Succes

Ik geloof dat ik in de supermarkt stond. Met een pak boter in mijn handen. Opeens was het daar. Het besef.
En het maakte me geeneens moedeloos of triest. Integendeel.

Ik zou een succesvol leven leiden, had de kuisvrouw van mijn bomma ooit beweerd. Ze had het in de dras gelezen van mijn Turkse koffie, die ik trouwens heel vies vond. In Turkije. Mijn zestienjarige ik geloofde dat. Ik wist dat het waar was. Succes en geluk. Want koffiedik is voor echt.
Er waren er meer. Niet alleen waarzeggende kuisvrouwen, maar ook gewone mensen. Passanten. Liefjes. Hier en daar een handlezer. Ik werd wel wat cynischer, minder naïef en relativerender. Maar ik hoorde het wel vaker: ‘succes, lang leven, die komt er wel.’
Ik kon een beetje schrijven. Ik had veel fantasie. Ik was niet dom. Ik had doorzettingsvermogen. Enzovoort.

Eigenlijk loop ik al heel mijn leven die voorspelling achterna. Dat succes dat komt, de vraag is alleen wanneer…
Af en toe raakt dat ‘succes’ me vluchtig aan. Een spettertje licht op mijn arm. Een jeugdboek gepubliceerd. Een compliment van een bloglezer, een steengoed idee voor een roman die een bestseller moet worden.
Maar helemaal in de zon kom ik nooit. Ik heb best al hard gewerkt voor dat succes, maar de resultaten bleven altijd uit.

De twee jeugdboeken die ik schreef staan daar nu in de kast. Twee van de vele andere duizenden.
Mijn blog verliest iedere dag evenveel lezers als er bij komen.
Mijn steengoed idee ligt daar te verstikken onder bergen van twijfel.
Tijdschriften waar ik één keer iets voor deed en later weer helemaal niks.
’t Is niet dat ik mijn kansen mis. Ik gebruik ze alleen niet.

Ik dacht van mezelf altijd dat ik dat kon loslaten. Maar om eerlijk te zijn begon het me de laatste jaren wel wat te frustreren. Zeker in deze wereld waar succes van anderen zo duidelijk lijkt. En de tijd die maar doortikt. Het was alsof mijn succes steeds uitgesteld werd. En ik begon stilaan te vrezen voor een afstel. Al goed dat ik niet jaloers ben van aard. Ik kan echt blij zijn voor andermans succes. Ik ben niet bitter of giftig. Maar er was wel wat stress. Waar blijft dat warme felle schijnsel van het succes toch?

En toen stond ik dus in de supermarkt.
Opeens besefte ik: Het zou er gewoon niet komen.
Ik voelde me zo bevrijd! Ik kon stoppen met die vage schim van succes na te jagen. Als ik nu eens beslis om mijn voeten te vegen aan al die voorspellingen, die verwachtingen, die zelfopgelegde verplichting om het ‘te maken’, dan hoef ik me tenminste niet meer te frustreren als ik iets maak/schrijf/fotografeer/teken dat maar rommel is. Ik ben niet hip, ik creëer geen trends, ik vind niks uit, ik kan niks buitengewoons. En dat is helemaal oké!

Misschien is mijn beeld van succes gewoon helemaal mis.
Ik geef anderen vaak een voorzet. Ik kan inspireren, doorgeven, meewerken.
Ik maakte al twee kinderen. Gezonde kinderen. Gelukkige kinderen.
De meeste dingen die ik doe, doe ik graag. Ik amuseer mij met fotograferen, schrijven, werken, spelen. Dat zoiets kan is in feite al een succes op zich.

Sinds dat pak boter in de supermarkt is er niet zoveel veranderd. Ik maak nog altijd foto’s die soms leuk zijn maar zeker niet meer dan dat. Ik schrijf nog altijd wat prulletjes, die nooit wereldliteratuur zullen worden. Maar het frustreert me niet meer. Ik zie nu weer beter wat ik probeer te zeggen en wat er eigenlijk echt op de foto staat…

IMG_1065-2

IMG_1627

IMG_1790

IMG_2268

IMG_2390

IMG_2668

IMG_2535

IMG_2571

Foto’s zijn een greep uit de afgelopen weken. Zo weinig tijd gehad om ze te bewerken/bekijken. Maar het blijkt wel dat ik ze graag zie, die jongens. Zelfs al vervloek ik ze meermaals per dag 😉

Internet – ontwenning en aanwenning

Het was een beetje onvoorzien, dat ontwennen van het internet, dat wel. Maar eenmaal in de flow bleek die ontwenning vlotter te gaan dan gedacht.

Gezeten in een soort van toren – hoog in de nok van een oude pastorij, – is de wispelturigheid van de wifistraling alhier een terugkerende kwaal, waar willens nillens mee geleefd moet worden. De bron in de kelder laat zich immers niet zo vlot verplaatsen.
Dat internet. Meer eraf dan erop, en eens erop, dan is dat meestal met een traagheid die mij doet denken aan een vorig millenium. Het is hier echt een feest… Enteren en dan eerst een cake kunnen gaan bakken. Terugkeren om een halve pagina te kunnen lezen. Animated gifs die beginnen als een foto, dan in slowmotion gaan, en pas na een uurtje op de gewenste snelheid draaien.
Ik laat mij vaak vollopen met subtiele en gelaagde frustraties, waarbij binnensmonds gemompel, tierend gevloek en woeste armbewegingen niet ontbreken. En bij dat laatste gooide ik vorige week een kop koffie over mijn toetsenbord. Prompt werd mijn u een IUi, mijn a een ZER, en mijn spatie een IIIIIIIIIIIOPPOPOOPOPPPPPP****$$$$$$$$$$$$$$$$$$.
Een soort van afasie: wel weten wat ik wilde zeggen, maar er kwam alleen nog maar wartaal uit…
Opeens was het over; mijn verknochtheid aan het wereldwijde web.

Verbazingwekkend hoe makkelijk het ging. Er waren geen afkickverschijnselen. Er was geen dwangmatige behoefte om bij vrienden of kennissen te gaan zitten internetten. Ik kon de mail nog lezen op mijn telefoon, en de krant sporadisch eens op de computer van mijn lief lief.
De basisbehoefte was gedekt.
Ik ontwikkelde zelfs een lichte weerzin, een vaag gevoel van toekomstige verveling, alleen al bij de gedachte aan uitgebreider ‘computeren.’

De passiviteit die het internet aan mij ontlokt is in feite onrustwekkend.
Ik heb de laatste jaren duizenden krantenpagina’s, facebookstatussen, grappige poezenfilmpjes en interessante huishoudtips gelezen. Ze droegen zelden bij aan mijn dagelijks leven. Ik ken ondertussen zes manieren om eieren te splitsen, maar doe het nog altijd op de manier waarop ik het vroeger geleerd heb. Ik word geprikkeld door andermans creativiteit – de resultaten zijn soms mindblowing, – maar ik ben zelf nog het creatiefst als het internet effe wegvalt.
Al die honden die op een bal stuiteren, naast de stoel springen, babyuiltjes die boos kijken, een sprinkhaan op een fiets… De stroom is eindeloos. Ze stelen mijn tijd en vullen me met ijlheid. Ik heb het gezien, ik heb niks gemist… Zucht…
Facebook vult mijn geest met ontelbare prullen uit andermans leven, en tegelijkertijd ontneemt het mij van mijn eigen tijd en leven. Als een vierde dimensie, een soort van extern onderbewustzijn, voert het een soort lobotomie uit op mijn hersenen en laat het mij in een robotachtige passiviteit achter.

Maar.
Natuurlijk ging dat niet blijven duren.
Ik kocht een nieuw toetsenbord. (Nadat ik het andere eerst had laten drogen, had gewassen en terug had laten drogen. Tevergeefs…)
Er zijn namelijk gedachten neer te schrijven, boeken te finaliseren en te herbeginnen, foto’s te bewerken, mails te beantwoorden.
Ik ben dus terug aan het wennen. Aanwennen of zoiets.
Er was een grote facebookfeed in te halen. Het nieuws over vlucht MH370 moest gelezen. De Wever had ook weer van alles gedaan en gezegd dat mijn afkeuring behoefde. Ik ontdekte Charlie en het internet krijgt al weer wat meer zin.
Nog even en ik ben weer helemaal de oude. In de vierde dimensie. Met kreupel internet, dat blijft, maar wel ‘aanwezig’.

IMG_3784

Pesterijen

Het is een veelvoorkomend nieuwsberichtje: jongeren die in het nieuws komen door pesterijen.
Als je vroeger iemand een duw gaf op de speelplaats dan stond dat de volgende dag nog niet in de krant. Als iemand je belachelijk maakte voor de klas, hoefde de rest van de wereld dat nog niet te weten. Vandaag de dag gaat het allemaal veel verder en worden er levens verwoest zonder dat daders erbij nadenken. De lichtzinnigheid waarmee er met de hakbijl gezwaaid wordt is angstwekkend. Maar het internet maakt het wel mogelijk dat je iemand zijn leven kan verwoesten terwijl je in je pyjama zit en in je neus zit te peuteren.

Je zal mij niet horen klagen over het grote gevaarlijke internet. Ik ben een voorstander. Ik leid zelf voor een groot stuk een digitaal leven naast mijn tastbaar leven. En dat het een zeker risico met zich meebrengt lijkt me evident. Ikzelf heb nog niet echt fratsen meegemaakt met het internet. Toch geen slechte. Toch niet echt.
Op sites waar veel jongeren zitten gebeuren verschrikkelijke dingen. Echt. Er gebeuren ook veel goeie dingen. Maar de slechte dingen die er gebeuren zijn soms duizelingwekkend hard. En het ergste was dat ik wel wist dat het bestond, maar niet besefte hoe heftig het kan zijn. En hoe makkelijk.

Toen ik eind vorig jaar een onderwerp zocht voor mijn nieuwe jeugdboek, ging ik eens kijken waar de meeste reacties op gekomen waren bij het schrijven van het eerste boek. Pesten, stond met stip bovenaan. En wat me uiteindelijk echt over de streep trok was dat slachtoffers vaak ook daders waren. Want iemand die een ander ‘pest’ op het internet denkt vaak dat ie maar een heel klein onschuldig tikje geeft. Maar dat ‘tikje’ komt vaak aan als een mokerslag. Als een reus die zijn eigen krachten niet kent.

GoLotte ligt ondertussen al een paar maanden in de winkels. Het gaat over online pesten. Hopelijk helpt het een beetje. Ik denk dat iedere jongere vandaag de dag er rechtstreeks of onrechtstreeks mee te maken krijgt. Hopelijk is er toch ergens één kind dat er misschien iets aan kan hebben.

6c6922e008b711e3a73f22000a9e28ad_7

Uitgegeven bij Manteau, verkrijgbaar in de meeste boekhandels. Leesbaar voor jongeren tussen tien en zestien ongeveer. Denk ik. Voor daders, slachtoffers en vrienden van.

Go!

Ik ben een gelukzak.
De uitgeverij wil dat ik er nog eentje schrijf. Na goLisa leek het voor de uitgeverij wel een leuk idee om er nog eentje te schrijven. Een reeksje dus.
Ik ben een gelukzak.
Nu maar hopen dat ik erin slaag om het er een tweede keer goed vanaf te brengen. De titel staat nog niet vast, dat zullen we waarschijnlijk aan de meisjes van goSupermodel overlaten. Maar dat het een ‘go-reeks’ wordt is wel al zeker.
De tijd die ik krijg om dit nieuwe jeugdboek te schrijven is zo mogelijks nog korter dan de vorige keer en het thema vraagt ook wat meer research. Ik heb al een paar keer vertwijfeld in mijn haar gekrabd.
Maar een gelukzak blijf ik.

Mijn nieuwe schrijfplek in ons nieuwe stulpje begint vorm te krijgen. Maar ik heb mij wel een chique bureaustoel gekocht (waar ik nog op wacht). Ik wil mijn rug niet nog eens zo op de proef stellen. En ik wil nog een prikbordje. Ik hou van prikbordjes. Ik heb dat nodig. Ik wil nog een ipad met een toetsenbord om in koffiebarretjes aan niet-thuis-werken te kunnen doen. En ik wil mijn doos vol personages en verhaallijnen wat uitbreiden.

Ik heb er zin in!
IMG_9354

Roze Tina

Als ik door de foto’s van de afgelopen maanden scroll, dan schrik ik er van hoeveel er gebeurd is op weinig tijd. Het was ‘gaan’, zonder nadenken, in volle galop, van het ene avontuur in het andere. Boekpromotie, verhuis, werken, kinderen, noodreizen regelen, logeeradressen bezoeken, sociale verplichtingen nakomen enz enz…

In dat soort stresssituaties lukt het me meestal nogal goed om in het ‘hier en nu’ te leven. Ik kan maar het trucje van het moment uitvoeren. Als ik al denk aan de toekomstige circustoeren, dan komt de stoom al gauw uit mijn oren en loopt de ‘act’ van het moment geheid fout.
Ik had heel wat agendapunten af te werken en behoorlijk wat katten te geselen.

Eén daarvan was de ‘Tina-dag’. In Nederland is dat een begrip, maar voor mij was het redelijk nieuw. Nu ik plots een auteur van jeugdboeken blijk te zijn kom ik soms echt oog in oog te staan met mijn doelgroep.
Wat een prachtige bevreemdende fase in een mensenleven toch, die puberteit. Pubermeisjes zijn eigenlijk alles. Ze zijn prachtig, soms lelijk, scherpzinnig en soms oneindig dwaas. Ze hebben de slechtste huid en maar tegelijkertijd ook de mooiste. Zo onhandig in hun grote lichaam, maar toch ook zo sierlijk in hun onwetendheid. De puberteit is een soort poort naar ‘alles’. Dwalend in de grotemensenwereld is hun energie machtig en verfrissend. Maar soms ook verontrustend…

De uitgeverij had twee dagen Tina-dag voor me geregeld (22 en 23 september – zo lang geleden alweer!). Met ‘roze’ als dresscode werd het hele evenement een onmiskenbaar meisjesding. Soms deed het een beetje pijn aan de ogen, en na het weekend had ik echt wel een overdosis, maar dat mocht de pret niet drukken.
Ik mocht bovendien twee dagen signeren naast de charmante Meysam Noori. De aanwezigheid van Meysam maakte dat er soms met trillende wimpers naar adem werd gehapt, dat er kreetjes werden gelost of zenuwachtig gegiecheld door de rozige massa.

Nu is Tinadag wel een beetje een grabbelfeest. De meisjes kunnen er heel wat goodiebags en gadgets krijgen en velen staan urenlang aan te schuiven voor wat staaltjes en kleine cadeautjes. Jammer dat dat graaien en consumeren al zo vroeg wordt aangewakkerd, maar gelukkig was er ook een podium met muziek en allerlei workshops en knutselmomenten (pimp je roze tina-hoed en zo…)

En voor de promotie van goLisa had de uitgeverij 1500 zonnebrillen per dag om gratis uit te delen. Die zonnebrillen gingen in ieder geval vlotter weg dan het boek. 🙂
In de meeste gesprekken met de meisjes zei ik vooral: “de zonnebrillen zijn op. Om 13u delen ze weer uit…”

Gelukkig mocht ik ook wel wat boeken signeren. En notitieblokjes. En goodiebags. Sommigen wisten helemaal niet wie ik was, maar een handtekening wilden ze wel…
Het was in ieder geval een hele ervaring, die Tina-dag. Volgend jaar misschien weer. Want een opvolger voor goLisa behoort tot de mogelijkheden…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Plim plam

Wegens gestoomde hersenen, gespannen zenuwen, zomervakantiekinderen en gebrekkige kwalificaties om chaos te ordenen is de weg des levens de laatste tijd nogal hobbelig ten huize ysabje.
Grootste veranderingen voltrekken zich in deze kolkende poel van gebeurtenissen.
– Een lief dat leert autorijden. In onze spiksplinternieuwe wagen (nauwelijks twee weken oud). Het is een luxe(probleem).
– Een kind dat leert praten. Momenteel overlaadt het kleine Borisje ons met de allerschattigste woordjes en klanken. Woorden als plim plam (boterham) en paploe (paraplu) worden zowel door hem als door ons als ware genoegens ervaren. Weldra staat zijn kwebbel niet meer stil en wil ik dat hij even zwijgt. Maar nu nog niet. Dat ie het nu maar zegt.
– Een nakende verhuis (binnen zes weken), momenteel nog steeds zonder bestemming.
– Een halfslachtig dieet. Boris kwebbelt, maar ik kwabbel. En de slanke deerne in mij voelt zich wat benauwd. Er moet dringend wat minder van mij in het huis zijn.
– Er zou naar het schijnt ook een boek van mij verschijnen, eind september. goLisa ligt nu nog bij de corrector te liggen, voor het in de handel ligt. Wie weet ben ik plotseling wel een tienerhit.
– Schriftelijke uitdagingen die lonken. In kleine boekjes zitten grote plannen verstopt. Nu nog kleine gaatjes in de agenda om al die grootse acties te ondernemen.

De creativiteit word soms wat bedolven onder al deze beslommeringen. Maar op één been hou ik mij staande:
– Het Bollekesfeest dat mij gelokt heeft om er te gaan instagrammen. Zie maar op DNA
– Wat er uit de nieuwe camera rolt heeft vooral te maken met kinderhandjes en zeversmoeltjes. Niet altijd geschikt voor publicatie, maar het is wel boeiend oefenmateriaal, want hier in huis blijft niks stilstaan. Alles rent en springt hier maar in de rondte. Ook de plimplams.
– Oja, ik was toch weer keihard ontroerd door het verhaal van de mus van mijn vader… En allemaal zo echt en techtig gebeurd.

Maar omdat dit een blog is waar maar zeer zelden tekst zonder beeld geleverd wordt, krijgt u van mij nog de instagrammetjes van de week:
Aan de Olmense zoo staat een leeuw die van iets verschiet. Of ‘klegh, ik heb iets in mijn keel!’ (*fenna)

In de geburen van Zoerle Parwijs en Westerlo worden de waren gewoon op de oprit gezet en is het vertrouwen in de mens nog groot:

In Lillo is het gevaarlijk:

Sprookjesbossen zijn schoon:

Maar af en toe moet er gewerkt worden. En dat is dan bij tijd en wijle werken tot het donker is. 🙂

De nieuwe auto vierde zijn eerste 100km. Ik vind dat schattig. Alle redenen zijn goed voor een feestje.

Stress

De zomer moet zich verslikt hebben bij mijn ziekezomerpost (ervanuitgaande dat seizoenen ook blogs lezen) want opeens was ie daar. In vol ornaat. Glorieus. En samen met de zomerzon kwam bij mij ook allerlei stress. Niet gerelateerd aan die zon, maar gewoon door het leven.

1. De
help-ikmoettegenvolgendeweekeenboekafhebbenstress.
Opeens waren de dagen om #goLisa te volbrengen bijna op. Op één hand te tellen. Ondertussen al te benoemen met woorden zoals ‘overmorgen’ en zo. Overmorgen! Dat is een dag waarvan ik al zou kunnen weten wat ik dan ga eten! Dat is zo griezelig dichtbij dat ik mij er ‘iiiiiiih!’ van begin te voelen.
Gelukkig is het af! Zo goed als alle letters staan op hun plaats. De personages hebben hun avonturen beleefd. Ze namen af en toe een loopje met me, zeiden soms dingen waar ik zelf van schrok, maar ik kon ze toch binnen de bladzijdes houden.
Door de aanwezigheid van de kinderen hier in huis was ik wel soms genoodzaakt om op nachtwerk over te stappen. Dat is immers het enige moment dat er geen speelgoed naar mijn kop geslingerd wordt, er geen rijstkoek tussen mijn tenen gestoken wordt, geen kleurrijke pleisters uitgezocht worden om opengereten knieën of minuscule schrammetjes te verhullen. ’s Nachts weerklinkt er ‘getokkel’. Overdag kan er tussen de vele MAMAAAA!’s al eens een sporadische letter getypt worden. Kinderen en het schrijversschap: een combinatie met vele uitdagingen.

Ik hou er niet zo van om mezelf te tonen op mijn blog. Maar het illustreert mijn nachtwerk wel. Of toch de kleine pauze die ik nam om een foto te maken van mezelf weerspiegeld in het raam aan mijn bureau.

2. De help-wehebbengeenhuisstress.
Een aantal maanden geleden kregen we te horen dat we moeten verhuizen. We kijken daar wel naar uit. Zij die deze blog al een tijdje lezen, herinneren zich misschien dat wij in een huis wonen dat niet zo geschikt is voor onze gezinssituatie. Het heeft namelijk geen deuren. En ook niet echt muren. ‘Ga naar uw kamer!’ is van povere betekenis als die kamer dezelfde is als van waaruit de roep weerklinkt. Kinderen en een loftachtig huis; eveneens een combinatie met vele uitdagingen.
Maar ondertussen tikt de tijd vrolijk weg, en we hebben nog steeds geen alternatief. Op 31 september moeten wij verhuisd zijn. En we weten totaal niet waarheen. Een tuin of een groot terras lijkt ons aangewezen met die twee springbonen in ons kielzog. Ik vind dat we de zonen af en toe moeten kunnen ‘luchten’. Ik weet trouwens niet of toekomstige onderburen echt blij zullen zijn met onze komst. Ze zijn nog klein, die kinders, maar ze hebben de tred van twee olifanten. Elks. Een gelijkvloers zou mooi zijn.
Maar het verhuizen op zich is een goede zaak. Ik wil weer alles weggooien. Mezelf lichter maken. Ontmaterialiseren. Minimizen. Ontstoffen. Nu alleen nog weten naar waar… Als iemand iets weet, stuur maar een mailtje. We willen wel in het Antwerpse blijven. En we willen huren. Niet kopen.

Weet wel wat mijn kinders met een huis kunnen doen:

3. De oei-ikbengeengoeimoederstress.
Om de zoveel tijd krijg ik dat. Ik word dan uiteengerukt door tegenstrijdige gevoelens. Enerzijds wil ik die kleine brulaapjes aan mekaar vastbinden en aan een haakje hangen, en de anderzijds wil ik graag geduldig zijn, liefde uitstralen en met een glimlach de kwelduivels spontaan tot gehoorzaamheid brengen. Ik ga dan van motivatie naar stimulatie naar adaptatie naar dominantie, en uiteindelijk naar apathie of gewoon waanzin. Motivatie en stimulatie is prachtig als het werkt, maar dat doet het niet altijd. Ik herinner me het moment dat ik naar mezelf keek en besefte dat ik in kringetjes liep: ‘als je dit doet, dan krijg je dat…’ of ‘als je nu zus, dan kunnen we straks zo..’ Afschuwelijk. Heelder dagen! Onderhandelen met kinderlogica. Tsss.
Ze moeten tegenwoordig weer gewoon komen eten, gewoon hun kleren aandoen en gewoon opruimen zonder stickers, koekjes of beloningsactiviteiten. Niet dat ze nu beter luisteren, maar ervoor deden ze het ook niet. In feite nog minder. Nu krijgen ze ‘gewoon een kus’ als ik vind dat ze dingen goed gedaan hebben. En ze krijgen toch wel veel kussen.
Maar ik blijf me vaak opboeien. Mateloos. Als ze al eens gewoon zouden stoppen met constant bewegen (echt constant!), dan zou ik gewoon een keigoei moeder zijn…
Kinderen an sich. Ook een combi met vele uitdagingen.

Hier ziet u Boris op een zeer zeldzaam moment dat hij even niet ergens van afspringt, en zich niet als een bliksemflits gedraagt.

4. De aah-wemoetengenietenstress.
Als de zon schijnt dan wil ik daar graag van profiteren. Ik zat al aan de zomerbar (stress alom met die kinderen. Als ik ze niet kwijt was, dan waren ze wel met zand aan het gooien of ergens af aan het vallen..). Ik ben al gaan zwemmen (vijfentwintig keer die euro erin en eruit. Ja, zo’n locker in het zwembad is een heel avontuur voor een vierjarige). En we trokken naar vrienden in Zoersel (eindelijk een dagje vakantie. Op reis in Zoersel.). Daar had ik voor het eerst met de Canon 5D Mark II een gevoel van vriendschap. We hebben elkaar eindelijk gevonden, denk ik. Het is nog een beetje zoeken en aftasten, maar ik was voor het eerst content van de foto’s. Ik vond mijn eigen stem weer wat. Mooie kinderen, dat helpt natuurlijk. Allee, dan zijn ze toch ergens goed voor, die schavuiten. Ik was erg blij met de scherpte van de foto’s. Wimpertjes haarscherp, de zandkorreltjes op de handjes, waterdruppels in de lucht. Het was een mooie dag…