Een dwaalrups in een Zilverlinde

Vierentwintig kleuters.
Een wandeling van een kilometer of zo.

Of ik de klas mee wilde begeleiden naar het atelier van Zilverlinde.
De mama van M. heeft , achter onze hoek, een hoogstcharmant winkeltje waar ze haar zilvermaaksels ontwerpt, produceert en verkoopt. Iets met zilver en iets met hout. Voor de kunstweek op school was het een kans om eens naar het atelier te hobbelen. Ikke dus mee.

Man man man. Zo’n bende kleuters dat is toch iets aparts. Handjes geven en in de rij. Kan niet misgaan, denk je. Maar tweedekleuterklassers zijn geen derdekleuterklassers, dat is duidelijk. Het was een soort dronken dwaalrups…
Van zodra die een hand geven volgen ze de hand. Als het de hand van een andere kleuter is, dan gaan die dus alle kanten op. Ik zag er eentje tegen een paal lopen, en eentje tegen een vuilbak. Twee dwaalden steeds af naar de straat. Er was er altijd wel eentje die ‘kijk kaka!’ riep, wat dan resulteerde in een opstopping en uit de hand gelopen hilariteit. Met zo’n klasje wordt een doodgewone stoep even avontuurlijk als een bergpad in Tibet.

Bij het atelier van Caroline stonden ze in het gangetje, met hun fluohesjes, te drummen. Ze wilden het allemaal gezien hebben. Ik hoorde hun hoofdjes kraken toen er verteld werd dat zilver – een metaal – gesmolten zou worden. Want ijzer in vuur wordt toch zwart? En of die zilverkleurige bolletjes om op te eten waren?
Terwijl Caroline haar best deed om het juweelmaakproces zo duidelijk mogelijk uit te leggen aan die bende vier- à vijfjarigen kreeg ze vragen als: ‘Waar staat jullie tv?’ en ‘Waarom staat dat stoeltje daar?’ ‘Is dat moeilijk?’
’s Avonds vertelde een kindje tegen zijn ouders dat de mama van M. ‘blauw vuur in een doosje’ had gedaan. Het was pas toen ze de foto’s zagen dat ze doorhadden wat het kind had meegemaakt op school…

En Caroline, die maakt behalve prachtige juweeltjes en kleertjes ook nog eens een toffe blog!

IMG_0864

IMG_0868

IMG_0878

IMG_0888

IMG_0901

Nog eens op een rijtje:
http://www.zilver-linde.be
https://www.facebook.com/zilver.linde.9
http://cinnamon-cinnamonjewels.blogspot.be/

En het schoolgedoe is nog niet voorbij… Donderdag ga ik ook nog foto’s van de kindjes maken op school!

Getest: Duracell USB-oplader + Giveaway!

Bloggen kan soms heel wat voordelen hebben. Behalve langdurige roem, erkenning, wilde fans aan mijn voordeur en een slappe hand van het handtekeningen uitdelen, word ik soms als testkonijn gebruikt voor wat producten.
Ik testte zo bijvoorbeeld al de Rosabag, heb het genoegen om met de de Quinny Yezz rond te rijden en won ik ooit de Sony Cyber-Shot DSC-HX1.

Ik kreeg een tijdje geleden een mailtje van Duracell. Of ik hun nieuwe toestelletje niet wilde testen. En als er getest moet worden, ben ik meestal graag van de partij. Niet dat ik mijn mening zo hoog inschat, maar gewoon omdat ik wel een hebbeding-gadget-mens ben. Stiekem.

Ik kreeg een reusachtige doos. Tussen vele verhullende snippers papier zat: 1) een wat onhandig Duracell-konijn in lelijke voetbalbroek dat in de buurt van kleine Boris redelijk snel bezweek, 2) een klein digitaal Samsungfotoestelletje (dat ik mag houden!) en last but not least 3) het usb-oplaadsysteem. En daar gaat het natuurlijk over. Het heeft even geduurd voor ik voldoende ervaringen had, maar ondertussen heb ik al een setje intieme momenten met het zwarte doosje gehad en nu kan het wel, denk ik…

De Duracell USB-oplader (er mist nog een catchy naam, vind ik) is een handig zwart apparaatje. Je laadt het op in de pries, steekt het in je handtas of legt het in het handschoenkastje van de wagen en je wacht tot het moment waarop je fototoestel, je smartphone of mp3-speler het laat afweten door een platte batterij. Dat overkomt me gelukkig steeds minder. Stenen die nogal opeen lijken placht ik te vermijden, maar af en toe loop ik er toch weer tegen. Boempatat, batterij plat.
En als ik dan dat Duracelldingetje (dat ik vanaf nu gewoon Ricky ga noemen omdat Duracell usb-oplader zo’n lelijke benaming is) heb, ben ik gered. Want alles wat oplaadt met usb kan door deze mini powerplant heropleven. Mijn iPhone geraakte ruim terug tot op 100% nadat hij volledig uitgevallen was. Het bijgeleverde fototoestelletje – dat door Tadeusz ijverig benut wordt – friste weer helemaal op. En dat alles zonder stopcontact. Het heeft dus zeker heel wat voordelen. Het is als een soort reservebatterij. Of eerder een mobiel stopcontact voor usb-apparaten. En het kan tot 5 uur oplaadcapaciteit opleveren! Onze straffe Ricky toch.

Er zijn ook wel een paar nadelen aan, vind ik: je moet hem bijhebben. Vorige week was mijn telefoon aan het einde van zijn energiepeil. In de rapte nam ik zwarte Ricky mee, maar niet het kabeltje. Opladen was dus niet mogelijk.
Ik legde hem in mijn handschoenkastje van de wagen. Maar de dag dat ik hem nodig had was ik met de fiets. Dat is dus direct het grootste nadeel. Je kan in feite ook gewoon een reservebatterij meenemen. Als je het vergeet, ben je er niks mee.
Ander nadeeltje: het is geen mooi zwart bakje. Nee. Er steken stopcontactdingetjes uit. En als je die eraf haalt (dat kan) steken er nog andere zotte dingetjes uit. Het is ook niet klein. In een rommelsacoche als die van mij wordt alles wat ik niet direct nodig heb al snel als overbodig ervaren.
Dat hij mijn Canon 450D niet usb-gewijs kan opladen, is een grote tekortkoming. Maar daar kan Ricky in feite niet aan doen. Dat is eerder een handicap van de Canon. Die zonsondergang of die slapstickval van zoonlief, het zal met de smartphonecamera zijn…

Toch denk ik, dat Ricky een serieuze aanwinst kan zijn. Ik ga binnenkort een viertal dagen naar Oostenrijk. Wees maar zeker dat de Ricky meegaat. Ik moet er niet aan denken om daar zonder batterij te vallen! Op momenten dat je veel buitenbent, niet overal stopcontacten in de buurt hebt en je apparatuur intensief gebruikt, lijkt Ricky een goede vriend te kunnen zijn. Ondanks zijn nadelen.

Er is nog iets heel erg leuks aan dit hele verhaal: Ik mag er eentje weggeven! Zeg allemaal in koor: Joepie!
Ik heb zelf een exemplaar voor vijf uur oplaadcapaciteit en degene die ik mag weggeven is er eentje met drie uur oplaadcapaciteit, maar elk beetje energie is volgens mij superwelkom als je daar staat met je platte batterij.
Zij die dus ook graag een Ricky hebben mogen gewoon een reactie nalaten waarin je aangeeft dat je ook een Ricky wil… Ik zal de giveaway afsluiten op zondag 11 december. Een onschudlig kinderhandje zal een naam trekken en dan zal ik de winnaar contacteren voor zijn adres, zodat er een Ricky verstuurd kan worden. Zo hebt u misschien nog een leuk extraatje voor onder de Kerstboom…

Gouden handen

Sommige mensen zijn begiftigd met een prachtig gevoel voor perfectie en zorgvuldigheid. Dat ik die kwaliteit schromelijk ontbeer hoeft misschien niet gezegd worden, maar ik doe het toch maar: Ik heb dat dus niet. Hoe sommigen met een arendsoog petieterige bewerkingen kunnen doen in bijvoorbeeld goud of was, dat laat me duizelen van bewondering. Man, wat zou ik dat ook graag kunnen!

Ik studeerde ooit af in het middelbaar in de richting Beeldende Kunst, een nietszeggend opleidingetje in een school die niet minder met Kunst te maken zou kunnen hebben. Het was een beetje kliederen met verf, soms eens iets kubistisch ineen frutselen, kijken naar hoe de waterverf opdroogde. Het leverde me veel respect voor esthetiek op en ik zit sindsdien met een constant gevoel van lichte jaloezie als ik mooie dingen gemaakt zie worden.

Ik had graag wat meer talent voor afwerking en detail gehad, maar ik kreeg andere cadeautjes mee. Een uitzonderlijke kwaliteit om kleerkasten in een onoverzichtelijke chaos te herscheppen bijvoorbeeld. Ook enig talent voor dramatiek. Parkeren. Met de handen flapperen. Enzovoort. Allemaal hoogst waardevol, maar geduldigheid en fijn werk lever ik dus niet.
Ik ken wel een goudsmidfamilie. En het lief van mijn moeder is ook een miniatuurmaaktalent. Ik kom dus regelmatig bij mensen met gouden handen. Ik sta dan scheel te kijken naar hun motorische genialiteit en professionalisme. Vorige week werden het een paar fotootjes uit het atelier bij meestergoudsmid Gerda De Vry:

Droogweg bij de neus genomen

Mijn droogkast bezweek vorige week. Het blitse ding blaast nauwelijks drie jaar wasgoed droog, maar toch stopte hij er al mee. En met mijn trommel leek ook de aarde te stoppen met draaien. Zonder droogkast wil ik niet leven!
Een combinatie van pinkende lichtjes die ik nog niet eerder gezien had. Mijn was was nog nat. Tutterdetut! Tutterdetut! Een onheilspellend geluidje. Mijn droogkast stopte na een zestal minuten met draaien. Keer op keer.

Waar zat de firma die mij dit aandeed?! Waarom ben ik geen lid van Test-Aankoop? Lezersbrieven wil ik schrijven. Bellen naar Basta. Of naar Sven Pichal en Annemie Peeters.
Een technieker voor een droogkast laten komen dat is wat onnozel. Volgens mij betaal je evenveel voor een nieuwe droogkast. Maar we kochten net een diepvriezer. Dat was al een stevige duit. En wanneer moet die nieuwe droogkast dan gekozen worden? En gekocht? En geleverd? En moet ik ondertussen met wasrekjes de was drogen? Overal vochtige kledingstukken in huis. Onderbroekjes op stoelleuningen. Sokken op de rand van ’t bed. Handdoeken op een wasrek gedroogd, die kan ik – eenmaal droog – laten rechtstaan van kartonnigheid. Schuurpapieren kleding. Ooh. Onheil onheil!

Ik wilde eerst nog proberen om het droogding eens helemaal op te kuisen, hoekjes en kantjes te besnuffelen en zoveel mogelijk vijsjes los te vijzen. Ik had weinig te verliezen. Op het internet bleken nog Bosch Maxx 6 Sensitive-gebruikers te bestaan met gelijkaardige problemen. We begonnen eraan vol frisse moed. Ik haalde stof en vettige prut uit de kleinste hoekjes. Ik vond geheime luikjes waar ook water stof ingekropen was. Het baatte allemaal niets. Ik moest dieper graven. Op zoek naar de essentiële ingewanden van mijn droogkast.

Maar.
Bosch heeft zijn machines uitgerust met een speciaal soort vijsjes. Open te vijzen met een sterschroevendraaier of Torxschroevendraaier. Nu durf ik er prat op gaan dat slechts een enkele zonderling zo’n schroevendraaier in z’n bezit heeft. Zo’n vijs is, volgens mij, louter uitgevonden om mensen af te schrikken. Een kruis- en een gewone tournevis, dat was niet genoeg! Er was ergens en flauwe plezante die van sterretjes hield en de Torx uitvond… Alsof we die nodig hadden. Oh ja, sorry, die was nodig om ons af te schrikken…
Maar wij zouden ons niet laten doen. Zo snel zijn wij niet uit het lood te slaan! Ik stuurde mijn lief erop uit om zo’n stersleutel te gaan kopen. Het eerste exemplaar bleek te groot. We gingen ‘m wisselen. Die paste. Gelukkig.

Maar.
De onderste vijsjes bleken nog een ietsiepietsie kleiner te zijn. Ook enkel met een Torx te openen.
Weer naar de winkel.

Na veel vijzen en zessen kregen we de achterkant van de kast los. Daaronder was een minuscuul rood knopje te zien. Volgens mijn internetlotgenoten de ‘resetknop’. We duwden erop…

De droogkast draait weer en vertoont geen enkel mankement meer… Voor 10 euro ‘repareerden’ wij onze droogkast. Het had ons 200 euro aan een reparateur kunnen kosten, of 400 euro voor een nieuwe droogkast.

In mijn klein bestaan consumeer ik noodgedwongen. Ik stamp lekker rond met een grote schoenmaat als je het ecologisch voetafdrukgewijs bekijkt. Ik werd in de afgelopen jaren alleen maar rijker en kon me een aantal luxes veroorloven die in wezen overbodig zijn, maar met de kinderen stijgt ook de behoefte. Een wasmachine. Een droogkast. Een diepvriezer. Al die toestellen maken het me niet alleen gemakkelijker; ze maken me ook afhankelijker. Zonder kan/wil ik niet leven. En als het kapot gaat koop ik een nieuw. Maar soms overdrijven ze met dat kapotgaan. Ze zouden beschaamd moeten zijn. (Nu maar hopen dat ie volgende week niet definitief bezwijkt…)

Knapperig verlangen

Ik snapte nooit goed wat mensen in koken zagen. Ik vond het een stomme hobby: al dat wild geroer, gepocheer en geklop, boven vuren hangen, in dwaze schort en met potsierlijke ovenwanten; louter om het met moeite verkregen resultaat dan in een oogwenk naar binnen te kwakken. En vaak zijn degenen die koken dan zelfs niet degenen die eten. Onbegrijpelijk, vond ik. Niet dat ik niet van lekker eten hou, maar eten leek me een zinvollere bezigheid dan koken.
Ik maakte altijd ‘eten klaar’. Dat is iets anders dan koken. Holbewoners maakten eten. Geciviliseerden koken. Vaak waren mijn prakjes erg lekker, maar ik schreef dat toe aan toeval of aan lekkere ingrediënten. Voor mij dus geen sjieke potten, geen kookboeken, geen verfijnde ingrediënten, geen receptuitwisselingsneigingen. De overdaad aan kookprogramma’s op tv maakte me opstandig. Ik zag er de lol echt niet van. Wel had ik respect voor lekkere dingen en meermaals was ik onder de indruk van andermans kunnen, maar jaloezie kende ik nooit.

En nu, plots, vrijwel van de ene dag op de andere: koken is tof!
Ik vermoed dat mijn dieet er iets mee te maken heeft. Die karige maaltijden – een eenzame aardappel op mijn bord, kaasloze boterhammen, minihoeveelheden op minibordjes – hebben gemaakt dat ik op zoek ging naar een achterpoortje: als het gezond is mag het ook een beetje meer zijn. Maar om daar variatie in te vinden moest ik toch wel al eens iets opzoeken. Het begon met een wokkookboekje (snel en makkelijk). Omdat de successen elkaar vlotjes opvolgden en het applaus aanzwol waagde ik me al eens aan ietwat complexere zaken. En warempel, ik blijk zelfs dat nogal goed te kunnen. Papardelle met ragout van lamsschouder, groen gevulde tofoelapjes, courgettekoekjes met basilicumroom en pijnboompitten, méli-mélo van vergeten groenten (om bij op te stijgen!), gesmoorde pompoen, luxueuze soepjes…

En sinds gisteren bereikte ik een nieuwe level: een zelfgebakken brood. Geef toe, mensen die hun eigen brood bakken, die zijn van een ander niveau. Dat zijn mensen die weten wat het is om in een keuken te staan. Alléja, dat is mijn associatie toch.
Mijn eigen eerste brood. Zonder broodbakmachine en zelfs zonder kneden…
Het liep helemaal mis. Het zonderknedenbrooddeeg deed helemaal niet wat het moest doen en het zag er allemaal niet netjes uit. Ik had in plaats van rogge ook wel spelt gebruikt en in plaats van gist zuurdesem, dus ik kon moeilijk verwachten dat het mijne op dat van ‘den boek’ zou lijken. Mislukt dus, dacht ik. Maar zo’n lekker brood! Zelden at ik zo’n heerlijk boterhammeke.
Nu ben ik natuurlijk weer overgemotiveerd. Je moet natuurlijk wel regelmatig brood bakken om op deze hogere level te kunnen blijven zitten.

Ik had nooit gedacht dat ik ooit zou overwegen om recepten op mijn blog te zetten. Zo saai, dacht ik. Maar nu acht ik de mogelijkheid niet onbestaande. Ik ben nu dus ook behekst. Er is een kookverlangen gewekt en het staat lekker te stoven. Ik vind koken leuk. Alles is nu anders.

Het nuttige(n) van techniekers

Als het over zaken als nutsvoorzieningen en warm water gaat, kan ik wat aan de labiele kant zijn. Ik ben over het algemeen nogal content met wat er via kabels en buizen het huis inkomt en uitgaat. Normaal gezien werkt alles en hoef je er niet bij na te denken. Het is pas als er dingen het niet meer doen dat de afhankelijkheid zich op verschillende vlakken manifesteert. Ik kan daar niet tegen. Ik wil altijd een bom gooien op de betrokken firma. Ik wil gaan betogen, ombudsmannen lastig vallen, brieven schrijven naar humo, enz. En als ze het enigszins vriendelijk en snel kunnen oplossen draai ik met de wind. Dan wil ik techniekers kussen en telefonisten terugbellen om een lied van dankbaarheid te zingen. Gelukkig doe ik al die dingen net niet…
Het is gewoon de machteloosheid die me zo uit evenwicht brengt. Ten eerste is er het wegvallen van de toevoer. Water, elektriciteit, internet of warmte bijvoorbeeld. Teruggeworpen worden op een waterloos bestaan, dat zet aan tot denken, of je nu wil of niet. Elektriciteitsloos de dag doorkomen is confronterender dan ik wil. Ten tweede, het ander aspect van de afhankelijkheid, is de goodwill van de leverende of in gebreke blijvende dienst. Zij maken uit wanneer ze een technieker sturen en of die tussen 8u en 17u gaat komen of misschien wel helemaal niet. (Ik hoor steeds vaker van firma’s die zeggen dat ze iemand zullen sturen en dan komt er een hele dag niemand. Neem daar maar eens verlof voor!). En het niet weten wat er scheelt maakt me ook kwaad. Ik voel me dan zo’n kneusje.

De boiler was al enkele weken als een wild paard op hol. Geen verbinding met de thermostaat. In volle galop bleef hij maar gaan. Het leek de duivel wel. Grenzeloos stookte hij alsof hij van ons huis zijn nieuwe hel wilde maken. De eerste nacht haalden we 35°. Buiten was het 2°.
Vaillant stuurde verschillende techniekers. De eerste was het grappigst.
Ik: – ’t is vreemd dat het kapot is. Vorige maand is er nog iemand van jullie een onderhoud komen doen hier.
Hij: – Nee.
Ik: – Jawel hoor. Er is nog iemand hier geweest in oktober.
Hij: – Nee. Niet van ons.
Ik: – Jawel, van Vaillant.
Hij: – Onmogelijk.
Ik: – Maar meneer, jullie zijn hier voor een jaarlijks onderhoud geweest.
Hij: – Ik denk het niet, madam.
Ik: – Vraag het maar na.
Hij: – Dat zal ik doen.
Na veel vijven en zessen gaf hij ons gelijk. Het bleek over verschillende namen op eenzelfde adres te gaan.

Even later:
Hij: – Volgens mij past die thermostaat niet op die boiler.
Ik: – Jawel hoor. Het werkt al jaren.
Hij: – Volgens mij past het niet.
Ik: – Vorige week werkte het nochtans. Het zou straf zijn als het dan niet zou passen.
Hij: – Ik zal eens bellen met de centrale…
Hij belde wijdbeens met zijn centrale waar ze bevestigden dat het wel een compatibel systeem was.Die techniekers zijn niet altijd de meest sociaal aangepast mensen…

Wat minder grappig was, was dat hij na twintig minuten vertrok met de boodschap dat onze installateur moest komen om dit en dat en zus te vervangen. Een week later heeft de installateur drie uur door ons huis gekropen, zoekend naar mogelijke problemen en zowat al het vervangbare vervangen. Maar niets hielp. Vaillant is nog twee keer teruggekomen. Eentje kwam gisteren en die loste het zo goed op, dat we helemaal zonder verwarming zaten. Ik heb een hele nacht wakker gelegen, omdat ik niet kon uitmaken of ik de betrokken techniekers levend zou villen of in kokende olie zou gooien. Ze stuurden gelukkig vanochtend een hoogstvriendelijke man die alles oploste en afstofte. Ik wilde bijna taart halen voor hem, maar hij moest nog andere mensen gaan redden…

De mensen in het huis op de foto hieronder hebben voldoende toevoer van allerlei, volgens mij. Hoe zou die kamer op het gelijkvloers er in hemelsnaam uitzien?

Ik zag op Wintervuur op ’t linkeroever deze geniale uitvinding. Die had ik gisterenavond wel als bureaustoeltje gewild! Het werkte nog goed ook. Ze stookten een vuurtje in een ton en lieten dan zo het water in de verwarmingselementen lekker warm worden.

Sony ziet het breed…

Vorige week dinsdag werd er bij mijn moeder door een koerier netjes een Sony Cyber-Shot DSC-HX1 afgeleverd. Ik mocht ‘m een weekje gebruiken en testen. Er zit een sweep panorama functie in. Naadloze panoramafoto’s maken op een spotgemakkelijke manier. Als je’m goed gebruikt natuurlijk…

Het toestel heeft zeker zijn voordeeltjes, maar ook zijn nadeeltjes. Het houdt het midden tussen een reflex en een pocketdigitaaltje. Ik vond het lastig dat ie bijna zo groot was als mijn Canon 450D, maar hij kan wel veel meer dan mijn zakformaat Exilim. De batterij ging lang mee (moest maar een keer laden). Hij kan straf zoomen en de filmkwaliteit was veel beter dan ik verwachtte. Maar het is geen reflex. En als je de lensdop er vergeet af te halen voor je het toestel opzet, dan vliegt de lensdop weg. Boenk op de grond. Beetje genant soms.
De panoramafunctie is natuurlijk wel leuk, maar op den duur weet je natuurlijk wel wat het ding kan en dan gaat het wel een beetje vervelen. Ik heb natuurlijk wel wat geëxperimenteerd met het toestel en dat geeft soms grappige resultaten (zie onder).
Ik denk dat het een leuk toestelletje is voor mensen die niet het grof geschut willen aanschaffen, maar toch wat mooiere foto’s willen van hun vakanties, hun kinderen, hun hond. En voor die vakanties biedt een panorama wel wat mogelijkheden. Voor mij persoonlijk zou de pocketversie (DSC-TX1) volstaan. Dat steek je wat makkelijker weg.

We maken kans om het toestel te winnen. Daarvoor moesten we foto’s op onze blog zetten… Als ik de foto’s er op de klassieke manier opzet, zie je er bijna niks van, omdat de tekst/fotobalk in deze template wat smal is voor smalle foto’s. Daarom zijn de foto’s wat groter, maar heb ik wel even mijn favorietenlijst er moeten afhalen omdat die anders overlapte. Een heel gedoe!

Een effectje, de grote markt in Antwerpen:

DSC00822-1

Stadhuis en kathedraal in één foto. Dat is in feite redelijk onmogelijk. Maar met de panoramafunctie…

DSC00797-1-border

De klassieke toepassing. Het linkeroever lijkt wel een eiland:

DSC00717-1