Muppetfamilie

Ik stel mezelf vaak de vraag hoe ‘aangepast’ ons gezinnetje eigenlijk is. Ik heb wonderbaarlijk gestructureerde vriendinnen, steeds onberispelijk in verse mode gehuld, die hun mooikapselkinderen iedere avond om zeven uur in een badparelbad onderdompelen nadat ze om klokslag zes uur hun versterkende avondmaal hebben genuttigd. Toegegeven, deze vriendinnen zijn er maar ‘twee’ en eentje is door manlief vrijgesteld van buitenshuis werk. Ik zal ook niet beweren dat ze per se ‘beter aangepast’ zijn, maar als ze proper geschminkt in vlekkeloze toestand van hun latte slurpen voel ik mij soms wel een slons uit flodderland. Ik zie dan altijd een vlek op mijn mouw en dat de zoom van mijn broek loshangt. En als ik mijn agenda erbij neem om een volgend treffen te plannen dan zal blijken dat die ene week met zwarte stift al ingekleurd werd door een of andere enthousiaste kleuter. Zou ik trouwens niet keihard naar het zweet ruiken?
Ja, ik zal wel niet de enige zijn, en ongetwijfeld zullen er velen zich herkennen in mijn gevoelens van schmutzigkeit. Vroeger had ik mij er onzeker en ongemakkelijk bij gevoeld, maar dat is voorbij. Het is wat het is. Maar dat neemt niet weg dat ik me soms afvraag waar precies op de schaal van de normaligheid ons gezin zich zou situeren. En wat dan precies normaal is…

Ik ben sinds kort begonnen op een nieuwe job. Ik zal vanaf december groepswerk gaan doen bij verslaafde ouders en hun kinderen. Een residentieel ontwenningsprogramma. Erg spannend allemaal. Afkickende moeders met wenende baby’s. Kleuters met verhalen. Onder andere…

Ik vraag me vrolijk af hoe hard ik mezelf zal tegenkomen in mijn job. Want ik zal het gedrag van die moeders bijsturen, reguleren, bekrachtigen, aanmoedigen. We zitten met de collega’s nog in de voorbereidende fase en we hadden een kleine discussie of de bewoners van het programma al dan niet verplicht zullen zijn om te strijken…
Ik strijk zelf niks. Noppes. En hoewel ik daar altijd nogal trots op ben voelde ik mij tijdens het gesprek kreukeliger en kreukeliger worden. En we zijn nog niet begonnen!

Ik moet eerlijkheidshalve toegeven dat mijn kinderen hier in huis een behoorlijk geslaagde staatsgreep gepleegd hebben. Ze hebben de macht in handen. Neem nu vandaag: na een ganse dag opruimen en praktisch alles weigeren vind ik mijn kinderen in de zetel voor tv met snoep in mond, plakkerige handjes en een huis dat ontploft lijkt. Ik heb de explosie niet gehoord, maar de bom is toch afgegaan. Zoveel is duidelijk.
En ik zal mezelf eens gaan moeien met het moederschap van anderen!? Dat belooft! 🙂

In tussentijd probeer ik de wereld zoveel mogelijk om de tuin te leiden met idyllische beelden van spelende kindjes in mooie omgevingen, en vrolijk lachende gezichtjes. Mijn grimassen blijven meestal onzichtbaar, mijn hysterisch gelach weerklinkt niet op foto’s.
Als ik voor de zesde keer de trap op en af loop met zakjes vol uitgelopen pap en klamme kleertjes, en een twaalfkilokind op mijn arm kinderen, en (natuurlijk) zonder sleutels; en de fiets valt om en het andere kind valt in het slijk en weent dat hij niet meewil en mijn haar hangt in mijn ogen en het twaalfkilokind trekt er een deel van uit en ik was al te laat op mijn afspraak, dan ben ik blij dat er niemand mij staat te filmen, want dat gevloek en gesnuif zou mijn imago niet veel goed doen.

Maar goed. Om al die eerlijkheid weer te compenseren krijgt u nog wat ‘archiefbeelden’ van de avonturen van ons ‘aangepast gezin’…

U ziet het mooie Peerdsbos. Een tweetal weken geleden. Dat bewijst toch een zekere organisatie. Anders geraak je daar niet…

Boris was die dag echter niet voorzien op de kou en kreeg dus de handschoenen van een wat groter kindje. Iemand merkte fijntjes op dat hij zo lijkt te veranderen in een muppet. Ik dacht: hoezo, veranderen?

Advertenties

27 gedachtes over “Muppetfamilie

  1. Hier kan ik al een stuk beter volgen dan in de crisis.

    Trouwens, los van het ‘wat’,
    dit ‘hoe’ is knap.

    Knap geschreven, bedoel ik.

    Want het ‘wat’ blijft onveranderlijk, het is het ‘hoe’ dat ons bekoort.

    Mooie zondag nog.

  2. Tgoh das een goeie…
    Ik vraag mij dat ook soms af, hoe andere mensen ons gezin bekijken.
    Feit is dat er dikwijls wel een verschil zit tussen de werkelijkheid, en hoe anderen die werkelijkheid ervaren. Ik bedoel maar, niemand weet welke strijd die gestructureerde vriendinnen van jou misschien moeten voeren alvorens zo gestructureerd over te komen…
    Ach, het is hoe het is. Daarom niet beter of slechter.

  3. Uw stukjes zijn geweldig. Ik voel mij een beetje een laffe trees wegens het verschuilen van mijn grootste verzuchtingen achter paswoordjes. En ach: in mijn hoofd zit altijd de titel van een geweldig boek: ‘Over normaliteit en andere afwijkingen’. Dat zegt het allemaal 😉

    • @lieve: je zou denken dat ik me kwetsbaar voel door dat allemaal toe te geven op mijn blog, maar ik moet zeggen dat ik daardoor tot hiertoe nog geen negatieve ervaringen heb gehad. integendeel zelfs. maar ik let er wel heel erg op hoe ik het breng… 🙂

  4. Ik probeer al een eeuwigheid een blogje te schrijven over moederschap, huishouden en opvoeding. Het gaat er allemaal om dat we met zijn allen een norm willen halen die ons opgelegd is door????? Wie? Wat? Voor mezelf hanteer ik tegenwoordig een aantal normen die ik enkel en alleen aan mezelf opleg en die haalbaar zijn zonder frustratie. Wat de mening van anderen is kan me de laatste tijd niet schelen. Misschien is dat wel een goeie aanpak voor de moeders die je gaat helpen. Vraag hen wat zij willen realiseren, wat zij belangrijk vinden en laat hen stap per stap hun eigen doelstellingen halen. Tenslotte is niet elk item van een huishouden voor iedereen even belangrijk.

  5. heel herkenbaar, ik heb ook van die afgelikte vriendinnen en die wonen precies allemaal in een kijkwoning waar er nooit geen rommel ligt. Hier wordt er ook nooit gestreken, da’s toch allemaal tijdverlies en zooo saai 🙂

  6. Tgoh…
    Wij woonden met een vader, moeder en vijf kinderen in een huis. Een huis waar geleefd werd. Rommel, afwas (bergen!), strijk (een heel gebergte), stof, kruimels. Twee werkende ouders en te weinig geld. Een grootmoeder die geregeld kwam helpen. Een grootmoeder die vaak vol verdriet naar huis ging omdat wij niet hard genoeg hielpen in het zware huishouden, omdat er franke duvels zaten in ons gezin. Een grootmoeder die ons liet geloven dat wij het enige gezin waren waar er zoveel rommel en vuil was. Een moeder die zich schaamde als er ander volk over de vloer moest komen. Een vader die zelf uit een dubbel zo groot gezin kwam en dus wel wat rommel kon verdragen, ne vent is… dat ook uiteraard.
    Het heeft zwaar gewogen op mijn jeugd. Tijdens mijn puberteit kuiste ik kamers alvorens ik naar school vertrok om toch maar in de gratie te vallen van mijn moeder en grootmoeder die verblind werden door de rommel. In de hoop een compliment te krijgen dat het eens proper was, dat we ons best hadden gedaan.
    En Ysabel, ik vind het -zoveel jaren later- fijn om een proper huis te hebben al blijft het vooral een utopie. Ik wens soms dat iemand mij zou helpen in mijn stofmijtparadijs. Maar ondertussen weet ik ook dat de gezinnen waar mijn grootmoeder naar refereert niet de doorsnee huisgezinnen zijn.
    Ik doe mijn best om niet te ongelukkig te worden van het rommelnest waarin ik woon. En wat belangrijker is, dat mijn kinderen niet ongelukkig worden van de rommel. Of beter, dat ik mijn ongenoegen over het huishouden hier (wat niet strookt met het gestandaardiseerd ofte niet algemeen aangenomen huishouden) niet overdraag op mijn kinderen.

    Trouwens, het is niet omdat er alle dagen bommen ontploffen in uw huis dat ge andere mensen niet moogt zeggen hoe ze het moeten aanpakken hé.
    Wat dat strijken in uw doelgroep betreft, vroeg ik me zonet af of het zinvol zou zijn om samen met hen tot verplichte taken te komen. Al kan ik me voorstellen dat uw toekomstig publiek gewoon nood heeft aan duidelijk opgelegde regels en normen. Ik ben daar zo niet in thuis. 😉

    Sorry voor het epistel, ik had er beter zelf al een blogsken aan gewijd precies. 😉

    • @katrien: een proper huis is inderdaad een zaligheid. het is wel altijd maar een iel ogenblik, want het duurt nooit lang. maar dat ene ogenblik is inderdaad zalig. 🙂
      Ik vind het wel leuk dat je je epistel hier schrijft. dat mag zeker van mij!

  7. De gezinnen van vriendinnetjes waar alles heel netjes en aangepast was, daar vond ik het nooit fijn. Want je kon er nooit spontaan blijven eten of logeren, dat moest eerst gepland worden. Je mocht er geen hutten bouwen van meubulair, niet in bomen klimmen of vuurtjes stoken.
    Dus hoewel ik van plan ben gestructureerder te zijn dan mijn eigen ouders (die waarschijnlijk net zo vol goede moed zijn begonnen als ik), moet je het pedagogisch belang van rommel en spontaniteit niet onderschatten :)!
    E

  8. De gezinnen van vriendinnetjes waar alles heel netjes en aangepast was, daar vond ik het nooit fijn. Want je kon er nooit spontaan blijven eten of logeren, dat moest eerst gepland worden. Je mocht er geen hutten bouwen van meubulair, niet in bomen klimmen of vuurtjes stoken.
    Dus hoewel ik van plan ben gestructureerder te zijn dan mijn eigen ouders (die waarschijnlijk net zo vol goede moed zijn begonnen als ik), moet je het pedagogisch belang van rommel en spontaniteit niet onderschatten :)!

  9. Echt niet te doen hoe herkenbaar dit verhaal is. Ons huis lijkt ook vaak ontploft, onze zetel is zo vuil dat mijn ouders er niet meer willen inzitten en we hebben een aftands strijkijzer enkel en alleen om de strijkparelwerkjes van onze kinderen te strijken.
    Onlangs zei iemand ons dat zij ’s avonds al de tafel voor het ontbijt dekt. Wij daarop: wij ruimen ’s morgens de tafel van de dag ervoren af.
    En we voelen ons daar reuzegoed bij!

  10. Door mijn aangeboren drang naar structuur en orde voer ik een dagelijkse strijd met de rommel hier in huis, wat niet evident is als je ook nog eens tussen duizenden kilo’s potgrond en andere azalearestanten woont. Ik heb er mij, of ik probeer er mij althans bij neer te leggen dat ik de strijd soms win en soms verlies. Al moet ik toegeven dat de dagen dat ik win een zalige rust in mijn druk hoofd creëren 🙂

  11. Druggebruikende ouders kunnen wel een beetje structuur gebruiken. Een béétje met ne keer. Volgens mij moet je bij zulke ouders dus niet komen aanzetten met de droombeelden van die perfecte ouders, want die lijken – en ZIJN voor hen en velen anderen – onhaalbaar en dan zullen ze het veel sneller opgeven. Geef zulke mensen juist het voorbeeld van een huishouden waar NIET alles perfect verloopt, zoals het jouwe. Geef toe dat je vaak zucht of vloekt of de moed verliest, maar dat je je altijd opnieuw kan herpakken, niet om het vanaf dan GROOTS aan te pakken, maar om één ding op te ruimen, om de kindjes gezond eten te geven, om ze een veilig en redelijk gestructureerd leven aan te bieden, stapje voor stapje.
    En strijken? Heu, ik strijk alles omdat ik alles graag gestreken heb. Maar ik ken ook iemand die nooit iets strijkt en écht, ge ziet dat daar niet aan. Ik vind dat strijken voor zulke mensen bijna een pluspunt zou moeten zijn, helemaal achteraan in het lijstje. Als AL de rest lukt, fijn, dan kunt ge nekeer beginnen strijken. Hygiëne, veiligheid, warmte, gezond en lekker eten, aandacht voor de kindjes, helpen met het huiswerk, samen spelen: zulke dingen zijn verdorie toch duizend keer belangrijker dan strijken?

  12. 1) Strijken is voor mietjes (ik blijf dat herhalen)
    2) Als je nu eens een grote benche koopt, daar krijg je ze alle twee nog in en opgelost zijn uw problemen.
    3) ’t Werk is niet hetzelfde dan thuis, dat kan helemaal loslopen terwijl het thuis staat te dansen. Been there, done that.

  13. Ik ben blij dat er (blijkbaar) nog meer vrouwen zijn die niet strijken! Da’s toch echt veruit de meest overschatte huishoudelijke taak die er maar is! Mijn moeder denkt er anders over en die kan het dan niet laten om dat in mijn plaats te doen…
    En voor de rest vind ik dat Saartje gelijk heeft: ieder gezin heeft zijn prioriteiten, laat ze die dan zelf vastleggen.
    Succes, het klinkt alvast als een heel interessante job!!

  14. ah zo herkenbaar… mijn collega’s zien er echt altijd afgelikt uit, waardoor ik me nog eens zo slonzig voel. Het ergste vind ik dat ik vroeger altijd veel bezig was met er leuk uitzien; ik had echt een uitgesproken, opvallende stijl (weliswaar ‘streetstyle’, dus niet afgelikt, maar wel echt ‘stijl’) terwijl ik nu echt een Plain Jane ben: jeans & effen pullekes. Om niet te spreken over het haar (niets gemakkelijker dan altijd in een staart).
    Vroeger wist ik eigenlijk voortdurend wat er in de winkels hing; nu ga ik alleen nog naar JBC omdat het zo gemakkelijk is (fout fout…). Ik heb niet zoveel problemen met het oordeel van anderen over mijn slonzigheid. Ik mis vooral vroegere zelf toch wel, hoor. En ik heb nog steeds dezelfde maten als vroeger, dus eigenlijk heb ik nog superveel leuke spullen, maar ik durf ze ook gewoon niet meer altijd dragen – en dat is dus wel uit angst voor het oordeel van anderen (en vroeger had ik daar ZO HARD lak aan!).
    En dan denk ik altijd: mijn man die is gevallen voor die uitgesproken stijl – ik moet toch écht meer moeite doen! Maar als ik dan om 6u moet opstaan na een gebroken nacht om twee peuters te entertainen, is dat toch altijd snel vergeten :-).
    Ik hou vast aan de idee dat het zal beteren met de jaren?

  15. Terwijl het stof hier op mijn computer dwarrelt en ik, door de zon, ook zie hoe vuil de ramen zijn, lees ik dit schone schrijfsel. Zo goed als je het kan, mag en wil doen, dat is het belangrijkste. Jullie doen tenminste aan boswandelingen, daar kom ik precies de laatste tijd niet meer aan toe 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s