Wriemelkinderen

Mijn armspieren zijn – sinds de geboorte van mijn zonen – indrukwekkend vooruit gegaan. Vooral de linker dan. Want ik neem die hompjes patatpuree altijd op mijn linkerarm. (Je zou denken dat die linkerarm dan supersterk geworden is, maar ik krijg de sleutel bij onze voordeur niet omgedraaid met mijn linkerhand. Dat moet met rechts. Grappig hé.).

Mijn zonen zijn geen rustige kinderen die braaf op mijn arm blijven zitten, netjes in een hoekje spelen met kleurtjes of stilletjes in een boekje bladeren.
Nee, bij ons wordt er altijd verbouwd, verhuisd, verplaatst, gerend en geroepen. Voor mensen met gevoelige oren of een allergie tegen rommel is mijn gezin niet echt een aanrader. En bovendien zijn mijn twee spruiten echte wriemelkinderen. En daar zou ik soms dus het torenhoogsupersonisch vliegend schijt van krijgen – sorry voor mijn taal.
Als Boris op mijn schoot zit, dan kan dat kind dus geen tien seconden stilzitten. Hij wil staan, hij wil zitten. Hij wil een stift pakken en ermee slaan. Hij wil op de grond staan en eenmaal daar wil ie weer op mijn schoot. Hij wil mijn oorbel opeten. Hij wil zich omdraaien. Oh wacht, hij wil toch maar gaan stappen. Hij wil in de stoel, hij klimt eruit. Hij wil drinken en dat uitspuwen. Hij moet kloppen. Opeens moet ie kloppen. Met een blokje op mijn hoofd. Terug op de schoot. Trappelen met de beentjes. Achterover gaan hangen en naar het plafond wijzen. Tut valt. Oprapen. Beetje wriemelen zonder doel. Eens geeuwen. Tut in mijn oog placeren. Wil weer stappen. Of nee. Toch maar terug op de arm. Oh, leuk! Lang haar! Trekken! iets brabbelen. Benji jump naar de vloer. Belangrijke dingen te doen op het gelijkvloers: kabeltjes uit het stopcontact trekken. Armpjes uitstrekken om gepakt te worden. Reclameren. Moet gepakt worden. Lekker op de arm zitten…
Ik krijg er een lamme arm van, horentjes en een zenuwinzinking.

Echt. Het is gek voor woorden. Dat zo’n kind überhaupt nog energie heeft om een taal te leren of lang genoeg kan wakker blijven om zijn maaltijd te beëindigen, dat begrijp ik niet. En dan moet je weten dat die ’s nachts gewoon doorgaan, die kerels van mij. Hoe die erin slagen om ’s ochtends voor dag en dauw weer opgeladen rond te paraderen dat gaat mijn pet te boven. Dat middagdutje kan toch niet zò straf zijn?!

Ik hoorde iemand vertellen dat ze dat ooit getest hebben: een bende atleten exact dezelfde inspanningen laten doen als een kind. Op stoelen laten klimmen die verhoudingsgewijs even groot zijn. Evenveel rondjes rond de keukentafel met emmertjes blokken die verhoudingsgewijs even zwaar zijn. Wel, die atleten waren naar het schijnt al pompaf voor de dag omwas. En dan moeten die zelfs niet meer groeien of nieuwigheden leren begrijpen en leren spreken enzo.
Al goed dat ik die atleten niet op mijn arm moet houden.

We waren aan zee afgelopen weekend. Ik zette Boris in het zand, wetende dat ie waarschijnlijk het hele strand zou afkruipen en handenvol zand in zijn mond zou steken. Ik wilde hem eens laten doen, eens zien hoe lang hij dat zou volhouden. Wel, ìk kon het niet meer volhouden. Het was niet om aan te zien. Heel dat baby’tje vol zand. Hij vond het niet echt lekker, maar kon er ook niet echt mee stoppen. Begrijpen wie begrijpen kan.

Een zeldzaam moment waarop mijn oudste eens een ogenblikje stilzit. Waarom ze daar zo zitten herinner ik me niet meer zo goed.

En een trap naar beneden voor als je toe bent aan wat stilte en een plekje waar er niet gewriemeld kan worden:

Sportloos

Sport is stom. Ik vind dat. Ik doe het zelf al niet echt graag, maar op radio en tv vind ik het helemaal stom.
Ik begrijp dat in feite niet goed. Waarom deze wereld, dit land, mijn radio geterroriseerd wordt door sport.

Ik luister graag, in de auto, naar radio 1. Allerlei programmaatjes (blabla), wat muziekjes (tomtidom), een nieuwtje (zeepaardjes gespot in de schelde), een vleugje verkeersinfo (een ijskast op de rijbaan). Ik kabbel gaarne mee op dat gezapig gewauwel.

Maar waarom o waarom!? Waarom krijgen we dan plots het opgewonden getier van de sportverslaggevers? Uren aan een stuk staan ze te kwijlen in hun microfoons, het balletje secuur volgend.
Vanmiddag stapte ik in de auto, de radio sprong op en ik hoorde: “Zij die nu in de auto zitten denken ongetwijfeld ‘wordt dat gat nog dichtgereden?!’
Euhm… Nee?
Of het nu de Brabantse Pijl is, Parijs-Roubaix, de match, gravel of gras; het interesseert me geen fluit. Waarom mensen kijken naar competitieve zwetende mannetjes met dikke kuiten en weinig hersenen is al vreemd, vind ik, maar waarom moeten ze alle details zo uitsmeren over míjn persoonlijke radiomomentjes?

Sport is als een drug, een nationale georganiseerde kalmhouder die het nadenken tegen moet gaan. Zowel de kijker/luisteraar zit met zijn pint aan het scherm gekluisterd, maar ook de atleet himself lijkt steeds dwazer te worden en trapt zijn lichaam vrolijk naar de verdommenis.
Mij niet gelaten wie zich daar allemaal mee amuseert, maar kunnen ze geen aparte eigen zendertjes maken voor de reusachtige groep sportliefhebbers? Sporza is al een mooi begin, maar zet het alsjeblieft ergens op een bandbreedte uit de buurt…

Speelvogels

Er zijn heel wat dingen die mijn lief, zijn vader en ik gemeen hebben. Zo eten we alledrie bijvoorbeeld graag en veel. We hebben ook alledrie een talent om te neigen naar de overdrijving. Onze vissen zijn altijd nogal groot en onze putten heel diep. En we hebben een divers gamma van truuken om onze vis kracht bij te zetten.
Verder houden we ook alledrie van spelletjes en dagen we elkaar graag uit.
Mijn lief Sven is een meedogenloze speler. Die speelt om te winnen. Bloedserieus. Een schaakspel daar kan je bij sneuvelen. Zo’n ernst dus. En altijd eerlijk. Valsspelen dat is onbegrijpelijk. Sven beweert van het volwassen spel te houden, maar gooi een bal naar hem en hij is evengoed vertrokken…

Fons, mijn schoonvader, dat is eerder een in een mannenlichaam verborgen kind, dat het niet kan laten om te spelen. Je ziet hem bij wijze van spreken kwispelen als er een boek kaarten op de tafel komt. Het kan hem lang niet zo schelen of hij wint of verliest. Als hij maar mag spelen. Of het nu een frisbee of een kruiswoordaadsel is, een badmintonpluimpje of iets met pionnen, die is altijd content.

Ikzelf, tenslotte, ben nooit zo geneigd om aan spelletjes te beginnen, maar al spelende word ik meestal helemaal ‘spellekeszot’. Vooral als ik kan winnen. Of toch kans maak. Ik kan namelijk niet zo heel goed tegen mijn verlies. Aan de winnende hand kan ik heel giechelig en vrolijk worden. En mild voor de ander, want verliezen is zo zielig. Ook voor de tegenpartij. Ik ben van het type dat geen hotel zet bij monopoly, want ik krijg dan schuldgevoelens.

Mijn schoonmoeder is minder ‘spelig’, en zal vooral voor de versterkende maaltijd zorgen

Ondanks dat Sven, Fons en ik spelkarakters hebben spelen we toch betrekkelijk weinig spelletjes. Maar soms komt onze spelende aard toch naar boven. Zo belandde er afgelopen weekend wat Clipo op een tafel in een café te Veurne. Clipo zijn constructiestenen – bedoeld voor peuters – met vele mogelijkheden… Zoontje Tadeusz van anderhalf speelde er eventjes mee en ging toen met de tractoren rijden op het terras. En er bleven vier blokjes achter op de tafel…

Een challenge… Om beurten een herkenbaar ding ineen puzzelen met de vier blokjes. Zo lang mogelijk. Zo veel mogelijk. De eerste die niks meer vindt, valt af. De vier blokjes bleken onuitputtelijke mogelijkheden te hebben. De fantasie borrelde vrolijk. Mijn schoonmoeder keek ernaar en dacht er het hare van. We zijn niet tot een winnaar gekomen. We waren alledrie onklopbaar…

IMG_2690-1-border

IMG_2693-1-border

Licht sportprotest in de wind

Ik ben nooit een grote sporter geweest. Hoewel ik natuurlijk een perfecte atletische bouw heb, vanzelfsprekend in staat ben tot bovennatuurlijke olympische prestaties en geen grammetje vet aan mijn lijf heb, is sport nooit echt een stuk van mijn leven geweest.
Nee serieus, sport heeft me altijd wel gelegen, maar ik heb het gewoon nooit gedaan. Op school sprong ik wel ver en liep ik het snelst, maar ik deed er verder niks mee. Ik heb in mijn vrije tijd als kind nooit gehandbald of geturnd. Ik zwom braaf mijn brevetten en voor de rest was het plonzen.
En toen ik plots volwassen was besefte ik dat ik mijn jeugd bijna sportloos doorgekomen ben.

Nu ben ik een ‘grote mens’ en merk ik dat ik zelfs nog veel minder sport dan vroeger. Ik heb blijkbaar altijd wel iets beters te doen. Ik heb wel eens een paar maanden gejogd, of een half jaartje gefitnesst, maar het jammere is dat ik die dingen nooit volhou. Na een tijdje vind ik het onnozel dat ik ergens – tegen betaling – ga staan zweten. In mijn rationalisaties en excuses is sport dan plots iets stoms. Ik word dan wat midasdekkeriaans, om het zo te zeggen. ‘Sport is een uitvinding van de moderne mens om geld uit mijn zakken te slaan. Bewegen is gezond, maar sport is schadelijk. Versleten knieën en blessures krijg je ervan!’
Ik weet niet meer wie, maar iemand zei ooit: “Een lichaam dient alleen maar om het hoofd te verplaatsen…” Ik heb dat als puber een tijdje als fanatiek anti-sport-motto en hoenderhokknuppel gebruikt.

Nu kwam het er de laatste jaren vooral op neer dat ik nauwelijks beweeg. Met de auto door de stad vroemen, geen trappen want op ’t gelijkvloers wonen, een (min of meer) zittend beroep. Altijd drukdruk met denken en schrijven en babbelen en andere verstandelijkheden. Ik behoor tot die groep mensen die in feite geen contact hebben met hun lijf en het minimaal gebruiken. Conditie is natuurlijk nulkommanul. Ik weeg gelukkig geen 100 kilo, maar toch. Er is hele waaier aan bewegingen die ik nooit maak…

Maar sinds kort heb ik weer een fiets. Met de auto in de stad is niet alleen milieuvervuilend en weinig sportief, het is ook nog eens reusachtige tijd- en geldverkwisting. Bovendien niet goed voor de zenuwen en het humeur. Nu heb ik een fiets en dus beweeg ik weer een beetje meer. Ik kocht een mooie Gazelle met kinderstoeltje en mandje vooraan. Een echte ‘kijkkijk-ik-ben-een-hippe-jonge-moeder-in-de-stad-fiets’. Het is misschien weer wat typisch, maar wel perfect. Niet alleen mijn imago wordt er groener, maar mijn lijf wordt er ook blijer van. Als ik de brug over de Antwerpse ring oversteek dan zwaai ik altijd eventjes naar de mensen die daar beneden in de file staan… Die twee wieltjes onder mijn lijf hebben al veel plezier opgeleverd.

Vanmorgen was het een beetje anders. Ik moest een tochtje maken, van Antwerpen Zuid naar Antwerpen Noord en terug. Op de terugweg was er wind. Veel wind. Rukwind! En samen met de wind waaide de wanhoop in mijn hoofd. Ik had plots een flashback van uit een ver verleden. Ik voelde het weer net zoals toen: ik wil niet meer, ik ben zot, waarom gaat dit zo traag?! Hoe komt het dat andere mensen zo snel gaan op hun fiets? ’t Moet wel aan die fiets liggen! Ik keek naar mijn banden in de overtuiging dat ze allebei plat moesten zijn. Maar toen begon het te dagen: ’t is niet de fiets die slecht is, neenee, het zijn de benen.
Ik heb een fiets zodat ik kan bewegen zonder dat ik aan sport moet doen. Maar vanmorgen deed ik aan sport, zonder te bewegen. Ik stond stil in de wind…

IMG_1600-1-border

Terug

Door minder prettige omstandigheden – die ik weldra misschien nog wel eens uit de doeken zal doen – ben ik twee weken niet in de blogosfeer geweest. Het lijkt ongeloofwaardig dat ik niet geblogd heb of geen blogs gelezen heb terwijl ik toch thuis, on line en bij bewustzijn was, maar toch is het zo.

Enfin, ik ben teruggekeerd. Het vraagt een beetje zelfdiscipline, zo terugkeren. Zo is dat met meer zaken. Hoe langer ik niet fitness, hoe verder weg de fitnesszaal lijkt. Omdat ik van bloggen minder moe wordt, denk ik dat het makkelijker is om deze draad op te nemen dan de sportieve draad…

Om mezelf niet ineens te overdóen (als ik na lange tijd terug zou gaan fitnessen zou ik mezelf sowieso een verrekking sporten) hou ik het bij deze korte post en een klein fotootje van een bloempje dat ik vandaag aan de kust zag…

IMG_7191-4-border

IMG_7193-5-border

Het is beter om te starten met iets kleins en dan terug op te bouwen naar iets groters. Niet?

De eenzame fietser

Eentje van een paar weken geleden.
We gaan het komend weekend weer terug naar de zee. Deze keer heeft baby Tadeusz een schup en een zift en een emmertje (van den Ikea) om in het zand te spelen…
img_3928-7-border