Dagen zonder broek

Het is juni. Nike riep de maand uit tot een rokjesmaand. Het weer maakte de uitdaging alleen nog maar groter. Want juni verspilde al vele druppen aan ons land. Ik schreef een stukje voor haar blotebenenblog. Vandaag te lees aldaar. Maar ook hier. Vanuit een andere hoek:

De Bevrijding

Al die jaren waren wij twee melkwitte pilaren. Pilaren in de duisternis. En wij droegen alle vrouwelijkheid boven ons. Borsten, billen, taille, lange haren. Vrouwelijkheid, alsof we er zelf geen deel van uitmaakten. Wij vertoefden in donkere stoffen pijpen. Verhuld in gewaden die men broeken noemt. In feite een beetje mannendingen. Ooit toch.
Het sturende Hoofd van hierboven koos ervoor, om vele foute redenen, om altijd, iedere dag, een broek te dragen. Voor vele jaren.
Wij, trouwe zusters, bleven zeer lang gespeend van alle licht en liefde. En wij vervreemden van elkaar. We werden steeds doorzichiger, bleker, behaarder en triester.

Maar toen kreeg het Lichaam kinderen. Wij droegen dit veranderende lichaam overal rond. Zonder afgunst, zonder ijdelheid, nog steeds in de gangen der broeken verwikkeld en gescheiden van directe communicatie met elkaar.
We droegen en we droegen, het Lichaam dat steeds zwaarder werd. We droegen dikke borsten, volle heupen, dikke buiken. Er werd gepronkt met buik. Er werd gevloekt op opzichtige borsten. Maar de benen. Nee, de benen, die telden nooit mee. Wij waren louter de blanke slaven van de bovenkant.

Op een goede dag – we herinneren het ons nog goed – kwam er een rok. Een rok? Een rok! We kregen niet echt een uitleg, maar we vermoedden dat het te maken had met een inzicht van het Hoofd dat wij misschien toch konden bijdragen bij elegantie…
Ons bleke vel groette het daglicht. Het haar werd verwijderd. We werden gevoed met crèmes en als zussen werden we herenigd. De benen weer bij elkaar.

Vaak is er een kous. Een zwarte nylon. Maar echt erg vinden we dat niet. Want onze vorm is soms sterker dan onze kleur. En hoe kouser de benen, hoe korter de rok. Dat bevalt ons.
Vaak is er ook geen kous. En dan jubelen we. Nog steeds bleek en half doorzichtig. Maar wel sterk. Van al dat dragen. Trotse dragers van het lichaam. Unieke pilaren, eindelijk erkend. Eindelijk verwend. Want het Hoofd weet nu: schoonheid en vrouwelijkheid, dat begint in het been.

De benen op de foto zijn die van mijn nichtje. Ze heeft een mooi paar.

Advertenties

Achterkant

Madrina maakt achterkantfoto’s van zichzelf. En ze daagt anderen uit om hetzelfde te doen. Ik laat mij soms graag voor andermans kar spannen en besloot mee te doen. Ik wilde er eigenlijk eens iets van maken, een écht zelfportret, maar plots ontbreekt er een stukje van mijn statief, krijg ik het licht niet naar mijn goesting en blijk ik ook nog snel vermoeid na al die ziektestrijd in mijn lijf. Uit de losse pols dan maar…

De achterkanten van mensen kunnen soms erg verraderlijk zijn. Soms denk ik dat er een jong persoon voor me loopt en blijkt het een versletener exemplaar te zijn. Sommigen hebben warrige kapsels, maar als je ze van voor ziet besef je dat ze het eigenlijk zo bedoeld hebben. Vaak zijn achterkanten trouwens aantrekkelijker dan voorkanten…

Mijn eerste versie was wel erg abstract:

Dus nog een tweede ook:

Apport!

Zoals het een brave hond betaamd breng ik de stokjes terug die ze mij toewerpen. Men moet zich af en toe eens kunnen laten gaan. Eens dol rondrennen met een stok, wat onzin over jezelf uitblablaaten, wat blogcollegialiteit tonen door ook stokjes in het rond te gooien. (Zij die niet weten wat een ‘stokje’ is: het doet er in feite niet echt toe. Het is een soort blogestafette met vaak flauwe thema’s. En soms is het leuk.)

Ik kreeg een stokje tegen mijn hoofd van Lilith, the internetgoddess of Ieper. De opdracht: een tiental irrelevante nieuwigheden over jezelf prijsgeven. Dat die irrelevant en nieuwig moeten zijn, stond niet in de specificaties, maar we gaan nu niet moeilijk doen…

1. Ik ben in feite Cookie Monster. Niemand weet dat, maar hier kan ik dat zeggen. Het is zo’n beetje als Dr. Jekyl en Mr. Hyde. Vooral als het donker wordt is weinig koekje nog veilig. Of chocolaatje. Tegenwoordig vooral chocolaatjes. Dan wordt mijn haar blauw en gaan mijn ogen draaien als ik beweeg. En vliegen de kruimels in het rond. Meer in het rond dan in mijn mond. Hou het wel stil alsjeblieft.

2. Ik ben zot van mijn iPhone. Ik vind het bizar dat ik tot voor kort kon overleven zonder internet op mijn telefoon. Mijn enthousiasme gaat vooral over Instagram. Als ik naar het toilet ga is Instagram het ideale bezigheidje. Eens kijken wat de vriendjes zoals gepost hebben en mogelijks zelf iets fotograferen. Ik heb het nog niet aangedurfd mijn blote met onderbroek omzoomde knieën te instagrammen. Maar wat niet is kan nog komen!

3. Ik noem mijn lief vaak Floekie. Een troetelnaam die ik niet zelf bedacht heb, maar die wel, vind ik toch, past bij mijn lief. (Ai, dat zal hij ook weer niet graag horen. ’t Is niks Floeki, ge moet u dat niet aantrekken…)

4. Ik vind het aartsmoeilijk om lege plastic zakjes gewoon weg te gooien. Zonder iets erin. Als ik de kast met zakjes opentrek en naar een specifiek zakje op zoek ga (geschikte kleur of grootte) beland ik soms in een zee van zakjes, die uitdijt tot aan de voordeur en knispert als een radioactieve zee. Af en toe moet mijn lief, als ik niet thuisben, een aantal zakjes koelbloedig versmachten ende verwijderen. En mij dat achteraf niet vertellen.

5. Ik ben uitzonderlijk optimistisch als het over verplaatsingen gaat. Als ik van het Noorden van de stad naar het Zuiden moet is de door mij gecalculeerde reistijd altijd in de meest gunstige omstandigheden: middernacht en bij alle verkeerslichten een groene golf. Jammer genoeg past de realiteit zich niet altijd aan aan mijn optimisme (zeker niet in de spitsuren) wat ik erg flauw vind. Het is droef dat men optimisme moet aanlengen met realisme om niet van naïviteit of kwaadwilligheid beticht te worden. Ik kàn dus op tijd komen, maar ’t is niet altijd van harte. En als het niet is, dan is het niet expres.

6. Ik kan een knikker onder mijn voet doorrollen. Holvoeten dus. Hol vanonder, hoge wreef vanboven. Ziet er gek uit voor zij die het niet kennen. Ik erfde die voeten van mijn vader. Een brandende sigaret kan ook; maar dan wel schuiven. Niet rollen.

7. Als kind was ik als de dood voor de Freggels. En Paulus de Boskabouter. En de Muppets. (Erg hé, dat ik dan nu zelf ook een muppet ben geworden? Zie puntje 1).
Ik kon dat niet aan, al die poppen. Leefden die nu echt of niet? En hoe groot waren die dan precies? En waarom zag ik die niet in het echte leven? En al dat stof, het kriebelde al in mijn neus als ik ernaar keek. Nachtmerries heb ik daarvan gehad. Want ik keek natuurlijk wel. Hoe kon ik anders?! Op de speelplaats zongen ze het freggellied (Maak muziek en lach. Zorgen voor een andere dag… In de freggelgrot… In de freggelgrot…). Ik kon onmogelijk achterblijven! Ik denk dat ik mijn angst pas heb overwonnen na mijn tiende levensjaar…

8. Ik heb al tegen mijn kinderen gezegd dat ze niet in hun neus mogen peuteren terwijl ik zelf in mijn neus aan het peuteren ben. Qua goei voorbeeld kan dat tellen!

9. Ik ben erg vatbaar voor de woorden ‘gratis’ en ‘korting’ en zo. Als mijn lief iets gratis krijgt of met korting, dan wil hij het al niet meer hebben. Het kan niets goeds zijn als ze het verniet weggeven. En: alles wat goedkoop is, moet wel bucht zijn.
Maar bij mij is het net andersom. Ik word er helemaal vrolijk en hebberig van. Ik geloof dat ik de wereld dan slim af ben. Dat ik er iets bij win. Maar meestal draaien ze gewoon rommel in mijn handen en laten me geloven dat ik er blij en dankbaar om moet zijn. Ik kocht een tijd geleden in de Krak een thermos voor een paar euro. Blij dat ik was! Goh, we hadden dus geen vijfentwintig euro moeten uitgeven aan een dure thermos. Bleek het ding compleet waardeloos te zijn. Prul! Koffie blijft langer warm als je het buiten op de straatstenen gooit. Resultaat: veertig euro uitgegeven. Aan een slechte thermos, die recht in de vuilbak ging, en een hele dure, want we gaan geen twee slechte thermossen achter elkaar kopen, hé!
En toch blijf ik in de val lopen. Ik zou vergif drinken als ze het gratis geven. Omdat ik geen frisdrank drink kan ik me net inhouden als ze gratis frisdrankjes weggeven in winkelstraten. Maar het is moeilijk hoor.

10. Ik ben een goede multitasker. En ik kan veel dingen doen op korte tijd. Ik ben creatief met tijd zeg maar. Hoe minder tijd, hoe meer ik doe. Als ik zoonlief, na een drukke dag op het werk, moet oppikken op school binnen een half uurtje, dan kan ik toch nog even dit daar gaan afzetten, en dat ginder ophalen. En ineens, nadat ik het kind heb opgehaald, ook nog even langs mijn moeder gaan om haar dit en dat te bezorgen. En dan haal ik – in de vlucht – nog rap rap rap eten op; dat ik vervolgens thuis in een pan kwak en na een luttel tijdsbestek in de open bekjes van mijn kinders schep. Maar op een vrije dag… Dan doe ik meestal niks. Dan lukt het soms nauwelijks om een brood op te halen bij de bakker.

Ziezo. Dat was een hele kluif voor deze vrolijk rondhossende hond. Ik gooi mijn stok nu naar de volgende bloggers. Of ze het nu leuk vinden of niet. Apport!
Ik had nu graag Suzette, Zapnimf, Kerygma en An Nelissen en – omdat ze Zapnimf uitlachte: Oontje

Rosabag, een nieuwe liefde

Vorige week kreeg ik via Lilith van Tales of the Crib een handtasje in leenbezit. Ik mocht ‘m een weekje besnuffelen, gebruiken, volgooien en aaien. En vooral dat aaien heb ik veel gedaan. Nu hij naar de volgende blogger moet, laat ik ‘m namelijk niet graag meer gaan.

Het is een Rosabag, een handtas/fototas die rondreist en logeert bij bloggers die er dan hun mening over op het grote wereldwijde web gooien. Ik ben een van die gelukkigen. Of misschien eerder een van de ongelukkigen. Want een mens is gelukkig tot hij beseft wat hij mist. Ik heb geproefd. En dan is er geen weg terug. Ik vrees dat er voor mij niet veel anders op zal zitten dan er zelf eentje te kopen. Of misschien moeten ze hem maar gewoon komen afpakken… 🙂

Het is een grote lederen zacht skailederen wondertas. Wat daar allemaal in gaat! En het is niet zoals bij andere grote sjakosjen dat je er altijd (altijd!) alles (alles!) in verliest. Deze is zo strak en zo te compartimenteren (bestaat dat woord wel?) met stevige velcro tussenschotjes dat je nooit het overzicht verliest. En dat is nu net wat mij gewoonlijk altijd overkomt. Ik sta soms een kwartier naar mijn sleutels te zoeken en als ik ze dan gevonden heb dan zitten ze vast onder het een of het ander onbenulligheidje en dan moet ik uiteindelijk toch nog de hele tas uitladen. Maar in de week dat ik de Rosabag met de naam Sophia bij me had vond ik altijd alles vlotjes terug.

En een laadcapaciteit om u tegen te zeggen. Ik kon er makkelijk mijn camera in kwijt + flits + extra lens + de gebruikelijke rommel (portefeuille, agenda, telefoon, balpennen, sleutels, lippenbalsem, handencrème, notitieboekje). En dan kon er nog een papfles in voor mijn borelingetjes Boris + een pamper + een pakje vochtige doekjes. En bovenop gooide ik dan nog een tijdschriftje. Ging allemaal! Het scheelde niet veel of ik had de buggy thuisgelaten en Boris gewoon in mijn handtas gestoken.
Ze voelt lekker, ziet er mooi uit en je ziet er niet uit alsof je veertien dagen op verlof vertrekt, zoals bij sommige andere grote handtassen.

Ik draag mijn handtassen normaal gezien altijd kruislings (zo over het hoofd). Dat gaat ook met deze Sophia, maar daar is ze toch wat te groot voor. Ze hangt er dan maar plomp bij, vind ik. En aan één schouder, dat ben ik niet echt gewend. Ik heb mijn handen graag vrij en dat gaat zo niet goed. Maar ik denk dat de voordelen toch iets te groot zijn om daarover te zeveren.
Dit zou een roze handtas moeten zijn, maar dat is het niet. Ze is rood, naar het bordeaux toe. Mooi, maar misschien toch een tikje te volwassen van kleur voor mijn eeuwig jeugdige geest. Maar niet getreurd! Er zijn nog kleurtjes! Ik knipoog al naar Julia en Olivia…
Check: http://shop.havearosa.com/

Wederom een stokje

Sommige stokjes zijn leuk, anderen zijn wat flauwer. Dit valt voor mij in de laatste categorie. Maar ik ben nogal loyaal naar mijn medebloggers en als ze me een stok toewerpen, dan ben ik geneigd die op te vangen en verder te werpen. Het heeft niet veel zin om daarin contrair te zijn, of koppig. Het is immers maar een logje. Dat passeert…
Daarom, bij deze, het stokje dat ik van de mooie Imke Dielen kreeg:

Wat op dit moment mijn obsessie is:
Op dit moment eventjes geen. Misschien de bezoekercijfers van mijn blog. 😉

Wat ik nu draag:
Mijn fantastische El Naturalistas. Een bruine broek met daarop een kleedje met roze bollen. Het klinkt in feite afschuwelijk, maar op zich is het toch wel leuk (hoop ik).

Doe ik vaak een dutje?
Iedere nacht een paar. Als zoontje Tadeusz even niet zit te bleiten.

Wie ik het laatst een knuffel heb gegeven:
Diezelfde van hierboven, de kleinste van het gezin. Die is nogal schattig dus die nijp ik met graagte af en toe fijn…

Wat ik zou willen veranderen:
Niks. Alles is goed zo. In mijn leven althans. De aarde wens ik wel een betere gezondheid toe.

Wat ik vanavond eet:
Da’s altijd een verrassing. Wij beslissen pas in de supermarkt. Wij leven spannend…

Mijn laatste aanschaf:
Mijn heerlijke 50mm 1.4lens.

Naar welk geluid ik nu luister:
Het getrippel van de muizenissen in mijn hoofd. En het uitbundig gebrabbel van Tadeusz, die veel te zeggen heeft ondanks het feit dat hij nog niet kan praten.

Favoriete weertype:
Lentebries of zacht herfstzonnetje.

Zeg iets tegen de persoon die je getagged heeft.
Dag Imke. Ik weet zo weinig van jou dat ik bijna niks weet te zeggen. Maar je hebt wel een leuke blog. En dat de bezorgdheid over je been snel opgelost moge zijn.

Favoriete vakantieplek:
Onderweg.

Films die ik keer op keer kan bekijken:
Weinig films komen daarvoor in aanmerking. Ik hou van film, maar keer op keer bekijken, dat wordt toch wat saai. Misschien een Tarkovski (Stalker bijvoorbeeld).

Favoriete theesmaak:
Daar hebben jullie volgens mij geen bal aan, maar momenteel drink ik graag appel/kaneel.

Het boek dat ik momenteel lees:
Jip en Janneke. Het dinosaurus voelboekje. Verhalen van Tsjechov.

Wat mij op dit moment veel plezier geeft, maar tegelijkertijd ook schuldgevoelens:
Suiker. Ik eet het dus niet omdat ik niet met de schuldgevoelens kan leven. En ook niet met het effect ervan op mijn hoofd.

Wat is je doel?
Content zijn.

Wat wil ik ooit nog doen?
Een job doen waar ik mijn creativteit in kwijt kan.
Naar Scandinavië, Nieuw Zeeland, Georgië.

Wat wens ik mijn kinderen toe?
Dat ze content zijn.

Welke kwaliteit zou ik willen hebben?
Geordendheid in kleerkasten.

Noem één van je kwaliteiten:
Eentje maar?! Ik ben onder andere zeer goed in slapen. Maar als ik er maar eentje mag opnoemen dan kies ik toch voor ‘optimisme’.

Waar wacht ik op?
Het weekend.

Heb je een tic of kenmerkende eigenschap?
Ik heb holvoeten. En ik flapper vaak met mijn handen als ik babbel. Ik gesticuleer dus nogal wat.

Dit stokje is voor: Ik zou niet weten wie dit (een beetje flauwe) stokje nog niet heeft gehad. Maar koekiemoon, oker en zapnimf mogen het van mij eens invullen…

Albumcover

Bij Oker kwam ik een postje tegen over een stokje dat ze uitdeelt. Ik behoorde niet tot degene die het toegeworpen krijgen, maar ik vond het zo leuk dat ik het toch ook gedaan heb. Maak je eigen albumcover (zonder muziek weliswaar…). Beetje knutselen (met iemand anders z’n foto).

1 – Go to “wikipedia.” Hit “random”
or click http://en.wikipedia.org/wiki/Special:Random
The first random wikipedia article you get is the name of your band.

2 – Go to “Random quotations”
or click http://www.quotationspage.com/random.php3
The last four or five words of the very last quote of the page is the title of your first album.

3 – Go to flickr and click on “explore the last seven days”
or click http://www.flickr.com/explore/interesting/7days
Third picture, no matter what it is, will be your album cover.

4 – Use photoshop or similar to put it all together.

5 – Post it to your blog and TAG the people you want to join in

Hier is mijn albumcovertje. Ik kon er ook niets aan doen dat het zoiets geworden is, he…

albumcover-stokjekopie3