegloopt.
Even later spreekt ie me wel streng toe. Dat auto’s wel niet goed zijn voor de wereld. Dat ik beter met de fiets zou gaan. Dat het van Antwerpen naar Mechelen is vindt hij geen goed argument. Ik kan het hem niet kwalijk nemen. Afrika ligt immers ook maar een centimeter of drie van België in de atlas…

IMG_0870

De mini plastic missie

Er is hier veel nagedacht de afgelopen week na mijn vorige post. En gepraat. En gediscusieerd.
Heeft het eigenlijk wel zin?
Zijn we niet sowieso met veel te veel?
De discussie van ‘Deep ecology’ versus ‘shallow ecology‘.
Het al dan niet opgeven van gewoontes.
De beperkingen van de realiteit. Kies je voor de in plastic ingepakte biokomkommer of voor de oningepakte niet-biokomkommer?

–> Ik ga voor praktische, pragmatische, luie en moderne oplossingen. Als ik aanpassingen ga doen van het kaliber ‘volhouden’, dan weet ik dat ze uiteindelijk toch zullen sneuvelen. Daarom wil ik oplossingen die makkelijk logisch in te passen zijn. Ik zal zeker geen ecologische heldin worden. Vergeet dat maar. Hier zal nog niet rap een wormenbak op het terras te vinden zijn.

–> Ik wil niet ‘voor het milieu’ gaan. Ik wil het doen voor mezelf. Voor mijn eigen welzijn, en daarbij hoort dat ik met respect voor mijn omgeving wil leven. Voor mijn nageslacht. Omdat ik er niet van hou als de vogels dood uit de lucht vallen omdat hun maagje scheurt van de plastic dopjes van mijn shampoofles.

Ik krijg uit allerlei hoeken weetjes en tips. Sommige zijn verontrustend, verwarrend, interessant.
Zo is het bijvoorbeeld niet zo klakkeloos aan te nemen dat plastic recycleren een goede zaak is. Dat hoorde en las ik hier. Het bracht een kreukel en een diepe frons in mijn pril enthousiasme.

In Rwanda mag je geen plastic binnenbrengen. Ze bannen alle plastic zakken. Bagage van toeristen wordt uitgekamd. Een mooi voorbeeld!
Lees meer hier en hier
De kreukel wordt weer wat gladgestreken.

Het boeiende verhaal van de verbrandingsoven van Kopenhagen, BIG. De hightech-verbrandingsoven die midden in de stad staat, die hele buurten moet verwarmen en waarop je ook nog kan skiën… meer foto’s en uitleg hier

Ondertussen hebben we hier wel al wat mini oplossingen voor onze persoonlijke overdadige afvalberg:
Lush. Shampoo, douchegel, conditioner, handenzeep. Geen verpakking voor nodig. Als je toch plastic mee naar huis krijgt, kan je de verpakkingen terugbrengen.
– De zakjes van de cornflakes en het toiletpapier worden hergebruikt in de vuilbakjes.
– Koekjes en cake worden zoveel mogelijk zelf gebakken. Bespaart een berg afval aan verpakking. Ben eens benieuwd of ik dat volhou.
– Snoepjes worden bij de snoepwinkel gehaald. In papieren zakjes.
– Geen voorgepakte kazen/salami/vlees meer.
– Tandpasta kan zelf gemaakt worden. Ik ben wel nog op zoek naar een goed receptje. Momenteel nog genoeg tandpasta in huis…
– We sorteren nu dan toch groenafval. Kwestie van mijn restafvalzak beetje te verkleinen.
– Kraantjeswater. Onze plastic flessen gaan eruit. Glazen flessen blijken ook niet erg milieuvriendelijk. Dus ga ik voor kraanwater. Zonder Brita wel te verstaan want daar heb ik het niet zo mee. Nu alleen nog onze watervoorraad opdrinken en een toffe karaf vinden.
– Het botervlootje is momenteel een nog niet opgelost probleem. We overwegen om terug te gaan naar echte boter, maar twijfelen. Cholesterolgewijs. Kilogewijs ook. Mijn lief heeft trouwens een favoriete boter. Bio wel. Maar in een vlootje.

Enfin. Het is een begin. Het idee is: onze afvalproductie halveren. Volgens mij is dat een makkie.

En toen ik gisteren in de zoo was, zag ik veel dieren die zelf wel van plastic leken. 😉

IMG_0738

IMG_0742

IMG_0744