Wat zand met jongens doet

Zand en zee maakt hen tot schuppers, bouwers, vikingen, pootjebaders, grachtengravers. Ze praten met de zee. Als volwassenen ondereen. Zij begrijpen elkaar.
Het zand roept hen. Ze kunnen niet van elkaar afblijven. Er was zelfs een fase waarin Boris het zand opat.
Wat zeker is: aan het strand worden het allemaal helden. En ze spreken een universele tijdloze taal daar…

IMG_0305

IMG_0318

 

IMG_0369

IMG_0384

IMG_0425

De foto’s zijn van de paasvakantie. Het was verdorie koud toen. Maar de lokroep van zand tussen de tenen bleek sterker…

Advertenties

Kinderachtig

Kinderen zijn kinderachtig.
Dat valt me nu al een tijdje op.
Het is alsof ik er nooit bij had stilgestaan dat dat het geval kon zijn.
‘Doe niet zo kinderachtig…’ Ik zeg dat soms tegen hen. Het voelt altijd een beetje belachelijk.
Alsof je een timmerman verwijt dat ie met een hamer klopt.
Typisch kindergedrag. Veel dingen zijn super. Hilarisch. Tof. Ontroerend. Maar soms…
Ik herinner mij de dingen waar mijn moeder zich indertijd ook aan ergerde.

‘Mama, luister nu naar mij! Je moet luisteren! Ik ga je dat spelletje uitleggen. Eerst moet je zo gaan zitten. Zo met je voeten onder je benen. In een kringetje. En dan! Als iedereen zit, als iedereen met z’n voeten onder z’n benen zit, daaahaaaan moet iemand tikjes geven. Kleine tikjes. Op de rug. En niemand mag dat zien hé! Want je moet niet alleen met je voeten onder je benen zitten, maar ook nog je ogen dichtdoen… En dan krijg je dus tikjes op je rug. Keigenlijk.’ (hij blijft keigenlijk zeggen…)
‘Wie geeft dan tikjes?’
‘Ja iemand he!’
‘Ah oké…’
‘Maar je moet wel in een kringetje zitten…’
‘Ja dat had je al gezegd.’
‘Ja, moet ik het nu uitleggen of niet?!’
‘Jaja, vertel maar verder.’
‘En dan die tikjes… die kleine tikjes… dat moeten er één twee of drie zijn!’
‘En wat betekenen die tikjes dan?’
‘Ja, dat je de moordenaar bent. Of de politie. Of een gewone mens. Maar Boris die is nog te klein voor drie tikjes, dus daar moet je altijd een gewone mens van maken…’
‘Oké. Maar duurt je uitleg nog lang? Want ik sta hier met een hete ovenschotel in mijn handen en ik hoor dat Boris roept om zijn poep te komen afkuisen.’
‘Jij luistert nooit naar mij!’ *stampt weg*

Even later begint ie met hetzelfde enthousiasme aan hetzelfde verhaal. Met een ongebreideld talent voor langdradigheid.
Het duurt soms vier dagen vooraleer iets uitgelegd is. 🙂

Een ander voorbeeld:

B: ‘Lalalaaaalaaa pipi kakakaaaahaaa! Hihihihiiiihiiihiii…’
T: ‘Amai, Boris wat een mooi liedje. Nu ik. Protjeeeprotjeprooooootje!’
*uitbundig gelach*
B: ‘Pipipipipipipipipipipiiiiiiii!’
T: ‘Protje pipi boterhaaaaaam!’
*Rollen over de vloer van de pret*

Of:
De kinderen lopen de trap op naar boven.
Tadeusz: Ik ga eerst zijn!’
Boris: Nee ik ga eerst zijn!
Tadeusz trekt zijn schoenen uit op de laatste trede, gooit zijn jas de lucht in, beukt de deur in en brult
‘Ik ben eerst!’
Boris wordt kwaad, doet zijn schoenen uit, gooit die naar mijn hoofd. Hij trekt zijn jas uit, springt er eens op, loopt naar binnen en roept dan:
‘Ik ben ook eerst!’
Tadeusz brult vol verontwaardiging: ‘Nee, Boris ik was eerst!!!’
‘Ikke ook!’ schatert Boris.
‘Neeeheeeneeeheee!’ Tadeusz begint te huilen. Tranen all over the place.
Ik zucht en lach even.
‘Jij mag mij niet uitlachen!’ roept het roodaangelopen gezicht…

Kinderachtigheid is er op vele niveaus. En het betert wel een beetje, maar sommige volwassenen kunnen er ook nog altijd wat van…

Op foto lijken ze altijd groter dan in het echt. Als ik er eentje aan de telefoon heb lijken ze altijd kleiner dan in het echt.
En hun kinderachtigste momenten zijn altijd leuker achteraf dan op het moment zelf…

Gisteren aan zee, hebben ze zich nog eens stevig kunnen uitleven. Vanaf dat ze het strand zien staan ze geen seconde meer stil. Rennen, springen, huppelen, vechten. Maar één stap op de dijk en het begint: ik ben moe, is het nog ver… Toch is de zee een perfect uitstapje met kinderen voor ons. Het is de trip zeker waard. We hoeven ze niet te entertainen, dat doet het strand wel…

zee-2

De doosjes die ik bijhad om schelpjes in te doen werden vooral gebruikt als een soort werpbalrammeldingen:
zee-3

zee-4

Hier ontdekt Boris dat er een plasje water op de bank staat: 
zee-5

Hier heeft ie al een nieuwe broek aan:
zee-6

zee-7

zee-9

zee-10

zee-13

Het tunneltje werd overigens niet eigenhandig uitgegraven of zo. Het werd wat geperfectioneerd zeg maar…

zee-16

zee-14

En deze meneer zal ook wel een natte broek hebben:
zee-15

Het einde van de wereld

Mijn lief zei gisteren in bed, vlak voor het slapengaan, dat ik het had nagelaten om over een aantal zaken te bloggen. Dat ik kansen had laten liggen. Dat hij het wat eenzijdig begon te vinden.

Arrélap. Krijgt dat op uwen boterham vlak voor ge uw ogen sluit. Dat gaat dus niet hé.
‘Hoezo?’ wilde ik weten.
‘Wel ja. Geen foto’s van onze reis naar Spanje bijvoorbeeld.’
Daar lag ik dan. Had ik dat dan moeten doen? En ik had nauwelijks nog tijd gehad om die foto’s te bewerken! En…
Ik wist dat excuses niks zouden veranderen aan de zaak.

Toen ik vanavond de foto’s eens overliep, besefte ik dat ik er eigenlijk nog niks mee had gedaan. Al die herinneringen van die twee weken in oktober lagen daar nog, onaangeroerd. Miskend.
Door alles te bekijken en te bewerken kwam het allemaal weer terug.

Ik herinnerde mij plots weer het kleine huisje in de bergen.
Ik stootte er mijn hoofd tegen een balk.
Het lag vlakbij het einde van de wereld, zo afgelegen.
Ik bleek ook megawagenziek te worden in de bergen. Ook als ik zelf rijd.
IMG_6737

Er was ook Boris die zijn angst voor de honden ontdekte. En een klein beetje overwon.
IMG_5999

Hij leerde schaken.

IMG_6034

Mijn schoonvader die zijn naam achterstevoren in de lucht kan schrijven. Ik was onder de indruk.
IMG_6357

De kinderen die genoten van het broederschap, de hangmatten, de bomen, de natuur.
IMG_6692

IMG_6619

IMG_6524

Mooie gesprekken tussen grootvaders en kleinzonen.
IMG_6552

Er was dat prachtig, maar gesloten avonturenpark waar Boris een schrikwekkende val deed waarbij zijn tanden door zijn lip gingen. Met veel bloed. En stevige koortsdagen die erop volgden. De val was weliswaar niet van een of andere zotte death ride of zo, maar gewoon op de stenen bij het lopen.
IMG_6789

Het vers fruit dat we van de bomen konden plukken. Appels, maar er waren ook perziken. Bijna klotsend van het sap.
IMG_5888

Opeens waren daar terug de wandelingen vol schoonheid.
IMG_6174

IMG_6560

IMG_6887

De reis bracht mij ook de ontnuchterende realisatie dat het moederschap een soort intense geprojecteerde hoogtevrees meebrengt voor mij. Niks taaie tante meer. Ik flipte me dood toen ik mijn kinders over de rand zag kijken. Honderden meters diepte. Daar bleken mijn zenuwen precies niet zo goed tegen bestand. Ik werd wat licht in het hoofd van de cocktail van angst en schoonheid (en misschien nog een tikje wagenziekte…).
IMG_7275

De zon, het Spaanse licht, het gekabbel van vertrouwde stemmen en kinderen.

IMG_6074

IMG_6705

Het silhouet van Boris op zijn stoel aan het ontbijt. Gevangen in een zonnestraal.

IMG_6048

De mooie stadjes en dorpjes.

IMG_6282

IMG_6850

De lange ritten in de wagens. De tankstations.
IMG_5874

IMG_6995

Ik herinnerde me ook het andere huisje (de tweede week). Vochtig en onaangenaam, maar het had een zwembad en mooie kleuren. Tadeusz die welgeteld zes tellen na aankomst zijn kleren al uithad om erin te plonsen. Zowel in het zwembad als in de kleuren.
IMG_7002

IMG_7350

De zee.
Zo anders dan bij ons.
IMG_7395

IMG_7469

Opeens herinnerde ik mij weer de kerk. Na die kerk bestaat er geen andere meer. De binnenkant ontnam me de adem. Gaudi. Oh Gaudi.
IMG_7525

IMG_7629

IMG_7548

IMG_7590

En het heeft geen zin om me te verzetten tegen de warme schoonheid van Barcelona. Het lijkt cliché, maar het is een stad naar mijn hart.
IMG_7660

Het was een reis om niet snel te vergeten. Maar door de verhuis, de ratrace van het leven, de vreemde timing in oktober, was het toch even weggeglipt. Zot.
Ik vind dat mijn lief lief Sventikov in bepaalde zaken wat aan de trage kant is. Maar als hij me niet helpt om soms wat te vertragen, zou ik zoveel armer zijn.
Dankuwel, mijn lief; ik kus u.

Verdronken dromen

“Kijk mama! Een piethoed!”
Ik moest zelf even nadenken, maar toen kon ik gelukkig toch gewoon uitleggen dat meneer zwartepiet zijn haar niet kwijtgespeeld is bij een of andere schipbreuk…

Die Sinterklaas die leeft toch een heel jaar voort bij ons. Ik werd vorige week nog serieus onder druk gezet om de sinterklaasliedjes-cd op te zetten. en dan loop ik zelf een hele dag te hummen van ‘Ooh kom er eens kijken…’

Saai, maar mooi

Toen ik in de loop van de week over de singel van Antwerpen reed, scheen de zon. Ik heb mij aan de kant gezet en ben uitgestapt om snel toch een paar stralen van die zon op te vangen. In mijn zwarte doosje. Niets speciaal, eerder saai, maar het kan gewoon louterend zijn om het te doen. Ongeacht de resultaten.

En deze avond ontmoette ik de zon alweer. Weer uitgestapt. Ik zag dat de zon tussen de lijntjes kan kleuren…

Gaan!

Boris, de jongste doch meest vermoeiende van de twee, zit in de fase van zijn leven waarbij hij alles zelf wil doen, maar nog niks kan. Zelf hapjes lepelen, maar niks in zijn mond krijgen. Zelf schoenen aandoen. Of toch met de schoen op de voet kloppen. Zelf beslissen welke kant hij opwandelt. Hem tegenhouden, of bijsturen wordt als extreme sabotage of dwarsbomen aangevoeld, want hij reageert telkens hoogst dramatisch met gegil en geworstel.
Een mens is dan snel geneigd om hem vast te snoeren in de buggy bij het buitengaan. Als je dat niet doet ben je immers zes uur onderweg om naar de bakker op de hoek te gaan. Maar langs de andere kant besef ik dat dat kind gewoon de wereld wil ontdekken en dat wij hem die kans gewoon moeten bieden.

Zaterdag aan zee mocht hij nog eens ‘gaan’. En hij ging. Van het strand naar ‘den dijk’ en terug. Trapjes op en af. Hier en daar eens gaan zitten of hangen.
Het koppel broers zag er behoorlijk groezelig en slonzig uit, maar dat moet mij maar vergeven worden. De onduidelijkheid van de weersomstandigheden maakt de garderobe van mijn jongens soms wat losbandig en verwaarloosd.
Ik huppelde wat achter hen aan met ‘mijnen appareil’ en schoot nog eens wat kiekjes van de heren. ’t Zal daardoor zijn dat ik nu zo ongelofelijk moe ben, denk ik.

En ik gooi fluks nog wat leuke uitspraken van meneer Tadeusz bij! Laat dat ineens reclame zijn voor de kinderpraatpagina van deze blog:

“Bompa. Jullie moeten terug naar Arrrwerpe verhuizen. En de zee meenemen.”

“Papa! Ga jij leren rijden en uw eigenwijs halen? (rijbewijs)”

“Alle dieven eten choco.”

Grote boze wolf

Afgelopen weekend zat een grote groep van de Belgische spoken en heksen in Sint-Idesbald. Ze gingen daar braafjes op een rijtje door de straat wandelen, netjes boehoe doen en hun bloedspoor beschaafd binnen de lijntjes trekken. Samen met heel wat anderen wilden we van de gelegenheid gebruik maken om de griezeldingen aan onze kinderen te tonen, ons bewust van de mogelijke nachtmerries achteraf. Boris is nog te klein om al echt bang te zijn, maar Tadeusz heeft de leeftijd (3,5) waar het ingebeelde ook nog een beetje waar kan zijn. Maar hij zou niet het enige kind zijn dat blootgesteld werd aan deze uit Amerika overgewaaide griezeltradtitie.
Bovendien, Tadeusz die nog altijd spreekt van die ene keer dat hij in ‘de nacht’ mee naar de nachtwinkel mocht, was wel te vinden voor zo’n nachtstoet. Die al om 19u plaatsvond. Gelukkig valt de nacht winteruurgewijs al behoorlijk vroeg en is de nacht dan al gitzwart en ravijndiep. Een hele dag was het van: ‘Gaan we nuuuu naar de stoet?’ En: ‘Nuuuu dan?’ ‘Waarom moeten we nog eten? Gaan we niet naar de stoet?’ En ‘Gaan daar ook heksen zijn?’
We vertelden hem dat er heksen en spoken zouden zijn. En pompoenen. En vleermuizen. Verklede mensen.
‘En gaat de boze wolf daar ook zijn?’
‘Nee. Die zal er niet zijn. Die hoort bij Roodkapje en Roodkapje is een sprookje.’

Toen het moment daar was en we vertrokken stond het kind helemaal te springbonen van de spanning. Bij de eerste groep kleine spookjes stond ie al nerveus achter het been van den bompa. Er kwam een plaatselijke fanfare voorbij in zwarte pakjes en Tadeusz hield zijn handen misnoegd voor zijn oren. Het gaf hem gelegenheid om toch wat verder weg te kruipen van al die bloederige skeletten en heksen. Ongemakkelijk keek hij naar de andere kindjes naast ons die een tikje dapperder leken. Ik keek telkens wat er in de verte aankwam… En wat zag ik?!
‘Tadeusz! Tadeusz! De grote boze wolf is er wél bij!’
Toen ik het uitsprak had ik er al spijt van.
Tadeusz rende weg, zo rap zijn beentjes hem dragen konden en hij wilde van nachtstoeten niets meer weten. Hij heeft de wolf zelfs niet gezien. Hij is met de bomma gaan wandelen in de saaiste straten met zoveel mogelijk verlichting en zo weinig mogelijk fantasie. Want belaagd worden door levendige fantasie kan vermoeiend zijn…