Bos

‘Mama, ik verveeeeel mij…’
‘Wat gaan we vandaag doen, papa?’
‘Ah, we gaan vandaag een hele dag op een stoel zitten!’
Vader kijkt vrolijk.
‘Hoooo, echt heel de dag of wat?! Op een stoel?!’
We maken er soms grapjes over. Dat ze zich nog zo slecht kunnen vervelen. Kinderen worden soms echt overspoeld door prikkels, Wii’s, workshops en speeltuinen. Ouders die ieder ogenblik van het weekend vullen met ‘quality time.’
Ik ben zelf ook een voorstander van ‘iets doen met de kinderen.’ Niet omdat ik er niet tegenkan dat ze zich vervelen, maar ik laat hun energie graag eenmaal daags buitenshuis los, omdat mijn zenuwen niet zo bestand zijn tegen binnenshuis jongensgeweld.

Maar – een kleine bekentenis – ik HAAT binnenspeeltuinen. Ze noemen het vaak ‘kinderparadijzen,’ maar het is voor mij een ‘ouderhel’. Lawaai! Drukte, duur, lelijk, en kinderen worden er vaak helemaal kierewiet. Ze worden wat agressiever, opgejaagder, competetiever en hebberiger. Ze willen snoep. Ze maken ruzie. Ze dringen voor.

Als ouder zit je dan aan een plastieken tafel, in een oorverdovend gekrijs, met zes bekertjes fristie, een berg truien en schoenen te bewaken. Omringd door alleen maar basiskleuren: fel groen, fel rood, fel geel en fel blauw. Af en toe moet je zwaaien, ooh roepen of er eentje gaan redden uit een net waarin ie verstrikt geraakte. In het slechtste geval belandt je zelf ergens in een smalle doorgang waar je alleen maar uit kan ontsnappen door de dwaze glijbaan te nemen waardoor je rok naar boven schuift en je je vinger ook nog pijn doet. Om de drie minuten worden er aankondigingen gedaan: ‘de kindjes van het feestje van Thomas mogen nu naar de tafel gaan, want de pannenkoeken zijn er!’
Bij het woord pannenkoek beginnen er al een paar te krijsen. Want zij willen er ook eentje en ze kennen Thomas niet.
Vertrekken is ook altijd heerlijk. De worsteling om de schoenen terug aan te krijgen. Toch eentje die zijn t-shirt heeft uitgedaan in het ballenbad en die daar vervolgens vergeten is. Er zijn er altijd een paar die niet mee naar huis willen. Snot en tranen.
Ik kom er soms voor het werk, maar ik kom er in feite nooit met mijn kinderen. Ik probeer hen dat te besparen.

De laatste maanden zijn onze uitstapjes heel sec. En ik hoor de kinderen nooit klagen.
We gaan op zoek naar bos.
Alles wat op een redelijke afstand ligt rond Antwerpen of vaak zelfs nog in Antwerpen.
Kinderen in een bos, dat is een waar genot.
Ze wandelen, ontdekken, klimmen in bomen, plukken bloempjes, prikken in paddenstoelen, verzamelen stokken. Zelden zijn ze lastig. Huilbuien komen voort uit een prik van een brandnetel of een voet in het slijk. Maar dat zijn andere tranen. Dat zijn natuurtranen. Louterend en lief.
We zagen de laatste weken al prachtige stukjes groen:
– Klein Willebroek, domein den Bocht. Vogelspothuisjes. Wild. En nauwelijks volk.
– Het Mechels Broek.
– Sint Anna Bos. Zo dicht bij de stad.
– Noordkasteel. Jeugdsentiment. Een drop groen en water in de oksel van de Schelde. Avontuurtjes als je wil.
– De fortengordel rond Antwerpen. Kleine lieftallige wandelingen rond het water.
– Zoerselbos, aan het boshuisje.
– Het Rivierenhof, meer bos dan je zou denken.
– Het Middelheim, maar dan wegblijven van de speeltuin. De boskant.
– Hobokense Polder
Enzovoort.
Het land van Saaftinge staat nog op het lijstje.

‘Waar gaan wij naartoe, mama?’
‘Wij dachten vandaag eens naar het bos te gaan…’
‘Jeeeeuj!
‘Mamaaaa, kijk kijk! Daar zijn bomen, daar is het bos!’

Noordkasteel:
IMG_0477

Zoersel:
IMG_0600

Klein Willebroek:
IMG_9909

Middelheim:
IMG_0120

Sint Anneke: (Met vriendinnetje K. in een put.)
IMG_0183

Mechels Broek:
IMG_1120

Advertenties

Lief fietspad

Beste fietspad,
Daar lig je dan in Antwerpen. Vol putten en gaten, zonder duidelijk begin of eind. Zo is dat in Antwerpen…
Maar, lief fietspad, je kan er niks aan doen. Je bent een verwaarloosd kind. Je hebt ouders zonder visie, zonder plan, én je krijgt te weinig gerichte aandacht.
Je bent al gehandicapt en wordt dan ook nog eens mismeesterd…

Ik befiets jou dagelijks. Vaak hou ik mijn adem in. Ten eerste omdat het soms spannend is. Gevaarlijk om kruispunten over te steken. En dan heb ik het niet over afgelegen hoekjes van de stad. Probeer van de Keyserlei maar eens naar de Meir te fietsen. Dat is een oversteek die ’s morgens, zonder koffie, behoorlijk wat risico’s inhoudt.
Ik hou mijn adem ook vaak in omdat ademen soms gewoon onaangenaam wordt. De lucht in Antwerpen is bij momenten niet te harden. Het stinkt. En soms proef ik het fijne stof gewoon in mijn mond.

Onlangs werd je wat opgefrist, beste fietspad. Aan de buitenkant, daar waar bijna niemand fietst. De Singel kreeg een nieuw fietspad. Ik begreep dat niet zo goed van jouw ouders. Dat fietspad ligt tussen de ring en de Singel en is dus een opvangnetje van fijn stof. Dat fietspad is in bijna alle opzichten een omweg voor een fietser. Er is altijd een kortere weg naar je bestemming. Want de Singel gaat als een grote bocht om alles heen. Je ouders waren er nochtans trots op…
De nationalestraat, een voor stadsfietsers over het algemeen een belangrijke straat, werd ook heraangelegd. Zonder fietspad. De ruimte om te fietsen tussen tramspoor en stoep is er soms wraakroepend smal. Het was er beter vòòr de heraanlegging. En toen was het al om te bleiten.

Mijn kinderen befietsen jou ook. Drie en zes zijn ze. Hoe moet ik ze uitleggen dat jij soms in het midden van een straat, zonder aanleiding, plots verdwijnt? Wat zeg ik als ze in gevaarlijke situaties komen omdat ze door putten, stenen en onlogische stoepranden van jouw pad af moeten?
Qua fietspadlogica is het in Antwerpen triestig gesteld.
En het wordt er blijkbaar niet beter op. De lucht wordt slechter, het groen wordt minder, de weg wordt hobbeliger. Ik had liever wat meer genoten van jouw gladde rozige armen in de stad. Maar nee. We rijden hoestend en slippend de toekomst in.

02ba1b7abe8c11e3be250002c99cf50c_8

#kindjes 2

Ze willen de konijnenwei in Antwerpen tot een idyllische parking omtoveren. Antwerpen op zijn best.
De afgelopen dagen heb ik mij al een paar keer geschaamd. Antwerpen is steeds minder een stad waar ik trots op ben. Ik ben er al heel mijn leven thuis. Maar het verliest wel veel van zijn charme de laatste tijd.

Ik ga zwijgen over het bam-tracé (hadden we dat niet weggestemd?), de gas-boetes, het scholentekort. En nu de konijnenwei… Een parking voor de buurtbewoners? Ik zie die buurtbewoners al met hun boodschappen het terrein overstappen en de singel oversteken. Van het beloofde park is nog maar weinig sprake.

Voor mij is de konijnenwei een stukje grond met veel herinneringen. En wat ook is: er is vaak geweldig licht. Geen idee hoe het komt, maar ik vind het licht er vaak magisch…
Ik maakte er afgelopen weekend onderstaande foto. Ik kan niet kiezen. Zwart-wit of kleur? Wat vinden jullie?
Ja, ik geloof ook dat Boris (het kindje links in beeld) er misschien beter niet had opgestaan.

IMG_2780

IMG_2780-2

Hoogste bod

‘De veiling, dat is waar ge uw hand moet opsteken om iets te kopen, hé mama. Ge zegt dat ge twee euro wilt betalen en dan zegt iemand anders dat ie drie wilt betalen. En dan vier en vijf. Tot er niemand nog méér centjes wil geven.’
Soms mag ie mee. Tussen veel vreemde schilderijen en vaak bombastische meubelen zitten soms pareltjes. Fijne curiosa, bizarre prularia.
Tadeusz zegt zorgvuldig wat hij allemaal mooi vindt en waarvan hij vindt dat wij het moeten kopen.
En dan placeert hij zich in een nog onverkocht stoeltje en speelt een spelletje op mijn telefoon. Mijn fijn prulariaatje. Dat ze hem maar niet per ongeluk mee verkopen.
IMG_4583

Zomer van dieren

Het bleek – onverwacht – ook een zomer te zijn waarin dieren een belangrijke rol bleken te spelen.
Omdat onze oudste de fuzz about animals niet echt begrijpt, hebben we lang geen Zoo-abbonement gehad. Maar Boris bracht daar verandering in.
Boris, bijna drie jaar, is een dierenman. In de Zoo is hij gelukkig. Daar kent zijn energie geen grenzen en taant zijn enthousiasme nimmer. Huppelend gaat hij van kooi naar kooi. Hij voert even serieuze gesprekken met een fuut als met de giraffen. Hij is even blij met een slak als met een zeeleeuw. Dit wonderbaarlijk kind trekt de dierenwereld dicht naar ons toe, doordat hij er zelf zo intens naar kijkt. Nog zo klein, maar hij heeft de hele familie mee op sleeptouw.

Mijn lief is wel allergisch tegen alles wat haar of pluimen heeft, maar de Zoo ontlokt geen enkele waterige nies van hem. Toch bevreemdend, dat wij mensen allergisch kunnen zijn voor dieren. Alsof we onze eigen dierlijke kant verloochenen en de natuur waarin wij ooit leefden nu afstoten.

Dieren bleven een hele zomer een rol spelen.
Wat mij bijblijft:
– Ik zag voor het eerst een insect met een motortje. Ik dacht eerst dat het een kolibri was. Het bleek een kolibrivlinder.
– Struisvogels hebben hersenen zo groot als een walnoot. Kleiner dan hun oog. Er zijn boerderijen in de Ardennen.
– Koekoeken leggen hun eieren niet alleen in nesten van andere vogels. Ze zijn blijkbaar ook nog in staat om hun jongen er precies hetzelfde te laten uitzien als de jongen van het gastgezin. Van zoiets kraakt mijn verstand even als een walnoot. Ik vind dat straf.

f459447a0f6811e3aaa822000a1fb0dd_7-1

– De Zoo is een geweldige plek. Tegenwoordig zien de jongens hier documentaires in plaats van dwaze Dora. En Boris kent zijn dieren.
– Tadeusz kan als een rups in een hangmat hangen.
– Luizen zijn ook dieren, maar ik had ze toch graag zien uitsterven.
– Er woont een hele grote spin in La Roche Rigault in Frankrijk.

IMG_5456

IMG_5196

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Café Le Tour

Elk excuus is goed voor een feestje.
Een paar vrienden besloten dat de grens met het Zuiden van Frankrijk ergens ten Noorden van Antwerpen ligt, en dat een feestje van drie weken perfect moet kunnen. Met een paar planken, een goed humeur en een treurwilg creëerde Thierry zijn eigen paradijsje aan het Noordkasteel. Ge kunt er den Tour volgen. Iedere dag. Tot dat die gedaan is. Met geoliede benen kunt ge er naartoe. Uw fiets in het gras deponeren. En dan uitblazen met een croissant en een koffie. Tussen 11u en 20u.
En zelfs al kan den Tour u gestolen worden, dan nog zijt ge welkom.
Vergeet al die afgelikte etablissementen, bezoek eens iets dat leeft.

http://www.facebook.com/cafeLeTour

IMG_2516

IMG_2536

IMG_2575

IMG_2821

IMG_2865

IMG_2883

IMG_2930

Tuin zonder huis

Een tuin dat hebben wij dus niet.
Terwijl de meeste van onze vrienden een huis kopen met een tuin, hebben wij een appartement gehuurd. We vonden ons huis namelijk niet. En dus, na een zoektocht van een paar jaar, belandden we in een boeiend appartement zonder tuin. Met twee jongens. Die op een leeftijd zijn dat ze rondspringen als kangoeroes op springveren en ‘MAAMAAA’ brullen als ik vlak naast hen sta. Qua geluidsoverlast mogen we blij zijn dat er geen leefruimte onder ons ligt…
Onze keuze maakt dat we aangewezen zijn op de groene gebieden in en rond Antwerpen om onze springbonen uit te laten.

Park Spoor Noord (PSN) is niet zo mijn ding. Het lìjkt relax, maar met kleine kinderen is het voor mij vooral stress. Die kinders beginnen daar te rennen en in de drukte ben ik hen onmiddellijk kwijt. Tadeusz vind zijn weg wel al terug, maar Boris moet maar twintig meter rechtdoor lopen en die weet al niet meer waar hij is. Ik voer in PSN altijd maar halve gesprekken, met mijn oog altijd gericht op een rondrennend stukje T-shirt in de verte. In PSN heb ik al twee keer koortsachtig rondgelopen op zoek naar kinderen, overtuigd dat ze gestolen waren, paniek onderdrukkend en mensen aanklampend. En ik heb er ook al eens aan den toog gestaan om er eentje af te laten roepen.
Nee, voor mij dus niet, dat overigens verder prachtige park.

Wij moeten het hebben van grote open ruimtes en kleine wandelingen. Iets waar je in groep vooruit stapt en af en toe stopt in dun bevolkte gebieden. Of duidelijk omheinde plekken. Met maar één ingang. Hopelijk gaat dat binnenkort beter, als Boris zich wat kan oriënteren. En als hij snapt dat als er stoom uit moeders oren komt, dat hij dan misschien eens even moet luisteren.

De Kalmthoutse heide blijft toch echt een hit.
Een beetje tak, een beetje water, zand en bomen om in te klimmen. Niet voor iedere week, maar soms toch heerlijk. Daar hoor ik het gestamp van hun voeten niet. Daar kunnen ze hun klep eens openzetten zonder dat mijn oren eraf vallen. Het kan wel zijn dat er een paar broedvogels vierkante eiers gelegd hebben van het verschieten, maar goed.

We bouwden alleszins een huis, want zo’n tuin zonder huis, dat is het ook niet hé. Een huis dus. Voor de ‘helibeestjes’ (lieveheersbeestjes) en de ‘nonijntjes’ (konijnen). Een huis bouwen is goed. Constructief… De vorige keer hadden we dat ook gedaan. Toen had het een omheinde tuin. Deze keer dus niet…

IMG_9395

Mama moet het spoor volgen:
IMG_9405

Mama mag niet door! Moet cent betalen!
IMG_9406

Mama is stout. Ik ga niet meer stappen.
IMG_9412

Oerkreet voor het huis.
IMG_9430

IMG_9437

En, voor er mensen zijn die het vragen: de medailles die de kinderen dragen… Tadeusz kreeg er eentje omdat ie al een paar dagen geen ‘stoute mama’ meer had gezegd. Ik probeer ‘m dat af te leren aan de hand van beloningen. Het werkt alleszins beter dan straffen. Maar het is toch met wisselend succes. Boris moest er natuurlijk ook eentje hebben. Ook al blijft die van tijd toch gewoon ‘Toute mama’ roepen. *zucht*