Stijlvol griezelen

Dat Halloween er nu bijhoort. Dat moet gezegd. Vroeger deden wij daar niet aan mee. Maar dit feest heeft blijkbaar de juiste kleuren en sfeer. Het komt op een moment van feestloosheid terwijl mensen net behoefte aan een feest hebben. En dan geen serieus, maar een ludiek. En zo gleed Halloween ons Westers traditioneel leven binnen. Alsof het er altijd al was. En ieder jaar worden de skeletten talrijker, de spoken prominenter en is er altijd wel een kikker of een cowboy ter variatie toegevoegd. En die blijken in griezeligheid vaak niet te moeten onderdoen voor de heksen en de zombies.

Tadeusz zal vrijdag verkleed naar school gaan. Zo is dat afgesproken op school. Hij wil als piraat. Of brandweerman. Ik had eerder iets in gedachten met bloed en ritsen in zijn vel, maar ik weet eigenlijk niet of ik zo’n verkleedpartij wel aankan. Organisatorisch dan. En misschien wil Tadeusz wel niet als bloederige zombie. Hij wou vanmorgen zijn broek zelfs niet aan. Het vraagt hoe dan ook voorbereiding…

Zo had mijn moeder afgelopen dinsdag mevrouw Annemie op bezoek. Zij kwam in haar zelfgemaakte kleed op de koffie. Ze kwam al eens oefenen voor een griezelig feest vrijdag. Ze had een uurtje nodig om zich om te toveren in deze bevreemdende schoonheid. Ze zal vrijdag zeker klaar zijn om het bloed van twaalf vleermuizen te drinken en een waanzinnig schril gelach door de kamers te laten schellen. Elegant griezelen! Ik vrees dat mijn kinders iets minder indrukwekkend zullen zijn. Een kleuter als pompoen laat nu eenmaal niet zo’n creepy gevoel na…

Advertenties

Tapas & Ropas

Gisteren was het de tweede editie van ‘Tapas & Ropas’, een kleine kledingruilactie van een groep grieten die elkaar zo min of meer kennen. Bij de eerste editie ging ik al naar huis op wolkjes, maar de tweede editie bevestigt het succes van de formule. Oersimpel, maar geniaal.
Men neme enkele madammen met al hun miskopen, ex-lievelingskleding, niet-meer-inkunners, weinig gedragen niemendalletjes, afgedankte sjaaltjes en sacochen en men brenge alles bijeen op een vooraf bepaalde plek (belangrijk). Alles wordt uitgestald. Men snuffele eens hier en men piepe eens daar. En dan – als het meeste op een kapstokje gezwierd is – gaan de poppen aan het dansen: er wordt gepast. En gepast. En gepast en gepast. Voor de spiegel wordt er gedraaid en gewapperd met gewaden. Een hapje tussendoor. Een glaasje van ’t een of ’t ander. Het is niet zo dat de ene een stuk ruilt met de ander. Nee. Alles gaat gewoon in de strijd en het is de bedoeling dat iedereen nadien met een content gevoel naar huis gaat. Het lijkt onwaarschijnlijk, maar het werkt bijzonder goed.
Er wordt gepraat, gekeurd, gelachen, goedkeurend geknikt. Soms wordt er heftig van nee geschud. Soms heeft iemand een idee: een sjaaltje erbij. Was hier nu geen ceintuurtje voor? Heb jij dat vestje al eens gepast? Die kleur gaat u niet zo goed. Volgens mij ga jij daar goed mee staan. Een applausje. Iemand bloost.

Bij deze Tapas & Ropas voel ik mij blij. Ik wikkel mij in een stukje stof waarvan ik denk ‘Amai, dat is iets geks’, ik loop er mee naar een andere kamer en een achttal vrouwen kirren enthousiast dat ik er beeldig mee sta. Dan hoeft een mens niet te twijfelen.
Mijn buit van gisteren bedroeg vier rokken, drie broeken, drie topjes, een kleedje, twee ceinturen, een grote sjaal en een lederen riemtasje. Bovendien ben ik van een hele grote berg kleren vanaf die mijn leven alleen maar stoffiger maakte en mijn kleerkast (nog) onoverzichtelijker.
En het straffe is: dik of dun, groot of klein, er is altijd voor iedereen wel iets tof te vinden.

Laat mij een hele dag gaan shoppen en ik kom thuis met een of twee triestige twijfelgevallen, met zere voeten en met zonder geld. Bovendien is mijn zelfbeeld weer voor twee weken de pist in.

Mijn naaikunsten zijn nog té onderontwikkeld om als pakweg Oontje zoveel te produceren dat er weggeefacties gedaan worden, of zoals Mme Zsazsa die zoveel geweldige kleedjes en bevallige textieltjes maakt dat ze niet meer in haar kast zullen passen (vermoed ik toch) en dat ze die daarom ook maar begint weg te geven. Ik heb niet genoeg tijd (waar halen al die trendy naaiblogsters hun tijd en hun precisie?!) om te knutselen en ik bezit niet genoeg centen om mij van een personal shopper te voorzien om mijn garderobe regelmatig te vernieuwen. Maar ik heb nu dus wel een plek waar ik minstens even blij van word. Het is als het ware een personal shoppersteam! Bvoendien zijn mijn miskopen voor een ander een hit.
Vriendin Fenna, die ook aanwezig was, spreekt er ook over op haar blog: je bent wat je maakt en deelt. Maken, ruilen, delen. Ik heb niet alleen mijn stapel kleren gewisseld, maar ook nog eens van gedachten gewisseld met een stapel leuke grieten die ik voordien nauwelijks kende!

In mijne nieve rok, met mijn nief bloeske typt het toch wat prettiger ;-).

Zelfs gekwetsten kunnen met een nieuwe garderobe huiswaarts keren. Zonder Meir! Ziet hoe poezelig die teentjes zijn:

De mannen die een glimp van al het vrouwelijk schoon willen opvangen:

Superwomen

Ik surf best wel wat rond op het internet. Ik lees af en toe wel wat blogs. En er is een categorie waar je als vrouw al lang niet meer kan naast kijken. Het zijn de perfecte vrouwen… Mme Zsazsa, Oontje, Photo-copy, Zilverblauw, Suzette, Prutsen enz enz enz… Tegenwoordig is het een hype. Ze krijgen al artikels in de krant. Het is een fenomeen: vrouwen die zichzelf heruitgevonden hebben. Hedendaagse vrouwen die hun vrouwzijn tot de essentie herleiden. Ze zorgen voor de kinderen, ze naaien, ze koken, ze knutselen. Alles zonder ouderwets te zijn. Modern en zelfbewust zijn ze. En ze bloggen. Met succes.
Al wat ze aanraken verandert in hip speelgoed, draagbare nieuwe (kinder)trends of watertandgerechten. Creatieve duizendpoten, perfecte naaisters, vrouwen met veel tijd en mooie kinderen. Ik bezoek hun blogs regelmatig. De kwijl loopt dan uit mijn gezicht. Als ik zie wat die allemaal doen en maken… Ik wil dat ook allemaal kunnen, bedenken en ineensteken. Waarom bedenk ik geen leuke zelfmaakdingen? Waarom ben ik niet zo’n superwoman?

De blogs van deze dames prikkelen en frustreren tegelijkertijd. Ze motiveren en demotiveren. Het is gewoon te veel. Te mooi. De afwerking is te goed. In de tijd dat ik bedacht heb waar mijn aldinaaimachine staat hebben zij weer zesentachtig nieuwe jasjes en kleedjes bedacht, op patroon gezet, genaaid en gepost. En ze bakten ook nog een taart. Hoe doen ze dat toch? Hoe slagen ze erin om ook nog eens perfecte ouders te zijn voor hun goed geklede kinderen. In de bakfiets en een boomhut in de tuin. Hoe houden die hun kot proper? Zien die er zelf dan uit als complete slonzen? Dat moet toch wel? Of zijn het onuitstaanbare wichten zonder vrienden? Nee hoor. De meesten zijn knap en hebben een rijk sociaal leven…

Vorige week zag ik een knutselmogelijkheid die ik – dacht ik – wel aan zou kunnen. De blikken dozen poedermelk voor ons borelingske Boris leken te leuk om altijd weg te gooien. Ik vermoedde dat een spuitbusje verf voldoende zou zijn om ook een beetje supervrouw te worden… Ik zou een hele serie verblindende speelgoeddozen maken, met leuke motiefjes en in toffe kleurtjes. Supertrendy en getuigend van mijn ongebreidelde creativiteit en kunde. Maar wachten tot de verf droog is, was al bijna onmogelijk. Plakband netjes afplakken bleek ook minder leuk dan ik hoopte. Motiefjes en ornamentjes leken aanvankelijk simpel, maar zelfs een eenvoudige rechte lijn spuiten bleek al te moeilijk. Ik moet nog niet denken aan sterretjes of bloemetjes…

En nu ik weer aan het werk ben loop ik een hele dag ‘hophophop!’ te mompelen om mezelf in beweging te houden. Ik ben al heel content als mijn kinderen om 20u een gezonde maaltijd gegeten hebben en met een pyjama in het juiste bed liggen. Dat mijn blikken dozen op nikske trekken daar moet ik dan maar mee leren leven. Ik ben nog maar een supervrouw in de maak. Misschien dat ik binnen een half jaar – na nog een twintigtal blikken dozen – een bevredigend resultaat kan afleveren. Hopelijk zijn mijn kinders dan niet geheel verwaarloosd…

Halloween

Bepaalde feestelijkheden liet ik in het verleden vlotjes aan me voorbijgaan. Ik heb nooit een kerstboom gezet sinds ik op mijn zeventien alleen ben gaan wonen en halloween daar was een paar jaar geleden nog geen sprake van.
Nu er een kind is begint er ’t een en ’t ander te veranderen. Ik ben bijvoorbeeld vastbesloten om dit jaar wél een Kerstboom te zetten. Ik was niet van plan om Halloween te gaan vieren, maar op de crèche waren ze redelijk volhardend: afgelopen vrijdag mochten de kindjes verkleed komen. Halloweenkostuums voor de allerkleinsten, de kinderverzorgsters popelden weken op voorhand van de voorpret. Het hoefde geen geld te kosten, een laken zou al snel een spook zijn, een lippenstift kan bloedsporen maken. Ik had nooit gedacht dat ik plezier zou scheppen in dat soort kleinigheden…
Een van mijn collega’s bracht een muizenpakje mee voor Tadeusz. Ik hoopte een beetje dat het ook een beetje een rattenpak kon zijn. Niet dus. Maar ik besloot Tadeusz toch als knaagdier naar de crèche te sturen, of het nu een rat of een muis zou zijn. Hij leek totaal niet op een rat. Eerder mollig muizeke. Iemand riep: Oh, Tadeusz is een schattig konijntje!
Er waren nog spoken en dracula’s. Batmannen en brandweermannen. En zelfs de duivel! Ik ben er een half uurtje gebleven. Ik vond het fijn om met de dracula’s en de spoken een praatje te maken… Ik kijk er plots naar uit om binnenkort zelf pakjes te naaien. Ik ben al op zoek naar patroontjes!
IMG_3828-1-border

IMG_3973-1-border

IMG_3845-1-border

IMG_3882-1-border

Het tweede leven van een hemd

Enkelen onder jullie weten dat ik sinds een klein jaartje een cursus snit en naad volg. Het lijkt duf en ouderwets, maar in feite is het spannend en erg leuk.
Ik heb veel geleerd in het afgelopen schooljaar, maar een volleerd naaister ben ik nog lang niet. Ik knoei veel en behalve enkele kleine successen in de klas bak ik er nog niet veel van. Maar soms moet een mens niet veel kunnen om toch leuke resultaten te boeken.

Mijn fantastisch lief, Sventikov, had een rood hemd met korte mouwtjes. Hij mismeesterde het (per ongeluk weliswaar) met een sigaret. Twee onnozele brandgaatjes. Het hemd leek even nog maar een bestemming te hebben, namelijk de vuilbak. Maar ik had een boekje met naai-ideetjes uit de bib en ik besloot het hemd een tweede leven te geven. Of toch te proberen…

Wat ik deed: (het hemd was natuurlijk helemaal rood, maar in twee kleuren was het duidelijker.)
hemd

Ik knipte een kleinere pasvorm uit het grote hemd. Het roze gedeelte knipte ik dus gewoon weg. Ik stikte het op de blauwe lijn weer dicht. De borstzakjes werden gehalveerd, maar dat deert niet. De korte mouwen werden lange mouwen. De kraag is groot. En Tadeusz zijn buik blijft natuurlijk dik. Ik had het onderste knoopje ook moeten dichtdoen vanochtend, maar dat zag ik achteraf pas…
Ziehier het resultaat:
IMG_7406-1-border

IMG_7408-2-border